Iran 2005 | 2004 | 2003 :: Irak 2005 | 2004 | 2003 ::: Libanon ::: de regio

 

 

NRC Handelsblad van 19-04-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 964

De slachtoffers van gisteren zijn de winnaars van vandaag

Als de Arabieren niet heel snel worden weggestuurd, doen de Koerden het zelf

Door Thomas Erdbrink

DAROGH, 19 APRIL.

Koerdische strijders nestelen zich in hun pas verworven gebieden. Het is nu de beurt aan de Arabieren om te vertrekken.

In het kantoor van de kersverse Koerdische burgemeester van Darogh, een kilometer of 50 ten zuiden van de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk, hangt een foto van een lachende Jalal Talabani. Het portret van de leider van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK) wordt geflankeerd door twee ballonnen met afbeeldingen van Donald Duck erop. Het geheel is verbonden met twee bestofte slingers.

,,We hebben alleen de foto van Saddam Hussein verwisseld met die van Talabani. Voor de rest is hier niets veranderd", zegt burgemeester Ako Ahmed, sinds vier dagen verantwoordelijk voor het dorp van zo'n 2.000 inwoners.

Naast hem zit Sjeik Ezadin Ghazi Talabani, neef van de gelijknamige leider van dit gedeelte van het nieuw uitgebreide Koerdische rijk. Na dertig jaar onderdrukking door het Ba'athregime vindt de sjeik het nu tijd voor gerechtigheid. Zijn vijf kleine dorpjes hier in de buurt zijn onder het bewind van Saddam Hussein overspoeld met Arabieren die, gelokt met geldbonussen en goedkope woningen, dit gedeelte van Irak een Arabisch karakter moesten geven. Koerden werden verjaagd.

,,Ik had mijn dorpen al vijftien jaar niet meer gezien", zegt de sjeik verontwaardigd. ,,De nieuwe overheid van Irak moet het probleem van de Arabieren snel oplossen anders wordt het hier een bloedbad. Als de Arabieren niet binnen twee á drie dagen worden weggestuurd doen we het zelf."

De slachtoffers van gisteren zijn de overwinnaars van vandaag in het noorden van Irak. De oliestad Kirkuk, tot de val van Saddam Hussein net buiten het bereik van de Koerden in hun autonome Noord-Irak en onderwerp van smachtende Koerdische gedichten en liederen, is sinds een kleine week veranderd in een bonte vlaggenzee. Iedere kleur vertegenwoordigt een andere veroverende Koerdische partij. Koerdische communisten en fundamentalisten en Turkmenen hebben de huizen, fabrieken en overheidsgebouwen die ze na de val van het regime hebben geconfisqueerd, afgebakend met hun eigen symbolen op wapperend textiel. De meeste vlaggen hebben echter de kleur groen, de kleur van de PUK, de kleur van de partij die iedere afspraak met de VS schond en de stad van haar dromen binnentrok.

Hun grote rivaal, de Koerdistan Democratische Partij (KDP) waarmee de PUK de macht deelt in Noord-Irak, wachtte braaf bij de poorten van de stad, zoals was afgesproken met de Amerikanen. De bedoeling van die afspraak was Turkije, waarmee de KDP de langste grens heeft, niet het idee te geven dat er een Groot Koerdistan zou ontstaan na een oorlog in Irak. De Turkse regering, die vreest dat zo'n ontwikkeling de eigen Koerden tot een nieuwe opstand zal aanzetten, heeft bij herhaling gedreigd in te grijpen als Kirkuk en zijn olievelden in Koerdische handen zouden komen.

Het nieuwe Koerdistan strekt zich inmiddels ver uit ten zuiden de stadsgrenzen van Kirkuk. Daar in de uitgestrekte weiden ondervinden de verliezers van dit conflict, in dit gebied de Arabieren, als eersten de gevolgen aan den lijve.

Op de woning die tot enkele dagen geleden bewoond werd door de Arabier Shaker Al-Eithawein, legerofficier zonder baan, in Jang Abad, iets ten noorden van Darogh, staat met groene letters de naam van de nieuwe Koerdische bewoner geschreven. ,,PUK-soldaten kwamen ons met de wapens in de aanslag vertellen dat we moesten vertrekken uit ons dorp", vertelt hij. In het dorp woonden naar schatting 750 Arabieren. Zijn vrouw en moeder van talloze kinderen zegt niet lang te hebben nagedacht: ,,straks komt de nieuwe bewoner en dan gaan onze zoons vechten en dan vallen er doden. Wij gaan weg."

Al hun buren zijn vertrokken. Op alle toegangspoorten staan de namen van de Koerden die straks de woningen zullen betrekken. ,,Dit zijn legeronderkomens, buiten de Koerdische officieren hebben hier nooit Koerden gewoond. Hoe kunnen ze het dan nu voor zich opeisen?", vraagt Al-Eithawein zich af. Elders zijn door PUK-soldaten de bezittingen van Arabieren kort en klein geslagen.

Voor Sjeik Talabani liggen de zaken heel simpel. ,,De Arabieren die hier vóór 1968 woonden, het jaar waarin de Ba'ath-partij aan de macht kwam, mogen blijven. Maar de rest moet terug naar waar ze vandaan kwamen." Om hoeveel mensen het gaat, is onbekend: tijdens de plunderingen die volgden op de val van Kirkuk ging het bevolkingsregister in vlammen op. De nieuwe burgemeester, lid van de PUK, knikt instemmend, al voegt hij eraan toe dat de verwijderingen wel legaal moeten gaan. ,,Maar met de tien soldaten die ik hier heb kan ik de Koerden natuurlijk niet tegenhouden. Het is hun recht hun land en woningen weer terug te nemen."

Tijdens een bezoek aan de pas verworven parel van Koerdistan, bezwoer Jalal Talabani dat het multi-etnische Kirkuk toegankelijk zou blijven voor alle volkeren, ook Arabieren. Voor de Turken, die Kirkuk als een Turkmeense stad zien, had hij een minder verzoenende boodschap. ,,Als de Turken de deur van Kirkuk willen openen dan openen de Koerden de deur van Diyarbakir (de grootste Koerdische stad van Turkije) en andere steden." Het is opeens een heel ander geluid dan zijn verzoenende toespraken van de afgelopen maanden, gericht aan datzelfde Turkije. Voor het geval Turkije militair ingrijpt, zijn de Koerden druk bezig alle zware wapens te verzamelen die het verslagen Iraakse leger heeft achtergelaten. Tientallen tanks en stukken artillerie worden op opladers naar het eigen autonome Norod-Irak gereden. Vóór de oorlog hadden de Koerden alleen maar lichte wapens.

Het zelfvertrouwen van de nieuwe leider straalt ook af op Talabani's neef, de sjeik. Want als alle Arabieren in de dorpjes zijn verdreven, is het tijd voor de tienduizenden Arabieren die in Kirkuk wonen, meent Sjeik Talabani. ,,Iedereen die vóór 1968 naar ons gebied is gekomen, moet weg. Zo simpel is het."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 15-04-2003, Pagina 4, Themapagina: Oorlog in Irak, , Aantal woorden: 606

'Waarom wil niet iedereen leven zoals bij ons in de VS'

Door Thomas Erdbrink

TIKRIT, 15 APRIL.

,,Het mooiste is als oude mensen van blijdschap gaan huilen." Amerikaanse mariniers over hun veldtocht in Irak.

Er is geen Irakees op straat in Tikrit, thuisbasis van Saddam Hussein. Eindeloze rijen lantarenpalen met afbeeldingen van de Grote Oom erop flankeren boulevards vol Amerikaanse legervoertuigen die zojuist zijn binnengereden. De laatste grote stad in Irak is net gevallen.

Aan de overkant van de deels kapotgeschoten brug over de rivier de Tigris zitten Amerikaanse soldaten uitgeput tegen hun groene voertuigen. Ze hebben het gebied 'veiliggesteld' en rekenen nu af 'met de laatste verzetshaarden' is het eerste standaardantwoord op de eerste standaardvraag. Aan de overkant van de weg ligt een van de paleizen van de gevallen Iraakse leider. ,,In dat koninklijke gebouw heb ik net mijn koninklijke billen gewassen", zegt een blonde soldaat met een enorme zonnebril.

Irak is bevrijd door Mexicanen, Ieren en Filippijnen; de zonen van de Amerikaanse smeltkroes staan nu in een Arabische woestijn. Marinier Eric Reid (27) komt oorspronkelijk van het eiland Jamaica en daarom staat er een bordje met Jamaican Styl-ie op zijn Humvee gevechtsjeep. ,,Je moet het een beetje leuk maken", vindt Reid.

Hij en zijn groep van elf andere mariniers waren onder de eerste Amerikaanse troepen in Irak en nu hebben ze net de laatste slag van de oorlog gewonnen. Op de aanhanger achter zijn jeep liggen twee motorfietsen. ,,Daar ben ik de stad Nassariya op binnengereden. We dachten dat alles veilig was. Opeens werden we van alle kanten beschoten. Mijn motorfiets hield ermee op en ik ben op het nippertje gered", vertelt hij lachend. Twee van zijn medesoldaten zijn de afgelopen weken in een lijkenzak naar huis gevlogen; allebei doodgeschoten door scherpschutters.

Reid, een rechtenstudent die als reservist is opgeroepen, had gemengde gevoelens over de oorlog in Irak. Dat veranderde toen zijn compagnie de eerste steden bevrijdde. ,,Mensen kwamen de straat op met vlaggen. Ze bleven maar juichen. Een jongetje vertelde ons dat zijn vader een paar dagen eerder was geëxecuteerd door het leger omdat hij niet wilde vechten. Toen wist ik dat het goed was wat ik deed."

Net buiten Tikrit maakt sergeant Bennett Sims (30) zijn M16 machinegeweer schoon terwijl andere mariniers de lege zakjes van de voedselrantsoenen verbranden. ,,Het mooiste is als oude mensen van blijdschap gaan huilen, dat heb ik in Kosovo ook gezien", zegt hij. Sims snapt niet waarom niet meer volken willen leven zoals in de Verenigde Staten. ,,Bij ons kan je doen wat je wilt en niemand valt je lastig. Dat is toch de beste manier van leven?"

Bij een pas opgezette controlepost staan tientallen Irakezen te wachten op doorgang. De Amerikanen, bang voor zelfmoordaanslagen, proberen de wachtenden op hun gedisciplineerde legerwijze door de blokkade te loodsen. De Irakezen, de meeste bewapend en in burgerkleding, worden als criminelen aan de kant gezet. ,,Voor zelfverdediging hé? Met die wapens willen jullie Amerikanen doden", weet een van de soldaten. De Irakezen brabbelen een paar woordjes Engels over de gevaarlijke weg, maar de soldaat wil daar niets van weten.

Zijn collega, die twee jaar Arabisch heeft gestudeerd, gaat anders te werk. Vriendelijk vraagt hij de mensen uit hun auto te stappen. Kinderen krijgen een aai over de bol, mannen een welgemeende afscheidsgroet. ,,Het is hier voor de mensen heel normaal om wapens te hebben", zegt hij tegen de andere soldaat. Die kijkt ongelovig: ,,Ik neem geen risico, je weet niet wie hier vriend of vijand is." De ontwapende Irakezen zitten boos op de grond. Saddam Hussein is weg, nu maken gladgeschoren jonge mannen uit een ver land de dienst uit.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 14-04-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 720

Arabieren vrezen terugkeer Koerden

Door Thomas Erdbrink

KIRKUK, 14 APRIL.

Voor de Arabieren in de immigrantenwijk Hai Saddam, in Kirkuk, is Irak nog steeds één land met één volk. Maar het broeit in de multi-etnische oliestad.

Onderofficier Hassan Al Mohamadani woont pas zes maanden in de wijk Hai Saddam (Saddamdorp). Met zijn twaalf familieleden bewoont hij een 'volksappartement' in een van de vele troosteloze flats. Het leger dat hem het onderkomen gaf is in rook opgegaan; Amerikaanse troepen en Koerdische strijders zijn vorige week in hun plaats gekomen. Een salaris kreeg hij al niet. Eergisteren is zijn grootste bezit, een legerjeep, ook nog eens gestolen. Mohamadani houdt vandaag open huis, alle buurtbewoners komen bij hem langs om te klagen over de situatie, over de 'Koerdische plunderaars', de Amerikaanse beloftes en het gebrek aan gas, water en elektriciteit.

De meeste bewoners van Hai Saddam zijn Arabieren uit het centrale en zuidelijke deel van het land. Gelokt met overheidsbonussen en gratis woningen trokken ze naar Kirkuk, de strategische noordelijke oliestad die wordt gedomineerd door Koerden en Turkmenen. Twaalf jaar geleden, na de Golfoorlog van 1991, besloot Saddam Husseins Ba'ath-partij de strategische stad te arabiseren. Opstandige Koerden werden gedeporteerd naar het de facto onafhankelijke noorden, hun woningen ingenomen door Arabieren.

,,Irak is één land", roept May Arshadi, een Arabische vrouw die jaren geleden uit het dure Bagdad naar het goedkopere Kirkuk vertrok. De andere aanwezigen in het huis van de onderofficier knikken instemmend. ,,Er wonen hier Arabieren, Turken en Koerden. Wij hebben daar geen problemen mee." De Koerdische vrouw naast Arshadi herinnert haar eraan dat de Koerden tot een week geleden in het openbaar geen Koerdisch mochten spreken. Arshadi heeft daar geen antwoord op.

De tv in de hoek van de kamer is niet meer dan een relikwie; er is al dagen geen stroom meer in Kirkuk. De opwekkende boodschappen van president Bush op 'Towards Freedom TV' zijn niet te zien in Hai Saddam. Toch is iedereen op de bijeenkomst bekend met de Amerikaanse beloftes. ,,We zouden vrijheid krijgen, maar nu zijn hier Koerdische terroristen", schreeuwt Nabil Mahmoud. Zijn baan als taxichauffeur is hij kwijt sinds 'Koerden' zijn Volkswagen Passat hebben gestolen. ,,Het nummerbord is 227116; zoek alsjeblieft allemaal mee", vraagt hij zijn buurtgenoten.

Niemand in Hai Saddam doet 's nachts nog een oog dicht. Roversbendes, bewapend met machinepistolen, trekken van huis tot huis en stelen alles wat los en vast zit. De telefoonkabels en lantarenpalen zijn verdwenen. De Koerdische strijders die de stad onofficieel bezetten regelen wel het verkeer, maar doen niets tegen de plunderaars. De weg naar onafhankelijk Koerdistan staat vol met gestolen bussen, kranen en vrachtwagens.

,,Waar is het goede leven dat Bush heeft beloofd? Toen Saddam aan de macht was konden we tenminste slapen", klaagt Mohamadani. Buiten zitten buurtgenoten in een diepe kuil aan de waterleiding te sleutelen, in een poging die aan de praat te krijgen. Volgens de onderofficier heeft het geen zin: 'de Koerden' hebben de pompen losgeschroefd en meegenomen.

,,In het hele land wordt geplunderd", antwoord Dilshad Rahim, een Koerd die ook in Hai Saddam woont. Hij houdt zich op de vlakte als het over etnische tegenstellingen gaat, maar fluistert later dat ,,er heel veel Koerden zijn die van de Arabieren af willen".

In veel wijken van Kirkuk zijn de meeste Arabische immigranten vertrokken voordat de stad viel, maar de bewoners van Hai Saddam hebben geen geld om te reizen. ,,En waarom zou ik gaan? Ik woon al jaren hier", zegt May Arshadi. ,,Ik ben Irakees en dit is Irak, geen Koerdistan of Turkije."

Mohamadani heeft zelfs een papier waarop staat dat het 'volksappartement' daadwerkelijk zijn bezit is. Of dat bewijs nog veel waarde heeft, na de vele branden in overheidsgebouwen en archieven, weet hij niet. ,,Dit is geen goed huis en ik heb geen kleuren-tv en geen airconditioning hier, maar mijn woning in het zuiden van Irak is verkocht. Waar moet ik heen?" Hij geeft toe dat het ,,een probleem" is als Koerden die uit hun woning zijn verdreven terugkomen en daar Arabieren aantreffen. ,,Ze zullen niet zo blij zijn, denk ik."

May Arshadi ziet maar één oplossing voor alle problemen. ,,Wij Irakezen zijn een simpel volk, met goede onderlinge relaties, maar we hebben een sterk leger nodig om ons uit elkaar te houden", zegt ze. ,,Dat leger moet snel komen, anders gaat het fout."

Een Koerdische strijder bemant een controlepost in Kirkuk, waar Koerden en Amerikanen vorige week de macht overnamen. (Foto AP)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 04-04-2003, Pagina 3, Themapagina: Oorlog in Irak, , Aantal woorden: 710

De dood van een 'unilaterale' journalist

Door Thomas Erdbrink

PARVISGHAN, 4 APRIL.

De 'export'-ambulance brengt dode journalisten vanuit Noord-Irak naar buurland Iran. Gisteren maakte het lichaam van BBC-cameraman Kaveh Golestan de tocht naar zijn thuisland.

We rijden in onze terreinwagen door een prachtig Koerdisch lentelandschap. Door de open ramen waait de frisse geur van het voorjaar naar binnen. In de ambulance waar we achteraan sukkelen ligt onze Iraanse vriend en BBC-cameraman Kaveh Golestan in zijn doodskist. Op de geblindeerde achterruit van de ambulance staat het woord 'export'. We zijn op weg naar de Iraanse grens.

Eén dag eerder. Nabij het Noord-Iraakse grensdorpje Kifri voeren Amerikaanse vliegtuigen zware bombardementen uit op frontlinies van de Iraakse regeringtroepen. Journalisten hebben zich verzameld op het dak van hoogste gebouw. Zwarte rookpluimen stijgen op in de verte. Gevechtsvliegtuigen scheren over onze hoofden. Het Iraakse garnizoensfort, ongeveer één kilometer verderop lijkt verlaten.

Samen met een verslaggever van het Amerikaanse persbureau AP besluiten we een kijkje te nemen. Bij de laatste Koerdische controlepost bezweren de soldaten dat alles veilig is. Na een paar honderd meter niemandsland meter besluit ik terug te keren. De rookwolken in de verte zijn eigenlijk heel dichtbij.

Bij de controlepost ontmoeten we onze BBC-collega's, die wél besluiten te gaan. De Koerden zeggen nou eenmaal dat het écht veilig is. Er gaat zelfs een soldaat mee. Bij het fort aangekomen, parkeren ze hun auto uit het zicht van de Irakezen, blijkt later. De producer stapt vrijwel direct op een landmijn en raakt gewond aan zijn voet. Cameraman Kaveh Golestan denkt dat de explosie afkomstig is van een Iraakse raket en duikt naar de grond. Zijn kleine, gedrongen lichaam raakt daarbij twee mijnen. Hij sterft een paar minuten later.

Kaveh Golestan is de derde journalist die vanuit het autonome Noord-Irak met de 'export'-ambulance naar Iran wordt gebracht. Tien dagen geleden stierf de Australische cameraman Paul Moran bij een zelfmoordaanslag, uitgevoerd door een islamitische extremist. Een journalist van de Britse zender ITN 'viel' van het dak van zijn hotel. In zijn kamer werden vele lege potjes medicijnen aangetroffen. Men vermoedt zelfmoord.

Het Amerikaanse leger noemt de journalisten hier 'unilateraal', dat is het tegenovergestelde van de term 'embedded' wat betekent dat een journalist wordt ingekwartierd bij een Amerikaans/Britse legereenheid, maar moet verslaan wat hem wordt gedicteerd.

In zijn jacht naar de waarheid kwam Kaveh Golestan al diverse malen naar Noord-Irak. De Iraniër, die onder andere een Pulitzer-prijs voor zijn werk ontving, was dolblij dat hij hier 'vrij' kon werken, zonder inmenging van coalitie-censoren.

Die vrijheid houdt bijvoorbeeld in dat we eerder die dag zonder problemen de familie Hassan in hetzelfde plaatsje Kifri konden bezoeken. Hun huis was vernield door een Iraakse raket – een antwoord op de Amerikaanse bombardementen – maar de familie was boos op de Amerikanen. Die gooiden immers bommen vanaf 15 kilometer hoogte, maar de Hassans kregen de Iraakse reactie letterlijk op hun dak. Vijf familieleden liggen nog steeds in het ziekenhuis. Verderop kwamen drie mensen om. ,,We kwamen alleen maar even thuis om te douchen", herhaalde een van de mannen steeds terwijl we de verwoeste woning bezochten.

Het zijn geluiden die journalisten die met het leger meereizen moeilijker kunnen laten horen.

In iedere oorlog vallen slachtoffers en Kaveh Golestan wist dat maar al te goed. Als fotograaf was hij in 1988 in het plaatsje Halabja waar de Iraakse regering de Koerdische inwoners met chemische wapens bestookte. Meer dan vijfduizend mensen kwamen daarbij om het leven. Het waren zijn beelden die de wereld schokten. Hij wist ook nu dat het veiliger was om thuis te blijven. Maar een oorlog slechts van achter een bureau verslaan of met een legermuilkorf op houdt in dat strijdende partijen de waarheid naar hun hand kunnen zetten. Over propaganda, overgenomen door luie collega's, kon Golestan zich enorm boos maken.

De kist met zijn lichaam erin wordt voorzichtig over de grens tussen Noord-Irak en Iran gedragen. In het grensgebouwtje aan de Koerdische zijde staat de televisie op BBC World. Het item gaat over de man die zojuist voorbij in de ambulance voorbijkwam. Soldaten kijken onverschillig naar de foto van de cameraman die zoveel van hun collega's zo vaak heeft gefilmd. De export-ambulance is dan al weer op weg naar een andere vracht. Er zijn meer doden te bergen in Noord-Irak.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 29-03-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 771

Koerden knagen al aan Irak

Door Thomas Erdbrink

QARHA ANJIR, 29 MAART.

In Noord-Irak zijn de Iraakse linies teruggeweken en zijn de Koerden Irak binnengetrokken.

Midden in wat ooit het mooiste casino van het gebied was, staat een lege kippenren. Daar waar ooit leden van de regerende Iraakse Ba'ath-partij hun maandsalarissen inzetten op de roulettetafel liggen nu helmen, soldatenlaarzen en beschimmeld brood. Er wordt allang niet meer gespeeld in het casino van de Iraakse stad Qarha Anjir. De afgelopen twaalf jaar diende het als onderkomen voor de leiding van de Iraakse vierde legerbrigade.

Een portret van de Iraakse leider Saddam Hussein ligt op de grond. Iemand heeft er met een stok vier gaten in geprikt. Eén in zijn mond, twee in zijn ogen en een in zijn neus. Vanuit het raam van het casino is te zien hoe Koerden met een shovel op een muurschildering van hun grote tegenstander inrijden. Als de machine (eigendom van de Verenigde Naties in Noord-Irak) met een doodklap tegen het gevaarte aanrijdt, valt de muur om. Een luid gejuich stijgt op. De dictator is gevallen.

Ook vanuit het noorden wordt nu aan de Iraakse linies geknaagd. Twee dagen geleden ontdekten de Koerden vanuit het autonome Noord-Irak dat de Iraakse regeringstroepen in Saddams kant van Irak hun posities aan de grens hadden verlaten. Gisteren trokken ze Irak binnen.

Een vijftien kilometer lange weg ligt tussen de laatste Koerdische controlepost en Qarha Anjir. Geflankeerd door groene heuvels golft de kaarsrechte weg richting Irak. Mensen zijn er niet. Een doodstil landschap strekt zich uit. Her en der liggen elektriciteitsmasten. Het is onduidelijk of ze zijn opgeblazen of van ellende zijn omgevallen. Iraaks afweergeschut staat onbemand naar de hemel gericht. Even verderop staat een kazerne die een paar dagen eerder door de Amerikanen is gebombardeerd. Er fluiten geen vogels, er klinken geen schoten. Iedere kilometer lijkt op de andere. Dit niemandsland zou het einde van de wereld kunnen zijn.

De Koerdische opstand in 1991 en de instelling van de autonome Koerdische zone in Noord-Irak die daarop volgde, betekende het einde van Qarha Anjir als levende stad-met-casino. Plotseling veranderde het in een grensdorp van waaruit de Irakezen de Koerdische autonomie in de gaten hielden.

Burgers zijn er al jaren geleden vertrokken. De huizen zijn vernield of doorzeefd met kogelgaten. Het grootste deel van de stad heeft als legerkazerne gediend. In een van de onderkomens ligt een poster die op de gevaren van nucleaire wapens wijst. Midden in een plas water ligt een gasmasker. ,,Irak is voor alle Irakezen en Saddam is onze leider", staat er op de muur. In het hoofdkantoor van Saddams Ba'ath-partij liggen op de grond blikjes met atropine, een middel dat bij aanvallen met chemische wapens moet worden ingenomen. Uit een doos steken onderdelen voor gasmaskers.

De Koerdische soldaten bekommeren zich niet om de rotzooi die de Irakezen hebben achtergelaten. Dat is voor de plunderaars die door alle gebouwen krioelen. De soldaten racen in de richting van de oliestad Kirkuk, waarvan zowel de Koerden, Turken als Arabieren zeggen dat die aan hen behoort.

In de verte schittert Kirkuk

Even verderop is de Koerdische opmars tot staan gekomen, ongeveer twintig kilometer van Kirkuk dat nu ligt te schitteren in de zon. Op de olievelden wordt nog steeds gas afgefakkeld. De televisietoren staat fier overeind. In de verte stijgt een rookwolk op.

,,De Iraakse soldaten hebben zich allemaal in de stad teruggetrokken", zegt Nazeem Hossein. Hij was een van de eerste Koerdische soldaten die het gebied binnentrokken. Hossein had een reden. ,,Voor de opstand was dit allemaal mijn land", bromt hij vanonder zijn grote snor. Hij maakt een wijds gebaar naar velden die zijn omgeploegd met loopgraven en bunkers. Over zijn schouder hangt een machinegeweer. ,,Al moet ik sterven, dit keer gaan we Irak bevrijden", zegt Hossein.

Toen hij Qarha Anjir binnenreed waren er nog drie Iraakse soldaten over om de stad te verdedigen. ,,We vroegen of ze zich wilden overgeven, maar ze openden het vuur. Een hebben we uiteindelijk gevangen genomen, maar de rest is ontkomen", vertelt de soldaat.

Op de terugweg naar Noord-Irak staan de gezichten van de Koerdische soldaten plotseling nerveus. Een half uur later komt het Iraakse antwoord op de inval. Ongeveer zeven granaten dalen neer in het Koerdische Chamchamal, jarenlang de stad waar Noord-Irak begon. Witte wolken zijn te zien, de knallen van kilometers afstand te horen. Als een horde bijen zoeven de Koerden in hun pick-ups weer de berg af richting hun eigen gebied. De tijdelijke overwinning heeft echter zoet gesmaakt. Koerdische bronnen zeggen dat Kirkuk binnenkort samen met de Amerikanen zal worden aangevallen.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 28-03-2003, Pagina 2, Themapagina: Oorlog in Irak, Reportage, Aantal woorden: 793

Overwinning zonder Amerikanen

Para's verdwijnen in het Noord-Iraakse landschap

Door Thomas Erdbrink

SANGAW 28 MAART.

Van de Amerikaanse militairen die in Noord-Irak zijn geland, zijn er maar weinig terug te vinden. Maar de eerste overwinning aan het noordelijk front is een feit .

,,Haar benen zijn mooi, haar ogen zijn mooi, alles aan haar is mooi." De rapachtige teksten van Koerd-popzanger Baktiar Saleh schallen net iets te hard door de boxen van de terreinwagen. Schapen versperren de weg, die door een groen heuvellandschap golft. Langs deze route, van de regionale hoofdstad Suleymaniya naar het dorpje Sangaw, zouden de Amerikanen hun geheime kamp in het autonome Noord-Irak hebben opgeslagen.

Maar de 1.000 Amerikaanse parachutisten die een landingsbaan in de bevriende Koerdische zone hebben 'ingenomen', zijn alweer opgegaan in het niets. Er zijn nog twaalf soldaten over bij de landingsbaan die schuttersputjes proberen te graven in de met stenen verzadigde grond. Net als hun voorgangers die de afgelopen week iedere avond onopvallend op verschillende vliegvelden in Noord-Irak zijn afgezet, zijn ook de Amerikaanse paratroepers verdwenen in de uitgestrekte weides van het Koerdische laagland. De pompstationhouder tegenover de landingsbaan bij het plaatsje Bakrajo heeft ook deze nacht weer twee à drie vliegtuigen horen landen. ,,Ik hoor ze alleen maar, ze lijken wel onzichtbaar." Klanten heeft hij niet. Alle benzine is in handen van zwarthandelaren die de brandstof nu voor grof geld verkopen. Hoewel 50 kilometer verderop, in de stad Kirkuk, een van de grootste olievoorraden ter wereld ligt, is benzine in Koerdistan op rantsoen.,,Het is oorlog meneer", verklaart de pompstationhouder.

Oorlog is het zeker voor de peshmerga's van de Patriottische Unie Koerdistan, die een controlepost vlak naast de grens met Noord-Irak bemannen. Een paar honderd meter verderop staan de eerste Iraakse stellingen. ,,Maar vandaag hebben we daar niemand gezien, het is een beetje vreemd", vindt soldaat Kamar Ahmad. Met zijn verrekijker tuurt hij naar de overkant. De afgelopen vier dagen zijn de stellingen herhaaldelijk gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen.

Wilde honden rennen van nergens naar niets en blaffen naar de voorbijrijdende auto's. Op de top van de hogere heuvels kan mijlenver worden gekeken. Riviertjes snijden door het rotsachtige landschap. Af en toe ontluiken er lentebloemen. Geen Amerikaan te zien hier.

Drie kwartier na het passeren van de verlaten stad Chamchamal, dat bij de controlepost aan de grens met Saddam Husseins Irak ligt, verschijnen er links en rechts van de weg rotsen met zeiltjes ertussen: de schamele onderkomens van vluchtelingen. Kinderen met plastic schoenen staan te bibberen in de kou. Mannen met geweren zitten met de rug tegen de stenen. Hun gezichten kleuren oranje door de zeilen die ze boven hun hoofd hebben gespannen. Een team van Koerdische artsen deelt medicijnen uit. ,,Men heeft diaree, ernstige verkoudheid, hier gaan mensen sterven", concludeert dokter Massoud Mohammad droog. Een van de vluchtelingen wil weten of er ook Franse journalisten zijn. ,,Daar praten we niet mee: dat zijn vrienden van Saddam."

Een sterke mestgeur verspreidt zich door de auto als liftster Dezaw Mohammad instapt. ,,Ik woon met de schapen en de koeien in de stal", zegt ze boos. Eén week geleden is ze uit een van de dorpjes langs de grens met de rest van Irak gevlucht en ze wil nu niets liever dan weer naar huis. ,,Maar ik heb geen geld voor de taxi. Als de Amerikanen nou snel veiligheid kwamen brengen hier, dan wist ik dat ik maar één taxirit nodig had: terug naar huis." De oude dame is op weg naar familie in Sangaw, toevallig ook de plaats waar de Amerikaanse soldaten hun kamp zouden hebben opgeslagen. ,,Ik heb ze niet gezien hoor", krast ze. ,,Moge God ons helpen."

God is al heel lang niet meer in Sangaw geweest, anders had hij getreurd bij het aanzien van de verwoeste huizen in het dorp. In 1988 trok het Iraakse regeringsleger de Koerdische gebieden binnen om de bewoners van het noorden te straffen voor hun eeuwige opstandigheid. Ongeveer 4.000 dorpen werden verwoest. Er worden nog steeds 180.000 Koerden vermist. ,,Ik heb vijf zonen verloren", zucht liftster Mohammad als ze de vernielde huizen van Sangaw ziet. Rijen woningen zijn niets meer dan eindeloze steenhopen.

Commandant Osman Haj Mohammad waakt over het verloren dorp. Nee, hij heeft geen Amerikanen gezien. En nee, ze komen hier ook niet binnenkort aan, zegt hij.

Op de terugweg houden de auto's halt bij het grensplaatsje Chamchamal. Ver weg, diep in de bergen wordt geschoten. Wat de soldaten bij de controlepost al zo vreemd vonden is inmiddels verklaard: de Iraakse soldaten hebben zich teruggetrokken van hun posities. Honderden Koerden rijden uitzinnig toeterend over de nu vrije weg waar tot één dag geleden nog Iraakse soldaten zaten ingegraven. De eerste overwinning aan het noordelijk front is een feit. Al is daar geen enkele Amerikaanse commando aan te pas gekomen.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 28-03-2003, Pagina 1, , , Aantal woorden: 343

Koerden 20 km in Irak, geen verzet

Door Thomas Erdbrink

CHAMCHAMAL, 28 MAART.

Koerdische soldaten zijn vannacht zonder Iraakse tegenstand of zichtbare Amerikaanse coördinatie twintig kilometer diep Irak binnengedrongen. Volgens een Koerdische commandant bevinden de troepen zich nu in de stad Qarha Anjir, die verlaten zou zijn.

Gistermiddag verlieten de Iraakse soldaten hun posities aan de grens tussen Noord-Irak en de rest van het land. Ze hebben zich teruggetrokken in de oliestad Kirkuk, twintig kilometer verderop. Turkije, dat herhaaldelijk heeft gewaarschuwd tegen een Koerdische overname van Kirkuk, heeft nog niet gereageerd op de Koerdische opmars.

Vrachtwagenladingen Koerdische 'Peshmerga's' ('zij die de dood onder ogen zien') reden vanochtend in de richting van het nieuwe front. Inmiddels zijn 1.500 mijnen geruimd die op de weg lagen. ,,Het is nu veilig tot na Qarha Anjir. Wat er verderop gebeurt weet ik niet", meldde een soldaat.

Volgens een van de commandanten zijn de Irakezen gevlucht na de aanhoudende bombardementen die de Amerikanen op hun posities hebben uitgevoerd. ,,Alle Irakezen hebben zich nu in Kirkuk verschanst", voegde hij eraan toe.

Juichende Koerden stonden vanochtend bij de verschillende controleposten die tot voor kort in Iraakse handen waren. ,,We gaan naar Kirkuk", werd geschreeuwd. Zijn oproep werd met gejuich ontvangen.

De Amerikaanse commando's die iedere avond in Noord-Iraklanden, maar van wie verder weinig te zien is, hebben niet zichtbaar meegedaan aan de eerste verovering vanuit het noorden. ,,Wij gaan Kirkuk alleen maar beveiligen", zei Mohammad Hanid Rostam, de Koerdische vertegenwoordiger voor Kirkuk, die de stad al twaalf jaar niet heeft gezien. ,,De Amerikanen houden ons niet tegen. Ze hebben niets van zich laten horen." De VS hebben Turkije herhaaldelijk verzekerd de Koerden ervan te zullen weerhouden Kirkuk in te trekken. Turkije vreest dat de Koerden Kirkuk, dat ze als hun hoofdstad zien, inlijven in hun autonome gebied in het noorden van Irak en zo hun onafhankelijkheidsstreven versterken.

Burgers probeerden vanochtend al de linies over te steken, op weg naar Kirkuk. Tienduizenden Koerden zijn de afgelopen jaren door de Iraakse Ba'ath-regering de stad uitgezet, in een poging de stad te arabiseren.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 27-03-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 695

Gemor klinkt aan het noordelijk front

Door Thomas Erdbrink

SULEYMANIYA 27 MAART.

Na acht dagen oorlog blijkt vanuit Noord-Irak gezien alles anders te gaan dan verwacht. De hoge verwachtingen veranderen in teleurstellingen.

Vannacht zijn er weer 1.000 Amerikanen geland in het autonome Noord-Irak, naast het onbekende aantal dat sinds vrijdag al was gearriveerd. Met paratroepen hebben ze een landingsbaan nabij de stad Arbil ,,veiliggesteld" die al maanden geleden door de Koerden voor hen was klaargemaakt. Ook in Suleymaniya zijn minimaal drie vliegtuigen vol soldaten geland. Onzichtbaar voor de Koerden opereren ze 's nachts. Officieel zijn ze er niet eens.

Ook de Koerdische soldaten houden zich bezig met onduidelijke zaken. In plaats van de frontlijn met de rest van Irakin de gaten te houden, proberen ze radicale islamitische politieke tegenstanders op te rollen die zich hebben verschanst nabij de Iraanse grens. De Iraakse oppositie die er zit te wachten tot ze de macht in Bagdad kan overnemen, blijft ervan overtuigd dat de Amerikanen hun plannen nog met hen zullen gaan ,,coördineren". Kortom, weinig écht nieuws van het noordelijke front.

,,De strategie van de Verenigde Staten is volstrekt onduidelijk", moppert Zaab Sethna, een adviseur van het Iraaks Nationaal Congres boven een kopje koffie. Het leiderschap van zijn oppositiebeweging zit nu al maanden aan het Noord-Iraakse meer van Dukan. Ze hadden verwacht nu al in Bagdad te zitten. ,,Eerst wilden de Amerikanen niets met ons te maken hebben, nu zeggen ze weer van wel: waar zijn we aan toe?", vraagt Sethna zich af. ,,Alles is anders geworden dan verwacht."

De Koerden, die maandenlang hun liefde voor de Amerikanen niet onder stoelen of banken staken, merken nog maar weinig van alle beloftes die de Verenigde Staten hun hebben gedaan. Saddam Hussein zit nog in het zadel en kan de Noord-Iraakse gebieden nog steeds aanvallen, als hij dat zou willen. De maximaal een paar duizend Amerikaanse commando's stellen niet veel voor vergeleken met de hypermoderne vierde infanteriedivisie die volgens plan via Turkije naar de Koerdische autonome zone had zullen komen, als Ankara ermee had ingestemd. Daarnaast opereren de Amerikanen afzonderlijk in het gebied, zonder de Koerden daarover te raadplegen.

,,We zijn geen onderdeel van hun militaire operaties", zegt Abdul Razzaq Mirzafeyli, minister van Relaties en lid van het politbureau van de Patriottische Unie Koerdistan, die het oostelijk deel van Noord-Irak regeert. ,,Dit is Irak en heel Irak ligt open voor de Verenigde Staten; wij hebben er niet veel over te zeggen."

Woordvoerder Sethna van het Iraaks Nationaal Congres ziet dagelijks met lede ogen toe hoe de Amerikanen zich gedragen in de 'bevrijde' gebieden. ,,Dat fouilleren van Zuid-Irakezen ziet er niet goed uit op tv", vindt hij. Nog erger is dat hij al een paar keer heeft gezien dat Amerikaanse soldaten de Iraakse vlag neerhaalden en vervingen door de Stars and Stripes. ,,Dat geeft helemaal het verkeerde idee."

'Ik vind die oorlog maar niets'

[Vervolg van pagina 1] ,,Het moet allemaal niet te lang gaan duren", zucht hij

Daar is de Koerd Siamand Salah het helemaal mee eens. Hij woont nu al meer dan een week ergens op het platteland in een gebouwtje waarin een waterzuiveringsinstallatie stond. Zijn huis in de stad Suleymaniya leek hem niet veilig genoeg.

,,De installatie hebben we eruit gehaald anders was er geen plaats voor ons", zegt Salah. Hij voelde de storm al aankomen en een paar maanden geleden trok hij erop uit om een goed onderkomen te zoeken voor de oorlogsperiode. Nu zit hij met twaalf familieleden in het kleine huisje af te wachten tot hij weer terug naar de stad kan.

,,De Koerdische leiders hebben ons helemaal niet gevraagd of wij wel zin hebben in dit avontuur. Zij willen dolgraag bondgenoot van de Verenigde Staten zijn, maar wij zitten hier in de kou", klaagt hij. Zijn dochter speelt met de knoppen van de Panda tv en Sunny videorecorder, die nog enige afleiding brengen. Buiten hangt de was te drogen aan een lijn die tussen het huis en Salahs tractor is gespannen. ,,Ik denk dat het nog lang zal duren. Amerikanen die moslims doden, dat vraagt om verzet. Ik vind die hele oorlog maar niets, we hadden het goed hier."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 24-03-2003, Pagina 3, Themapagina: Oorlog Irak, Reportage, Aantal woorden: 613

Dreiging en voetbal in het noorden

Een felle en verbeten strijd op alle fronten

Door Thomas Erdbrink

HALABJA 24 MAART.

Terwijl tractoren gevuld met kleurrijke Koerdische vrouwen als een karavaan voorbij trekken, kijken Sanan Hama en zijn zoon Mustafa (4) geamuseerd toe. Daar gaat weer een bekende op de vlucht. Hama zwaait en zijn zoontje kijkt met grote ogen naar het verkeer op de normaal zo rustige weg.

Sinds zaterdagochtend verlaten de bewoners van de Noord-Iraakse stad Khurmal hun huizen. Verwonderlijk is dat niet. Eerder die ochtend beschoten de VS het Koerdische plaatsje met ongeveer 50 kruisraketten. Doel: het uitschakelen van de extremistische beweging Ansar al-Islam. Voor Sanan Hama en Mustafa betekent het een dag vol afleiding en spanning. ,,Mijn zoontje was doodsbang voor alle knallen", zegt hij. Mustafa knijpt in de hand van zijn vader.

Even verderop, in de stad Halabja, zit een man voor wie de raketaanvallen als muziek in de oren klonken. Het is dan ook een mooie dag voor generaal Mustafa Seyed Ghader Mohammad van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK). De VS hebben in één avond meer schade aangebracht aan zijn grote vijand dan zijn troepen in twee jaar. Tientallen journalisten staan in zijn kleine kantoortje. ,,Er komen nog meer aanvallen, we doen dit samen met de Amerikanen", zegt hij trots.

Sinds twee jaar vecht de PUK tegen de strijders van de Ansar al-Islam (helpers van de islam). De PUK claimt dat de militieleden banden hebben met Al-Qaeda. De VS delen die mening. De leider van de Ansar, mullah Krekar, is onlangs weer in verzekering gesteld in Noorwegen. Al bijna een jaar lang vroeger de Koerden aandacht voor hun ,,Al-Qaeda-probleem" en dat hebben ze nu gekregen.

Opmerkelijk genoeg sloegen de Amerikaanse raketten vooral in op een dorp dat door een andere islamitische groepering wordt beheerst, de Komola. ,,Dat was precies de bedoeling", zegt de generaal. ,,Beide groepen hebben onderlinge sterke banden, we hebben ze gewaarschuwd." Troepen van de PUK hebben zich verzameld in de nabijgelegen stad Halabja. Ze hebben aangekondigd een grondoffensief te beginnen.

Zaterdag sloeg de getroffen Komola-groep direct terug met een zelfmoordaanslag bij een controlepost in de buurt van hun stad Khurmal. Een Australische cameraman, die een stopteken van Koerdische soldaten negeerde, kwam om, net als drie soldaten en een omstander.

In het huis van een hoge Koerdische regeringsfunctionaris gaat echter de champagne open want er is nog meer goed nieuws. ,,Zaterdagavond zijn er Amerikaanse vliegtuigen met militairen op onze landingsbaan geland, net als op de twee andere vliegvelden in Noord-Irak. De komende week zullen hier heel veel Amerikanen aankomen", zegt een welingelichte hoge Koerdische functionaris. ,,Het was alsof er bergen uit de lucht kwamen zetten, zo groot waren de vliegtuigen", vertelt hij. Enkele honderden militairen zouden zijn afgeleverd in het autonome Noord-Irak. De troepen zouden zich in heel Noord-Irak verspreiden, maar nog niemand heeft ze gezien.

,,Vanaf vandaag zullen er iedere avond Amerikaanse vliegtuigen landen", zegt de functionaris. ,,De Amerikanen hadden er al twee weken geleden moeten zijn, maar ze zijn opgehouden door de Turken. De plannen bleven veranderen maar nu zijn de bevrijders er."

Te midden van deze oorlogsdreiging wordt er nog gewoon gevoetbald op straat in de hoofdstad Suleymaniya. De vluchtelingen, die in de open lucht slapen hadden dat anders waarschijnlijk ook gedaan omdat buiten de nacht doorbrengen slapen een traditie is met Koerdische nieuwjaar.

Langs de weg met de vluchtelingen besluiten Sanan Hama en zijn zoontje dat er weer genoeg aapjes zijn gekeken vandaag. Ze gaan naar huis naar hun dorp dat vlak bij de getroffen stad Khormal ligt. ,,Natuurlijk gaan we weer terug", zegt vader Hama. ,,De problemen zijn in de stad naast ons, wat hebben wij daar nou mee te maken?"

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 21-03-2003, Pagina 2, Themapagina: Oorlog Irak, , Aantal woorden: 592

Koerden: dit is het beste nieuwe jaar ooit

Door Thomas Erdbrink

CHAMCHAMAL, 21 MAART.

De oorlog is begonnen, maar ook het Koerdische nieuwe jaar. In het autonome Noord-Irak is het dubbel feest bij de Koerden die zich verheugen op een toekomst zonder Saddam.

Dikke, zwarte rookpluimen stijgen op vanuit het eeuwenoude fort dat hoog boven het Noord-Iraakse grensplaatsje Chamchamal uittorent.

Mannen met machinegeweren over de schouder dansen er omheen. ,,Saddam gaat weg, ons nieuwe jaar is begonnen", zingen ze. Hemelsbreed duizend meter verderop zitten duizenden Iraakse regeringssoldaten ingegraven aan de andere kant van de grens met het autonome noorden waar de Koerden de dienst uitmaken.

Het is dubbel feest in Noord-Irak: de lang verwachte oorlog is begonnen, de eindstrijd die de Koerden zal bevrijden van ,,de dictator die hen met chemische wapens bedreigt."

En het Koerdische (en Iraanse) nieuwe jaar – dat met de lente begint – is gistermiddag aangebroken. Het nieuwe jaar, nowruz, wordt traditioneel met veel vuur gevierd om de kwade geesten te verdrijven. De Koerden die het grensdorpje niet zijn ontvlucht hebben stapels autobanden aangestoken.

Aan de andere kant van het front lijken de regeringssoldaten daar niet van onder de indruk. Een tegenvaller voor de Koerden die de afgelopen weken verzekerden dat de Iraakse linies zouden breken als de oorlog zou beginnen. In plaats daarvan werden de Koerdische grenssoldaten gistermorgen bestookt met graatwerpers en mortieren.

Toch verwacht de burgemeester van Chamchamal, Tariq Rashid Ali, een flink aantal Iraakse deserteurs. Drie dagen geleden nog probeerden twee van hen de Iraakse posities op de berg te verlaten. Ze zouden prompt door hun eigen kant zijn neergeschoten. ,,Tijdens de oorlog van 1991 vluchtten er 50.000 Iraakse soldaten naar het noorden. Destijds hadden we geen overheid om ze op te vangen. Nu wel", zegt Rashid Ali.

Beide Koerdische partijen, de Koerdische Democratische Partij (KDP) die het westen van het autonome gebied beheerst en de Patriottische Unie Koerdistan (PUK), die het in het oostelijk deel voor het zeggen heeft, hebben speciale kampen voor Iraakse deserteurs opgezet.

Rashid Ali is burgemeester van een lege stad. ,,Negentig procent van de bewoners is vertrokken", zegt hij. Twee weken geleden ontving hij zijn bezoekers nog in een strak pak, nu heeft hij de wijde pantalon met band om het middel aan, de traditionele kledij van de peshmerga's ('hij die de dood in de ogen kijkt'), zoals de Koerdische soldaten worden genoemd. Achter zijn broekband steekt een 9 mm pistool. ,,Mijn hart is niet bang, en daar gaat het om."

Afgelopen week is in de Turkse hoofdstad Ankara afgesproken dat de Koerdische strijdgroepen in Noord-Irak onder Amerikaans commando zullen komen te staan. Ook hebben de Koerden beloofd inwoners van de oliestad Kirkuk die in de loop der jaren naar Noord-Irak zijn verdreven of gevlucht, te zullen 'ontmoedigen' naar Kirkuk terug te keren waar hun woningen inmiddels door Arabieren worden bewoond. Wat daar in praktijk van terecht zal komen, is nog onduidelijk. Er wonen tienduizenden Kirkuki's in tentenkampen in Noord-Irak. De Koerden van Noord-Irak hebben hun steeds beloofd dat ze zo snel mogelijk mogen terugkeren naar hun voormalige woonplaats. Maar Turkije kijkt argwanend toe of de Koerden hun claim op Kirkuk niet verzilveren.

Ahmad Sanat is een verkreukeld oud mannetje, maar hij is niet bang voor oorlogsgeweld. ,,Ik ga straks naar Kirkuk en niemand gaat me tegenhouden", krast hij in het Farsi, de taal van buurland Iran waar hij net als talloze andere Koerden ooit een toevlucht heeft gezocht. Op de achtergrond branden de autobanden. Verschrikte journalisten rijden gehaast voorbij het vreugdevuur. ,,Dit is het beste nieuwjaar ooit", zegt hij.

Jonge Koerden vieren met brandende banden het Koerdische nieuwe jaar bij Chamchamal, aan de grens tussen het autonome noorden van Irak en Saddam Husseins deel. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 19-03-2003, Pagina 3, Themapagina: Crisis Irak, , Aantal woorden: 568

Met busjes en ezeltjes weg van de oorlog

Noord-Iraaks grensgebied loopt leeg

Door Thomas Erdbrink

CHAMCHAMAL, 19 MAART.

Nu de oorlog eraan komt nemen de bewoners van de Noord-Iraakse grensgebieden het zekere voor het onzekere. 'We gaan hier weg.'

Sabry Marouf heeft een vreselijke reis achter de rug. Eergisteravond kreeg ze in haar ziekenhuisbed in Bagdad te horen dat alle Koerden die daar medische zorg ontvingen, terug moesten naar Noord-Irak. De bedden waren nodig voor Iraakse zieken.

Nu, twee dagen later, ligt ze halfdood over twee zitjes in een bus die ooit wit moet zijn geweest. De wagen die haar en de andere Koerdische patiënten naar het onafhankelijke Noord-Irak heeft gebracht, ruikt naar vuil en zweet. Marouf houdt haar hart vast, met rollende ogen staart ze naar de man die haar uit het voertuig probeert te tillen.

De interne volksverhuizing die de oorlog in Irak zeker op gang zal brengen, is sinds het ultimatum van president George Bush van maandagavond aan het Iraakse leiderschap begonnen. Beide Koerdische partijen die het autonome gebied in het noorden beheersen, houden rekening met ongeveer één miljoen vluchtelingen, zowel binnen hun eigen regio, als met 'gasten' uit de rest van Irak.

Het Noord-Iraakse stadje Chamchamal ligt op één kilometer van de grens met Saddams Irak. Vandaag besloten veel bewoners een eventuele aanval van de troepen van Saddam Hussein niet af te wachten. Met busjes, tractoren en ezeltjes maken de bewoners van het grensgebied zich uit de voeten nu de oorlog nadert.

Huilend wordt een oud besje in een gereedstaande auto gehesen. ,,Dit is de tiende keer dat mijn moeder uit haar huis moet vluchten. Ze is oud, ziek en moe", zegt haar zoon Ghader Salah Fallahe. Als de autodeur dichtklapt begint zijn moeder nog harder te snikken. Fallahe heeft er geen oog voor: hij is de gloednieuwe ijskast aan het inladen.

,,We zijn bang dat Saddam Hussein chemische wapens zal gebruiken", verklaart Ghader Salah Fallahe. Hij somt een lange lijst van Koerdische dorpen op die de Iraakse president ooit met chemische wapens heeft bestookt.

Sinds gisteren komen er bijna geen vluchtelingen meer aan uit de rest van Irak. De Iraakse troepen zouden de interne grens, die normaal voor bepaalde mensen open is, hebben gesloten. Maria Salag is een van de laatste gelukkigen. Ze zit op een steen en geeft haar baby de borst. Salag zegt uit de oliestad Kirkuk te komen en beschoten te zijn door Iraakse soldaten. ,,Maar ik ben hier; het wordt daar een vreselijk gevecht."

In 1991, na een mislukte Koerdische opstand, vluchtten miljoenen Koerden naar Iran en Turkije. Duizenden kwamen om in de Koerdische bergen omdat Turkije weigerde ze binnen te laten. Turkije is nu van plan een 'vredesmacht' naar Noord-Irak te sturen om de vluchtelingenstroom te begeleiden. De Koerdische partijen vrezen echter dat de Turken van plan zijn het semi-onafhankelijke Noord-Irak te bezetten omdat daar een soort 'Koerdistan' zou zijn ontstaan. Iran heeft tentenkampen gemaakt in het Koerdische gebied.

Hoewel het in de provinciehoofdstad Suleymaniya erg rustig is en de bewoners aldaar zich niet op lijken te maken voor een vlucht, nemen inwoners van grensplaats 50 kilometer verderop het zekere voor het onzekere.

,,Wij zullen niet naar de buurlanden gaan. Wij hebben namelijk een weiland", zegt Fallahe. Een huis staat daar niet, noch een tent, maar dat maakt hem niet uit. ,,We doen thuis onze deur op slot en hopen op het beste, maar hier gaan we weg."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 15-03-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 785

De oliestad Kirkuk is begeerde oorlogsbuit

Door Thomas Erdbrink

CHAMCHAMAL 15 MAART.

De Iraakse oliestad Kirkuk is een multi-etnisch kruitvat vol problemen. Koerden, Turkmenen, Arabische Irakezen claimen allemaal rechten op de stad.

Een lentedag in Noord-Irak. Vogeltjes fluiten, vrouwen kloppen kleden uit en aan de horizon stijgt een dreigende, zwarte rookkolom op. Het is de tweede keer in één maand tijd dat een van de Iraakse oliebronnen in Kirkuk brandt.

Een week later. De controlepost bij de stad Chamchamal die het begin van het autonome, overwegend Koerdische Noord-Irak markeert, is een oase van rust. De ongeveer één kilometer lange asfaltweg door het niemandsland tussen de zone en de rest van Irak glimt in de zon na een fris lentebuitje. Af en toe stopt er een wit-oranje taxi afkomstig uit het regeringsgebied. De Koerdische passagiers, op de terugweg van een bezoek aan Kirkuk, weten waarom de branden woeden. Ze vormen onderdeel van het verdedigingsmechanisme van de stad. Net als in tijdens de Golfoorlog van 1991 in Koeweit zouden de troepen van het regeringsleger van plan zijn de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen.

Oliebranden moeten een eventuele Amerikaanse opmars ophouden, zo verklaren verscheidene reizigers. Rondom Kirkuk zegt de Iraakse overheid met bulldozers een met teer en stookolie gevulde gracht te hebben gegraven. Aan de olie-installaties zouden springladingen zijn aangebracht, die moeten ontploffen als de Amerikanen hun aanval beginnen. Het idee is dat de Amerikaanse vliegtuigen straks niet kunnen zien waar ze moeten bombarderen. Laat staan dat er parachutisten kunnen landen die Kirkuk in een bliksemactie zouden innemen.

Kirkuk is een van de hoofdprijzen tijdens een oorlog in Irak. Sinds er in 1927 olie werd ontdekt heeft de stad zich ontwikkeld als een van de hoofdleveranciers aan de Iraakse olie-export. De olie is zeer zuiver. De olievelden behoren tot de grootste ter wereld.

Beide Koerdische partijen hebben de Amerikanen beloofd Kirkuk niet in te nemen tijdens een oorlog omdat Turkije dat niet wil hebben. Turkije, bang voor Koerdische olierijkdom, liet eind vorig jaar weten claims te onderzoeken die moeten bewijzen dat Kirkuk eigenlijk een Turkse stad is. Op basis van diezelfde claims wordt al bijna twee jaar door de Turken naar olie geboord in het noorden van Irak. Het Turkse leger maakt zich op in het geval van oorlog Noord-Irak te bezetten, officieel om vluchtelingen te helpen, officieus om de Koerden in toom te houden.

Maar of de Koerden deze oorlogsbuit aan zich voorbij laten gaan is onzeker. Er doen geruchten de ronde in Noord-Irak dat diverse westerse oliemaatschappijen al hebben aangeklopt bij de Koerdische leiders. Tijdens de recente oppositieconferentie in Noord-Irak gaf een van de delegatieleden toe dat er een zware strijd over de oliezeggenschap gaande was.

Bijna twaalf jaar geleden trok Jeza Ghabber (28), samen met andere strijders van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK) de stad binnen. De Koerden waren in opstand gekomen tegen het regime in Bagdad in navolging van de shi'ieten in het zuiden van Irak. In een beslissende slag op 19 maart 1991 namen de Koerden Kirkuk in, dat zij als onlosmakelijk onderdeel van Groot-Koerdistan beschouwen. Het feest duurde maar kort, ,,de Republikeinse Garde kwam terug en dreef ons weer de stad uit", vertelt Ghabbar. Nu slijt hij zijn dagen bij de laatste Koerdische controlepost voor Kirkuk, hemelsbreed 30 kilometer verderop. ,,Het enige waarop we hopen is weer naar Kirkuk te gaan en te vechten", zegt hij. ,,Kirkuk is een Koerdische stad."

Ghabbar ziet bijna dagelijks hoe Koerdische bewoners van die stad met hun hele hebben en houden bij zijn controlepost aankloppen. Sinds een aantal jaren probeert de Iraakse centrale overheid de stad Arabisch te maken. Tienduizenden Koerden zijn al gedwongen weg te gaan. Tentenkampen vol met verdreven Koerden staan her en der rondom de grote steden in het noorden van Irak.

Zodra de oorlog voorbij is, gaan alle vluchtelingen terug naar Kirkuk, belooft Sami Abdul Rahman, vice-premier van de Koerdische Democratische Partij (KDP), die over het westelijk deel van de autonome zone gaat. De Arabieren die nu in Koerdische huizen in Kirkuk wonen, moeten weg. Waarheen? Naar waar ze vandaan kwamen. Hij bezweert dat de Koerden de stad niet zullen innemen. ,,Maar natuurlijk zullen we alle vluchtelingen met alle nodige middelen helpen weer naar huis te gaan."

Het Turkse broedervolk, de Turkmenen, die een groot deel van de bevolking van Kirkuk uitmaken, vrezen dat het tot een burgeroorlog gaat komen. ,,Kirkuk is een multi-etnische stad", zegt Sanat Ahmet Aga, leider van het Iraakse Turkmeense Front in de noordelijke stad Arbil. In zijn bureau hangt een grote prent van Kirkuk in vervlogen tijden. ,,Niemand moet zich belangrijker maken dan de andere bevolkingsgroepen", voegt hij eraan toe. ,,Anders gaat het fout. Al is natuurlijk duidelijk dat Kirkuk een Turkmeense stad is."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 12-03-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 627

Een generale repetitie van wraak

Door Thomas Erdbrink

SULEYMANIYA, 12 MAART.

Een kapotgeschoten partijgebouw van de Ba'ath in het noorden van Irak toont een geschiedenis die zich binnenkort in de rest van het land kan herhalen. 'Het brandde in ons, we wilden wraak', zeggen de Koerden in het museum.

De opening van Amna Sukara (letterlijk: rode veiligheidsgebouw) in de Noord-Iraakse stad Suleymaniya, midden jaren tachtig, was een feestelijke gebeurtenis. Hoge officieren en leden van de regerende Ba'ath-partij waren aanwezig om het complex te openen. Het gebouw, gelokaliseerd midden in Iraaks Koerdistan waar rebellen al tientallen jaren voor onrust zorgden, was vooral een symbool van de macht van de centrale regering.

Koerdische Jash (collaborateurs) gaven er hun informatie aan de veiligheidsofficieren van de Ba'ath-partij. Opgepakte peshmerga's, Koerdische strijders, werden er ondervraagd. Burgers die werden verdacht van activiteit tegen de overheid, verbleven soms weken in de kelders zonder te horen wat ze precies hadden misdaan.

In reactie op de opstanden die na Saddam Husseins nederlaag in de Golfoorlog van 1991 in het shi'itische zuiden van Irak uitbraken, begonnen de Koerden hun eigen intifada (opstand) in de tweede week van maart. Het veiligheidsgebouw was een van de belangrijkste doelwitten van de volkswoede. Uiteindelijk leidden de onlusten tot het terugtrekken van de Iraakse regeringstroepen uit het noorden. Toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in maart 1991 een no fly-zone boven de 36ste breedtegraad instelden, werd de 'Koerdische autonome zone' geboren.

De granaatinslagen, kogelgaten en brandplekken zijn twaalf jaar later nog duidelijk te zien in en op de muren van het veiligheidsgebouw. ,,Het brandde in ons, we wilden wraak. Er waren meer kantoren van de Ba'ath-partij, maar iedereen had zich in Amna Sukara verschanst", vertelt Hassan Barzan, een voormalige peshmerga. In het gebouw is een tentoonstelling geopend om de verjaardag van de Koerdische intifada te vieren. Maar binnen valt er weinig te lachen. Een serie foto's van uiteengereten lichamen, schietende mannen in traditionele wijde Koerdische broek en uitgebrande tanks laat zien wat hier gebeurde toen de getrouwen van Saddam Hussein in het nauw kwamen.

,,We beschoten ze met onze AK 47 machinegeweren en granaatwerpers. De honderden Ba'ath-leden in het gebouw vochten voor hun leven", vertelt Barzan. Toen na twee dagen hun verzet was gebroken stroomden de burgers van Suleymaniya het terrein op. Afschuwelijke slachtpartijen hadden plaats.

,,Ik was elf jaar en vreselijk nieuwsgierig wat er was gebeurd. Na de intifada ging ik met mijn broers kijken bij het veiligheidsgebouw. Er lagen overal lichamen. Overal was bloed. Ik zie de gezichten van de doden nog op mijn netvlies", vertelt Taghzim Taha, nu medewerker bij het lokale tv-station en bezoeker van de tentoonstelling.

Nadat het gebouw in Koerdische handen was gevallen, namen burgers het recht in eigen hand. ,,Dat konden we niet tegengaan", lacht peshmerga Hassan Barzan. ,,Iedereen had wel een familielid dat hier was gemarteld."

Nu wordt Amna Sukara, dat jarenlang diende als onderkomen voor Koerdische vluchtelingen uit de Midden-Iraakse oliestad Kirkuk, weer opgeknapt. De gevangenisdeuren zijn geverfd. De tralies van roest ontdaan. Zelfs de elektriciteit werkt weer. Het veiligheidsgebouw moet een museum worden. Voor deze tentoonstelling zijn er in sommige vertrekken gipsen standbeelden geplaatst. In een van de kamers hangt een van de beelden aan een haak. ,,Zo werden de gevangenen ondervraagd", vertelt Tajebe Jalad, hoofdopzichter van de restauratie. ,,We willen een idee geven hoe het was."

Met een nieuwe oorlog op komst is de herinnering aan de bestorming van Amna Sukara verser dan ooit. ,,Dit was een generale repetitie voor wat er in de rest van Irak gaat gebeuren", denkt Hassan Barzan. ,,De verraders en de criminelen zullen hun daden met de dood bekopen", zegt hij beslist. ,,En de haat van de andere Irakezen zal nog heviger zijn. Zij hebben immers nog twaalf jaar langer dan wij onder het Ba'ath-bewind geleefd."

Jonge Koerden in Amna Sukara, het tot museum ingerichte 'rode veiligheidsgebouw' dat herinneringen herbergt aan de wreedheden van de Ba'ath-partij (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 06-03-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 940

'We gaan zelf maar tenten naaien voor vluchtelingen'

Door Thomas Erdbrink

BNASLAWA, 6 MAART.

In Noord-Irak bereidt men zich voor op een stroom vluchtelingen uit de rest van het land. Er is tekort aan alles.

Op regenachtige dagen verandert het onderkomen van Pejan Ahmad Mahmoud (9), die door polio is verlamd, in een gevangenis. Haar jurk wordt vies van de modder die haar broers en zussen aan hun schoenzolen mee naar binnen brengen. Het kale peertje aan het plafond geeft het enige licht dat ze de hele dag ziet. Buiten staat haar rolstoel verlaten in de regen. Er is niemand die haar door de zuigende klei over het terrein van het Koerdische vluchtelingenkamp Bnaslawa wil duwen.

De andere bewoners van het kamp hebben het niet veel beter. Regenzeiltjes, versleten tentdoeken en huisjes van klei moeten de circa 20.000 inwoners beschermen tegen de elementen. De meeste vluchtelingen zijn Koerdische slachtoffers van de verdrijvingspolitiek van de Iraakse centrale regering. Verstoten door de Iraakse autoriteiten in een poging om bepaalde steden te arabiseren, verblijven ze nu in de modder in het de facto onafhankelijke, Koerdische Noord-Irak.

Samen met een paar kleine hulporganisaties moeten de Koerden dit vluchtelingenprobleem zelf oplossen. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) helpt alleen mensen die naar het buitenland zijn gevlucht. Aangezien Irak volgens de VN nog steeds één land is, vallen de bewoners van Bnaslawa niet onder die regeling.

Het kamp is een voorbeeld voor wat er in het door Koerden bestuurde Noord-Irak kan gebeuren als de langverwachte Amerikaanse oorlog tegen Saddam Hussein losbarst. Terwijl de VN tentenkampen opzetten in Turkije, dat al heeft aangegeven geen enkele Irakees toe te laten, proberen de Koerden zich haast zonder hulp van buitenaf voor te bereiden.

De oorlogsdreiging en een naderende vluchtelingenstroom naar het Saddamloze noorden, zijn een déjà vu voor de Koerden die in 1991 zelf hun boeltje bijeen moesten pakken op de vlucht voor het Iraakse leger. Amerikaanse en Britse luchtsteun zorgde er uiteindelijk voor dat de centrale Iraakse overheid zich terugtrok uit het gebied.

Nu, bijna twaalf jaar later, hebben de Koerden een werkend bestuursapparaat uit de grond gestampt. Er is een infrastructuur, er zijn telefoonlijnen en ziekenhuizen. De beide partijen die het gebied besturen, de Koerdistan Democratische Partij (KDP) en de Patriottische Unie Koerdistan (PUK) zeggen dat ze zich zo goed mogelijk hebben voorbereid op mogelijke problemen.

Vorige jaar zomer kreeg de in Leeuwarden wonende Koerd Sakvan Farhan een telefoontje vanuit Noord-Irak. Zijn vaderland had hem nodig, was de boodschap. Nu is hij uitvoerend hoofd van het 'Koerdistan Nood-Coördinatie Departement', dat orde in de chaos moet brengen in het KDP-gebied als oorlog uitbreekt. De PUK maakt eigen plannen en heeft het geluk Iran als buurland te hebben, dat in tegenstelling tot KDP-buurland Turkije wél tenten stuurt om vluchtelingen op te vangen binnen Noord-Irak.

De afgelopen maanden heeft hij inventarisaties gemaakt, evacuatieplannen opgesteld en met hulporganisaties gepraat. Zijn conclusie: ,,Zodra de oorlog uitbreekt komen er 500.000 mensen naar dit gedeelte van Noord-Irak. We doen ons best maar zonder hulp van buitenaf wordt het heel moeilijk. Er is van alles te weinig; voedsel, medicijnen, benzine en onderdak. Mensen gaan sterven."

Farhans auto leidt een peloton van tien witte terreinwagens dat als een lint door de Koerdische bergen kronkelt. In de andere wagens zitten vertegenwoordigers van hulporganisaties. Ze zijn op weg naar het plaatsje Soran, waar een enorm kamp voor de vluchtelingen moet verrijzen.

De Nederlandse Marinka Baumann volgt hem in een wagen van de Zweedse organisatie Qandil, waar zij voor werkt. Ze woont al drie jaar in Noord-Irak. Hoewel Qandil de grootste privé-hulporganisatie is in het gebied, geeft ze toe dat hun werk in het niet valt bij dat van de VN.

De VN bepalen in het noorden wat er gebeurt met het geld dat binnenkomt uit het sinds 1996 bestaande olie-voor-voedsel programma tussen de VN en Bagdad, waarmee voor héél Irak voedsel en andere humanitaire goederen worden betaald. ,,Maar ik heb niet het idee dat ze nu met iets groots bezig zijn voor de oorlog", zegt ze. Veel kunnen de VN ook niet doen: de onduidelijke status van Noord-Irak, het feit dat alle hulpgoederen eerst door de douane van Bagdad moeten en de eigen regels zorgen ervoor dat er niet normaal kan worden gewerkt in het land. ,,Het komt allemaal door de oude afspraken tussen Irak en de VN. Die leiden er nu toe dat er hier geen adequate hulp kan worden geboden. Het is belachelijk."

Wat dat in praktijk betekent wordt duidelijk als Farhan een map met een blauwdruk voor een tentenkamp op de motorkap van zijn Mercedes uitvouwt. ,,Alle blauwe vakjes zijn tenten, die moeten hier komen te staan", zegt hij. Met een weids gebaar wijst hij naar de vallei die voor hem ligt. ,,In iedere tent kunnen vijf mensen slapen. We hebben er 100.000 nodig. Minimaal." Er is één probleem: de lokale VN-afdeling heeft slechts 3.000 tenten beschikbaar voor héél Noord-Irak. ,,We komen er dus 97.000 tekort", concludeert Farhan.

Bij de UNHCR hoeft hij niet aan te kloppen: die geeft alleen tenten aan de buurlanden. Daarom is hij twee maanden geleden met zijn minister op een Europese tour geweest om aandacht te vragen voor het vluchtelingenprobleem. Overal kreeg hij een luisterend oor, maar geen tenten, voedsel of andere spullen. ,,We gaan mensen aan het werk zetten om tenten te naaien", zegt Farhan. ,,We moeten toch iets doen?"

Een van de medewerkers van Qandil, een Italiaanse arts, ziet maar één echte oplossing. ,,We kunnen hier naar mijn mening maximaal 50.000 vluchtelingen aan. Voor de rest moeten de Verenigde Staten zorgen. Zij zijn de enigen die een probleem van deze schaal aankunnen. Ik wens ze veel succes."

Pejan Ahmad Mahmoud met een van haar broers voor haar huis in het vluchtelingenkamp Bnaslawa in Noord-Irak. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 01-03-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 696

Iraakse oppositie in boze chaos bijeen

Door Thomas Erdbrink

SALAHUDDIN, 1 MAART.

Er wil maar geen einde komen aan de bijeenkomst van de Iraakse oppositie in Noord-Irak. Na drie dagen vergaderen was er gisteravond nog geen slotverklaring. De Amerikanen en de Turken zijn de grote boosdoeners.

Het loopt tegen de avond van wat de laatste dag van de Iraakse oppositieconferentie in Salahuddin in autonoom Noord-Irak had moeten worden. Vice-premier Sami Abdulrahman van de Koerdische Democratische Partij (KDP) komt rood van woede de perszaal binnenlopen. ,,In de tijd dat ik leef hebben de Verenigde Staten ons in 1975 verraden, toen Henry Kissinger ons opofferde om te zorgen voor een akkoord tussen Saddam en de Iraanse sjah. In 1991 beloofden ze onze opstand te steunen, maar deden dat niet", zegt Abdulrahman. ,,Als dit Turkse plan doorgaat is het het derde verraad in één generatie."

Wat een bijeenkomst had moeten worden waar een blauwdruk voor een vrij Irak zou worden gemaakt, is veranderd in een chaotisch samenzijn waar alleen nog maar over Amerikaanse plannen om een militaire gouverneur neer te zetten in Bagdad na een 'regimewisseling' in Irak en het Turkse voornemen bij een Amerikaanse aanval op Irak troepen in Noord-Irak te stationeren om de Koerden in de gaten te houden.

Het zijn niet alleen de Koerden die de conferentie laten overschaduwen door de Amerikaanse plannen. Ook andere groepen, met name de shi'ieten van de Opperste Raad van Islamitische Revolutie in Irak en het Iraaks Nationaal Congres onder leiding van Ahmed Chalabi zijn tegen. De shi'ieten worden gesteund door Iran en zien een Amerikaanse bezetting niet zitten. Chalabi was ooit voorbestemd de nieuwe leider van Irak te worden, maar is nu terzijde geschoven.

Onderling wordt er ook gemopperd en geroddeld. In de zachte banken van het mooiste hotel van Arbil, waar de delegatieleden slapen, lijken de shi'ieten, sunnieten, Koerden, Turkmenen, Assyriërs, gevluchte generaals en seculiere intellectuelen de allerbeste vrienden. Schijn bedriegt. ,,De meeste van de 65 delegatieleden zijn eikels", zegt een hoge KDP'er. ,,Alsof iemand naar die tulbanden luistert?!", vraagt een lid van Chalabi's delegatie zich hardop af over de shi'ieten. ,,Mensen die te lang in het westen hebben gezeten, denken niet meer als Irakezen", fluistert een shi'itische geestelijke.

Mikpunt van de meeste woede is zonder twijfel het land dat tot voorkort de beste vriend was van de Iraakse oppositie: de Verenigde Staten. De speciale Amerikaanse ambassadeur voor Vrij Irak, Zalmay Khalilzad, en zijn gevolg werden dinsdag met 40 terreinwagens opgepikt van de Turkse grensovergang. De volgende dag stak hij een toespraak af vol vage beloftes voor de toekomst. De oppositie veinsde blijdschap. Een dag later reageerde de leider van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK, de concurrent van de KDP), Jalal Talabani, met een gepassioneerde toespraak over vrijheid en democratie. Op een persconferentie dreigde de oppositie met ,,zware gevolgen" als de Turken toch het land zouden binnenvallen. Tegenwerking van de Koerden in het noorden van Irak zou Amerikaanse aanvalsplannen niet makkelijker maken.

Diezelfde Talabani laat zich gisteravond helemaal gaan als hem wordt gevraagd naar gemelde Turkse plannen tot ontwapening van de Koerdische troepen, de peshmerga's – zij die de dood onder ogen zien. ,,Wij worden nooit ontwapend. De peshmerga's krijgen zelfs meer wapens", gilt hij terwijl hij zich weer naar de vergadering spoedt.

Daar wordt de laatste hand gelegd aan een slotdocument, ,,dat we woordje voor woordje moeten afwegen", zegt KPD-functionaris Hosyar Zebari. Eerder is er, hoewel de Amerikanen dat dringend hadden ontraden, een leiderschap-comité gevormd, waar zes belangrijke oppositieleiders in zitten: de Koerdische leiders Barzani en Talabani, de shi'iet Abdel-Aziz al-Hakim, Chalabi van het INC, Ayad Allawi van het Iraaks Nationaal Akoord en de onafhankelijke sunniet Adnan Pachachi. De leden willen het land tijdens een overgangsperiode ,,begeleiden". Dat ambassadeur Khalilzad, inmiddels vertrokken, dit goedkeurde moet als compromis worden gezien. De tegenprestatie van de oppositie zou het accepteren van Turkse troepen moeten zijn.

Een van de shi'itische oppositie-leden zegt: ,,We hebben het alleen maar over de Turken, hun troepenaantallen en wanneer ze weer weg gaan". Tegen elven wordt besloten dat de conferentie met één dag wordt verlengd: de Iraakse oppositie kan het niet eens worden. Het feest dat de oppositieconferentie had moeten worden, is volledig in het water gevallen.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 25-02-2003, Pagina 5, , , Aantal woorden: 426

'Saddam minder erg dan Turken'

Band met VS, geld en vooral zorgen om Koerdistan drijven Turken in de armen van de coalitie tegen Irak

Door Thomas Erdbrink

ARBIL, 25 FEBR.

Hoge Iraaks-Koerdische vertegenwoordigers maken zich toenemend zorgen over de Turkse plannen met Noord-Irak. Gisteren vroeg de Turkse regering het parlement in Ankara officieel toestemming om in het geval van een Amerikaanse oorlog tegen Irak, Turkse troepen als vredesmacht in Noord-Irak te stationeren.

Sami Abdulrahman, namens de Koerdische Democratische Partij (KDP) vice-premier van het westelijk deel van het nu autonome Noord-Irak, sprak gisteren van ,,een recept voor instabiliteit en chaos". Drie weken geleden voorspelde hij nog een federaal Irak, met vergaande vrijheden voor de Koerden. ,,De Koerden voelen nu meer gevaar van de Turken dan van Saddam Hussein. Het enige dat Saddam deed was Koerden vermoorden. Het doel van de Turken is om de wensen en dromen van alle Koerden te vernietigen."

De Turkse vredesmacht komt officieel om een vluchtelingenstroom op te vangen, maar dat is een drogreden, aldus Abdulrahman. De Iraanse buren hebben vluchtelingenkampen gebouwd in het grensgebied. Dat zouden de Turken ook kunnen doen in plaats van tienduizenden soldaten te sturen. Als Turkse troepen komen, vreest hij dat de andere buurlanden niet zullen toekijken. ,,Alles wat we in twaalf jaar hebben opgebouwd is in gevaar."

Zalmay Khalilzad, de Amerikaanse ambassadeur voor Vrij Irak, is vanochtend vanuit Turkije in Noord-Irak gearriveerd. Een conferentie van de Iraakse oppositie, inclusief de Koerden, is al dagenlang vertraagd omdat de aangekondigde Amerikaanse delegatie op zich deed wachten. ,,We willen de Amerikanen eerlijk vertellen wat dit voor ons betekent", aldus Abdulrahman.

De Iraakse oppositie was eerder al opgeschrikt door een ander Amerikaans plan, namelijk om Irak na Saddam eerst door een Amerikaanse generaal te laten besturen. Op basis van herhaalde voorbesprekingen met de Amerikanen was de oppositie er altijd van uit gegaan dat zij het land zelf meteen zou overnemen. ,,Na de Iraakse oppositieconferentie in Londen in december heeft het Witte Huis nog een telegram met felicitaties gestuurd. Nu krijgen we een Turkse bezetting en een Amerikaanse militaire gouverneur in Bagdad. Wat voor logica steekt hierachter?" aldus Abdulrahman.

Twee dagen geleden waarschuwde een andere KDP-leider, Hosyar Zebari, al voor ,,gevechten" als de Turken zouden komen. Achter de schermen wordt gevreesd voor een bloedbad. ,,Geen enkele Koerd zal toestaan dat Turken onze pasgewonnen onafhankelijkheid komen afnemen", zei een ander vooraanstaand KDP-lid.

Het wachten is op de inhoud van de Turkse plannen, als die al bekend worden gemaakt. ,,Ik vrees dat we niets te horen krijgen", zei Abdulrahman. ,,Niemand praat meer met ons."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 21-02-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 982

'Mijn lieve oorlog, kom snel'

Door Thomas Erdbrink

SULEYMANIYA/ARBIL 21 FEBR.

Krijgsheren in krijtstreep houden Koerdische jongeren gevangen in hun eigen land. De jongeren snakken naar de oorlog die een nieuw begin moet brengen.

Door de glazen wanden die de computers in het internetcafé afscheiden, is de roze kleur van naakte lichamen duidelijk te zien. In het Koerdische Noord-Irak wordt de herwonnen persvrijheid voornamelijk gebruikt voor het ontdekken van vrouwenlichamen. Rijen jongens staren schaamteloos naar foto's van naakte Natasja's uit Rusland die volgens de begeleidende teksten ervan dromen hun vrouw te worden.

Tussen al dit pornogeweld zit Sarwar Amin (22). Hij is een schoolvoorbeeld van een moderne, jonge Koerd; hij spreekt Engels, werkt als lokale kracht voor de Verenigde Naties en hij vertaalt boeken van Nietzsche in zijn moedertaal als hobby.

In zijn internethokje tikt Sarwar een vlammend betoog over de ,,anti-oorlogsdemonstranten in Europa die niet beseffen dat de Irakezen moeten leven met een oude, open wond". Pas als de wond dicht is, kunnen de Irakezen verder met hun bestaan. Van Sarwar mogen de Amerikanen hun oorlog vandaag nog beginnen. ,,Als ze Saddam maar verwijderen. Ik stuur deze mail naar al mijn penvrienden in Europa om er voor te zorgen dat ze niet meedemonstreren."

Was Sarwar in het westen geboren dan had hem een glanzende toekomst gewacht, maar Sarwar is een Koerd uit het provincieplaatsje Suleymaniya en heeft die 'gevangenis' nooit kunnen verlaten. Een universitaire opleiding, de tientallen boeken die hij heeft gelezen en zijn moderne denkbeelden krijgen hem niet verder dan de receptie van een van de VN-gebouwen, waar hij de telefoon opneemt. ,,Mijn enige kans op een betere toekomst is een illegale vlucht naar het westen."

Ieder jaar melden zich meer studenten aan op de universiteiten van de hoofdsteden Suleymaniya en Arbil. Bijna de helft van de nieuwkomers is vrouw. De studierichting Engels is mateloos populair. Toch viert depressie hoogtij. Er zijn namelijk geen banen na de studie en zonder inkomen kan er niet worden getrouwd. ,,We lijken blij, maar van binnen zijn we verwoest", zegt Twana Jemil (22). Hij en zijn studiegenoten kijken naar de meisjes in de kantine. Op de achtergrond klinkt de discoplaat Carwash. ,,Dit is de enige plaats waar we meisjes kunnen ontmoeten", zegt Jemil. Blikken schieten over en weer, maar verder dan dat komt het meestal niet. De Koerdische maatschappij is traditioneel. Hoewel eerwraak een paar jaar geleden is verboden, is de praktijk niet uitgebannen. ,,We hebben zoveel stress hier. Alles is een probleem", klaagt hij.

Het is niet leuk om jong en modern te zijn in de autonome Koerdische zone in het noorden van Irak. Binnen laten satellietzenders Europese reclames, muziek en films zien, maar wie naar buiten stapt, ziet werkloze mannen, vervallen gebouwen en alle 37 verschillende versies van het kalasjnikov-geweer. De twee partijen die het gebied beheersen worden geleid door krijgsheren in krijtstreep; oude mannen die vinden dat de jeugd hen zou moeten nabootsen, in plaats van naar een nieuw geluid te luisteren. Wie geen interesse heeft in een partijbestaan (en baan), of niet wil schapenhoeden in de bergen, doet er beter aan om zijn heil in het buitenland te zoeken.

Onder westerse druk hebben de Koerdische leiders vorig jaar de straffen voor mensensmokkel verhoogd. Op de wegen naar de grenzen zijn controleposten ingericht om te voorkomen dat jongeren illegaal hun land verlaten: wie geen Iraaks paspoort en Koerdisch uitreisvisum heeft, mag er niet door. ,,Dat is wrang omdat onze leiders wél allemaal een Europees of Amerikaans paspoort hebben. Meestal wonen hun families ook in het buitenland", zegt Sawar in het internetcafé. Het is des te wranger aangezien de Koerden hun Iraakse paspoorten in het vijandige Bagdad moeten ophalen, waar 600 dollar moet worden betaald voor een document. Vervolgens moet er in Koerdistan ook nog eens eenzelfde bedrag voor een uitreisvisum worden neergelegd. ,,Ons land is een gevangenis", zegt Sarwar beslist.

Met het sociale leven is het niet veel beter. Thuis snappen conservatieve ouders helemaal niets van de drang van jongeren om elkaar te ontmoeten. Dochters worden binnengehouden door beschermende vaders. Er zijn geen disco's, geen cafés en geen plekken om elkaar te ontmoeten. De parken zijn onaantrekkelijke modderpoelen.

,,Als ik naar de bioscoop ga, zie ik 97 snorren en drie vlinders", zegt Ferhad Pirbal (42), eigenaar van de grootste (privé) bibliotheek in Arbil. Binnen hangt een poster van het liefdesdrama Titanic, eronder drinken jongens en meisjes thee. De Franse en Engelse boeken die Pirbal uit zijn collectie aan de jongeren uitleent vinden gretig aftrek. In de kelder krijgen mensen computerles. ,,Er zijn hier geen échte mannen die dapper genoeg zijn om hun vrouwen mee naar buiten te nemen", zegt Pirbal, die tevens docent Koerdische literatuur is.

De isolatie van hun land en scheiding der sekses zijn de grootste problemen voor de Koerdische jeugd. Pirbal bevecht beide: de eerste met zijn buitenlandse boeken en films, de tweede door jongens en meisjes samen te brengen in zijn bibliotheek. ,,De snorren moeten met de vlinders leren omgaan", vindt hij. ,,Dat gaat geleidelijk, ze moeten wennen aan elkaar." De boeken heeft hij zelf bijeengebracht. Als de literatuurdocent denkt dat bepaalde boeken belangrijk zijn voor de jongeren koopt hij ze in het buitenland. De laatste aanschaf: een boek van Montesquieu. ,,Zijn ideeën hebben de Franse revolutie geïnspireerd, wellicht kunnen ze ons land ook helpen."

Pirbal mag de Koerdische maatschappij dan met zijn culturele breekijzer te lijf gaan, hij weet dat het niet voldoende is. Hij deelt de mening van de meeste jongeren dat een oorlog de enige échte kans is op toekomstverbetering.

,,Ze zijn geen Irakezen meer, maar zijn ook geen volk in een onafhankelijk land. Onze leiders leven met de herinnering van de dictatuur van Saddam in hun hoofd, maar de jongeren willen vooruit in de wereld. ,,Het is tijd voor een nieuwe start", vindt hij. Pirbal heeft er een kort gedicht over gemaakt: ,,Mijn lieve oorlog, kom snel, vernietig alles en maak ons vrij."

In de kantine van de universiteit van de Koerdische stad Suleymaniya. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 14-02-2003, Pagina 5, , , Aantal woorden: 833

Turkmenen zien hun broeders graag komen

Door Thomas Erdbrink

ARBIL/BARMANI 14 FEBR.

Een Amerikaans/Turks plan voor een bezetting van Noord-Irak stuit op veel weerstand onder de Koerden. De Turkmeense minderheid wacht juist op bescherming vanuit het buurland.

Op zo'n twintig kilometer van de grens met Turkije, in de berm van een Noord-Iraaks landweggetje, is een groep mannen bezig met een proefboring naar olie. Ze werken in opdracht van de Turkse staatsoliemaatschappij die daar sinds september 2001 werkt op basis van een oud verdrag na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk (1918). Op twintig plaatsen wordt nu geboord, met goedkeuring van de VN-veiligheidsraad.

Tien kilometer verderop staan dertig Turkse tanks te glimmen op de basis van Barmani. Ze maken deel uit van een ongeveer 1.500 man sterke Turkse troepenmacht die sinds 1995 permanent in het gebied aanwezig is. Oorspronkelijk bedoeld om de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging PKK op te jagen, zijn de tanks nu het symbool van de macht van grote buurman Turkije. Ook de tien kilometer brede veiligheidszone langs de grens, destijds ingesteld met hetzelfde doel, is nog steeds onder hun controle. Soldaten zijn bezig met reparaties aan sommige tanks; de rest staat keurig op een rijtje.

Afgelopen week werden de leiders van beide Koerdische partijen in Noord-Irak nogmaals gewezen op het feit dat hun zelfstandigheid zo ver gaat als buitenlandse machten dat willen. In de Turkse hoofdstad Ankara werden ze geïnformeerd over een Amerikaans/Turks plan waarbij een Turkse 'vredesmacht' van mogelijk tienduizenden manschappen hun gebied, of delen ervan, zou bezetten in het kielzog van een Amerikaanse invasie in Irak. Officieel om te voorkomen dat de Koerden naar Turkije vluchten. Onofficieel om erop toe te zien dat Turkije niet plotseling wordt geconfronteerd met een onafhankelijk Koerdistan. Daarnaast vinden de Turken dat ze hun broedervolk de Turkmenen, die in Irak leven, moeten beschermen. De VS, die met het instellen van de No fly zone boven de 36ste breedtegraad de Koerdische autonomie in Noord-Irak mogelijk heeft gemaakt, hebben de Turkse steun voor een mogelijke oorlog hard nodig. De Koerden lijken het kind van de rekening te worden.

De Koerdische politicus Sami Abdulrahman is een vriendelijke oude man, die begin jaren negentig een hooggeplaatst lid van de rivaliserende Patriottische Unie Koerdistan (PUK) met een granaatwerper liet executeren. Afgelopen woensdag heeft Abdulrahman, nu vice-minister-president van de Koerdische Democratische Partij (KDP), die het westelijk deel van het gebied beheerst, echter het eerste partijkantoor van de PUK in Arbil geopend. ,,Samenwerking zal ons ver brengen", was zijn verzoenende boodschap.

,,Laat niemand denken dat vluchtelingen een alibi kunnen verschaffen om ons gebied binnen te komen", zegt hij in een interview. Net als zijn nieuwe vrienden van de PUK, die het oostelijke gedeelte van het land beheerst, is zijn partij fel gekant tegen elke vorm van Turkse interventie. ,,We zullen het niet toestaan dat we door wie dan ook worden opgeofferd", zegt hij met trillende stem.

Maar de lichtbewapende Koerden kunnen niet veel meer doen dan de schade beperken. ,,We proberen te onderhandelen om het aantal Turkse soldaten zo laag mogelijk te houden", zegt Barham Salih, minister-president van de PUK. ,,Regionale militaire interventie leidt alleen maar tot chaos en instabiliteit. Daarnaast kan het andere landen op ideeën brengen", vreest Salih. Hij doelt op Iran, dat ook een grote Koerdische minderheid heeft.

Er zijn echter ook Noord-Irakezen die de komst van Turkse militairen verwelkomen. In de straten van Arbil, de westelijke hoofdstad in handen van de KDP, geven blauwe gebouwen aan waar volgens sommige Koerden 'de vijfde colonne' huist. Blauw is de kleur van de Turkmenen waarvan volgens Sami Abdulrahman ,,slechts" 2000 families in Noord-Irak wonen.

Er is spoedoverleg in het hoofdgebouw van het Iraakse Turkmeense Front. De groep beschikt over ongeveer 300 man 'veiligheidstroepen' in een basis aan de overkant van het partijkantoor. Eerder deze week is plotseling het hoofd van de troepen opgepakt door de KDP. Een reden voor zijn arrestatie is niet gegeven. ,,We zijn bang dat de KDP ons wil ontwapenen nu de Turken willen komen", zegt een van de Turkmeense politici. Mannen met gloednieuwe machinegeweren lopen nerveus door het pand.

Gezeten vanachter de blauwe Turkmeense vlag met een sikkel en zes sterren, vertelt Baskan (leider) Sanan Ahmet Aga in het Turks dat zijn moederland Irak is, maar het Turkmeense volk onlosmakelijk met de Turken is verbonden. Volgens hem houdt de KDP de cijfers van het aantal Turkmenen in Irak bewust laag. ,,We zijn met drie miljoen. De KDP accepteert geen ander volk hier, ze zijn net als Saddam." Volgens de Baskan wordt zijn partij stelselmatig dwarsgezeten door de KDP. In 2000 vielen er twee doden aan Turkmeense kant tijdens een schietpartij tussen beide partijen.

,,Wij zijn geen vijfde colonne, maar de Koerden moeten niets doen wat ons dwingt de hulp van andere landen in te roepen", zegt hij. En ,,Turkije moet ons beschermen tegen het terrorisme van de KDP". Verraders wil KPD'er Sami Abdulrahman het Turkmeense front niet noemen. Maar hij houdt ze wel in de gaten. ,,Die lui steken hier hun paraplu op als het in Ankara regent."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 10-02-2003, Pagina 1, , , Aantal woorden: 954

Te gast bij de jihadi's van de Ansar

Door Thomas Erdbrink

SARGAT, 10 FEBR.

Volgens de VS verbindt de Ansar al-Islam Al-Qaeda en Bagdad. De Ansar nodigde journalisten uit om de beschuldigingen te weerleggen.

De extremistische moslims die volgens de Verenigde Staten een verbinding tussen Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda en het Iraakse regime vormen, kijken een beetje verlegen naar hun buitenlandse gasten. Kalasjnikovs in de hand, stoere muts over halflang haar; als er een kledinglijn voor jihadi's zou bestaan, zouden de leden van Ansar al-Islam (soldaten van de islam) trendvolgers zijn. Ongelovigen moeten worden gedood, vinden deze extremisten, maar vandaag mogen ze mee naar een van hun bases in Sargat in Noordoost-Irak. In tijd van oorlog is alles geoorloofd.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, toonde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vorige week een satellietfoto van een van hun gebouwen, waar het netwerk van een hoge Al-Qaedaleider zou onderwijzen hoe men ,,ricine en andere giffen" moet produceren. Een agent van Bagdad bij de Ansar – het overwegend Koerdische Noord-Irak ligt buiten Saddam Husseins greep – zou Al-Qaeda er een toevluchtsoord hebben aangeboden.

De Ansar-leden zijn boos: ,,Ons gebouw is een tv-studio en geen chemische wapenfabriek." Ze vinden het tijd om ,,de Amerikaanse leugens" te weerleggen. Dus rijdt een groepje journalisten onder begeleiding van de Ansar-mannen hun berg op. ,,Ze hebben een soort terreur-verf ontwikkeld in hun laboratorium, bij aanraking gaat een mens binnen drie uur dood. Arabieren bewaken het complex, niemand kan erin", waarschuwde vooraf een lid van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK), eeuwige vijand van de Ansar.

Toen de troepen van de Iraakse president Saddam Hussein zich na de Golfoorlog (1991) uit het noorden van hun land terugtrokken, ontstond er een de facto onafhankelijk Koerdisch gebied. Maar anders dan de meeste Koerden graag zouden zien, bleef het een bloedig conflictgebied.

Het oostelijk deel wordt bestuurd door de PUK, socialisten die zich in de jaren zeventig hebben afgesplitst van de traditionele machthebbers in het gebied, de Koerdische Democratische Partij (KDP). De KDP wordt geleid door de familie van Massoud Barzani, hoofd van de grootste clan in het westelijk deel waar de KDP ook de macht heeft. Beide partijen zijn nu bezig de relaties te herstellen, nadat er in 1998 na een jarenlange oorlog een wapenstilstand werd getekend.

Dicht tegen de Iraanse grens wonen traditioneel fundamentalistische moslims, van wie een klein groepje extremisten al meer dan tien jaar onder verschillende namen tegen de seculiere PUK vecht.

In september 2001 vormden ze de voorloper van de Ansar, de Jund al-Islam, (soldaten van islam), die vervolgens 42 strijders van de PUK doodden en hun hoofden afhakten. Mullah Krekar, die twee maanden later de leider werd en de naam in Ansar veranderde, werd afgelopen september op Schiphol opgepakt en onlangs aan Noorwegen uitgeleverd, waar hij nu vrij rondloopt

'Hier is geen chemisch wapen'

[Vervolg van pagina 1] Voor de PUK kwamen de aanslagen van 11 september 2001 als een geschenk uit de hemel. Daardoor kreeg Washington interesse voor het Koerdische 'terroristenprobleem'. Teams van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en talrijke journalisten stroomden toe en kregen te horen hoe de Koerden hun steentje bijdroegen aan de oorlog tegen het terrorisme.

Niet lang daarna werden er door de PUK aan journalisten 'Al-Qaeda-gevangenen' gepresenteerd die, overigens zonder enig bewijs te leveren, gruwelijke verhalen vertelden over contacten tussen Afghanistan, Bagdad en de Ansar al-Islam. ,,God sta ons bij, nu Al-Qaeda hier is", verzuchtte premier Barham Saleh van de PUK in mei 2002. Een maand daarvoor had de Ansar een aanslag op hem gepleegd waarbij vijf van zijn lijfwachten om het leven waren gekomen. Koerdische generaals zeiden het te zullen toejuichen als de Amerikanen de Ansar-berg zouden bombarderen. De 10.000 soldaten van het PUK-leger waren zelf niet in staat om het 'terroristennetwerk' van naar schatting 600 man op één berg op te ruimen. ,,Ze hebben zich ingegraven, we kunnen er niet bij", zei een generaal verontschuldigend in het niemandsland tussen beide partijen nabij de stad Halabja.

Aan het prikkeldraad voor het gewraakte Ansar-complex hangen bordjes met tekens van mijnen en doodshoofden. De pickup truck die de mannen hun terrein opsturen, zit vol met kogelgaten. De Arabieren die het complex volgens de PUK bewaken, zijn niet aanwezig. ,,Wij zijn allemaal Koerdisch of Iraaks-Arabisch", verklaart Mohammad Hassani, woordvoerder van de groep. ,,Er zijn geen buitenlanders hier."

Hij heeft een kopie van Powells satellietfoto in handen. ,,U ziet, dit is hetzelfde gebouw", verklaart hij triomfantelijk. ,,Er is hier geen enkel chemisch wapen te vinden." Een uitgebreide zoektocht levert zeven open verfblikken op, maar geen 'terreur-verf'. De olievaten die her en der staan zitten daadwerkelijk vol met brandstof.

De Ansar-leden raken in hun element. Gestoken in camouflagepak, compleet met handgranaten en plukkend aan hun lange baarden staan ze de pers te woord. ,,We hebben geen enkele relatie met Al-Qaeda of Saddam. We hebben met niemand een relatie. De PUK'ers zijn geen goede moslims", meldt de woordvoerder tijdens een persconferentie in wat inderdaad een op tv-studio lijkt. Daarna is de bijeenkomst snel voorbij. ,,Alle antwoorden op uw vragen staan in de Koran", laat Hassani weten.

Als het konvooi journalisten weer van de berg afdaalt, klinken er verderop ontploffingen van mortieren afgeschoten door de PUK. ,,Ze hebben de chemische wapens snel verplaatst", laat een woordvoerster van die partij later weten. ,,Dat doet Saddam Hussein ook de hele tijd."

Diezelfde avond vermoordden leden van de Ansar een hoge PUK-leider en vijf anderen in een woning in Garmashtepe, vlakbij Halabja. De Ansarleden hadden zich voorgedaan als deserteurs en waren al maanden in gesprek met de PUK over hun overstap. Op het moment dat de zaak beklonken leek, trokken ze hun wapens. Volgens de PUK had Al-Qaeda de hand in de aanslag.

Een strijder van de moslim-extremistische Ansar op het dak van een van de gebouwen in zijn 'terreurkamp' in Noordoost-Irak. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 07-02-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 891

Koerden hebben weinig reden tot hoop

Door Thomas Erdbrink

BARZAN 7 FEBR.

De Koerden in Noord-Irak dromen nog steeds van een Groot-Koerdistan. De werkelijkheid dwingt hen echter realistisch te zijn.

De knotwilgen die wortel hebben geschoten in de ruige Koerdische bergen steken scherp af tegen de loodgrijze lucht. Langs eindeloze haarspeldbochten lopen herders met hun kudde. Vrouwen in kleurrijke gewaden zitten te zitten in velden met meer stenen dan grond. In de berm liggen kadavers van doodgereden honden. Op de hellingen van dit door God verlaten land ligt het dorp Barzan. De mannen dragen er een rood-wit geblokte tjamadani (tulband). Een brede doek om hun middel bindt hun wijde broek samen. Het is de traditionele kledij van de leden van de Barzani-clan; leiders van het westelijk deel van 'vrij' Noord-Irak, traditionele voorvechters van de groot-Koerdische gedachte tegen de centrale Iraakse overheid.

In een simpel graf, afgebakend door stenen, rust de Koerdische oervader, rebellenleider en sjeik van de Barzani-clan Mulla Mustapha Barzani. Sinds 1944 vocht hij voor Koerdische onafhankelijkheid, maar hij stierf in 1979 in ballingschap in de Verenigde Staten. Sindsdien staat zijn zoon Massoud aan het roer van de Koerdische Democratische Partij (KDP) die in het westelijk deel van het autonome Noord-Irak de dienst uitmaakt. Het lichaam van zijn vader werd overgebracht naar zijn geboortegrond nadat de VS en hun bondgenoten Saddam Hussein in 1991 na de mislukte Koerdische opstand hadden gedwongen zijn troepen uit het noorden terug te trekken.

Ezat Aziz Barzani (alle leden van de clan dragen deze naam) zorgt sinds die dag voor het graf van 'de grote Mustapha'. Hij jaagt de jongens weg die met luchtbuksen op vogeltjes schieten, hij veegt het pad schoon dat naar het graf loopt en hij denkt dagelijks aan de droom van wijlen Mustapha. ,,Iedere Koerd weet dat we ooit in een écht onafhankelijk Koerdistan zullen wonen", zegt hij.

Maar juist sinds de Amerikanen zich opmaken om de Koerdische kwelgeest Saddam Hussein ten val te brengen lijkt verwerkelijking van deze droom verder weg dan ooit. De sinds 1991 autonome Koerdische regio in Noord-Irak is een bron van hoop voor het grootste volk zonder land. De buurlanden Iran, Turkije en Syrië, waar het grootste deel van de circa 20 miljoen Koerden woont, zijn minder enthousiast. En een onafhankelijk Iraaks Koerdistan, hoe klein ook, is voor hen volstrekt onacceptabel. Zij vrezen dat zo'n Koerdisch eigen land het onafhankelijkheidsstreven onder hun 'eigen' Koerden zou aanmoedigen. Turkije heeft met militair ingrijpen gedreigd als de Iraakse Koerden van een eventuele oorlog gebruik zouden willen maken om hun gebied uit te breiden of hun autonomie te versterken. En zo dwingt de aanstaande herschikking van Irak de Koerden tot een pragmatische politiek om iets van hun gewonnen zelfstandigheid te behouden. ,,Onze leiders hopen daarom dat Irak een federale staat wordt waarin wij Koerden onze vrijheid en identiteit kunnen behouden", zegt Mohammadi Wani, secretaris van de Koerdische Nationalistische Liga.

'Beter houden wat we hebben'

[Vervolg van pagina 1] Aan de muur in het partijkantoor in de provinciehoofdstad Arbil hangt een foto van de Libische leider Moamar Gaddafi, die om eigen redenen van dwarsheid een warm voorstander van Groot-Koerdistan is. Op Wani's bureau staat een Koerdisch vlaggetje in de kleuren rood, wit en groen, die staan voor martelaarschap, vrede en Koerdistan. Hij heeft er een zonnetje opgeplakt om de driekleur compleet te maken. ,,Die zon is het symbool van onze toekomst", zegt Wani.

Hoewel zijn beweging voortkomt uit groepen die al decennialang de stichting van een Groot-Koerdistan propageren, begrijpt hij dat de leiders van de huidige Koerdische autonome regio in Noord-Irak dat idee afwijzen. ,,De internationale politiek accepteert dat nu niet. Maar een federaal Irak houdt ons tenminste op de weg naar onafhankelijkheid."

Voorlopig houdt zijn liga zich bezig met het propageren van Koerdisch nationalisme. In hun maandblad De weg van het Koerd-zijn staan artikelen over de pogingen van Turken en Iraniërs om Koerdische dorpen over te nemen. Er wordt uitgelegd dat Koerdistan nu in vier delen is opgebroken maar dat het ,,eigenlijk één land is, waar de mensen dezelfde taal en cultuur delen. We leren de mensen trots te zijn op hun afkomst."

In Barzan zijn trots en afkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden. De dorpelingen hebben grote offers moeten brengen voor de gewonnen autonomie. In juli 1983 ondernam Saddam Hussein een poging om de Barzani-clan met wortel en al uit te roeien. Zijn troepen omsingelden het dorp en namen 8.000 jongens en mannen mee. Ze zijn nooit teruggekomen.

,,Kon ik maar één botje van mijn broer vinden, dan weet ik tenminste zeker dat hij dood is", zegt Manije Barzani. ,,Saddam wilde ons breken omdat we voor ons eigen land vochten." Een ijzige wind waait over het balkon, maar Barzani geeft geen krimp. ,,Nu wil Massoud een federatie. Als hij denkt dat dat goed is, wil ik het ook. We willen alles wat Massoud wil."

Bij het graf van de oude Mustapha loopt peshmerga (hij die de dood in de ogen kijkt)-strijder Ghbal Barzani zijn rondje over de begraafplaats. De geboortedata en namen op de zerken verraden dat hier jonge mannen liggen, gestorven voor de Koerdische droom. ,,Een Groot-Koerdistan zou heel mooi zijn, maar het is onmogelijk", verzucht hij. ,,Om eerlijk te zijn kan alleen Noord-Irak me wat schelen; laten we er maar eerst eens voor zorgen dat we hier behouden waar we voor hebben gevochten."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 01-02-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 928

Natte doeken tegen chemische wapens

Door Thomas Erdbrink

SULAYMANIYA, 1 FEBR.

In Noord-Irak maakt de overheid zich op voor de Amerikaanse oorlog tegen Irak. Het leger maakt de landingsbaan schoon. De burgers zoeken naar gasmaskers.

De teleurstelling is groot als Nader Fatemi eindelijk een gasmasker heeft gevonden. Hij had zich een ongeluk gezocht in de wirwar van straatjes en steegjes in de bazaar van Sulaymaniya. Onvindbaar bij de stallen met gekopieerde westerse films, niet aanwezig bij de schapenorganenafdeling; Fatemi's zoektocht naar het meest gewilde item van dit moment in het het de facto onafhankelijke Noord-Irak leek mislukt.

Tot hij op de stal van Karim Ali stuit, weggestopt in een uithoek van de bazaar. Ali verkoopt voornamelijk rotzooi. Maar op de toonbank liggen drie gasmaskers. Een menigte staat eromheen. De gelukkige klant wil het masker opdoen, maar er zitten geen elastieken aan. Als Fatemi het filter er aan wil draaien ziet hij een grote scheur bij het mondstuk. ,,Nutteloos", zucht hij. Ook de andere zijn kapot. Toch verkoopt Ali ze. ,,De mensen zijn bang, ze willen zich goed voorbereiden op wat komen gaat", zegt de verkoper blij. Hij had de maskers al jaren op de plank liggen.

De Koerden van Noord-Irak zijn vastbesloten zich niet weer te laten verrassen door de Iraakse president Saddam Hussein. Vroeger renden ze bij iedere dreiging ongeorganiseerd naar de bergen, maar sinds het leger van Saddam Hussein zich in 1991 in de nasleep van de Golfoorlog uit het gebied terugtrok, hebben ze een eigen overheid die plannen maakt. De Patriottische Unie Koerdistan (PUK), die heerst in het oostelijk deel van het gebied, is hard bezig voorbereidingen te treffen voor de Amerikaanse oorlog tegen Saddam en diens mogelijke vergeldingsacties.

,,We laten onze steden nu niet leeg achter voor Saddam", zegt generaal Seyed Mustapha Qhader. Hij en zijn stafleden hebben een plan opgesteld waarbij in de steden zal worden gevochten als Saddams troepen er zouden binnenvallen. Speciale troepen hebben jaren geoefend om hun land te mogen verdedigen tegen een invasie. De Peshmerga's (zij die de dood in de ogen kijken) van de speciale Cobra-afdeling rennen de hele dag over stormbanen en slaan ijselijke kreten uit terwijl ze met dolken in de lucht prikken. ,,Op dit moment hebben we ongeveer 25.000 soldaten, datzelfde aantal kunnen we ook nog eens mobiliseren", legt generaal Qhader uit.

Bij de grens met Saddams Irak zijn versterkingen aangebracht in de loopgraven en andere defensieposities. Afgelopen week is de 2,5 kilometer lange landingsbaan vlak bij Sulaymaniya van onkruid ontdaan. Met luchtcompressoren en onder zware militaire bewaking werd het asfalt schoongemaakt. ,,Wij hebben dan wel geen vliegtuigen, maar we moeten ons op alles voorbereiden. Misschien is die landingsbaan straks hard nodig", zegt Qhader. Amerikaanse inspectieteams hebben de baan tegelijk bekeken.

Mochten de Iraakse troepen het onafhankelijke gebied intrekken dan kunnen de Koerden het zonder steun van buiten af drie á vier dagen uithouden, schat generaal Qhader. Dat wil zeggen, als de Iraakse president zijn vermoedelijke chemische wapens niet gebruikt. ,,Daar kunnen we ons niet goed op voorbereiden omdat we de spullen niet hebben." Het Koerdische leger heeft een tekort aan kleren, medicijnen en geld om soldij te betalen. Geld voor gasmaskers is er dus niet. ,,We hebben onze mannen opdracht gegeven om natte handdoeken voor hun gezichten te houden als we met chemische wapens worden aangevallen."

Turkse vrachtwagens beladen met voedsel en medicijnen rijden de afgelopen dagen af en aan naar opslagplaatsen in Sulaymaniya: voorraden voor het geval grote vluchtelingenstromen op gang komen. Algemeen wordt verwacht dat een Amerikaanse aanval op Saddam Hussein grote aantallen vluchtelingen op de been zal brengen. Minimaal een half miljoen, denken de Koerden, van binnen het eigen gebied maar ook mensen die vanuit andere delen van Irak naar het noorden zullen vluchten. Voor de eerste opvang van die laatste groep zijn twee plekken aangewezen. Van daar uit zullen ze naar een ander, groter kamp worden gebracht. Daarnaast worden er vijf kampen gemaakt langs de Iraanse grens. ,,Er is water en elektriciteit. Onlangs is de grond er vlak gemaakt", zegt Abdul Razzaq Mirzafeyli, lid van het 'Noodcomité', minister van Relaties (met NGO's) en lid van het politbureau van de PUK, het hoogste orgaan binnen de partij. Probleem is echter dat het Noodcomité geen tenten heeft voor de vluchtelingen.

De dreiging met een gasaanval is waarschijnlijk voldoende om PUK-hoofdstad Sulaymaniya (600.000 inwoners), te laten leeglopen als de oorlog uitbreekt. Razzaq Mirzafeyli verwacht dat veel mensen naar hun families op het platteland in plaats van naar de kampen zullen gaan.

,,Saddam is er nooit voor teruggeschrokken om deze wapens tegen ons volk te gebruiken. Wie zegt dat hij het niet weer zal doen?" Razzaq Mirzafeyli hoopt dat de Verenigde Staten gasmaskers en medicijnen naar de Koerden zullen sturen. ,,We hebben erom gevraagd, maar nog geen antwoord gekregen. Ik reken erop dat de VS ons in niet de kou zullen laten staan."

Het Noodcomité worstelt met de vraag wanneer het de filmpjes gaat uitzenden op de lokale televisie waarin de bevolking wordt geleerd hoe te handelen tijdens een aanval met niet-conventionele wapens. Volgens Razzaq Mirzafeyli is de situatie nog niet dringend genoeg: hij wil de mensen niet nodeloos ongerust maken. Wel is het comité begonnen met het verspreiden van folders met hulpinstructies in het Koerdisch voor het geval van een gifgasaanval. Dit gebeurt via niet-goevernementele organisaties om de bevolking niet het idee te geven dat de overheid enige ongerustheid deelt.

Op de bazaar keert Nader Fatemi met lege handen huiswaarts. ,,Ik ben bang dat de Verenigde Naties ons ook geen spullen zullen sturen. Deze maskers zijn antiek: we zullen het zonder moeten doen."

Oorlogsvoorbereidingen NRC Handelsblad 010203; Gasmaskers zijn gewild in de bazaar van Sulaymaniya. Koerden in Noord-Irak zoeken bescherming tegen chemische wapens voor als er oorlog komt. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 28-01-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 832

'Als Saddam komt, nemen we de benen'

Door Thomas Erdbrink

SULAYMANIYA, 28 JAN.

De inwoners van het de facto onafhankelijke Noord-Irak maken zich op voor een vlucht naar de bergen nu een Amerikaanse oorlog tegen Saddam Hussein onvermijdelijk lijkt.

De inwoners van Sulaymaniya in het de facto Koerdische staatje in het noorden van Irak zijn na jaren weer bang voor Saddam Hussein. Ze zijn bang omdat zij vlak over de grens met Saddams Irak het makkelijkste doelwit zijn als de Iraakse leider straks in het nauw komt door de Amerikaanse aanval die hun onvermijdelijk lijkt. Als het zover is ,,heeft Saddam drie opties. Eén: Israël bombarderen; dan leeft hij één dag. Twee: Amerikanen in Koeweit bombarderen; dan leeft hij twee dagen. Drie: de Koerden met gifgas bestoken; dan leeft hij zeker nog een maand. De Iraakse president is een berekenend man. Ik denk dat hij voor het laatste kiest, Koerdistan is dichtbij ook", zegt Said Amir, Koerdisch zakenman. Hoewel hij ,,de eerste was in Sulaymaniya met een Lexus-terreinwagen", laat Amir de auto staan als hij moet vluchten. ,,Wij Koerden hebben twee benen en die gebruiken we als we weg moeten wezen."

Het ministaatje in het noorden van Irak werd in 1991 geboren na de mislukking van de Koerdische opstand tegen Saddam Hussein in de nasleep van de Golfoorlog. Om de honderdduizenden Koerden die de bergen in waren gevlucht voor het Iraakse leger, ertoe te bewegen naar huis terug te keren, namen de geallieerden het gebied boven de 36ste breedtegraad vanuit de lucht onder hun bescherming. Het Iraakse leger vertoont er zich niet. Een officiële eigen naam heeft het gebied niet, om de Turkse en Iraanse buren niet voor het hoofd te stoten, die van Koerdische onafhankelijkheid niets willen weten. Maar in de volksmond heet het gebied Koerdistan; land van de Koerden, die er de overgrote meerderheid vormen.

Wegens hun eeuwige strijdlust zijn de Koerden de gebeten hond in het Irak van Saddams Ba'athpartij, met als dieptepunt de Anfalcampagne in 1988, waarbij Iraakse troepen 4.000 dorpen vernietigden. Ongeveer 180.000 Koerden worden sindsdien 'vermist'. In datzelfde jaar bestookten Iraakse vliegtuigen de Koerdische stad Halabja met chemische wapens. Ongeveer 5.000 burgers stierven.

In de straten van Sulaymaniya is niets dat erop wijst dat het Irak van Saddam Hussein 50 kilometer verderop begint. Maar wie verder kijkt dan de internetcafés en BMW's met NL-stickers ziet wel degelijk het verband met de rest van Irak. Buiten de stad zijn checkpoints met gewapende militieleden. Langs de weg staan kapotgeschoten portretten van de Iraakse leider en bij de 'grens' staan de tanks van zijn republikeinse garde in slagorde opgesteld.

'Iraakse troepen zijn in een uur hier'

[Vervolg van pagina 1],,De Iraakse troepen kunnen binnen een uur in Sulaymaniya zijn", zegt Barham Salih, minister-president van het gebied van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK, een van de twee grote Koerdische partijen) waar Sulaymaniya ligt. ,,Dat is geen fijn idee."

De profvoetballer Omed Abdullah (28) speelt voor de lokale voetbalclub in de Noord-Iraakse mini-competitie. Veel verdient hij er niet mee, maar genoeg om vandaag een héél vat stookolie te kopen. Sinds Saddam Hussein vorige week de oliekraan naar het noorden dichtdraaide, is de prijs verdrievoudigd.

,,We moeten sparen; geld en levensmiddelen", zegt Abdullah. Voedsel en brandstof zijn essentieel om het lang uit te kunnen zingen. ,,Geld hebben we nodig als we over de bergen naar Turkije of Iran moeten vluchten", legt hij uit. Zijn ouders knikken: ze hebben de vluchtroute al diverse malen moeten gebruiken. De Koerdische bergen bieden al decennialang de enige bescherming voor het grootste volk zonder officiële eigen staat.

Abdullahs familie kan zich die laatste keer dat de Iraakse troepen kwamen, in 1991, nog goed herinneren. De shi'ieten in Zuid-Irak begonnen de opstand, de Amerikanen beloofden hulp te bieden en ook de Koerden grepen naar hun kalasjnikovs. Enkele dagen heerste er euforie. Vooraanstaande Ba'athleden werden letterlijk in stukjes gehakt en collaborateurs met het Iraakse regime, kregen de kogel. ,,Maar de Amerikanen kwamen helemaal niet. Na een paar dagen rukten Saddams troepen op en onze opstand veranderde in een vlucht", vertelt Abdullah. Niemand denkt met plezier terug aan de maand die ze aan de Iraanse grens hebben doorgebracht.

Iedere avond kijkt de familie naar de lokale zender Kurdsat, CNN en de BBC. Erg blij worden ze er niet van. Als de tv uit is, zijn het wel de buren of vrienden die een praatje komen maken. Het gaat alleen nog over de aanstaande oorlog. ,,We hebben hier in twaalf jaar een relatief rustig leven opgebouwd. Een Amerikaanse aanval zal veel voor ons op het spel zetten", vindt Abdullah.

De kostbaarheden zijn alvast samen in een doos gedaan, om snel mee te kunnen nemen. De buren hebben al broodjes gesmeerd, zodat er straks voldoende te eten is. ,,Alleen God weet wie er gaat winnen, maar wij bidden tot hem dat hij de Verenigde Staten de overwinning schenkt. Alleen dan zijn de Koerden ook winnaars. Anders zal weer blijken dat de bergen onze enige vrienden zijn."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 27-01-2003, Pagina 20, , Interview, Aantal woorden: 862

Het oor van Saddam Hussein

Door Thomas Erdbrink

Al jaren vergelijkt de Iraakse dokter Moslim Asassedi oude en nieuwe foto's van Saddam Hussein. De leider van Irak is dood, zegt de arts, kijk maar naar zijn oren.

Binnen de Iraakse overheid en westerse politieke kringen is het allang bekend. Saddam Hussein is dood. Overleden in 1999, althans dat beweert de Iraakse dokter Moslim Asassedi. Zijn bureau ligt vol met foto's van de Iraakse leider. Oude tijdschriften naast recente krantenfoto's: Saddam met hoedje, Saddam met kind, Saddam die juichende mensen toezwaait. ,,Zie je deze foto? Dat is de échte Saddam Hussein. En deze: dat is een van zijn twee dubbelgangers."

Asassedi is huisarts, maar in zijn vrije tijd houdt hij zich graag bezig met de leer van de lichaamsbouw.

Daarnaast is de dokter werkzaam in het Iraanse hoofdkantoor van de Iraakse, sjiitische oppositieleider Ayatollah Mohammad Bakr al-Hakim. ,,Ik ben dus geen fan van Saddam Hussein", zegt hij.

Na uitgebreide studie – ,,Ik kijk iedere dag naar de Iraakse tv" – begon het Asassedi op te vallen dat de Iraakse leider alleen nog maar vanuit de verte in beeld kwam. Schimmige foto's, onduidelijke portretten; wat was er toch mis met de grote vijand?

,,Ik besloot oude foto's naast nieuwe te leggen en wat tv-onderzoek te doen. Wat bleek: sinds 1999 zijn er geen nieuwe bewegende beelden of foto's van de échte Saddam Hussein gemaakt!", zegt Asassedi.

Iedereen kan dat wel beweren, dus begon de Iraakse dokter een wetenschappelijk onderzoek naar de kwestie. De leer van de lichaamsbouw richt zich op ruwweg vijf onderdelen. Lengte, oren, kaak, schouders en de handen. Asassedi richtte zich voornamelijk op de oren van de Iraakse leider. Hij trof grote verschillen aan. ,,Ieder oor is als een vingerafdruk. Er zijn geen twee gelijke oren ter wereld", vertelt hij. De oren van Saddam Hussein zijn behoorlijk groot en beschikken over een diepe, op tweederde doorbroken, lange vouw. Hij pakt er een Iraaks tijdschrift bij uit 1979. Op de cover staat Saddam Hussein, zijn oorkenmerken zijn duidelijk. ,,Die nemen we als uitgangspunt", zegt Asassedi. Dan pakt hij een andere foto erbij, net als de eerste 'en profile' genomen dus het oor is duidelijk te zien. De diepe vouw is verdwenen. ,,Daarnaast is de hoek waarin het oor op het hoofd staat groter dan die van Saddam Hussein", weet de Irakees.

Er is meer bewijs. De kaak bijvoorbeeld. Saddam Hussein heeft op oude foto's uitstekende ondertanden, een kleine centenbak zeg maar. Zijn onderste rij tanden duwt zijn onderlip naar voren waardoor deze uitsteekt. Hierdoor heeft hij een beetje een hanglip. Op foto's uit 1979 is dit duidelijk te zien. De dokter tovert een één maand oude foto tevoorschijn waarop de president lachend staat. Zijn centenbak is verdwenen en nu vallen zijn boventanden over zijn ondertanden in plaats van andersom. ,,Zo'n verandering gaat echt niet vanzelf hoor", beargumenteert de arts.

Dan de handen. Op oude foto's van een zwaaiende president zijn de lijnen op zijn hand duidelijk te zien. Verder zijn Hussein's handen groot en vierkant. ,,Als van een arbeider", zegt Asassedi. Op de recente foto's is alles anders. Zijn handlijnen lopen verschillend – Asassedi leent zijn leesbril uit om het bewijs te vergroten – en Saddams kolenschoppen zijn veranderd in poezelige handjes.

,,Als een mens ouder wordt, verslappen de spieren. Hierdoor krijgen handen een 'dikker' uiterlijk. Bij Saddam is het tegenovergestelde gebeurd."

De fysieke bewijzen blijken probleemloos aan te sluiten bij de politieke veranderingen die eind 1999 in Irak plaatsvonden, meent Asassedi.

De binnenlandse pers begon anders over Saddam te schrijven, afstandelijker. Zijn uitspraken hadden veel weg van laatste wensen. Daarnaast kregen politieke tegenstanders daadwerkelijk amnestie. De aanstelling van Naji Sabri Aladish als minister van Buitenlandse Zaken was ook een teken aan de wand, meent de Iraakse dokter. ,,Saddam heeft alle broers van Aladish gemarteld en vermoord. Het is raar dat hij nu zo'n belangrijke functie bekleedt."

Echt vreemd vindt hij het niet, want Aladish is een goede vriend van Saddam Husseins oudste zoon Qussay.

,,Qussay en Tarek Aziz hebben de macht overgenomen in Irak, nadat Saddam in 1999 is gestorven aan kanker", weet Asassedi. ,,Als hij niet dood is, is hij in ieder geval erg ziek." Hij pakt er een boek bij van de in 1997 overgelopen dubbelganger Mikhael Ramadan. Die schrijft dat Saddam aan een agressieve vorm van kanker lijdt. ,,Zijn plaats is nu ingenomen door twee dubbelgangers", zegt de dokter. Saddam nummer 1 is Jasem Mohammad Ali, zo heeft hij uit het boek van de andere dubbelganger vernomen. Vorige jaar maakte de Duitse arts Dieter Buhman ook al bekend dat de échte Iraakse leider al een tijd niet meer met nieuwe beelden op televisie is geweest. Net als Asassedi trof hij vele verschillen aan tussen de jonge en recente Saddam Hussein.

De arts heeft zijn bevindingen voorgelegd aan zijn leider Ayatollah Al-Hakim. Die stond echter sceptisch tegenover zijn onderzoek. ,,De ayatollah is niet zo goed op de hoogte van de leer van de lichaamsbouw", mort Asassedi. Daarnaast ligt de ontmaskering ook politiek gevoelig, zo geeft hij toe. ,,Natuurlijk weten de Amerikanen ervan, maar die zeggen niets. Dan valt hun hele vijandbeeld in duigen en kunnen ze fluiten naar onze oliebronnen."

Saddam in ±1980 1996 1998 2003

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 25-01-2003, Pagina 4, , Reportage, Aantal woorden: 1053

Als vertrouwen wordt beschaamd

Door Thomas Erdbrink

ABADAN, 25 JAN.

In het zuiden van Iran wonen honderdduizenden Iraakse shi'ieten, wachtend op de dag waarop Saddam Hussein wordt verdreven en zij naar huis kunnen. Maar de Amerikanen vertrouwen ze niet.

Het is nacht als de Toepolev van Iran Air op het vliegveld van Abadan landt. Desondanks is de lucht oranje-geel verlicht. Enorme vuren lichten op aan de rand van de Zuid-Iraanse stad. Ze worden gevoed door overtollig gas dat door nabijgelegen olieraffinaderijen wordt opgebrand. Het ruikt naar rotte eieren.

Voor hojatoleslam Seyed Ali Ghoraifi Adnani betekent de stank dat hij weer thuis is. De jonge shi'itische geestelijke was in het vliegtuig al herkend door vele passagiers. In de aankomsthal snellen tientallen vrome aanhangers toe om zijn hand te kussen. Een rode Peugeot 406 wacht om hem naar zijn stad te brengen, het tijdens de Iraans-Iraakse oorlog (1980-1988) verwoeste Khorramshahr.

Hojatoleslam Ghoraifi Adnani is telg uit een grote, bekendefamilie van geestelijken met takken in Iran, Irak, Koeweit en Bahrein. Zijn ouders kwamen uit Irak en zelf studeerde hij er tussen 1968 en 1980 in de Iraakse shi'itische heilige stad Nejaf. Daarna vluchtte hij naar Iran. ,,Ik heb de onderdrukking door Saddam Husseins Ba'ath-partij meegemaakt."

In Iran verblijven ongeveer 300.000 Iraakse vluchtelingen, van wie de meesten in het zuiden van het land. De bevolking van Irak bestaat voor meer dan 60 procent uit shi'itische Arabieren, die sinds mensenheugenis door de sunnitische bovenlaag worden gediscrimineerd. De Iraakse revolutie van 1968 die de door sunnieten gedomineerde Ba'ath-partij aan de macht bracht, maakte het leven van de shi'ieten er niet makkelijker op. Onder de leus: 'shi'ieten zijn meer Perzisch dan Arabisch' werden in de loop der jaren honderdduizenden shi'ieten verdreven naar het niet-Arabische Iran, dat voor 95 procent shi'itisch is. Honderden shi'itische geestelijken werden vermoord, met als dieptepunt de executie van geestelijk leider groot-ayatollah Mohammad Bakr al-Sadr in 1980, 'bron van navolging' voor miljoenen shi'ieten.

,,Iedere georganiseerde vorm van shi'itische geloofsbelijdenis is beëindigd in Irak", zegt Ghoraifi Adnani weemoedig in zijn huis in Khorramshahr. Er zitten volgens hem nog een paar door de Ba'ath-partij gecontroleerde groot-ayatollahs, maar verder is de heilige stad Nejaf een in zichzelf gekeerd islamitisch centrum geworden. In het bedevaartsoord Kerbala is het heiligdom van de shi'itische heilige imam Hussein opgesierd met portretten van zijn Iraakse naamgenoot.

In het voorjaar van 1991, direct na de Golfoorlog, riepen de Amerikanen de shi'ieten en Koerden in Irak op om in opstand te komen. Ghoraifi Adnani glipte direct de Iraakse grens over. ,,Ik trof er chaos en verraad aan." Niet alleen bleef de Amerikaanse beloofde steun uit, de bevelvoerende generaal in de oorlog, Norman Schwarzkopf, liet de helikopters van de Iraakse republikeinse garde ongemoeid over Amerikaanse posities in Irak vliegen om de opstand in het zuiden de kop in te drukken.

,,En dan te bedenken dat er nu Iraakse shi'ieten zijn die met de Amerikanen willen samenwerken?! Het was een mes in onze rug!", briest de geestelijke. Hij doelt op ayatollah Seyed Mohammad Bakr al-Hakim, leider van de in Iran gevestigde Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI) . Deze werkt actief samen met de VS om 'regime-wisseling' in Bagdad te bewerkstelligen. ,,Hakim is helemaal niets, hij heeft geen volgelingen. Maar hij verkoopt wél het land aan de Amerikanen", zegt Ghoraifi Adnani. Een jaar geleden was hij op een Iraaks feest in Londen. Daar zei hij tegen een leider van de SCIRI: ,,Saddam is erg, maar beter dan jullie. Hij vecht tenminste voor zijn land maar jullie geven het direct weg aan de Amerikanen. Hij droop af."

In kamp Afshin Esfahani nabij het plaatsje Dezful, ruwweg 300 kilometer verderop, leven ongeveer 20.000 gevluchte Irakezen. Bijna allemaal hebben ze het land verlaten na de mislukte opstand van 1991. Hier geen posters van ayatollah Al-Hakim, maar portretten van de geëxecuteerde Mohammad Bakr al-Sadr. In kleine huisjes, die eerder dienden voor vluchtelingen uit de Iraans-Iraakse oorlog, wonen hele families uit de omgeving van de Zuid-Iraakse stad Basra.

Ali Mosafa (25) was twaalf jaar toen Iraakse soldaten en burgers in Basra in opstand kwamen. ,,Het plan was dat we samen met de Amerikanen Saddam zouden verslaan, maar ze kwamen niet", zegt Mosafa. Hij vluchtte naar Iran en slijt zijn dagen in het kamp met het roken van sigaretten. ,,Ik mag hier niet werken, wat kan ik doen?" Zijn moeder Nazima zet thee. Hun buurman slaakt een dierlijk gekrijs uit: ,,hij is gek geworden", verklaart ze.

De familie kijkt uit naar de val van Saddam Hussein maar ze is boos op ayatollah Al-Hakim, omdat hij daartoe met de VS samenwerkt. ,,Ik vertrouw hem niet, hoe kan hij dat doen?", vraagt Ali Mosafa zich af. Al is hij gehandicapt door polio, als de Amerikanen van plan zijn in Irak te blijven dan pakt hij de wapens op en ,,dan schop ik ze eruit."

Dat is precies wat Ghoraifi Adani denkt wat er gaat gebeuren. ,,De Irakezen hebben een hekel aan Saddam Hussein, maar als ze van buitenaf worden aangevallen, zijn ze heel nationalistisch." Hij geeft een voorbeeld. Toen Irak werd verslagen door de VS in de Golfoorlog, deelden Koeweiti's taart uit in de moskee van de heilige Iraanse stad Qom. De aanwezige Irakezen – ,,allemaal verdreven uit Irak" – gingen op de vuist met de feestvierende Koeweiti's. ,,Zo zijn ze." Hij vindt dat geen enkele shi'iet het kan toestaan dat er straks Amerikaanse soldaten in Nejaf en Kerbala patrouilleren. ,,Alle hoge ayatollahs hebben er een fatwa [islamitisch decreet] tegen uitgesproken."

In de stad Aindemeshk, vlak bij Dezful, is de officiële vertegenwoordiger van ayatollah Al-Hakim ook niet echt tevreden over de samenwerking met de Amerikanen. Eigenlijk is hij helemaal niet blij met zijn leven. ,,Ik ben normaal ingenieur maar hier mag ik niet werken. Dus ben ik maar geestelijke geworden", zucht Seyed Abdul Rasoul al-Jazeri. Het liefst woonde hij in Nederland of Zweden, zoals zijn broers.

Ook hij is in 1991 uit Irak gevlucht. ,,Ik heb met eigen ogen gezien dat het Amerikaanse leger niets voor ons deed." Natuurlijk is het een enorm risico voor de shi'ieten om nu weer met de VS in zee te gaan, vindt hij. ,,Onze vorige samenwerking was onsuccesvol." Maar Al-Jazeri is een pragmatisch man, vindt hij zelf. ,,Op dit moment is Saddam het grootste probleem. Hij moet weg. De moeilijkheden die daarna komen lossen we dan wel op."

Zuidelijk grensgebied van Iran en Irak NRC Handelsblad 250103; Ala Abdulman Abdulwahid (20) met haar dochter die is geboren in een vluchtelingenkamp in Iran waar ongeveer 20.000 Irakezen wonen. De meesten van hen komen uit het zuiden van Irak en zijn het land ontvlucht in 1991, toen zij in opstand kwamen tegen Saddan Hussein en tevergeefs wachtten op Amerikaanse hulp. (Foto Newsha Tavakolian).

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH