Iran 2005 | 2004 | 2003 :: Irak 2005 | 2004 | 2003 ::: Libanon ::: de regio

 

 

NRC Handelsblad van 19-12-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 880

Iraakse soennieten zijn de grote verliezers

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 19 DEC.

Bijna al het verzet tegen de Amerikanen in Irak en hun medestanders is in soennitisch gebied geconcentreerd. Dat is geen toeval. De soennieten, waar tot dusverre de machthebbers vandaan kwamen, vrezen de toekomst.

De soennitische zakenman Nasir Jaderchi is een man verscheurd door twijfel. Toen de Amerikaanse ambassadeur Paul Bremer hem vroeg om deel te nemen in de Iraakse regeringsraad, had hij al lang moeten nadenken. De manier waarop de raadsleden werden gekozen, langs etnische en religieuze scheidslijnen, sprak hem niet aan. Nu, zes maanden later, weet hij nog steeds niet of hij de juiste beslissing heeft genomen. Jaderchi maakt zich grote zorgen over de breuk in de Iraakse samenleving.

Van de regeringsraad, waarin naast Jaderchi nog 24 anderen door Bremer zijn verkozen, is hij een graag gezien lid. Maar veel macht heeft hij niet. In tegenstelling tot de zes grote leden met een georganiseerde achterban of broodheer, vertegenwoordigen Jaderchi en ook de andere vier Iraakse soennieten in de raad allemaal alleen zichzelf. De Koerden, verdeeld in twee groepen, beschikken over milities met tienduizenden manschappen. De shi'ieten hebben hun Badr-brigade, die ook duizenden onder de wapens heeft. Raadsleden van seculiere shi'itische groepen als het Iraaks Nationaal Congres en het Iraaks Nationaal Akkoord hebben hun banden met het Pentagon en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Nu de Amerikanen zich haasten de macht over te dragen aan de Irakezen, vreest Jaderchi dat dergelijke groepen meer te zeggen zullen krijgen dan andere.

Vooral de soennieten, ongeveer 18 procent van de bevolking, zijn de grote verliezers van de jongste oorlog in Irak. Al voor het uitbreken van de gevechtshandelingen stond hun schuld aan medewerking met het Ba'athregime voor veel partijen al vast. Saddam Hussein was immers een soenniet en de soennieten waren de enige bevolkingsgroep die nooit als zodanig tegen de Ba'ath in opstand was gekomen. Van de Iraakse ballingenpartijen die het Witte Huis en het Pentagon hun ideeën over een toekomstig Irak influisterden, was er geen enkele soennitisch.

Nu, negen maanden na de invasie, is het relatief rustig in het gebied van de Koerden in het noorden en de shi'ieten in het zuiden. De bevolkingsgroepen in deze gebieden voelen zich bevrijd, zien een betere toekomst en werken over het algemeen goed mee met de Amerikanen en de Britten. Maar de 'soennitische driehoek', die ruwweg ten noorden van Bagdad tot Mosul naar Ramadi loopt, verandert langzamerhand in een Iraakse Gazastrook. Hier is bijna al het verzet tegen de Amerikaanse troepen en hun medestanders geconcentreerd.

Voor veel Irakezen is het principe van etniciteit een slapende reus die nu ruw wordt wakker gemaakt. De afgelopen 35 jaar leerden de Irakezen van de Ba'ath-partij dat er geen soennieten en shi'ieten waren in Irak, maar alleen Irakezen. ,,Voordat de Amerikanen kwamen, sprak niemand in Irak over soennieten en shi'ieten. Maar nu is iedereen opeens iets anders", zegt Hassan al-Faydah, journalist van het Iraakse tijdschrift Al-Sa'ah, de Tijd, een soennitisch blad.

Hoe dan ook waren de soennieten traditioneel de machthebbers in Irak. Ten tijde van de Britse overheersing van 1918 tot 1932 was het de soennitische stedelijke elite die in het land, onder toezicht van en gesteund door de Britten, de lakens uitdeelde. Die stedelijke elite verloor haar invloed toen Saddam Hussein het roer binnen de Ba'ath-partij in 1979 overnam en zijn stam het voor het zeggen kreeg, maar de macht bleef in principe een soennitische aangelegenheid.

Al-Faydah zit met hoofdredacteur Abdul Salam Al-Samer in een van de lege kamers in hun nieuwe pand. De krant houdt kantoor in de soennitische Bagdadse wijk Adamiya, waar deze week nog vóór Saddam Hussein werd gedemonstreerd. ,,Ze uiten hun recht, ze willen dat de Verenigde Staten Irak verlaten en protesteren daartegen", zegt hoofdredacteur Al-Samer.

Zoals meer inwoners van radicale soennitische wijken en steden als Adamiya, Tikrit, en Samarra (deels shi'itisch) denken de twee journalisten dat de Verenigde Staten uiteindelijk Irak zullen opdelen in verschillende, etnische gebieden. ,,De vorige kolonisatoren Groot-Brittannië en Frankrijk hebben ook hun grenzen getrokken in het Midden-Oosten; opgedeelde volkeren zijn makkelijker te overheersen", zegt Al-Samer.

Al-Samers ideeën zijn niet geheel uit de lucht gegrepen. Een maand geleden verscheen er een opiniestuk van de directeur van de invloedrijke denktank Council on Foreign Relations, Leslie Gelb, in de New York Times waarin eveneens werd voorgesteld Irak op te delen. Gelb wees erop dat Irak een onnatuurlijke is staat die na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk door de Britten bijeen is geharkt.

Het grote probleem van de soennieten is volgens raadslid Jaderchi dat zij geen stem hebben in de toekomst van Irak. Veel gebieden, stammen en groepen voelen zich totaal niet vertegenwoordigd. In de soennitische verzetshaard Fallujah klaagde de lokale sjeik dat er zelfs geen Amerikaan was komen praten of ze vertegenwoordigd wilden worden in de regeringsraad. Jaderchi vindt dat een slechte zaak. ,,De soennieten moeten niet verder worden geïsoleerd in de politieke beslissingen. De tijd is kort, anders breidt de onrust zich verder uit", waarschuwt het raadslid.

Onlangs had hij een gesprek met het civiele bestuur van Paul Bremer over een grotere rol voor de soennieten in de toekomst van Irak dan ze tot nu toe hebben gespeeld. Het gesprek ging niet goed, zegt Jaderchi. ,,Ik ben er niet van overtuigd dat de problemen zullen worden opgelost."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 16-12-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 749

In Fallujah wordt Saddam nog altijd geëerd

Door Thomas Erdbrink

FALLUJAH, 16 DEC.

De soennieten in Irak zijn woedend over de arrestatie van Saddam. Ze vrezen voor hun positie en slaan wild om zich heen.

Op de lange doorgangsweg die dwars door het Iraakse verzetsbolwerk Fallujah loopt, hebben de laatste maanden al vele Amerikaanse militairen de dood gevonden. Nu kunnen ze zich helemaal maar beter niet laten zien in de stad. De dag na de arrestatie van de voormalige Iraakse president Saddam Hussein is er totale anarchie uitgebroken in Fallujah, een stad van ongeveer 200.000 inwoners.

De mannen die met droge palmtakken langs de weg staan te zwaaien, lijken op het eerste gezicht op bruiloftsgasten die aan een zegetocht door de stad zijn begonnen. Er wordt geschoten, zoals altijd bij feestelijke gelegenheden. Vanuit de ramen van auto's steken lopen van machinepistolen en op de wagens zijn foto's van Saddam Hussein geplakt.

Er wordt vandaag in Fallujah niet getrouwd, maar het is wel feest. Er wordt gefeest omdat het gerucht de ronde doet dat de Amerikanen een nep-Saddam op televisie hebben laten zien. De echte Saddam Hussein zou nog steeds op vrije voeten zijn. Daarnaast hebben de inwoners van Fallujah gehoord dat leden van het Iraakse verzet de Amerikaanse civiele bestuurder Paul Bremer hebben ontvoerd.

Om dit heuglijke nieuws te vieren, plunderen de Fallujanen het gemeentehuis, steken ze in brand wat ze niet kunnen gebruiken en delen ze zoetigheden uit zoals gebruik is bij vrolijke gelegenheden. Enkele rijke sjeiks laten schapen slachten. Maar boven alles is Fallujah veranderd in een stad waar iedereen met wapens loopt en waar de buitenlandse bezettingstroepen niets te zeggen hebben. Op het centrale kruispunt regelt een verdwaasde agent de verschillende stromen verkeer. De ene stroom auto's met demonstranten wacht keurig op de andere. Intussen schiet iedereen zijn wapens leeg vanuit de autoramen.

Soennieten, in Saddams Irak het meestbegunstigde bevolkingsdeel, vrezen in een toekomstig, democratischer Irak op de laatste plaats te komen achter shi'ieten en Koerden. Daarom waren er niet alleen in Fallujah, maar ook in de nabijgelegen soennitische steden Ramadi en Tikrit en in soennitische wijken in Bagdad gisteren en vandaag ook pro-Saddam demonstraties. In het woestijnstadje Ramadi openden de Amerikaanse troepen het vuur. Er vielen drie Iraakse doden. In Tikrit werd een demonstratie van studenten uiteengeslagen door Amerikaanse troepen. In een wijk in West-Bagdad werden legereenheden bekogeld met stenen. Bewoners sloten de toegangswegen af met auto's. De arrestatie van Saddam Hussein brengt voorlopig in veel soennitische delen van het land meer woede dan vreugde met zich mee.

Amerikaanse gevechtsvliegtuigen scheren laag over Fallujah en breken daarbij door de geluidsbarrière, maar de demonstranten kijken niet op of om. Er klinken luide ontploffingen in de straten.

De woning van sjeik Shamil al-Jumely in Fallujah, een van de leiders van een van de belangrijkste stammen in Irak, is een oase van rust. Een van zijn neefjes haast zich om de gasten van water en blikjes Pepsi te voorzien en de sjeik laat een gasbrandertje aanrukken om zijn ontvangstkamer wat te verwarmen.

De arrestatie van Saddam Hussein laat hem onverschillig. ,,En die geruchten geloof ik ook niet", zegt hij. ,,Er is maar één ding belangrijk in Irak en dat is dat de Amerikanen vertrekken."

Zoals de meeste Fallujanen leeft de sjeik volgens soennitische religieuze stammenwetten. ,,Dat houdt in dat wij onze problemen zelf oplossen en geen buitenstaanders op ons gebied dulden", legt hij uit. Dat de Amerikaanse invasie een bezetting is en geen bevrijding, is voor hem zo duidelijk als wat. ,,Zelfs de Verenigde Naties noemen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak officieel een bezetting, dan kunnen wij dat ook zeggen. Het is ons land."

'Lang leve Saddam'

Het probleem is dat de Amerikanen volgens Jumely nooit probeerden te overleggen met stamleiders die veel gebieden in de sunnitische driehoek controleren waar het geweld is geconcentreerd. Belangrijk punt van wrevel in Fallujah is het ontbreken van een vertegenwoordiger in de Iraakse regeringsraad. ,,Bremer heeft zelf de mensen uitgekozen die in die raad kunnen zitten, maar uit Fallujah, traditioneel een zeer belangrijke stad in Irak, heeft hij niemand aangewezen. Zo betrek je ons natuurlijk niet bij de toekomst van Irak."

Op de muren in Fallujah staan leuzen als 'Fallujah blijft een begraafplaats voor Amerikanen' en 'Lang Leve Saddam!'. Jumely spuit ze er zelf niet op, maar hij kan zich vinden in de beweegredenen. ,,De Amerikanen verdreven de Britten ook uit hun land", zegt de sjeik. ,,Wij gaan hetzelfde doen met onze bezetters."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 15-12-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 1011

'Saddam, ons bloed is voor jou'

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 15 DEC.

Opluchting was er wel na de aanhouding van Saddam Hussein. Maar wie denkt dat alle Irakezen stonden te juichen, heeft het mis.

De duisternis is al uren ingevallen als honderden mensen zich op het centrale plein van de wijk Adamiya in Bagdad hebben verzameld. Straatverlichting is er niet. Net als bijna de hele Iraakse hoofdstad wordt Adamiya constant geplaagd door stroomonderbrekingen. De meeste winkeliers rond het plein hebben hun rolluiken naar beneden gedaan en maken zich haastig uit de voeten. Op alle straathoeken staan grimmig kijkende mannen. Hier is men helemaal niet blij met de arrestatie van de rais, de leider.

In een van de winkeltjes, een lampenzaak, brandt wél licht. De eigenaar heeft een generator. Nee, hij is niet blij met de gevangenneming van Saddam Hussein, maar hij berust: ,,Zelfs de profeet Mohammad stierf uiteindelijk". Hij vindt het belangrijker dat er nu vrede komt in Irak. ,,En die komt er alleen als de Amerikanen zo snel mogelijk vertrekken, inshallah."

Alsof ze geduwd worden door een onzichtbare hand komen de mannen op het plein plotseling in beweging. ,,Saddam, we steunen je!" roept de menigte. Steekvlammen uit de lopen van machinepistolen schieten links en rechts de lucht in. Dit is geen vreugdevuur maar een kogelregen van woede. De betogers verzamelen zich voor de moskee van Adamiya en dansen woest rond met posters van de gevangen Iraakse ex-president. ,,Saddam, ons bloed en onze ziel zijn voor jou", scanderen ze. Passerende bussen worden met stenen bekogeld. Na een paar minuten begint de meute aan een tocht door de wijk. De betogers worden aangemoedigd door omstanders.

,,Wij durfden eerder vandaag al niet uit vreugde te schieten", vertelt Ahmed Ha'tchem, een meubelmaker. Hij en zijn collega's zijn shi'ieten, maar werken in deze overwegend soennitische wijk. ,,De mensen hier zijn ongelukkig. Het nieuws heeft ze depressief gemaakt."

Wie denkt dat alle Irakezen gisteren juichend en toeterend de straat op gingen om de arrestatie van Saddam Hussein te vieren, heeft het mis. Negen maanden na de Amerikaanse inval lijken veel bewoners van de Iraakse hoofdstad te murw geslagen om de gevangenneming uitbundig te vieren. Sinds twee weken staan er weer lange rijen voor de benzinepompen. De Amerikaanse troepen treden hard op tegen zwarthandelaren in brandstof, zodat nu iedereen met een auto in de rij moet staan. De Iraakse politie heeft zijn handen vol aan de duizenden criminelen die Saddam Hussein vrij liet in oktober 2002 om zijn klinkende herverkiezing te vieren. ,,Saddam? Ik heb andere dingen aan mijn hoofd", zegt een eigenaar van een internetcafé.

In de overwegend shi'itische wijk Sadr City staan slechts enkele groepjes mannen op straat. Hun sigaretten gloeien in de duisternis. Verder is de buurt rond een uur of zes in de namiddag uitgestorven. De belangrijkste geestelijke uit de buurt, een fervent tegenstander van Saddam Hussein, heeft zijn kantoor al verlaten. De bewakers spreken alleen met hun wapens in de aanslag.

De 14de december, direct uitgeroepen tot een nationale feestdag in Irak, begon zo mooi. In het gebouw van de Iraakse regeringsraad hadden enkele leden zich verzameld voor een reguliere bijeenkomst. Iedereen maakte zich rond twaalven op voor de lunch. De pikorde binnen de door de Amerikaanse bestuurder Paul Bremer aangestelde raad van 25 is duidelijk. De leden zonder achterban volgen allemaal een van de 'grote zes': leden met milities of Amerikaanse steun. Plotseling meldt de zender Al Arabiya, door de raad verbannen uit Irak wegens ,,partijdige berichtgeving", dat Saddam Hussein zou zijn gevangen.

Onder de raadsleden en hun gevolg valt een opgewonden stilte. Velen van hen hebben jarenlang vanuit het buitenland gestreden tegen het Ba'ath-regime en de leider ervan. Het onafhankelijke soennitische raadslid Nassir Jaderchi krijgt als eerste een telefoontje van Bremer. ,,Het is Saddam en we hebben een DNA-test. Gefeliciteerd!"

'Een geweldige dag voor de mensheid'

Mannen vallen elkaar in de armen, vrouwen barsten in huilen uit en raadslid Ahmed Chalabi, favoriet van het Amerikaanse ministerie van Defensie, schrijdt rond alsof hij hoogstpersoonlijk de Iraakse leider uit zijn ondergrondse hol heeft getrokken.

,,Het is de belangrijkste dag voor Irak, het is een geweldige dag voor de mensheid", aldus raadslid Ahmed Shia al-Barrak. ,,Het spel is uit voor Saddam Hussein", joelen enkele lijfwachten. Binnen de drie meter hoge betonnen omheining die de raadsleden tegen kwaad moet behoeden is ,,het nieuwe Irak" opgestaan, ,,een hoofdstuk is afgesloten", wordt gezegd. ,,De aanslagen zullen nu geleidelijk afnemen."

Volgens de Nederlandse Koerd Fuad Hussein, die als adviseur voor het ministerie van Onderwijs in Irak werkt, waren het de Koerden die de exacte informatie hadden over de verblijfplaats van de Iraakse leider. ,,De Koerden weten hoe deze mensen denken en doen. Ze hebben al vaker hoge Ba'athisten weten op te pakken. Geloof me, het waren de Koerden."

Chalabi wil iedereen de loef afsteken door een toespraak te houden voordat Bremer het nieuws aan de wereldpers bekend kon maken. De poging strandt echter op een duidelijk 'nee', van de Amerikanen. Buiten klinken geweerschoten; dit is vreugdevuur, daar is iedereen het wel over eens. ,,Alle Irakezen zijn vandaag dolblij", zegt het raadslid Al-Barrak. ,,Iedereen wil dat Saddam Hussein de doodstraf krijgt."

Op het Ferdowsplein, waar het standbeeld van de Iraakse leider op 9 april door Amerikaanse troepen werd neergehaald, staat een groepje van 50 mannen met een snel gemaakt spandoek. ,,Gefeliciteerd, gefeliciteerd, met de arrestatie van Saddam Hussein", staat erop. Iedere keer als er fotografen of cameraploegen langslopen beginnen ze te joelen en te zingen.

,,Het is inderdaad een stuk minder druk op het plein dan op de dag dat Bagdad viel", geeft Amer Badr, een kunstschilder toe. ,,Maar ik weet zeker dat er straks een volksfeest is hier op het plein."

Maar vier uur later is het Ferdowsplein net zo uitgestorven als de rest van de stad.

Een halve kilometer verderop ontploft een pickup truck met benzine, nadat Iraakse politieagenten de wagen hebben beschoten.

Vanochtend klinken er explosies in het noorden van Bagdad. De realiteit haalt het goede nieuws weer in: Saddam is gevangen maar de chaos is nog op vrije voeten.

Na zijn aanhouding afgelopen zaterdagavond in Ad-Dawr, een dorp 15 kilometer zuidelijk van zijn geboorteplaats Tikrit, onderging de voormalige Iraakse leider Saddam Hussein een medisch onderzoek. (Foto's AP en Reuters)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 11-12-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 881

Hard tegen hard in de oorlog tegen Iraks rebellen

Door Thomas Erdbrink

ABU HISMA, 11 DEC.

In Irak past het Amerikaanse leger Israëlische tactieken toe tegen sunnitische opstandelingen. 'Is dit Palestina of Irak?'

Net buiten het dorpje Abu Hisma, 50 kilometer ten noorden van Bagdad, staat een huisje. Althans, stond een huisje: 17 november werd het gebombardeerd door een Amerikaans gevechtsvliegtuig. De brokstukken liggen in het rond midden in een weiland. Twee koeien staan er te grazen. De opstandelingen die de woning als onderdak zouden gebruiken, zijn ontkomen.

Naar Abu Hisma hoeven ze niet te gaan. Dat plaatsje, waar voornamelijk sunnitische moslims wonen, is dezelfde dag omringd met vele rollen prikkeldraad. ,,Dit hek is er voor uw veiligheid, bij nadering of beklimming ervan zal worden geschoten", staat geschreven op de borden die ernaast staan. De tekst is in de richting van het dorp geplaatst. Bewoners zijn door Amerikaanse militairen van speciale toegangspasjes voorzien. Ze mogen alleen naar buiten vanaf acht uur 's ochtends. Om half vijf 's middags moeten ze weer terug zijn. De Amerikanen verdenken dorpelingen van aanvallen, of hulp daarbij, op hun troepen. Daarom gaat Abu Hisma 15 uur per dag op slot.

,,We zijn gevangenen. Dit is illegaal", klaagt de boer Moni Ali Behnud. Hij toont zijn pasje waaraan de Iraakse politieagenten bij de ingang van het dorp hem herkennen als bewoner van Abu Hisma. Kinderen, die buiten de poort wachten op een lift in een pickup naar school, dansen rond met foto's van Saddam Hussein in hun handen. Amerikaanse tanks wurmen zich door de barricades die op de toegangsweg zijn geplaatst. ,,Ze hebben zeven huizen beschadigd omdat er leuzen vóór Saddam Hussein op de muren waren geschilderd", zegt Behnud. Een politieagent slaat de scholieren uiteen met een takkenbos.

Behnud kan zijn uien niet meer verkopen op de markt in Bagdad want dan is hij niet op tijd terug voordat het dorp dichtgaat. ,,Is dit Palestina of Irak?", vraagt hij. ,,Zo'n muur die wij nu hebben, zijn ze daar ook aan het bouwen."

Het afzetten van hele dorpen, bombarderen of bulldozeren van huizen, massa-arrestaties, het afsluiten van gas, water en licht en het ontwortelen van dadelplantages: in de 'sunnitische driehoek' ten noorden van Bagdad gaat het hard tegen hard in de oorlog tegen de opstandelingen. Amerikaanse maatregelen kunnen iedereen treffen die wordt verdacht van aanslagen of hulp daarbij. Afgelopen week liet de hoogste Amerikaanse militair in Irak, luitenant-generaal Ricardo Sanchez, weten dat de hardere aanpak succes heeft. Het aantal aanvallen op Amerikanen is sinds twee weken gedaald van 40 tot minder dan 20 per dag.

De nieuwe tactieken lijken op die van het Israëlische leger in de bezette Palestijnse gebieden. Verscheidene Amerikaanse bladen meldden de afgelopen weken dat Israël inderdaad om advies is gevraagd over contraterreur operaties in stedelijk gebied. In Abu Hisma denken de Amerikaanse soldaten dat de nieuwe tactieken werken. ,,Met een flinke dosis angst en geweld, en veel geld voor projecten, denk ik dat we deze mensen ervan kunnen overtuigen dat we hier zijn om ze te helpen", verklaarde een Amerikaanse bataljonscommandant in Abu Hisma tegen de New York Times.

In de stad Tikrit, in het hart van de sunnitische driehoek, zijn de afgelopen maand twaalf woningen van familieleden van een rebel vernield om hem onder druk te zetten zich over te geven. Metershoge betonnen afscheidingen en Amerikanen met de vinger aan de trekker bepalen hier het straatbeeld. Legervrachtwagens rijden rond met enorme rollen prikkeldraad in de laadbakken. Ahmed Abud uit Bagdad is op zoek naar zijn zwager uit het stadje Baquba. Hij is opgepakt door het Amerikaanse leger na een aanslag op soldaten aldaar. De zwager was gewond aan zijn voet, maar had volgens Abud niets met de aanslag te maken. ,,Ze zeggen in Baquba dat ze hem hierheen hebben gebracht maar geen van de Amerikanen wil me informatie geven over zijn lot", zegt Abud. De meeste arrestanten verdwijnen voor lange tijd.

Aan de lantarenpalen in Tikrit hangen lichtbakken met afbeeldingen van bloemen erop. ,,Laten we een nieuwe start maken", staat erop. De bakken zijn opgehangen door de Amerikanen. Ze hangen naast de lege lijsten waarin niet zo lang geleden portretten van Saddam Hussein zaten.

Ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Tikrit ligt het plaatsje Dur, geboorteplaats van Saddams tweede man, Izzat Ibrahim al-Duri. Na de oorlog veranderde Dur in een verzetshaard. Konvooien die Dur passeerden, werden 's nachts vaak beschoten. Dat hield op toen bulldozers de woning van Sadi Kareem Naman met de grond gelijk maakten. ,,Anderen werden eerst een keer gewaarschuwd, maar mijn woning ging direct plat", klaagt hij. De afdrukken van rupsbanden staan nog op het puin. ,,Orders zijn orders", zeiden de soldaten." Naman ging verhaal halen bij de lokale gouverneur. De Amerikaanse bevelhebber die er toevallig was vertelde dat Naman blij mocht zijn dat hij zelf niet was opgepakt. ,,Ik heb geluk gehad", echoot Naman.

Voor hem is het een zekerheid dat de Amerikanen samenwerken met de Israëliërs. ,,Hun wapens zijn hetzelfde, hun geweren lijken op elkaar, zelfs hun zonnebrillen zijn hetzelfde: natuurlijk hebben ze dezelfde tactieken", zegt hij beslist. Volgens hem maakt het harde Amerikaanse optreden de bewoners van de sunnitische driehoek alleen maar kwader. ,,In de tijd van Saddam duwde niemand geweren in ons gezicht", zegt hij. ,,Als de Amerikanen een jihad willen dan kunnen ze hem krijgen."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 06-12-2003, Pagina 5, Buitenland, Reportage, Aantal woorden: 748

Zonder benzine in Iraaks bandietenland

Door Thomas Erdbrink

AMMAN/BAGDAD, 6 DEC.

Als Issam, een verdreven Palestijn woonachtig in Jordanië, zijn GMC-truck start, klinkt automatisch het eerste vers van de Koran uit een luidsprekertje. Als hij de wagen in zijn achteruit zet om de parkeerplaats in Amman te verlaten, schalt de Lambada als waarschuwingssignaal. Flikkerende discolampjes verlichten het zes meter lange Sports Utility Vehicle op de duistere weg richting Bagdad. Binnen pruttelt een waterkoker, Issam maakt thee en koffie met ieder zes scheppen suiker. De Palestijn heeft alles meegenomen voor de twaalf uur lange tocht naar de Iraakse hoofdstad. Alles, behalve extra benzine.

Iedere nacht rijdt Issam van Amman naar Bagdad of terug. Hij is zeker 1.90 lang en moet iets van 100 kilo wegen. Issam is niet bang voor de boeven die de Iraakse wegen bevolken. De Palestijn rijdt het liefst harder dan 160 kilometer per uur, om zo de wegbandieten achter zich te laten. Hij praat niet veel en geeft staccato bevelen. Geef me al je geld! is zijn openingszin als een Amerikaanse documentairemaker en ik rond half twaalf 's avonds in zijn auto stappen. Om te verstoppen, verklaart hij droog.

Irak is de afgelopen weken – sinds een raketaanval op een DHL-vliegtuig bij de luchthaven van Bagdad – nog geïsoleerder geraakt. Het land is alleen nog per auto bereikbaar. Bandieten en terroristen op zoek naar inkomen bevolken de lange weg naar Bagdad. Diverse reizigers zijn al beroofd van alles behalve hun ondergoed. Voor wie erheen reist, geldt een belangrijke regel: overdag rijden, dan is het gevaar zichtbaar. Issam redeneert anders: hij rijdt 's nachts. Onzichtbaar voor het gevaar.

Nadat Issam drie douanebeambten bij de Jordaanse grens heeft gezoend, van smeergeld voorzien en weer gedag gezegd, rijden we de Iraakse grens over. Mét de stempels waar anderen uren op moeten wachten. Aan de Iraakse zijde geen uitgebreide controle op binnensluipende Al-Qaeda leden, maar een dode hond midden op de weg in de regen. De twee passagiers zijn op hun hoede want hier gaat het gevaar beginnen. Eerst maar even tanken, besluit Issam. Zijn tank is nog maar een kwart vol. Het is pikkedonker en langs de kant van de weg zijn slechts de contouren van auto's en gebouwen te zien. De chauffeur rijdt luidt toeterend allerlei duistere parkeerplaatsen binnen. Daar draait hij zijn raampje open en brult vervolgens het woord benzin!? de zwarte Iraakse nacht in. Als er geen reactie volgt, noch van benzine-verkopers en tot onze opluchting evenmin van bandieten, geeft Issam morrend plankgas.

Rond vijf uur s ochtends is de tank leeg. De benzinemeter staat in het rood en Issam houdt stil bij een groepje langs de weg geparkeerde wagens. Ook met een lege tank. Mannen met geblokte sjaals om hun hoofd gebonden, kijken ons argwanend aan. Het regent zachtjes. Issam herhaalt zijn benzineritueel en de mannen kijken vragend naar binnen om te zien wie er toch achter die geblindeerde ramen zitten. Tien minuten later is onze chauffeur luid snurkend in slaap gevallen als de politie langsrijdt. De agenten willen ons helpen. De politie eist 20 dollar voor evenveel liter benzine. Met de dorstige motor van Issams grote Amerikaanse auto zullen we er niet ver mee komen. Iraqi police: Ali Baba!, concludeert Issam en sommeert ons te betalen.

Dertig kilometer verderop staan honderden auto's rond een benzinestation dat net als de wachtenden zonder brandstof zit. Verderop in de woestijn ligt de rebellenstad Ramadi; dit is niet een plek om stil te staan. ,,Veertig procent van de wereldolie onder onze voeten, maar niets in onze tank", klaagt een man met een jerrycan. ,,Is dit nou democratie?!" Als er zeven uur later eindelijk een tankwagen opduikt, starten alle auto's tegelijk hun motoren en racen naar het tankpunt. Issam raakt verzeild in een gevecht met andere chauffeurs die hopen de file te vermijden door grote jerrycans met brandstof te vullen. Alle wachtende auto's toeteren woest. Uiteindelijk steekt Issam zijn terreinwagen achteruit in op de groep jerrycan-vullers. Begeleid door de klanken van de Lambada stuiven ze uiteen. Issam vult de tank.

Bij het afscheid in Bagdad geeft hij zijn kaartje. Als we het land weer uit willen moeten we maar bellen. Het beginvers van de Koran klinkt weer als Issam zijn auto start. Het is de laatste keer vandaag. Hoewel het ons inmiddels duidelijk is geworden dat hij geen extra brandstof bij zich had omdat benzine duurder is in Jordanië, betalen we hem toch de beloofde 400 dollar. ,,Wat kijken jullie beteuterd", zegt hij. ,,We zijn er nu toch?!"

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 25-10-2003, Pagina 31, , Achtergrond, Aantal woorden: 1783

'Wij mogen het vuil van de Amerikanen opruimen'

Irakezen vragen om veiligheid, geld en werk

Thomas Erdbrink Opel Omega's, Sony tv's, satellietschotels, er is veel buitenlandse waar te koop in Bagdad. Al het geld dat de VS in de Iraakse economie pompen, stroomt het land net zo hard weer uit. De opdrachten voor de wederopbouw gaan naar buitenlandse bedrijven. 'Laat onze mensen niet aan de zijlijn staan.'

De zaal van het conventiecentrum in Bagdad is immens. Op het podium stonden ooit hooggeplaatste Ba'ath-leden, die vanaf die plek het partijkader toespraken. Vandaag staat daar de Amerikaan Frank Danielsson, 24 jaar. Hij vertegenwoordigt de bouwgigant Kellogg, Brown and Root. In de roodpluchen stoelen voor hem hangen ongeveer 120 verveelde Irakezen. Het zijn aannemers, importeurs en transporteurs, die willen verdienen aan de wederopbouw van Irak. Iedere donderdag staan ze in de rij voor de controleposten van dit Amerikaanse hoofdkwartier, om te horen wat er voor hen te doen is.

,,Oké, mensen", roept Danielsson, ,,vandaag heb ik een erg groot contract te vergeven." De Irakezen gaan rechtop zitten. ,,Ik ben op zoek naar mensen die ons twintig vuilniscontainers kunnen leveren voor een legerkamp in het noorden", zegt Danielsson, in het Engels. ,,Wie ze levert, krijgt ook een contract voor zes maanden om het vuil op te halen. Vandaag hebben we ook iemand nodig die ons honderd pakjes 'Post-it'-memoblokjes kan leveren. We wachten op uw aanbiedingen."

Teleurgesteld staan de Irakezen op, alle aanbestedingen zijn bekendgemaakt. Het hoogtepunt vandaag: wie kan 300 tv/video-combinaties leveren en evenzoveel minibars, bestemd voor buitenlandse werknemers? ,,Dus dit is wat er voor de Irakezen overblijft: wij mogen hun vuil opruimen", zegt Qusay del Bassi, eigenaar van een bouwbedrijf. Zijn mannen zouden de uitgebrande ministeries binnen een paar maanden kunnen opbouwen, denkt hij. Maar alle grote contracten zijn al vergeven aan grote Amerikaanse bedrijven.

Kellogg, Brown and Root is onderdeel van Halliburton, dat voor 2 miljard dollar aan contracten heeft toegezegd gekregen. Vriendjespolitiek, beweren boze tongen. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney was de hoogste man van dit conglomeraat tot hij in 2000 running mate werd van Republikein George W. Bush. Andere bouwopdrachten gaan naar Bechtel, ook Amerikaans. De Iraakse tv-uitzendingen worden verzorgd door 'Science Applications International' uit San Diego. De bewaking van kampen, overheidsgebouwen en gevangenissen is toevertrouwd aan Dyncorp, een 'privé-leger' dat kan worden ingehuurd op dag-, week- en maandbasis. Het achterstallige onderhoud van de verouderde Iraakse raffinaderijen wordt uitgevoerd door Baker Huges uit Houston. De Iraakse groeicijfers worden doorgerekend door KPMG. Ook het Amerikaanse ingenieursbedrijf Fluor, omstreden vanwege het beheer van een vervuilde nucleaire installatie in eigen land, is actief in Irak.

Er is genoeg werk. Overal in Bagdad zijn de sporen van de oorlog nog te zien. Ruim zeven maanden na de inname van de stad is alleen het losliggende puin opgeruimd. Van wederopbouw is nog geen sprake. Op het dak van de supermarkt naast het ministerie van Informatie ligt nog steeds het puin van de muren – gevolg van een serie Amerikaanse bommen. Plunderaars hebben vrijwel alle elektriciteitskabels van hun palen gestolen. Vuilnis hoopt zich op in de straten, omdat niemand het komt ophalen. De scholen hebben een nieuw kleurtje gekregen, maar er zijn nog steeds geen boeken.

Ook de installaties in de olie-industrie verkeren in erbarmelijke staat. Raffinaderijen en pijpleidingen zijn zwaar verouderd. De meeste olie wordt per vrachtwagen of schip vervoerd. De olieproductie blijft nog onder het vooroorlogse niveau.

Kristallen kroonluchter

De afgelopen maanden is er alleen gebouwd aan bases voor het Amerikaans/Britse bestuur. Een paar kilometer van het conventiecentrum, in een van de voormalige paleizen van Saddam Hussein, schrapen Indiase medewerkers van een cateringbedrijf de laatste resten eten uit schalen waarmee zojuist het buffet is opgediend. Ruim een half jaar geleden moet de Iraakse leider nog onder de kolossale kristallen kroonluchter hebben gelopen. Nu zitten de leden van de Tijdelijke Coalitie Autoriteit hier aan de visburgers. De Amerikaanse en Britse ambtenaren van de Autoriteit besturen het vrije Irak onder leiding van Paul Bremer. De manshoge portretten van Saddam die naast elkaar aan alle wanden hingen, zijn verdwenen. In de gang staat een standje waar je T-shirts kan kopen met de tekst 'Baghdad 2003' (20 dollar).

Iedere dag melden zich honderden mensen bij de poorten van legerkampen, ministeries en kantoren van de Tijdelijke Autoriteit, op zoek naar werk. Maar er zijn al genoeg tolken. En het eten voor de buitenlanders van de Tijdelijke Autoriteit wordt dagelijks ingevoerd vanuit Jordanië en Koeweit. Het Iraakse voedsel, nu weer ruimschoots voorhanden, voldoet niet aan de Amerikaanse normen. Het budget van Kellogg, Brown and Root gaat gedeeltelijk naar een kok uit Saoedi-Arabië, die op zijn beurt weer honderden koks uit India en Bangladesh heeft aangenomen. In veel nieuwe gebouwen van de overheid zijn de voertalen hierdoor Engels, Urdu en Bengali. Arabisch wordt er niet gesproken.

Werkloze Irakezen, gastarbeiders, visburgers, Amerikaanse bedrijven – ze moeten worden betaald uit het VN-ontwikkelingsfonds voor de wederopbouw van Irak dat wordt beheerd door de Tijdelijke Autoriteit. Er zit zeker 12 miljard dollar in, geld dat de Verenigde Naties nog overhadden van het oude voedsel-voor-olieprogramma. De Tijdelijke Coalitie Autoriteit schat dat daar voor het einde van dit jaar nog 3,5 miljard dollar aan nieuwe olie-opbrengsten bijkomt.

Maar volgens een rapport van de Wereldbank is er minstens 55 miljard dollar nodig om het land weer op te bouwen. In de Spaanse hoofdstad Madrid werd daarom de afgelopen dagen een 'donorconferentie' gehouden. Landen die geld geven, zullen daar, net als de VS, wat voor terug willen zien. Rusland en China was al beloofd dat hun lopende contracten met Irak niet zullen worden stopgezet, dit in ruil voor hun steun in de VN-Veiligheidsraad voor resolutie 1483. Deze resolutie behelst de instemming met de controle van de coalitie over het oliegeld. De Nederlandse troepen die in de zuidelijke provincie Al-Muthanna waken over een paar stammen en een heleboel zand, zorgen er straks wellicht voor dat Nederlandse baggeraars aan de slag kunnen in de dichtgeslibde Shatt-Al Arab-rivier. Landbouw is een andere sector waarin Nederland actief hoopt te kunnen worden.

Langs een weg in Bagdad is een afscheiding van stalen platen gemaakt tussen de straat en de stoep. Tussen de kieren door is een lange rij Irakezen te zien. Ze wachten op de uitbetaling van loon voor werk dat ze niet verrichten. Het zijn voor een deel soldaten van het ontbonden leger. Ze hoeven niet meer terug naar de kazerne, maar ze krijgen wel 100 dollar per maand, zodat ze rustig blijven, zo redeneren de Amerikanen. Voor de oorlog kregen ze niet meer dan drie dollar per maand. Ambtenaren zonder ministerie, werknemers zonder fabriek, allemaal staan ze in de rij en worden ze uitbetaald.

,,Ik doe niets, maar krijg wel geld. Wat ben ik nog?", vraagt de Iraakse ingenieur Dana Savad zich af. Hij slijt zijn dagen op een stoel in de voortuin, terwijl hij luistert naar het gesnor van zijn pas aangeschafte generator. Zijn wijk zit nog steeds zonder elektriciteit. ,,We kunnen alleen maar kopen. Investeren en opbouwen is er niet bij", klaagt hij.

,,Mensen kopen echt álles", zegt een elektronicahandelaar in Bagdad vergenoegd. Op de stoep voor zijn winkel in de Kharade Kharej-straat staan Amerikaanse airco's meters hoog opgestapeld. Sony-tv's vinden gretig aftrek, net als dubbeldeurs koelkasten van General Electric. In heel Bagdad rijden pick-up-trucks rond met nieuwe inboedels. Op de daken van ieder huis staat een satellietschotel, zelfs op de daken van de kleinste hutjes. Iraakse mannen zijn dolblij dat ze nu eindelijk zonder beperkingen kunnen internetten. In internetcafé 'Sina Sat' hangen gordijntjes tussen de beeldschermen, zodat ze niet van elkaar zien dat ze pornosites bezoeken. Duitse autohandelaren sturen bootladingen vol Opel Omega's naar Irak. Omdat de grenzen niet bewaakt worden, hoeven ze geen invoerrecht te betalen. Waaraan de Amerikaanse uitkeringen ook worden uitgegeven, het geld stroomt bijna net zo hard het land uit als het erin komt.

De semi-staatsfabriek voor televisies is geplunderd en uitgebrand, de werknemers hangen er maar een beetje rond. Herbouw heeft geen zin. Niemand kan goedkopere televisies maken dan Koreanen en Japanners. Ook Sadiq Naji, eigenaar van verpakkingsbedrijf 'Kerbala canning', is bang dat zijn blikken met tomatenpuree binnenkort uit de markt worden gedrukt door een goedkoper of beter alternatief uit het westen. ,,We dachten er net over om onze productielijn te vernieuwen", zegt hij, ,,maar ik weet nu niet meer of we dat moeten doen."

De Amerikanen huldigen het standpunt dat vrijhandel hét recept is voor sociale en politieke veranderingen in het Midden-Oosten. In verband hiermee heeft de Iraakse minister van Financiën onlangs een aantal nieuwe maatregelen afgekondigd. In de toekomst wordt het voor buitenlandse bedrijven mogelijk om Iraakse bedrijven over te nemen. Importtarieven zullen op slechts 5 procent worden gesteld.

De Amerikaanse bewindvoerder Paul Bremer is voor een economische schoktherapie. ,,De Irakezen zullen merken dat, als ze hun grenzen openstellen voor handel en investeringen, de druk om te concurreren op de lokale markt zal toenemen en dat zo de productiviteit wordt verhoogd", zei hij in juni op een bijeenkomst van het Wereld Economisch Forum in Jordanië. De Amerikanen begeven zich hiermee op glad ijs. Volgens de conventie van Genève mag een bezettende macht het civiele recht alleen veranderen als dat om militaire redenen nodig is. Een metamorfose van de Iraakse economie – en daarmee van het land – kan alleen worden bewerkstelligd door een gekozen parlement, en niet door de bestuursraad die de Amerikanen hebben ingesteld. Maar bewindvoerder Bremer is van plan de 48 grote staatsbedrijven zo snel mogelijk aan de hoogste bieder te verkopen. De olie-industrie wordt voorlopig nog niet geprivatiseerd.

Op korte termijn zullen de overnames waarschijnlijk tot massa-ontslagen leiden, terwijl 60 procent van de beroepsbevolking nu al werkloos is. ,,En", zegt econoom Abdul Mushin Shanshal, ,,er is veel verborgen werkloosheid." Shansal heeft een kantoor achter een internetcafé. Er zijn tien computers, en er werken vier mensen. ,,Bij de ingang van een bank zitten alleen al vier dames bij de deur. Wat doen die?", vraagt Shanshal zich af. Volgens hem was het oude Iraakse economische systeem in feite een grote uitkeringsfabriek. Zuchtend staat hij voor het raam en kijkt naar buiten. ,,Iedereen kon een baan krijgen, al was er geen werk. De overheid drukte gewoon bankbiljetten bij om de lonen te kunnen betalen." Shanshal voorspelt een periode van sociale onrust als er veel ontslagen gaan vallen. ,,Ik hoop dat daarna de buitenlandse bedrijven de kennis en ervaring van de Irakezen zullen benutten. Laat onze mensen niet aan de zijlijn staan."

Om mogelijke onrust de kop in te drukken, willen de Amerikanen een deel van de olie-inkomsten als dividend direct aan de Irakezen uitkeren: een jaarlijkse schenking van mogelijk duizenden dollars. De Irakezen kunnen dan, net als de inwoners van de Golfstaten, voelen wat het betekent om boven de grootste oliebronnen ter wereld te wonen.

Amerikaanse soldaten bij een geplunderde drankwinkel in Bagdad, 4 oktober 2003 Foto AP

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 15-10-2003, Pagina 17, , Achtergrond, Aantal woorden: 805

Wederopbouw Irak krijgt gestalte

Nieuwe munt bij nieuw begin

Door Thomas Erdbrink

TEHERAN 15 OKT.

Meer dan twintig vliegtuigladingen nieuwe bankbiljetten moeten de basis leggen voor een stabiele economie en de oppositie financieel buitenspel zetten.

Een groep van 485 huurlingen uit Fiji heeft er maanden op gepast in een basis in Noord-Irak, maar vandaag is het dan zover: 2.200 ton nieuwe Iraakse dinarbiljetten zullen worden verspreid over 240 bankfilialen. Daar kan het oude geld, gesierd met het portret van de voormalige Iraakse leider, Saddam Hussein, worden ingewisseld voor de nieuwe biljetten van Irak die zijn voorzien van 'verantwoorde afbeeldingen'.

Meer dan twintig vluchten met vracht-Boeings van het type 747 waren er voor nodig om het geld, gedrukt in Groot-Brittannië, in Irak te krijgen. Daar werd het bewaakt door voormalige soldaten uit Fiji die voor een van de privé-beveiligingsbedrijven werken die in het land actief zijn. De Tijdelijke Coalitie Autoriteit, het Amerikaans/Britse bestuur van Irak, noemt de operatie waarmee het Iraakse geld wordt omgewisseld gigantisch en een onderdeel van de 'strijd tegen het terrorisme'.

,,Met de invoering van de nieuwe biljetten steunen we de Iraakse economie en daarmee de stabilisatie van het land", zei een belangrijke adviseur van de Amerikaanse ambassadeur voor Irak, Paul Bremer, afgelopen weekeinde. Daarnaast zullen de nieuwe biljetten een nieuw begin inluiden, zonder Saddam Hussein. Tot nog toe liet de coalitie zelf biljetten drukken met de afbeelding van de voormalige Iraakse leider, omdat er een tekort aan geld was.

Daar komt dus vandaag een einde aan. De hele wisseloperatie zal drie maanden in beslag nemen. Er komen in totaal zes nieuwe biljetten, de kleinste eenheid 50 dinar, ongeveer 3 eurocent, de grootste 25.000 dinar, met een tegenwaarde van ongeveer 15 euro. Op de biljetten staan afbeeldingen die Iraks grootse geschiedenis moeten weergeven. In plaats van voormalig leider Saddam Hussein zal nu een portret van de Babylonische koning Hammurabi, die de eerste jurisprudentie ter wereld schreef, een biljet sieren. Op andere komen de leeuw van Babylon en een afbeelding van een tiende-eeuwse wiskundige.

In het Koerdische noorden dat sinds de golfoorlog van 1991 onafhankelijk was, blijft een ander type bankbiljet en ook een andere koers bestaan. De noordelijke dinar, in de volksmond 'Swiss dinar' geheten naar het land waar men denkt dat de biljetten zijn gedrukt, wisselt 1 tegen 250 'Saddam dinar'. De coalitie heeft besloten dat de officiële wisselkoers 1 Swiss dinar tegen 150 nieuwe Iraakse dinar zal worden, dit tot ontevredenheid van de Koerden.

Er zijn nog meer obstakels. Een groot gedeelte van het oude Iraakse geld is vals. Tijdens de chaos die volgde na de Amerikaanse inname van Bagdad werden gelddrukpersen uit het gebouw van de centrale bank geroofd.

De afgelopen weken heeft de nieuwe Iraakse politie diverse valsemunters opgepakt. Wie in Irak geld wil wisselen, moet niet alleen diverse stapels geld tellen, maar de biljetten ook nakijken op al te duidelijke vervalsingen. De coalitie heeft een team van 750 Irakezen aangesteld die toezicht moeten gaan houden tijdens de enorme omwisselactie.

Sinds de Iraakse gouden jaren zeventig, toen men 3,30 Amerikaanse dollar voor 1 dinar kreeg, is het sterk bergafwaarts gegaan met de Iraakse munteenheid. Rond het Firdows plein in Bagdad, waar op 9 april van dit jaar het standbeeld van Saddam Hussein van zijn sokkel werd getrokken, staan diverse kraampjes waar dinars tegen Amerikaanse dollars kunnen worden gewisseld. Het is op dit soort plaatsen dat ook de sterk fluctuerende – koersen van de Iraakse munteenheid tegen de dollar worden vastgesteld. Een week geleden kreeg men 2.250 dinar voor 1 dollar. Tijdens de oorlog was dat nog 4.000 dinar.

De koers van de nieuwe munt zal niet aan de dollar worden gekoppeld. Veel analisten vrezen dat deze snel aan waarde zal verliezen tegen de dollar, die nu de favoriete munteenheid is in Irak, omdat de dollar stabieler is dan de dinar. De centrale bank van Irak wil een veiling houden waar de twee grootste landelijke banken aanzienlijke partijen nieuwe dinars zullen opkopen om zo te proberen de koers de eerste dagen stabiel te krijgen.

De nieuwe directeur van de centrale bank, Ahmed Salman, hoopt de koers van de Iraakse dinar voor langere tijd stabiel te kunnen houden tegenover de dollar. Op straat in Bagdad wachten de mensen liever af. ,,Ik doe alles in dollars", zegt elektronicahandelaar Abdel Ali Amir. In zijn zaak zijn alle nieuwe televisies en koelkasten in dollars geprijsd. ,,Dat is ten minste een sterke munt", zegt hij. ,,Hoe de nieuwe munt zich gaat gedragen moeten we maar afwachten. Ik kies voor zekerheid."

Maar er is ook direct voordeel voor de coalitie. De omwisselingsactie heeft waarschijnlijk grote gevolgen voor het Iraakse verzet. De coalitie vermoedt dat veel van de rebellen zich vóór de val van het regime van grote geldsommen hebben weten te voorzien. De 750 toezichthouders zullen wisselaars met grote bedragen extra scherp in de gaten houden.

Irak krijgt een nieuwe dinar en Saddam Hussein verdwijnt van het biljet, zoals dat van 250 dinar (geheel boven). Daaronder het nieuwe biljet van 250 met de afbeelding van een islamitisch kompas. Op de nieuwe biljetten van 5.000, 10.000 en 25.000 dinar staan taferelen uit de Iraakse geschiedenis. (Foto's Reuters)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 09-10-2003, Pagina 4, , , Aantal woorden: 871

Alweer een Assyrische bruid minder in Irak

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 9 OKT.

De uittocht van Assyrische christenen uit Irak gaat gestaag door. Emigratie bedreigt het voortbestaan van hun gemeenschap in Irak.

In het restaurant van het Al-Safeer hotel in de Iraakse hoofdstad Bagdad is een verlovingsfeest aan de gang. Enkele slecht geklede westerse mannen zitten aan een tafel en drinken bier. Verderop staan Assyrische vrouwen in glitterjurken en met zorgvuldig gekapt haar. Een stereoset speelt net iets te harde Iraakse muziek. Vandaag verlooft het 21-jarige Assyrisch-christelijke meisje Asuna Badal zich met Rich Miller, een 41-jarige Amerikaanse journalist. Over twee dagen trouwen ze.

,,Een maand geleden ontmoette ik Asuna. Sindsdien droom ik iedere nacht over haar", vertelt Miller, die voor de gelegenheid een pak heeft gekocht. Hij is klein en heeft een dun baardje. Toen hij zijn vertrek aan het plannen was, bedacht Miller dat hij Badal wellicht voor altijd achter zou moeten laten in Irak. ,,Ik vertelde haar over mijn droom en zij bleek precies hetzelfde te hebben." De knappe Asuna lacht niet-begrijpend: ze spreekt geen Engels. ,,We moesten maar trouwen, vond ze", zegt Miller, wiens derde huwelijk dit is. ,,Op een nieuwe toekomst", proosten de ouders. ,,Ik ben haar redder!" roept Miller blij. Het bruidspaar zal zo snel mogelijk naar de Verenigde Staten vertrekken.

Badals vertrek betekent dat er weer een bruid minder is voor de steeds kleiner wordende Assyrische gemeenschap in Irak. Emigratie bedreigt het voortbestaan van de Iraakse gemeenschap van nog circa 150.000 Assyriërs wier voorouders duizenden jaren voor Christus een wereldrijk bezaten.

Vanachter zijn grote bril staart Shamoul Tito Jejou, voorzitter van de Assyrische club in Bagdad, naar het plafond. Hij probeert te tellen hoeveel familieleden van hem naar het buitenland zijn vertrokken. ,,Het is beter als ik alleen mijn kinderen opnoem, anders zijn we nog wel even bezig", besluit Jejou na een halve minuut. Drie zonen en een dochter hebben allemaal het geluk gevonden in de VS, de belangrijkste bestemming voor emigrerende Assyriërs. ,,Ik heb nog één dochter over in Irak."

Sinds de Golfoorlog van 1991 hebben tienduizenden Assyriërs het land verlaten. Was het al niet om politieke redenen dan wel om economische. In een toenaderingspoging naar de moslim-meerderheid in Irak liet Saddam Hussein in die tijd bijna alle bars en cafés sluiten. ,,Alcohol schenken was traditioneel ons beroep. Wij konden dat doen als christenen", legt Jejou uit. Velen werden werkloos, en kozen ervoor om Irak de rug toe te keren. ,,We sterven langzaam uit", concludeert Jejou.

De Assyriërs waren een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw na Christus bekeerden tot het christendom. Na lange omzwervingen waren zij vanaf 1915 de tamelijk onbekend gebleven slachtoffers van wat bekend staat als de Armeense genocide door Turken: behalve naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs werden toen ook 500.000 tot 750.000 Assyriërs gedood. Overlevenden kwamen in het noorden van Irak terecht of voegden zich bij de kleine Assyrische gemeenschappen in Bagdad. In de Noord-Iraakse stad Mosul bevindt zich ook de vergane glorie van het Assyrische rijk in de ruïnes van wat eens de hoofdstad Nineveh was. In totaal zijn er nog 1,1 miljoen christenen in Irak – behalve de Assyriërs ook Chaldeeërs, Syrisch-orthodoxen en Armeniërs.

Naast de emigratie is de dominante moslimcultuur een probleem voor de Assyrische christenen in Irak. In het geval van een huwelijk met een islamitische partner moet de christen tot de islam overgaan. ,,Hun kinderen worden dan ook automatisch moslim", legt de voorzitter van de Assyrische club uit. ,,Zo dunnen we nog meer uit." Voor 1991 was dat niet zo en mochten de kinderen op hun achttiende zelf kiezen welk geloof ze wilden hebben.

De Amerikaanse invasie heeft als gevolg gehad dat alle heersende structuren in Irak op hun kop zijn gezet. De machtsstrijd tussen shi'itische geestelijken is niet aan de Assyriërs voorbijgegaan. Sommige christenen worden lastiggevallen door extremistische moslims die vrouwen dwingen hoofddoekjes te dragen, aanslagen op drankwinkels plegen en doodsbedreigingen rondsturen.

,,Wij hebben hierover contact met de islamitische autoriteiten", zegt Gewargis Sliwa, aartsbisschop van de Kerk van het oosten, de Assyrische orthodoxe kerk. Zijn woning in Bagdad is, in tegenstelling tot de meeste belangrijke gebouwen in de stad, niet afgeschermd met hoge betonnen muren die bomaanslagen buiten moeten houden. ,,Er zijn kleine problemen, de grootste van onze zorgen zijn dezelfde als die van de andere Irakezen", zegt Sliwa. ,,Werkloosheid en onveiligheid."

Wat de aartsbisschop écht bezig houdt is de emigratie. Het probleem is op zich niet dat de Assyriërs vertrekken, maar dat ze hun cultuur verliezen in de Verenigde Staten, zegt Sliwa. ,,Sommigen zeggen daar: 'mijn vader was Assyriër', zijn zij dan vergeten dat zij dat ook zijn? De Verenigde Staten zijn als een grote oceaan die alle graankorrels opslokt." Zijn neven en nichtjes spreken niet eens meer Assyrisch, de taal van Jezus, vertelt hij boos.

Ook de aartsbisschop heeft gehoord van het huwelijk tussen de Amerikaanse journalist en het Assyrische meisje. ,,Dit is niet normaal", vindt Sliwa. ,,Iedereen mag trouwen, maar als ik een familielid was geweest had ik haar gezegd twee keer na te denken voor zo'n stap te nemen. We moeten onze waardigheid behouden. Ik vrees dat dit huwelijk alleen voor de emigratie is. God zij dank is hij een christen en niet eerder getrouwd geweest."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 02-10-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 834

Les in vaderlandsliefde voor scholieren Falluja

Door Thomas Erdbrink

FALLUJA, 2 OKT.

Falluja wil niets weten van de Amerikanen. Ook hier hebben de leraren bij het begin van het schooljaar 'Saddam' uit de lesboekjes gescheurd. Maar met enorme tegenzin.

Op het schoolplein van de 'School van de Martelaren' in het Iraakse plaatsje Falluja staan tientallen jongetjes in rijen opgesteld. De langste achteraan, de kleintjes op de voorgrond. Ze luisteren naar een toespraak van de onderdirecteur. ,,We hebben nog geen nieuwe schoolboeken", deelt hij mee. ,,En als ze komen, weten niet wat voor boeken het zijn. Tot die tijd gebruiken we daarom de oude lesstof."

Het Iraakse schooljaar is gisteren begonnen. Zoals opgedragen door de Amerikanen hebben de leraren alle portretten van de verdwenen leider Saddam Hussein uit de schoolboeken gescheurd. Het vak 'nationale cultuur', over de grote daden van de Ba'ath-partij, is uit het lesprogramma geschrapt. Niet tot vreugde van het docentenkorps van de martelarenschool. ,,Wij mogen onze leerlingen geen liefde voor hun land bijbrengen, en ze mogen niet leren hoe ze het moeten verdedigen", verzucht rector Ghaleb Brahim Achmed. ,,De Amerikanen zijn hier om Irak te verkrachten."

Op de muren in Falluja worden zijn opvattingen gedeeld. ,,Het beroven en doden van Amerikanen is 'halal', toegestaan volgens de islam, staat er ergens. ,,Onze leider zal terugkeren", is op een andere muur geschreven. Over een met verf besmeurde wandschildering van de verdwenen Saddam Hussein hangt een poster met zijn afbeelding.

Falluja is geen gewone Iraakse stad en de 'School van de Martelaren' geen gewone Iraakse onderwijsinstelling. Op 25 april trokken 130 Amerikaanse soldaten de school binnen om het gebouw als hoofdkwartier te gebruiken. De inwoners van het conservatieve, sunnitische Falluja, leden van aan de Ba'ath-partij gelieerde stammen, pikten dat niet en demonstreerden drie dagen later voor de school. Iemand opende het vuur en nadat het stof was neergedaald waren er vijftien doden te betreuren aan de kant van de demonstranten. Na een patsstelling van vier dagen besloten de Amerikanen de school te verlaten.

Het kwaad was echter geschied en sindsdien is Falluja, in Irak bekend als 'De stad van de moskeeén', een van de belangrijkste verzetshaarden in het land. Er zijn vrijwel dagelijks aanslagen op de Amerikaanse troepen. Daarbij zijn al vijf Amerikaanse doden gevallen en tientallen gewonden. ,,Onze school heette de 'School van de Leider', maar die naam is nu verboden. Dus hebben we het woord 'leider' vervangen door 'martelaren'," zegt rector Achmed trots.

Nog een paar dagen en dan heeft hij precies 44 jaar lesgegeven aan de 'School voor de Martelaren.' Zijn gemillimeterde haar en forse postuur zorgen ervoor dat iedere kwajongen het wel uit zijn hoofd haalt kattenkwaad uit te halen tijdens zijn lessen. Achmed bracht de vaders van zijn huidige leerlingen liefde voor Irak bij, hij vertelde ze over het belang van onafhankelijkheid. ,,Inwoners van Falluja, houdt uw hoofden hoog", staat op een muur vlak bij de school geschreven. De rector kan zich er prima in vinden.

Dat is de reden dat hij zich nog nooit zo vernederd heeft gevoeld als toen hij zijn school weer binnenliep nadat de Amerikanen er waren vertrokken. Alle deuren waren geforceerd, de zittingen van de stoelen gesloopt, zegt hij. Uit de globe die hij altijd gebruikte om de leerlingen de landen aan te wijzen die hij had bezocht, was Irak weggesloopt. ,,Hier op de muur staat 'Iraq Eat Shit' geschreven", wijst hij aan. ,,Wat zijn de bedoelingen van de Amerikanen?", vraagt hij zich af.

Zijn scholieren zijn erg in de war van alle gebeurtenissen, zegt Achmed. ,,Als ze Amerikanen zien gooien ze met stenen. De kinderen hebben een hekel aan hen." Om zijn bewering te onderstrepen roept hij 'willekeurig' vijf jongetjes binnen. Die gaan meteen netjes in een rijtje staan. ,,Vraag maar", moedigt de rector aan. De 12-jarige Omar Jassen wil de president terug, zegt hij. ,,Ik mis hem." Een leraar die toekijkt, corrigeert hem: ,,Het is 'meneer de president'."

Niet alleen de komst van de Amerikanen zit het schoolhoofd en veel van zijn stadgenoten dwars. Ze ergeren zich ook over wat de soldaten hebben meegenomen naar Falluja. Natuurlijk is hij blij met de nieuwe satellietzenders, zegt hij, maar alleen om islamitisch nieuws over zijn Arabische broeders te horen. ,,Nu zien we porno en reclame's voor drank. " Over alle nieuwe goederen die het land binnenkomen, is hij ook niet tevreden. Ze drukken immers lokale producenten uit de markt. ,,Ze willen ons volledig afhankelijk maken van hun producten. Dat is hun plan", meent de rector.

Achmed zegt dat hij de mensen van het Iraakse verzet niet kent, maar wel weten hij en de andere onderwijzers dat het ,,erg dappere mannen" zijn. Zelf is hij ook niet van plan om voor de Amerikanen te buigen. Hij is van plan om, tegen het door de Amerikanen uitgevaardigde verbod in, de eerste vijf minuten van de les te gaan besteden aan het vak 'nationale cultuur'.

,,Wij docenten zijn immers als vaders voor onze leerlingen: we moeten ze opvoeden zoals wij denken dat verstandig is", motiveert hij dat besluit.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 30-09-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 744

Opboksen tegen beschimpingen

De 23-jarige Iraakse Alyaa Abbood is tolk voor de Amerikanen

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 30 SEPT.

De Iraakse Abbood is tolk in dienst van het Amerikaanse leger. Ze wordt gezien als hulpverleenster en verraadster tegelijkertijd. ,,Ik ben op de goede weg", weet ze.

Voor de rechtbank in het district Al-Beyaa hebben zich tientallen mensen verzameld. Kleine jongetjes verkopen cola, bedelende vrouwen vragen om een aalmoes en zwetende advocaten staan al klaar met mappen onder de arm geklemd. ,,Je bedriegt ons", slist er één tegen de 23-jarige tolk Alyaa Abdul Hassan Abbood. Ze loopt stug door, acht Amerikaanse soldaten duwen de menigte uiteen. In de donkere gangen van het gebouw krioelt het van de mensen. Allemaal roepen ze haar naam.

Zelf omschrijft Abbood zich als een ,,brug tussen de Irakezen en de Amerikanen", maar sommige landgenoten zien haar als een verraadster. Statistieken van gewonde autochtonen houdt het Amerikaanse leger niet bij, maar bekend is dat Irakezen die met de coalitietroepen samenwerken een belangrijk doelwit zijn van aanslagen. Daarbij is de sociale druk voor Abbood extra zwaar omdat ze als jonge, ongetrouwde vrouw met de Amerikanen werkt. ,,Mijn landgenoten kijken me soms aan alsof ik een hoer ben," zegt ze zachtjes.

Vandaag is ze samen met de Amerikanen in Al-Beyaa. Een jurist in dienst van het leger zal hier claims afhandelen die zijn ingediend door Irakezen die door toedoen van het Amerikaanse leger 'schade' hebben ondervonden. Naast vertaalwerk doet Abbood ook onderzoek naar de echtheid van de claims die worden ingediend. ,,Er zitten altijd bedriegers tussen", zegt juridisch medewerker Juan Arevalo. Vorige week nog was er iemand die bij alle legerbases van Bagdad een aanvraag had ingediend. De hoop om tien keer te worden uitbetaald voor een beschadigde auto werd echter de grond in geboord door een centraal computersysteem dat alle aanvragen bijhoudt.

Als eerste is een vrouw aan de beurt die is aangereden door een Amerikaanse jeep. Ze heeft enkele dagen in het ziekenhuis gelegen. De soldaten die haar aanreden, zijn haar zelfs komen bezoeken. ,,U krijgt tweeduizend dollar schadevergoeding", legt Abbood uit. ,,Je bent een bloem", antwoordt de vrouw gelukkig. ,,Ik zal voor je bidden."

Een vrouw met een kind in de hand komt de rechtszaal binnen. Haar advocaat schuifelt achter haar aan. Deze heeft vorige week een claim voor 'bloedgeld' ingediend, volgens Iraakse tradities de manier om familie van een vermoord persoon te compenseren. De echtgenoot van de vrouw is doodgeschoten terwijl hij een huis bewaakte waarvan de Amerikanen dachten dat er een Saddam-aanhanger verbleef. Abbood kent de zaak en heeft ervoor gezorgd dat er geld – een standaardbedrag van 2.500 dollar – klaar ligt.

,,Wanneer komt mijn man vrij?", vraagt de vrouw opgewekt. Even weet Abbood niet wat ze moet zeggen. Ze besluit dat de rechtszaal moet worden leeggemaakt. Als alleen de vrouw en de advocaat over zijn, vraagt Abbood of ze weet wat er is gebeurd. De vrouw knikt 'nee'. ,,Uw man is dood", zegt Abbood zachtjes. De vrouw barst in snikken uit. De advocaat vraagt jurist Arevalo om 5 procent commissie voor zijn bemiddeling.

,,Ik vind het heel erg voor haar. Waarom de Amerikanen haar man hebben doodgeschoten weet ik niet, maar ik weet wel dat haar advocaat haar op de hoogte had moeten stellen", zegt Abbood later als ze thuis is. Ze woont met haar ouders en drie broers in een klein huis in een buitenwijk van Bagdad. Dan gaat de telefoon: het is een van de advocaten die vandaag in de rechtszaal was. ,,Of ik niet een paar van haar claims kan goedkeuren", zegt Abbood verontwaardigd als ze ophangt. De advocate stelde haar een 'aanvulling' op haar maandelijkse salaris van vierhonderd dollar in het vooruitzicht. ,,De mensen denken dat we nog in de tijd van Saddam leven."

Abbood maakt vaak ruzie met advocaten die volgens haar laks met hun cliënten omgaan of valse claims indienen om geld te verdienen. Haar broer, ook vertaler voor de coalitie, ziet de strijd hoofdschuddend aan. ,,Jij wordt nog eens vermoord", zegt hij waarschuwend. Hij heeft van de Amerikanen een pistool gekregen om het gezin te beschermen. Natuurlijk vindt ook Abbood het werk gevaarlijk, natuurlijk is het niet leuk dat de mensen in de buurt roddelen over haar omgang met de Amerikanen. ,,Maar zonder samenwerking lukt het niet in Irak. Als zo'n vrouw als vandaag zegt dat ze 's nachts voor me zal bidden, en ze terecht haar geld heeft gekregen, weet ik dat ik op het juiste pad ben."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 27-09-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 999

Trots op zijn frisse ideeën

Iraakse regeringsraad overtuigd van eigen bekwaamheid

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 27 SEPT.

De Iraakse regeringsraad, voornamelijk bestaand uit ex-ballingen, probeert zich te ontworstelen aan de greep van Amerika, zijn peetvader. 'Laat het aan de Irakezen over.'

Iedere dag rond één uur 's middags wordt een groots feestmaal aangericht in het gebouw waar de Iraakse regeringsraad in Bagdad zetelt. Afgevaardigden, westerse adviseurs en tientallen lijfwachten scheppen hun borden vol met verschillende soorten vlees, rijst, fruit, yoghurt en taartjes. Aan de tafels wordt druk gesproken. Hier gaat het over gewichtige zaken. Chaotisch Irak met z'n bomaanslagen, ontvoeringen en gangsters ligt zeker vijf controleposten en 2.000 meter betonnen muur verderop. In dit rustpunt verkennen de 25 leden van de door de Amerikanen aangestelde regeringsraad hun pas verkregen macht.

Vandaag staat er een belangrijk punt op de agenda: het verbannen van de Arabische tv-kanalen Al-Jazira en Al-Arabiya uit Irak. De zenders zouden zich onverantwoordelijk gedragen en negatief over de raad berichten. ,,Ze plaatsen ons constant in een kwaad daglicht", zegt raadslid Mowaffak al-Rubaie. Daarnaast vragen hij en de andere leden zich af hoe het kan dat de zenders vaak exclusieve beelden van aanslagen hebben. Hebben ze soms voorkennis? ,,We gaan ze heel hard straffen", voorspelt Rubaie. Het wordt uiteindelijk een schorsing van 15 dagen.

Zich inzetten voor Irak is een levenstaak voor de meeste leden van de door Amerika benoemde raad. Ze zijn grotendeels afkomstig uit diverse Iraakse ballingenpartijtjes en kennen elkaar uit Londen en Washington, waar ze vaak decennia hebben gewoond. Velen van hen zijn familie van elkaar. Hun teleurstelling was groot toen op een ballingenconferentie in februari van dit jaar in Noord-Irak bleek dat de Amerikanen niet van plan waren hen meteen een interim-regering te laten vormen. Dit om groepen binnen Irak niet op voorhand uit te sluiten van inspraak.

In de chaotische dagen na de val van Bagdad trokken de verschillende partijtjes door de stad om met spuitbussen hun naam op overheidspanden te schrijven, om de anderen te laten weten door wie de gebouwen waren bezet. Het was vaak nog even zoeken naar de mooiste panden in de stad, die in de jaren na hun vertrek zo was veranderd. Hoe meer panden, hoe groter de machtsbasis in het nieuwe Irak.

Op 13 juli presenteerde de hoogste Amerikaanse civiele bestuurder, Paul Bremer, de regeringsraad, die in etniciteit en religie de samenstelling van Irak weerspiegelt. De meerderheid, 13 leden, is shi'itisch, en er zijn vijf sunnieten, vijf Koerden, één Turkmeen en één Assyriër. De raad beslist met meerderheid van stemmen en Bremer heeft een veto.

De raad had weken nodig om een roterend voorzitterschap van negen leden te kiezen. Nog enkele weken ruziën later presenteerde hij een kabinet dat uitvoerende taken heeft. Zonen, ooms en neven kregen ministerposten toegeschoven. De nieuwe minister van Olie is een zoon van het shi'itische lid Mohammed Barul Ulum. Minister van Buitenlandse Zaken Hoshyar Zebari is oom van Koerdische strijdheer en raadslid Massoud Barzani. Minister van Handel Ali Allawi is een neef van twee seculiere shi'itische raadsleden, Iyad Allawi en Ahmed Chalabi.

De raad is sinds de oprichting voornamelijk met interne problemen bezig geweest. En: ,,Ze zitten erg veel in het buitenland", zegt een diplomaat. Op straat wacht hun nog een lange taak om harten en geesten te winnen. ,,Het is een groep mensen die op tanks is meegereden om ons te gaan regeren. Er wordt gewoon één regime door eenzelfde vervangen", zegt de werkloze ex-militair Thamer Rashid.

Voor de lunch wordt er in het raadsgebouw gebeden door enkele shi'itische raadsleden. Hoewel het gebed vijf keer achter elkaar moet worden gedaan, doen sommigen het wel 20 keer. Het is goed als de achterban weet dat de leden godvrezend zijn. Bewonderend kijken de chauffeurs en lijfwachten toe.

De afgelopen weken is het zelfvertrouwen van de raadsleden gegroeid. Het is een misvatting dat ze als voormalige ballingen hun contact met het land zouden hebben verloren, vindt raadslid Rubaie, een shi'iet. Integendeel, de Irakezen zijn juist gebaat bij hun frisse ideeën. ,,Saddam Hussein heeft dit land in 35 jaar passief gemaakt. Wij moeten de Irakezen leren wat democratie is."

Een van hun opvattingen is dat de mensenrechten tijdelijk plaats moeten maken als ze de Iraakse democratie in de weg staan. De raadsleden vinden dat de Amerikanen veel te slap optreden tegen hun voormalige vijanden. De maandvoorzitter van de raad, Ahmed Chalabi, had onlangs een paar aanbevelingen. In een opinieartikel in de Washington Post stelde hij dat de Amerikanen invallen moeten doen in dorpen waar terroristen zich zouden bevinden. ,,Arresteer duizenden mensen, leden van het voormalige regime en hun broers, zonen en neven", schreef Chalabi. ,,De Amerikanen zijn maar bezig met die Geneefse conventie. We zitten hier in Irak. Hier moet je hard zijn, heel hard", vindt Rubaie. Hij spreekt perfect Engels, zijn woonplaats is 'Londen' en hij heeft een gesoigneerd zwart-wit baardje. ,,Je moet verdachten oppakken in hun huizen en niet meer vrijlaten", vindt hij.

De onmin van de raadsleden met hun broodheer gaat echter verder. Diep teleurgesteld over hun geringe bevoegdheden, proberen invloedrijke leden – degenen met eigen milities – steeds hun macht te vergroten. In de wandelgangen van de VN-zitting in New York eiste Chalabi deze week opnieuw een snelle machtsoverdracht. Het bracht de Amerikanen in verlegenheid, die waren gedwongen afstand te nemen van hun eigen schepping: ,,Het gebeurt niet", zei een hoge Amerikaanse functionaris. Doel van de raad is internationale goedkeuring om op zeer korte termijn controle te krijgen over de ministeries van Financiën en Veiligheid; de belangrijkste machtspilaren in het land. De Amerikanen willen wachten tot de grondwet is geschreven en er verkiezingen zijn geweest.

,,Wij willen de oliegelden beheren, dat vragen de Irakezen aan ons", zegt raadslid Ahmed Shia'a al-Barrak. ,,De Iraakse politie weet precies hoe ze met terroristen moet omgaan. Laat het aan de Irakezen over", adviseert Rubaie. ,,Wij hebben ons bloed gegeven voor Irak", zegt Iyad Allawi die in oktober voorzitter wordt. ,,De leden van de raad zijn vrijheidsstrijders. Wij willen snel op weg naar democratie in Irak."

Een Britse soldaat en zijn hond op patrouille nabij de Iraakse havenstad Umm Qsar. (Foto AP)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 24-09-2003, Pagina 1, , Achtergrond, Aantal woorden: 1103

Een vrouw! In Bagdad! Gewoon op straat!

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 24 SEPT.

Te midden van alle geweld zien de Irakezen ook een heleboel redenen tot tevredenheid.

Het loopt tegen de namiddag als een groene, gedeukte auto met gierende banden door de wegblokkade achter het Palestine hotel in Bagdad scheurt. De twee bewakers – jongens van vijftien met baseballpetjes – beginnen direct als gekken te schieten. Beiden missen. Omstanders duiken op de grond, want bestuurders die bevelen negeren in de Iraakse hoofdstad hebben meestal weinig goeds in de zin. Ongeschonden stopt de auto plotseling midden op de parkeerplaats en twee bezwete mannen klauteren eruit. Het blijken geen terroristen met een autobom, maar carjackers die in een taxi werden achtervolgd door de eigenaar van de wagen die ze zojuist hadden geroofd. Onder het toeziend oog van de tientallen buitenlandse journalisten die in het hotel verblijven wordt het duo afgevoerd. Later is het Groot Nieuws op CNN. Het beeld van Bagdad als gevarenzone wordt andermaal bevestigd.

Maar er mag dan veel geweld zijn in Irak, veel bewoners van de hoofdstad merken ook de voordelen van de Amerikaanse interventie.

Langs de Karada Kharej, Bagdads belangrijkste winkelstraat voor elektronica, staan de koelkasten en tv's langs de weg opgestapeld. Voorbijgangers staren naar Sony Giga-tv's met schermen van meer dan een meter doorsnee of twijfelen over de aanschaf van Turkse airconditioningsets.

In een van de winkels zit Abdel Ali Amir achter zijn bureau. Hij is tevreden, want de markt is na de Amerikaanse inval een stuk eerlijker, vindt hij. ,,Alle handelaren hebben nu gelijke kansen en er zijn meer spullen verkrijgbaar." Voor de oorlog was de import van luxe goederen in handen van een klein groepje regeringsgetrouwen. ,,Die bepaalden de prijzen en dan ging er ook nog eens belasting overheen." Gevolg: een aircoset, een basisbehoefte in Irak waar het ook nu nog warmer dan 40 graden is, kostte 600 dollar. ,,Die verkoop ik nu voor de helft van de prijs omdat er geen 'tussenpersonen' meer aan te pas komen."

Amir kan het internationale nieuws over zijn land niet aanzien. Het gaat alleen maar over narigheid in Irak en volgens de winkelier valt het allemaal best mee. Vooral de – zojuist door de overheid geschorste – Arabische zenders maken hem woest. ,,Gisteren had Al-Jazira een programma van drie uur lang over Iraakse vrouwen die hun huis niet meer uit zouden durven. Wat een onzin!" Een van de klanten valt hem op luide toon bij en zegt dat ze zich daar ook zo boos over heeft gemaakt. ,,Kijk naar mij?! Wat ben ik? Juist; een vrouw! Gewoon op straat. Geen enkel probleem." Ze is met haar man op koopjesjacht. Tv en satellietontvanger hebben ze al. Nu de airco nog.

GOED NIEUWS

'Het wordt hier alleen maar beter'

,,Mijn man en ik zijn gepensioneerd en kregen een staatspensioen van anderhalve dollar per maand. Van de Amerikanen hebben we al zeker 100 dollar gehad. Het wordt hier alleen maar beter." De eigenaar van de winkel is het helemaal met haar eens: ,,Die aanslagen zien we alleen maar op tv", zegt hij beslist.

De satelliettelevisie wel te verstaan, want binnen vier maanden lijkt de hele stad een schotel te bezitten, iets wat onder het regime van de Ba'ath-partij streng verboden was. Internetcafés, streng gecontroleerd door de Ba'athstaat, zijn nu op elke straathoek te vinden. Net als krantenverkopers: er worden nu meer dan 100 dagbladen uitgegeven, die kunnen schrijven wat ze willen zolang ze niet tot geweld aanzetten.

Als reactie op de breuk met het eenpartijsysteem zijn er de afgelopen maanden ongeveer 200 nieuwe politieke partijen opgericht in Irak. Dagelijks komen er meer bij. Ook is het land, dat sinds 1991 verdeeld was in het de facto onafhankelijke Koerdische noorden en het centraal geregeerde Irak weer één. Koerden reizen nu vrij door het hele land en Arabieren drijven handel in de noordelijke steden. Ook voor de shi'itische moslims heeft de omverwerping van Saddams regime plezierige gevolgen gehad: ze kunnen nu openlijk hun geloof belijden, en grijpen de sterfdag van alle belangrijke geestelijken aan om processies te houden. Daarnaast hebben ze een belangrijke stem in de door Amerikanen aangestelde regeringsraad.

Het is waar, de veranderingen zijn allemaal weinig waard als je 's nachts de deur niet uitkan wegens dieven en de avondklok, maar dat neemt niet weg dat veel inwoners van de hoofdstad blij zijn met hun nieuwe vrijheden.

De muren van de 'tweedefaseschool voor meisjes' zijn bijna helemaal wit gemaakt, voor de oorlog waren ze vies bruin, zoals de meeste gebouwen in Irak. Het Amerikaanse bouwbedrijf Bechtel, hoofdaannemer voor de reconstructie van Irak, heeft contracten afgesloten met lokale schildersbedrijven om het Iraakse schooljaar over een week fris te laten beginnen. Tientallen leraren kijken in de eveneens gewitte lokalen examens van het vorige jaar na. De rectrix is naar de stad Tikrit overgeplaatst: ze was een nicht van Saddam Hussein. Met het vertrek van Iraks 'Grote Oom' Saddam Hussein zijn ook de vakken 'Nationale Cultuur', (de grondbeginselen van de Ba'athpartij), 'Revolutie en het Volk' (de opkomst van de Ba'ath-partij) en 'Olie en Strijd' (de nationalisering van de olie door de Ba'ath-partij) afgeschaft. ,,Die lessen vonden de meisjes toch niet leuk", zegt Afaaf Abbas die de vakken jarenlang heeft onderwezen. Nu geeft ze nog geschiedenisles en geografie, waarvan de schoolboeken ook bol staan van de Ba'ath-ideologie. ,,Die stukken slaan we gewoon over", zegt ze lachend. ,,Vanaf nu krijgen onze studentes les in échte vakken."

Ali Jaber werkte bij de staatstelevisie en -radio als acteur en regisseur. In ieder uur radio dat hij maakte moest hij ten minste één keer verwijzen naar de 'Grote Oom' en zijn heldendaden. Nu drinkt hij thee in het kunstenaarscafé met een ex-presentator. Na de oorlog werden alle omroepmedewerkers ontslagen door de Amerikanen. Jaber ook.

Toch, iedere keer als hij ziet dat een Amerikaans konvooi wordt aangevallen doet zijn hart pijn. ,,Deze mensen hebben ons bevrijd van een vreselijke dictatuur", zegt Jaber. ,,Het belangrijkste is dat we nu vrij kunnen denken, discussiëren zonder dat er iemand meeluistert die het aan de geheime dienst kan doorgeven." De andere werklozen knikken instemmend. ,,Het gaat hier niet om een paar explosies, die heb je overal ter wereld. Dat is het werk van een kleine groep. De meeste Irakezen zijn de Amerikanen eeuwig dankbaar."

Volgens Jaber heeft het hoge verwachtingspatroon van veel Irakezen te maken met de huidige onvrede. ,,Ze dachten dat met de komst van de Amerikanen de straten in goud zouden veranderen. Het is nu duidelijk dat de opbouw van Irak tijd gaat kosten. Over een paar maanden kunnen ook wij weer aan de slag: dat hebben de Amerikanen beloofd."

Irakezen ontspannen zich in een café aan de oever van de Tigris in Bagdad. "Het belangrijkste is dat we nu vrij kunnen denken" (Foto AP)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 22-09-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 636

Amerikaanse invasie wordt tijger te veel

Bewijs van normalisering doodgeschoten door leger

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 22 SEPT.

De Bengaalse tijger Abu Madour overleefde het regime van Saddam Hussein en de oorlog. Een feestje van Amerikaanse soldaten werd hem vorige week uiteindelijk fataal.

In zijn dertienjarige bestaan had de Bengaalse tijger Abu Madour al meer meegemaakt dan menig mens in een heel leven. Geboren in de diergaarde van Bagdad, zag hij vanachter de tralies de troosteloze burgers van de Iraakse hoofdstad dagelijks verstrooiing zoeken in wat eigenlijk niet meer dan een parkje met een verzameling kooien was. De kinderen bekogelden hem met steentjes en dappere Irakezen daagden hem uit om hun leeuwenmoed te bewijzen. Van een afstandje, want het hok van de tijger was goed afgeschermd met een dubbele laag groene spijlen.

Toen de oorlog kwam werden plots de verzorgers en bezoekers vervangen door een groep Iraakse soldaten die zich veilig waanden in de dierentuin. Bommen regenden er neer in de oorlogsdagen rond 9 april. Een mortierronde raakte de kooi van de leeuwen die allemaal ontsnapten. Na een paar dagen vrij door het park te hebben gerend, werden ze afgeschoten door Amerikaanse soldaten.

Daarna kwamen de plunderaars. Die lieten de vogels uit hun kooien en gingen ervandoor met de apen. De kamelen renden de stad in. Zo bleef Abu Madour achter met zijn vader en een paar biggen. Tijgers, daar blijf je vandaan, wisten de plunderaars. En biggen zijn vies, vinden moslims. Van de 650 dieren waren er uiteindelijk nog maar zeventien over.

Het duurde een paar dagen en toen zag Abu Madour sommige verzorgers weer terugkeren. De biggen werden geslacht om als maal voor hem te dienen. Een team van Zuid-Afrikaanse vrijwilligers kwam de staf van de dierentuin helpen om de zaken weer op orde te stellen. Toen de zoo op 19 juli feestelijk werd heropend, was de tijger het stralende middelpunt van de festiviteiten. ,,Hij was ons mooiste en bijzonderste dier", zegt de directeur van het dierenpark, Adil Selman Mosul, nu.

Het park was schoongemaakt en in de kranten adverteerde de Amerikaanse Coalitie Voorlopige Autoriteit, die het land bestuurt, met dit ,,zoveelste bewijs van de normalisering van de stad". Op de kooi van de tijger werd een groot bord gehangen met het verzoek om het dier niet lastig te vallen. De Zuid-Afrikanen maakten voorzichtig plannen om een tijgervrouw naar de dierentuin te brengen, als partner voor de eenzame Abu Madour.

Maar donderdagnacht was er, naar nu bekend is geworden, een geheim feest in de dierentuin. Een aantal Amerikaanse soldaten kwam er samen. Hun vijf Humvee-jeeps waren gevuld met eten en veel bier. De Iraakse bewakers konden niets doen want die moeten naar de soldaten luisteren.

Op een bepaald moment besloot een van de Amerikanen dat te doen wat tot daarvoor geen enkele Irakees had aangedurfd. Beladen met een schaal vol kebabspiezen stapte hij de ruimte tussen de dubbele laag tralies in.

Abu Madour had al veel meegemaakt, maar deze invasie van zijn territorium werd hem te veel. Toen de Amerikaan vervolgens ook nog zijn arm door de tralies stak met in zijn vuist een stuk vlees sloeg de tijger toe. Abu Madour hapte een vinger van de soldaat af en sloeg met een van zijn klauwen de arm van de man open. Diens collega's openden het vuur en een paar seconden later was de Bengaalse tijger geveld. De schotwond zorgde voor een longbloeding, waaraan hij later stierf.

,,Dit is gewoon belachelijk", zegt Brian Whittington-Jones, een van de twee Zuid-Afrikaanse verzorgers, beschaamd. ,,De zaak is bij de Amerikanen in onderzoek", vertelt de directeur afgemeten. De bewuste Amerikaan raakt waarschijnlijk zijn arm kwijt.

Een Iraakse familie loopt door de dierentuin, ze hebben half gehoord van het incident. ,,Het zal wel zelfverdediging zijn geweest", besluit de vader vluchtig. ,,Het gaat niet zo goed in Irak", zegt hij.

Amerikaanse soldaten spelen nabij Tikrit honkbal in een van de paleizen van de verdreven Iraakse leider Saddam Hussein. (Foto Reuters)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 23-08-2003, Pagina 25-26, , Achtergrond, Aantal woorden: 2808

120.000.000 nabootsers

In het Iraakse Najaf wordt bloed vergoten om de toekomst van de islam

Thomas Erdbrink

Terwijl de westerse vrede in Irak elke dag verder afbrokkelt, woedt in de bedevaartsplaats Najaf een andere strijd. Een religieuze machtsstrijd die de landsgrenzen overstijgt. Inzet: het geestelijk leiderschap over 120 miljoen sjiitische moslims wereldwijd. Over moord in een graftombe en een islamitisch leger in wording. 'Wij moeten de Amerikanen tegenwicht bieden.'

In de wirwar van straten in Najaf is weinig terug te vinden van de glorie van een bedevaartsplaats. Jongens trekken met houten karren sporen door het vuil dat de goten verstopt. Bedelaars vragen om Iraakse dinars – ze leven van de islamitische traditie van Zakat. Geestelijken in zomer-aba's spoeden zich door de steegjes, de hand op hun tulband als bescherming tegen de harde en warme woestijnwind.

Maar zodra ze het ommuurde gebied betreden in de binnenste ring van de stad, raken ze verblind door de zomerzon. Ze staan oog in oog met de gouden koepel van een tempel, met daarnaast twee minaretten van goud. Sigarettenverkopers, pelgrims en geestelijken lopen langs elkaar heen, terwijl vrouwen in zwarte chadors met hun kinderen in de schaduw zitten.

Dit is de glorie van imam Ali Ibn Abu Talib, schoonzoon en neef van de profeet Mohammed, grondlegger van de sjiitische tak binnen de islam. Na een geschil over de opvolging van zijn oom besloten veel molims Ali te volgen. Zij kregen de naam 'partizanen van Ali', de Sjia Ali. En toen die in het jaar 661 in het Iraakse Najaf werd vermoord, werd de stad een bedevaartsoord.

In een gouden schrijn in dit heiligdom ligt Ali's lichaam. Daarnaast ligt, kniehoog, geld afkomstig uit alle vier de windstreken. Mannen, vrouwen en kinderen kussen de tralies rondom de tombe, zij huilen en lezen zijn wijsheden. Er hangt een penetrante zweetgeur; het is er 45 graden Celsius en schoenen zijn hier verboden.

Zodra een grafkist het heiligdom wordt binnengebracht, klinkt uit de monden van de gelovigen ,,la illahe illahla": er is slechts één God en dat is God. En dat gebeurt om de haverklap, want de doden uit de massagraven worden dezer dagen herbegraven en zeven keer rond de tombe gedragen. De gelovigen schieten opzij als de mannen met kisten langsdraven. De eeuwige zielenrust is beter gegarandeerd na een laatste bezoek aan imam Ali.

Na de val van het regime van Saddam Hussein is het drukker geworden in het heiligdom. Op de heilige vrijdagen is de hele binnenplaats bezet. Zestig procent van de Iraakse bevolking is sjiitisch. En er komen steeds meer pelgrims uit Iran, Afghanistan, Koeweit, Saoedi-Arabië, Libanon, Syrië en Bahrein, waar de circa 120 miljoen sjiieten wonen. Behalve Mekka behoort elke sjiiet eenmaal in zijn leven het graf van imam Ali te bezoeken, en ook de laatste rustplaats van zijn zoon Hussein, 40 kilometer noordwaarts in de stad Kerbala.

Hier in Najaf wordt nu een politiek-religieuze machtsstrijd uitgevochten waarvan de uitkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor Irak en de regio. Voor het eerst sinds dertig jaar kunnen de religieuze leiders vrij discussiëren over de toekomst van de sjiitische islam, zonder bemoeienis van Saddam Hussein of het sjiitische regime in Iran. Ook de Amerikaanse bezetters willen hun vingers er niet aan branden en houden zich afzijdig.

Belangrijkste twistpunt binnen de geestelijkheid is de vermenging van religie en staat, een heet hangijzer sinds de opkomst van wijlen ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn Iraanse islamitische revolutie van 1979. De verschillende kampen beschimpen elkaar, zetten elkaar weg als 'Iraniërs' en 'groentjes'. Voor het eerst sinds lange tijd lijken seculiere geestelijken de overhand te krijgen. Zij vinden dat het samenbrengen van religie en staat – de wens van vele fundamentalisten – de islam corrumpeert. Sommige van hun tegenstanders schuwen het geweld niet om hun argumenten kracht bij te zetten. Er zijn al verschillende doden gevallen. De inzet is dan ook hoog: het geestelijk leiderschap over 120 miljoen sjiieten.

Opgeschud

De loopgraven van deze strijd zijn te vinden in de steegjes van Najaf. Achter verschillende deuren gaan kantoren en scholen schuil van de hoogste sjiitische autoriteiten, de groot-ayatollahs. Er zijn slechts twintig groot-ayatollahs op de wereld. Allen zijn ook 'Marja-e Taqlid', wat letterlijk 'Bron van Nabootsing' betekent. Iedere sjiiet is verplicht een 'Bron van Nabootsing' te kiezen en diens religieuze verordeningen, fatwa's, na te leven. Hierdoor beschikken de 'Marja's' over duizenden tot miljoenen volgelingen die allemaal éénvijfde van hun inkomen afdragen, de 'khom'. De groot-ayatollahs bezitten miljarden euro's, meestal ondergebracht in stichtingen met bankrekeningen in het buitenland. De stichting van wijlen groot-ayatollah Al Khoei in Londen beschikt bijvoorbeeld over een vermogen van ongeveer 2 miljard euro. Ook al is deze 'Marja' in 1992 op hoge leeftijd overleden, het geld blijft nog steeds binnenkomen, zo laat de stichting weten.

Met dit geld worden de heiligdommen onderhouden en de geestelijken betaald, en kunnen duizenden 'talabehs', religieuze studenten, in Najaf en elders een opleiding volgen. Deze studenten vormen samen met de geestelijken de Hawza, het religieuze establishment. Najaf is dankzij de 'khoms' al meer dan duizend jaar een soort sjiitisch Vaticaanstad.

Vanuit de gedachte dat de islam een allesomvattende godsdienst is, wagen sommige ayatollahs zich ook aan politiek. Begin april schraapte de 83-jarige groot-ayatollah Ali Al Husseini As Sistani in Irak al zijn moed bijeen en vaardigde een fatwa uit waarin stond dat de gelovigen zich neutraal moesten opstellen tegenover het binnentrekkende Amerikaanse leger. Een novum was deze politieke fatwa niet – eind jaren '70 had een geestelijke de Iraakse sjiieten al aangemoedigd in opstand te komen tegen Sadam Hussein die hierop verschillende hoge geestelijken liet ombrengen. In 1920 werd in een fatwa uitgesproken dat verzet tegen de Britten, die toen Irak hadden bezet, geoorloofd was. Er brak een opstand uit en hoewel de Britten deze genadeloos neersloegen, was deze rebellie het begin van de nationaal-Iraakse gedachte.

De uitspraak van Sistani dit voorjaar tijdens de Irak-oorlog was niet zonder gevaar, want de politiek heeft de afgelopen dertig jaar tot scherpe debatten tussen de groot-ayatollahs geleid. De meningsverschillen lopen hoog op, omdat de sjiieten, anders dan de katholieken, geen hoogste leider hebben die een eindoordeel velt. De cruciale vraag is: kan er wel of niet een religieuze staat op aarde worden gevestigd zonder de aanwezigheid van de sjiitische messias, de Mahdi? Deze 'Twaalfde Imam' is in het jaar 873 verdwenen en de sjiitische gelovigen wachten met smart op zijn terugkeer die gepaard moet gaan met de vestiging van de islamitische heilstaat op aarde.

Groot-ayatollah Ruhollah Khomeini beantwoordde deze vraag bevestigend. Hij vond dat een geestelijke, een 'juridische expert', in afwachting van de Mahdi een islamitische republiek kon leiden. Het gevolg was de revolutie in Iran, die mede kon slagen doordat Khomeini als 'Bron van Nabootsing' miljoenen volgelingen had in dit land. Politieke fatwa's volgden, met als bekendste Khomeini's doodvonnis over de Britse schrijver Salman Rushdie wegens zijn boek 'De duivelsverzen'. Maar het uiteindelijke resultaat is dat nu, meer dan 24 jaar later, de heilstaat in Iran geen stap dichterbij is gekomen. Wat het islamitische land van melk, honing en gerechtigheid had moeten worden, is veranderd in een zinkend schip met grote economische problemen waar mensen zich massaal afkeren van de islam en de geestelijkheid.

Ondanks zijn indirecte politieke steun aan de Amerikanen geldt de groot-ayatollah Ali Al Husseini As Sistani nog steeds als de belangrijkste 'Bron van Nabootsing' in de sjiitische wereld. Hij pleit voor een volledige terugtrekking van de islam uit de politiek. De politiek, zegt hij samen met zeer veel geestelijken in Najaf en Iran, corrumpeert het geloof: wie zegt dat Gods vertegenwoordigers op aarde net zo onfeilbaar zijn als de Twaalf Imams? De duizenden executies van politieke tegenstanders die Khomeini in 1988 liet uitvoeren, worden nu door veel geestelijken als misdaden gezien en niet als de wens van God.

De groot-ayatollah hangt zozeer aan de scheiding tussen religie en staat dat hij bijna geen politieke uitspraken doet, noch in zijn kantoor in Najaf noch op zijn website (www.najaf.org). Wel houdt hij zijn volgelingen leefregels voor. Zo schrijft hij dat iemand die in het ziekenhuis ligt tijdens de vastenmaand beter niet vloeibaar voedsel tot zich kan nemen. Verder heeft hij bepaald dat masturbatie voor zowel vrouwen als mannen verboden is, ook als een man zijn sperma wil laten testen bij een dokter. Maar hij staat wel toe dat gelovigen hun woningen versieren met opgezette beesten.

Politieke preek

Elke dag sluiten meer sjiieten zich aan bij Muqtada al Sadr, een jonge geestelijke. Al Sadr erkent de door de Amerikanen ingestelde regeringsraad niet. Hij wil een Irak dat wordt geregeerd door de geestelijken. Het begin is al gemaakt: in de chaotische dagen na de oorlog namen volgelingen van Al Sadr ziekenhuizen en andere publieke instellingen in heel Irak over. Al Sadr betaalde hun lonen met het geld dat zijn vader, een belangrijke 'Bron van Nabootsing' die in 1999 door het Ba'ath-regime werd vermoord, nog steeds ontvangt van zijn volgelingen. Het maakte de zoon erg populair.

Op vrijdagmiddag hebben zich om twaalf uur zeker honderdduizend mannen verzameld bij 'zijn' moskee in Kufa, een voorstadje van Najaf. De zon staat recht boven de gelovigen. Het is de grootste bijeenkomst in het land sinds de Amerikanen Irak zijn binnengevallen. De mensen eten meloen en drinken thee, in afwachting van het gebed en de vrijdagmiddagpreek. Een politieke preek, zoveel is zeker, want in deze moskee gaat het over vrijwel niets anders.

120.000.000 nabootsers

De gelovigen zijn gekleed in witte lijkwaden, een teken dat ze bereid zijn om te sterven voor de islam. Ze wachten op de woorden van 'groentje' Muqtada al Sadr, de zoon van de vermoorde Mohammad Sadiq Al Sadr. Hoewel de 29-jarige Muqtada nog maar een religieuze student is, heeft hij sinds de Amerikaanse inval in Irak al een omvangrijke islamitische organisatie opgezet. Zeker 4.000 studenten van zijn school zijn uitgewaaierd over het land en verkondigen zijn radicale boodschap.

Als vele duizenden zich binnen de muren van de moskee hebben gewurmd, kijkt Al Sadr met strenge blik op de menigte volgelingen neer. ,,We moeten een islamitisch leger vormen als tegenwicht voor het Amerikaanse leger", zo galmt zijn stem door de moskee. ,,Dit leger zal gehoorzamen aan de Hawza en wordt het zaad voor de vorming van een islamitische republiek in Irak."

Rozenwater

Mannen met zilverkleurige tanks voor onkruidverdelging op de rug spuiten rozenwater over de aanwezigen. De tanks op de ruggen van deze vrijwilligers zijn versierd met foto's van ayatollah Khomeini en van de vader van Muqtada al Sadr. Een afbeelding van Sistani is hier niet te vinden.

Als Al Sadr is uitgesproken, ontstaat er buiten een rellerige sfeer. Uit de luidsprekers klinkt een waarschuwing: ga vandaag niet naar Najaf om te demonstreren. ,,We moeten de Amerikanen nu nog niet provoceren", zegt de stem. ,,Eerst moeten we sterker worden." Eerder had de jonge Al Sadr al verteld dat tienduizenden zich hebben ingeschreven voor 'het vreedzame leger'.

De jonge geestelijke heeft de religieuze verhoudingen binnen Najaf op zijn kop gezet. Hij en zijn school redeneren zoals de grondlegger van de sjiitische islam, imam Ali: ze stellen dat leiderschap over kan gaan van vader op zoon.

Muqtada Al Sadr lijkt vastbesloten een leider van Iraks sjiieten te worden. Daarbij gaat hij over lijken. In de chaotische dagen na de inname van de stad belegerden zijn volgelingen het huis van groot-ayatollah Sistani. Gewapend met knuppels en messen eisten ze dat de bejaarde ayatollah binnen 48 uur het land zou verlaten. Sistani is van Iraanse afkomst en Al Sadr presenteerde zich als een 'Arabische' sjiitische leider. Maar doordat het nieuws van de aanstaande belegering de groot-ayatollah al had bereikt, kon hij onderduiken. Dagen later kwam hij, onder bescherming, weer tevoorschijn.

Waarschijnlijk is Sistani een gruwelijk lot bespaard gebleven. Met een medestander liep het veel slechter af. Tegelijk met de Amerikaanse troepen was de zoon van de in 1992 overleden groot-ayatollah Al Khoei ook in Najaf aangekomen. De in Londen wonende Abdul Majid Al Khoei waarschuwde de Amerikanen niet in de buurt van het heiligdom te komen en zorgde er zo voor dat extreme elementen in Najaf geen reden hadden om een 'jihad' tegen de bezetters te beginnen. Met zijn verlichte denkbeelden over de islam, zijn vriendschap met Tony Blair en zijn belangrijke familienaam zagen velen in hem de juiste man om de sjiieten van Irak op één lijn te krijgen met de coalitie, niet in de laatste plaats omdat hij de vermenging van religie en staat bestrijdt.

Al Khoei bezocht het heiligdom in het hart van Najaf, toen plotseling een groep van veertig aanvallers hem met bijlen bedreigde. Hij vluchtte met getrokken pistool de tombe van imam Ali in, waarbij hem na overleg een veilige aftocht werd beloofd. Maar omdat het in de sjiitische islam geoorloofd is te liegen om het geloof te beschermen, werd hij op 10 april alsnog aan stukjes gehakt. Door mannen van Al Sadr, beweren ooggetuigen. De Al Khoei-stichting in Londen houdt Al Sadr dan ook verantwoordelijk voor de aanslag.

De Amerikanen doen Al Sadr af als ,,een oproerkraaier die zijn volgelingen uit de arme wijken van Bagdad haalt" en lijken het probleem voorlopig te negeren. Zo kon Al Sadr zes weken geleden buurland Iran bezoeken. De jonge geestelijke sprak daar met een voor Saddam Hussein gevluchte Iraakse extremistische ayatollah die fatwa's uitspreekt tegen heidenen, en die eist dat zijn volgelingen de door de Amerikanen aangewezen Iraakse regeringsraad niet steunen. Muqtada heeft zijn steun nodig, omdat hij als student zelf geen fatwa's kan uitspreken.

Ook sprak Al Sadr met Iraanse leiders. Hij mag zich dan wel als Arabier willen profileren, hij weet ook dat deze Iraniërs net zo gebaat zijn bij chaos in Najaf als hij. Want de afgelopen 24 jaar fungeerde de Iraanse heilige stad Qom als machtscentrum van de sjiitische wereld, dankzij de isolatie van Najaf. Dit hield in dat er geen kritiek mogelijk was op het door Khomeini in praktijk gebrachte systeem van de geestelijke 'juridische expert' die het land leidt. Al jarenlang staan twee belangrijke Iraanse 'Bronnen van Nabootsing' in Iran onder huisarrest, want de opperste leider ayatollah Khamenei duldt hun dissidente standpunt niet. Maar sinds Najaf is bevrijd, is er ruimte voor debat. Intussen vreest Khamenei ook voor zijn eigen positie. Want hoewel het Iraanse regime sinds 1995 beweert dat Khamenei een groot-ayatollah en dus 'Bron van Nabootsing' is, erkennen andere groot-ayatollahs zijn status niet. Hij mist de juiste diploma's.

Angst voor fatwa's

Met de toch al steeds smaller wordende machtsbasis in eigen land wachten de Iraanse geestelijke leiders vol angst af wat voor fatwa's de erkende 'Bronnen van Nabootsing' van Najaf over hun regime zullen uitspreken. Groot-ayatollah Sistani sprak deze week al zijn verbazing uit over de manier waarop het Iraanse regime zijn bestuurders behandelt. Hierbij verwees hij naar een rechtszaak tegen de hervormingsgezinde burgemeester van Teheran die door conservatieven van corruptie werd beschuldigd en gevangen werd gezet.

De ontmaskering van Khamenei als onechte 'Bron van Nabootsing' zou ook gevolgen kunnen hebben voor de sjiitische Hezbollah-beweging in Zuid-Libanon. Nu nog erkent deze groep de Iraanse leider als hoogste macht. Een eventuele ontmaskering zou deze groep kunnen doen besluiten voor de Iraaks/Libanese groot-ayatollah Mohammad Hussein Al Fadlallah te kiezen. Deze is een stuk pragmatischer dan Khamenei en keert binnenkort waarschijnlijk terug naar Najaf. Ook de sjiitische minderheid in Saoedi-Arabië wacht de strijd om het leiderschap in Najaf gespannen af. Ongeveer 15 procent van de bevolking van Saoedi-Arabië is sjiitisch en wordt onderdrukt door de streng-fundamentalistische wahabitische meerderheid. Afgelopen maand werden drie moskeeën in brand gestoken. Lokale sjiieten beweerden dat de Saoedische geheime dienst erachter zat.

Dikke sigaar

Intussen wacht hotjatolislam Seyed Jamal Adin (42) in Bagdad in zijn huis aan de Tigris zijn kans af. Hij is een opkomende geestelijke met heel andere ideeën dan de extremistische Al Sadr. Het huis heeft hij 'overgenomen' van de gevluchte Iraakse vice-president Izzat Ibrahim. Adin zit binnen en rookt een dikke sigaar. Vogels kwetteren op de achtergrond.

Adin zegt: ,,Ik heb zestien jaar in Iran gewoond en weet hoe het niet moet. Om de religie te beschermen, moeten we haar scheiden van de staat. De Amerikanen zijn de enigen die ons vrijheid van meningsuiting kunnen garanderen, dus ze moeten hier nog zeker vijftien jaar blijven om de prille democratie te laten opbloeien."

Naast hem zit de kleinzoon van wijlen ayatollah Khomeini bevestigend te knikken. Hij is vertrokken uit Iran. Drie weken geleden zette hij uiteen wat er mis is in zijn vaderland. ,,Ik word nu gezocht door de Iraanse geheime dienst", zegt Khomeini.

Het duo wil een nieuwe school openen in Najaf om hun ideeën uit te dragen. We moeten in Najaf rust en vrede scheppen, zegt Adin, daarna kunnen er vele religieuze discussies plaatsvinden. ,,En dan zullen de nu vrije standpunten van de 'Bronnen van Nabootsing' als golven door de sjiitische wereld gaan en de islam vernieuwen."

(Arabische wereld) Najaf. NRC Handelsblad 230803; Sjiitische moslims tijdens het vrijdaggebed in de Sader-moskee in Bagdad, juni 2003 Foto AP Sjiitische moslims dragen een doodskist rondom het graf van imam Ali in de imam Al- moskee in Najaf Foto AP

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 07-08-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 967

'Wij blijven binnen en vooral bij elkaar'

Hoe de familie Savad in Bagdad overleeft tussen puin, plunderingen en schietpartijen

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD 7 AUG.

Het dagelijks leven in de Iraakse hoofdstad is drie maanden na de val van het regime nog niet veel veranderd. Er is nauwelijks werk en de kinderen moeten goed in de gaten gehouden worden.

Op de oprijlaan van het huis van de familie Savad staat een geïmporteerde Opel Astra. Het is een van de vele Europese auto's die sinds kort door de Iraakse hoofdstad rijden. Dankzij de ineenstorting van het regime hoeft niemand in Irak meer importbelasting te betalen. Bijna vier maanden geleden, medio april, stond er nog een gloednieuwe pick-up truck op de plaats waar nu de Opel staat.

,,Die is gestolen op mijn werk", zegt Dana Savad(47) teleurgesteld. Voor de oorlog parkeerde hij zijn wagen altijd in de buurt van het landbouwbureau waar hij werkte, maar nu gaat dat niet meer. ,,Tegenwoordig ga ik in mijn Renaultje 4 door de stad, want die wil niemand hebben", zegt hij lachend.

Na de val van Bagdad trok ik vanuit het noorden naar de Iraakse hoofdstad. Een Koerdisch-Duitse collega nodigde mij en mijn vrouw uit om bij zijn familie, die in de buurt van het internationale vliegveld woonde, te slapen. Vanwege de veiligheid logeerden alle zestien familieleden in het grote huis van oma. 's Nachts keken ze gezamenlijk naar de satellietzenders, eindelijk zonder angst voor een inval door de politie op zoek naar illegale ontvangstapparatuur.

Buiten waren nog steeds vuurgevechten gaande. Oma bereidde onverstoord de heerlijkste gerechten en de talrijke kinderen staarden met grote ogen naar de buitenlanders. Bij vertrek lieten wij onze generator achter. Er was geen stroom en de oude generator van de familie stond op instorten. ,,Die hebben we straks heus niet meer nodig", riepen de Savads uit beleefdheid.

Maar nu, ruim drie maanden na het beëindigen van grote gevechtsoperaties, staat de blauwe 'Tiger'-generator nog steeds te draaien. Ook de kogels vliegen de Savads soms om de oren. Deze ochtend is honderd meter van hun huis een Amerikaanse tank opgeblazen. De familieleden slapen nog steeds bij elkaar in één huis. ,,Tegenwoordig worden er mensen gedood, en het kan niemand iets schelen", vertelt Dana Savad. ,,We blijven bij elkaar, dat is het enige wat je in dit soort tijden kan doen."

Een Amerikaanse patrouille rijdt langs. Alle kinderen rennen naar het begin van de grote tuin om met de soldaten te kunnen praten. Hun ouders roepen hen boos terug. ,,Je weet niet wanneer ze gaan schieten", zegt Dana Savad streng tegen zijn kroost. Terwijl helikopters overvliegen en in de verte schoten klinken, drinken de Savads buiten thee op witte plastic stoelen.

,,Hoe kan het toch dat de hele stad geplunderd is, behalve een paar plaatsen?", vraagt één van de mannelijke Savads, Mahmoud, een neef van Dana, zich af. Hij somt de gebouwen op, die niet zijn gestript van al hun bezittingen. Het ministerie van Olie, de militaire installaties en de grote hotels. Voor de ingangen van deze gebouwen stonden vanaf de eerste 'bevrijdings/bezettingsdag' grote Amerikaanse tanks.

,,Ik hoorde dat ze zevenhonderd Arabieren in België hebben getraind om hier de boel op stelten te zetten. De Amerikanen hebben de saboteurs moedwillig hun gang laten gaan. Meestal waren zij het die de deuren voor de dieven openden. De Amerikanen willen alleen onze olie", besluit de neef grimmig.

Oom Ahmed, die tot nu toe stil is gebleven, begint een lange monoloog. ,,De Amerikanen kunnen wel een regime veranderen, maar een administratie opzetten, dat kunnen ze niet", concludeert hij boos. ,,Kijk naar Bagdad: wat een bende. Ieder rechtschapen mens die hier komt moet spontaan huilen." De rest van de familie kijkt wat bedremmeld. De oom wil niet zeggen wat voor werk hij voor de oorlog deed. ,,Voor de overheid", vertelt hij uiteindelijk. De andere Savads slaan hun ogen neer. ,,Onder Saddam was het veel beter", zegt de oom. ,,Niet voor iedereen, Ahmed", voegt een tante daar fluisterend aan toe.

Na de zorgen voor de veiligheid en woede over de chaos vragen de Savads zich af of het ooit nog wel goed komt met de economie. Dana Savad is alweer aan de slag bij zijn landbouwbureau, maar werken doet hij niet. ,,De Amerikanen betalen me honderd dollar per maand, dat is veel minder dan ik vroeger kreeg. Ik ben maar twee dagen per week op mijn werk maar er is helemaal niets te doen." Zijn familieleden knikken instemmend. Zij hebben ook niets te doen, ondanks alle inspanningen om werk te vinden.

Dan sleept oma zich naar buiten. Ze heeft griep en is depressief geworden van de constante angst, zegt ze. ,,Ik zit vooral binnen", krast grootmoeder en ploft neer op een van de stoelen. Dana Savad vraagt zich af wat het gezin straks moet gaan doen als de scholen weer beginnen. ,,We kunnen onze kinderen niet zo maar over straat laten gaan, dat is veel te gevaarlijk. We zullen ze moeten brengen en halen", besluit hij.

Als de zon achter de palmbomen verdwijnt, is het tijd om te gaan. ,,Na achten kun je beter binnen zijn, er zijn te veel bandieten in Bagdad, Ali Baba's", zegt Dana Savad. Zijn broer reed onlangs in de nieuwe Opel en zag hoe een man in een BMW door bandieten werd aangehouden. ,,Ze sleurden hem uit zijn auto en namen de wagen mee. Dat dit kan gebeuren in Irak! Wat moet er van ons terecht komen?"

Als tante Hamra hoort dat de gasten binnenkort naar Nederland gaan, snelt ze naar boven om een pakketje klaar te maken voor haar zus die in Amersfoort woont. Een paar minuten komt ze met een plastic zak vol kleren naar beneden. ,,Een beetje hulp voor onze familie in Nederland", verklaart tante monter. ,,We moeten ze toch proberen te steunen daar in dat verre land."

Schaduwen van twee Amerikaanse Black Hawk-helikopters trekken over een dorp in het noorden van Irak, waar de luchtmacht dagelijkse patrouillevluchten uitvoert. (Foto AP)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 30-07-2003, Pagina 5, , Achtergrond, Aantal woorden: 972

Tikrit verkeert in doodsangst

Door Thomas Erdbrink

TIKRIT 30 JULI.

Met hun keiharde optreden in Tikrit, de geboorteplaats van Saddam Hussein, jagen de Amerikanen veel mensen tegen zich in het harnas.

Rond drie uur 's nachts, twee weken geleden, hoorde Salam Jaber Ibrahim Al Tikriti de deuren van zijn woning uit hun hengsels breken. Soldaten renden zijn huis binnen in de Iraakse stad Tikrit, tot voor kort de machtsbasis van Saddam Hussein.

Niet veel later stonden er Amerikanen in zijn slaapkamer, hun getrokken geweren op hem en zijn familie gericht. De vrouwen gilden, de kinderen waren hysterisch. De soldaten bonden Al Tikriti's handen achter zijn rug en deden hem een zak over het hoofd. Zijn vader, de 74-jarige Sjeik Jaber Ibrahim Al Tikriti, leider van de 1.100 man sterke clan, moest onder schot op zijn bed blijven zitten.

De Amerikanen waren op zoek naar Saddam, naar massavernietigingswapens, maar ze vonden niets. Toen ze uren later weer vertrokken lag het hele huis overhoop. Niemand bood excuses aan, vertelt de jonge Al Tikriti. Een Amerikaanse officier vertelde hem: overdag leven wij onder terreur, 's avonds worden we hysterisch.

In Tikrit spelen Amerikaanse soldaten iedere avond een Hollywood-actiefilm na. Met hun tanks rijden ze dwars door muren, met hun laarzen schoppen ze deuren in en ze legen hun machinegeweren in de lucht als er iets te vieren valt. Dit is oorlog en de vijand is overal. Zelfs hun one-liners lijken op dialogen uit een Amerikaanse film. ,,We gaan naar binnen met onze stalen messen en gesmeerde geweren", zei een officier gisteren nadat hij een woning in Tikrit was binnengevallen tegen het persbureau AP. ,,We trekken de strop rondom de nek van Saddam steeds strakker aan", vertelde een ander.

President Bush gaf drie weken geleden aan niet bang te zijn voor de Iraakse guerrillastrijders: ,,Bring 'em on!", zei hij uitdagend op een persconferentie. Ondertussen zijn er sinds het einde van de eigenlijke oorlog op 1 mei 50 Amerikaanse soldaten om het leven gekomen bij aanslagen.

De jacht op Saddam Hussein mag zich volgens het Amerikaanse leger dan wel verhevigen, bij iedere misser jagen ze meer mensen tegen zich in het harnas. Een wandeling door de buurt met Salam Jaber Ibrahim Al Tikriti levert een onthutsend beeld op over het gedrag van de Amerikaanse soldaten. Voor het huis van neef Safa Mohammad Hamid ligt een opengebroken kluis. Eerst reed een tank door de buitenmuur van het huis en werden alle bewoners opgepakt. Vervolgens sleepten de Amerikanen de kluis naar buiten om te kijken wat er in zat. Daar hebben ze twee uur over gedaan, zegt hij. Toen de brandkast open was schoten ze uit vreugde in de lucht. De inhoud namen ze mee. Safa Mohammad Hamid wacht nu al drie weken op de teruggave van het geld dat erin zat. Niemand heeft hem verteld waarom zijn huis werd binnengevallen.

In de buurtwinkel vertelt Numan Issam over de dag dat de Amerikanen bij zijn familie binnenvielen. ,,De elektriciteit was uitgevallen en het huis was pikdonker. Plotseling braken er een stuk of dertig Amerikanen de deur open. Vier anderen en ik werden opgepakt. We waren verdacht, zeiden de soldaten. Waarvan dat weet ik nog steeds niet." Een van zijn vrienden zit nu al twee weken vast. ,,Ik heb geen idee waarom."

Een Amerikaanse fotografe, mee met een actie van de Amerikanen, zag hoe soldaten hun laarzen op het hoofd van aangehouden Irakis zetten. Eén man begon over te geven van angst, maar de soldaat drukte zijn voet nog harder op het hoofd.

Sommige acties lopen nog slechter af. Drie dagen geleden viel een Amerikaanse legereenheid een woning in het Mansour-district in Bagdad binnen. De befaamde Task force 20 was op zoek naar de Iraakse leider en doodde vijf Irakezen, naar alle waarschijnlijkheid onschuldige omstanders. ,,Ik zal mijn broer wreken!", schreeuwde een 16-jarige jongen tijdens de begrafenis van de lijken. Hijzelf had drie schotwonden in zijn arm. Begin juni was er een soortgelijke actie in de Tigris vallei waarbij drie onschuldige mensen om het leven kwamen. Het spierballenvertoon werkt averechts, vinden veel Irakezen.

Volgens stamoudste Sjeik Jaber Ibrahim Al Tikriti worden de inwoners van de stad geterroriseerd. Onze familie heeft nooit iets met de Hussein-clan te maken gehad, er is een oude vete tussen onze stammen. De Amerikanen denken dat iedereen hier Saddam steunt, vertelt hij. Al Tikriti vreest dat door het gedrag van de Amerikanen veel jongeren in de armen van de extremisten worden gedreven die nu de aanslagen plegen. Het is moeilijk voor een vader om zijn zoon te controleren. Het is nog moeilijker voor een stamleider om zijn hele stam in bedwang te houden, zegt hij. ,,Ik heb nooit durven denken dat er buitenlandse soldaten in mijn slaapkamer zouden staan. Dat is toch niet voor te stellen? Natuurlijk komen mensen in verzet."

In de straten van Tikrit is dat al te zien. De Amerikanen hebben alle portretten van Saddam die aan de straatlantaarns hingen, weggehaald. De muurschilderingen van de 'Grote Oom' zijn witgekalkt. Maar op de muren staan graffiti met leuzen als 'Amerikaanse soldaten, verlaat Irak, de dood wacht op jullie' en 'Alle liefde en loyaliteit voor onze leider Saddam Hussein'.

Iedere poging om een Amerikaanse legerwoordvoerder in Tikrit te pakken te krijgen loopt op niets uit. Wie de Amerikaanse basis, gevestigd in het voormalige paleis van Saddam Hussein nadert, doet er verstandig aan de handen in de lucht te steken, als teken dat men in vrede komt. Gepraat wordt er echter niet. Gisteren, op de wekelijkse persconferentie van de coalitie, zei een Amerikaanse woordvoerder over de dodelijke slachtoffers in het Mansour-district en eerdere blunders: ,,We realiseren ons dat dit gebeurt en proberen het aantal slachtoffers tot een minimum te beperken." Sjeik Jaber Ibrahim Al Tikriti is minder rationeel: ,,Iedere dag wordt het erger. Ze beloofden ons democratie en vrijheid maar we leven met angst en terreur."

NRC Handelsblad 300703 / FG / Bron: US Department of Defense

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 28-07-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 1126

Met soldaten én geld in Zuid-Irak

Door Thomas Erdbrink

AS SAMAWAH, 28 JULI.

De Nederlandse militairen in Zuid-Irak hebben tot taak de veiligheid in de provincie Al-Muthanna te bewaken. Maar de plaatselijke bevolking hoopt vooral op financiële steun.

De crew van de lokale tv-zender is met een rood-witte tankwagen naar het civiele hoofdkwartier van de Nederlandse soldaten in de provincie Al-Muthanna gekomen. Gewapend met een minuscuul cameraatje en hun tankwagen met de plakletters 'tv' erop, verslaan ze de gebeurtenissen in de Zuid-Iraakse provinciehoofdstad As Samawah. Blijkbaar doen de Iraakse tv-journalisten hun werk niet tot ieders tevredenheid. Afgelopen vrijdag was er een bommelding bij de televisiezender die na de regimewisseling plotseling kan uitzenden wat hij wil.

Vandaag is al die spanning vergeten, want er vindt niets minder dan een politieke aardverschuiving plaats in de Iraakse provincie: de Amerikaanse soldaten die het gebied hebben bezet, vertrekken en hun Nederlandse plaatsvervangers zijn aangekomen om ,,de veiligheidstaak over te nemen". De commandanten van beide troepenmachten brengen de 600.000 inwoners van Al-Muthanna via de zender op de hoogte van de nieuwe werkelijkheid.

,,Moeten wij vragen stellen of doen de militairen gewoon een mededeling?", vragen de journalisten. De coalitie streeft naar een democratisch Irak, dus mogen er vragen worden gesteld ná de mededelingen. De journalisten gaan driftig in overleg over de inhoud van de vragen.

,,Wij gaan naar huis, maar we laten onze zéér ervaren en taaie Nederlandse broeders hier achter om op de veiligheid te letten", zegt luitenant-kolonel Daniel O'Donahue. En dan zegt de Nederlandse luitenant-kolonel Dick Swijgman: ,,De Nederlandse overheid heeft besloten om 1.100 mariniers te sturen om de mensen van Al-Muthanna te ondersteunen, zodat ze over hun toekomst kunnen beslissen zonder dat we ze vertellen wat ze moeten doen."

De journalisten hebben één vraag voor hem. ,,Komen er Nederlandse projecten in de provincie?" Al-Muthanna is een van de armste gebieden van Irak. Er is veel werkloosheid. ,,Ik heb geld meegenomen van het Nederlandse volk", antwoordt Swijgman. De journalisten kijken tevreden. Iedereen in Al-Muthanna weet dat het Nederlandse volk heel rijk is.

Het Amerikaanse leger heeft honderdduizenden dollars in de provincie uitgedeeld en vele mensen in dienst genomen. Nu ze vertrekken, moet de Tijdelijke Coalitie Autoriteit, de Amerikaans-Britse overheid, het civiele bestuur in de provincie overnemen en dus ook de verantwoordelijkheid voor alle nieuwe werknemers.

,,Als ik over geld praat, dan heb ik het over 50.000 euro", zegt Swijgman later, als de tv-crew weer in de tankwagen stapt. Dat is een stuk minder dan de Amerikanen nu uitgeven, maar de inwoners van Al-Muthanna moeten geen wonderen verwachten van de Nederlanders, vindt hij. ,,We moeten ze duidelijk maken dat het geld nu bij de Tijdelijke Autoriteit zit en niet meer bij de militairen. Misschien wordt dat moeilijk om uit te leggen", geeft hij toe. ,,Wij zijn hier primair voor orde en veiligheid."

IRAK-MISSIE

'We gaan zeker voetballen met de Irakezen'

[Vervolg van pagina 1] Op 1 augustus dragen de Amerikanen het bevel over de provincie officieel over aan de Nederlanders. De afgelopen week zijn de mariniers al begonnen posities in te nemen op vijf plaatsen in Al-Muthanna, een gebied groter dan Nederland. Net buiten het 'Saddam treinstation', tussen de stad As Samawah en het begin van de eindeloze woestijn, werken ze 's nachts aan het inrichten van een kampement. Tot die tijd slapen ze met de Amerikanen in het stationsgebouw.

De wind verplaatst het woestijnzand over het terrein, aangewakkerd door een landende transporthelikopter. Bij harde vlagen steken de militairen hun gezicht diep in de kragen van hun jasje. Op het mededelingenbord binnen staat een waarschuwing om de pillen die de Amerikanen bij het eten verstrekken, niet op te eten. ,,Dat zijn antibiotica", staat er.

De Nederlandse mariniers liggen als lome leeuwen op hun britsen middenin de hal. Sommigen lezen een boek, anderen spelen een dvd af op hun laptop. ,,We zijn nog in de aanpassingsfase, dus doen we het rustig aan", legt majoor Henk Schonewille uit. Het is ongeveer 45 graden. Sommige soldaten hebben al een patrouille gereden door de stad. Dat was een flinke schok voor Wouter Roerink (24) uit Meppel. ,,Het zag eruit als één grote vuilnisbelt", vindt hij. ,,Overal zooi en het rook goor." Het is zijn eerste missie in het buitenland. ,,Het wordt wel wennen, denk ik."

De door de Amerikanen aangewezen gouverneur van Al-Muthanna is dolblij dat de Nederlanders zijn gekomen. ,,We zien het Nederlandse leger niet als bezettingsmacht, omdat ze niet aan de oorlog hebben meegedaan", zegt Khaled Azara. Zijn broer, sjeik Sami Azara, is leider van het nieuwe bestuur van As Samawa. ,,We hebben 23 jaar in het buitenland gewoond. Gevlucht voor Saddam. Onze andere broer reisde mee met het Amerikaanse leger. Nu geven we leiding aan de provincie en de lokale gemeenteraad", vertelt Azara blij." De broers zijn stamhoofden van de leidende stam in Al-Muthanna, de Beni Hchem. ,,We moeten het natuurlijk nog afwachten met de Nederlanders, ze moeten nog getest worden op straat."

's Avonds klinken er vele mitrailleurschoten in de provinciehoofdstad, waar karretjes voortgetrokken door ezeltjes tussen oude Japanse auto's laveren. Ook lopen er mensen open en bloot met wapens over straat, iets wat in de rest van Irak niet gebeurt, omdat het Amerikaanse leger daar zeer streng op controleert. Desondanks staat Al-Muthanna bekend als een van de rustigste provincies van het land. De bevolking is bijna geheel sji'itisch en werd achtergesteld tijdens het regime van de Baath-partij. Daarom werden de Amerikanen hier voornamelijk als bevrijders gezien. Ook de sji'itische hardliner Muqtada Al Sadr heeft hier weinig aanhang. Zijn oproepen tot het vormen van een 'islamitisch leger' als tegenhanger van de door de Amerikanen aangewezen nationale Iraakse Bestuursraad, zijn hier nog niet doorgedrongen.

De geestelijken in het kantoor dat claimt Al Sadr te vertegenwoordigen in As Samawah, vinden dat de Nederlanders er erg knap uitzien. ,,Ze hebben mooi haar en lichte ogen", zegt een van hen. ,,Als het moet werken we met ze samen, maar niet politiek", zegt de ander. Tot een herhaling van de beruchte Iraakse opstand van 1920 die in As Samawah en waarbij sji'ieten het opnamen tegen de Britse bezetters, zal het niet komen, denken de twee geestelijken. De mensen zijn veel te vredig hier.

Majoor Rudolf Keijzer zit al een week of drie in As Samawah. Hij geeft leiding aan het humanitaire gedeelte van de Nederlandse missie. ,,We gaan voornamelijk brandjes blussen", zegt hij. Acute problemen oplossen dus. De opbouw van Irak, daar is de Tijdelijke Autoriteit voor, onderstreept hij. Desondanks zijn de Nederlandse militairen van plan de 360 scholen in Al Muthanna ,,up and running" te krijgen. ,,Dat wil zeggen op Iraaks niveau; dus ramen erin en rotzooi eruit", vat Keijzer samen.

,,Er komen ook wel projecten met een Nederlands vlaggetje, belooft luitenant-kolonel Swijgman. ,,En we gaan zeker voetballen met de Irakezen."

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 26-07-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 1348

Ook bomen sneuvelen in Irak

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 26 JULI.

Ze kwamen om harten en geesten van de Irakezen te winnen, maar de Amerikanen maken zich nu vooral zorgen om hun eigen veiligheid.

Langs de weg vanuit de Iraakse hoofdstad Bagdad naar wat vroeger Saddam-luchthaven heette, is een bulldozer bezig bomen omver te leggen. Het is een misdaad, vindt de Iraakse bestuurder van de machine.

Hij heeft van de Amerikanen opdracht gekregen alleen de palmbomen te laten staan. De dichte bermbegroeiing vormde de afgelopen weken een ideale schuilplaats voor verrassingsaanvallen van Iraakse guerrillastrijders op Amerikaanse legerkonvooien. Militaire colonnes scheuren langs, radio's op hoog volume. Another one bites the dust, schalt boven de dreunende motoren uit.

Bij een controlepost verderop staan mannen in ongemarkeerde uniformen. In hun handen hebben ze Amerikaanse M16 machinegeweren, op hun hoofd de onvermijdelijke zonnebril. Het zijn Nepalezen die voor een Amerikaans beveiligingsbedrijf werken dat is ingehuurd om de toegang tot het vliegveld te bewaken. De luchthaven bezoeken, dat gaat zomaar niet, dus wordt de auto naar een parkeerterrein gedirigeerd. In de brandende zon wacht een dozijn Irakezen op toestemming om door te rijden. De beveiligingsmannen, huurlingen volgens de wachtenden, hebben koelboxen met waterflessen. Maar tegen de Iraakse tradities in wordt er niets uitgedeeld. Een grote Amerikaan met snor en cowboyhoed, eveneens van het beveilingsbedrijf, schreeuwt dat iedereen op zijn plaats moet blijven staan. Vervolgens rukt hij iemand zijn telefoon uit handen. ,,Géén communicatie!", brult hij. Borden waarop staat dat niet mag worden gebeld zijn er niet. ,,Moeten we je soms arresteren?!", voegt de cowboyhoed er dreigend aan toe. De Irakezen horen het geschrokken aan. ,,Wie is de baas in dit land", vraagt iemand zich hardop af.

De 'coalitietroepen', zoals de Amerikanen en Britten in Irak zichzelf noemen, hebben het niet meer over het winnen van harten en geesten van de Irakezen. Drie maanden na het officiële einde van de oorlog praat de Amerikaanse commandant van de coalitietroepen, luitenant-generaal Ricardo Sanchez, weer over het uitkiezen van doelwitten en de veranderende veiligheidssituatie.

Per dag hebben er gemiddeld zestien aanslagen plaats in het gebied rond Bagdad, zegt een woordvoerder van de Verenigde Naties op een wekelijkse veiligheidsbriefing. De Amerikanen melden alleen nog maar de incidenten waarbij doden vallen.

's Avonds klinken schietpartijen in de door gebrek aan elektriciteit verduisterde Iraakse hoofdstad. Mensen laten zich al ver voordat de avondklok van 11 uur van kracht is niet meer op straat zien. Straatbendes stelen auto's en roven woningen leeg. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch neemt het aantal verkrachtingen in Irak hand over hand toe. Vrouwen blijven steeds vaker binnenshuis, bang voor wat hun buiten kan overkomen.

De Tijdelijke Coalitie Autoriteit (TCA), met aan het hoofd Paul Bremer, regeert over Irak. Dit hoogste Amerikaanse civiele gezag heeft burgers verboden vuurwapens te dragen om de misdaad tegen te gaan. ,,We bewaken ons huis nu met knuppels", vertelt zakenman Salman al-Mahdi in de voortuin van zijn grote huis. [Vervolg IRAK: pagina 5]

Niemand weet wat de VS willen

Volgens zakenman Salman al-Mahdihem houden criminelen zich niet aan het wapenverbod van de Amerikanen en zijn gewone burgers nu weerloos overgeleverd aan bandieten. Een van zijn medewerkers komt hem vertellen dat er verderop in de straat een busje met vier gewapende mannen staat. ,,Pak de stokken maar weer", zegt hij cynisch.

Hoewel in Irak meer dan 60 procent van de bevolking werkloos is, was een van de eerste daden van Bremer, eind mei, de volledige ontbinding van het nationale leger, het ministerie van Defensie en alle andere onderdelen van het veiligheidsapparaat. ,,We beginnen helemaal opnieuw", liet Bremer weten. Honderdduizenden gewapende mannen stonden vervolgens brodeloos op straat met geen enkel uitzicht op een baan.

Het is een lot dat ook tienduizenden hoge leden van de Ba'athpartij heeft getroffen. In het kader van de de-ba'athificatie mogen ze voorlopig nergens meer aan de slag. Twee weken later besloot Bremer de soldij toch maar uit te betalen. Ambtenaren – van hun ministeries staan alleen nog de karkassen overeind – is een soortgelijke regeling beloofd, maar data waarop ze hun geld mogen komen ophalen worden vaak verschoven. Onduidelijkheid en chaos zijn troef. In een land waar volgens de tribale regels een man zich aan zijn woord dient te houden, is dit slechte reclame voor de Amerikanen, vinden veel Irakezen.

Omdat ook de werknemers van de staatsmedia wegens hun banden met het oude regime op straat zijn gezet, is de beslissing om de soldij toch uit te betalen aan veel mensen voorbij gegaan. Net zoals de meeste mededelingen van het Amerikaanse gezag. Niemand kijkt naar de Amerikaanse informatiezender Op Weg Naar Vrijheid-TV, want tegenwoordig is er satelliet. Tussen de Italiaanse spelshows en Duitse softporno vertoont de oude Iraakse satellietzender nog steeds hetzelfde testbeeld van tijdens de bombardementen. Gevolg: mensen hebben geen enkel idee wat de Amerikanen van plan zijn.

Niet dat de Tijdelijke Coalitie Autoriteit (TCA) er veel aan doet om bekend te worden bij de bevolking. Midden in Bagdad ligt het monsterlijke Conventiecentrum. Omdat in het paleis van Saddam Hussein, waar de TCA eerst kantoor hield, de airconditioning niet goed werkte, zijn de Amerikanen naar deze enorme bunker verhuisd. De afgelopen maanden zijn er alleen maar meer barricades rondom het complex opgeworpen. Gewone burgers komen hier niet binnen: een veiligheidsmaatregel. Afgesneden van de boze buitenwereld wordt de toekomst van Irak gepland. Leden van de TCA mogen niet zonder gewapende escorte over straat en de meeste zien Bagdad alleen vanachter de geblindeerde ramen van grote terreinwagens zonder nummerborden. Niemand luistert naar de man die klaagt over zijn auto waar een Amerikaanse tank overheen is gereden.

Het gebrek aan uitleg over de Amerikaanse plannen en het minimale contact met de TCA zorgen ervoor dat onbeantwoorde Iraakse klachten zich opstapelen. ,,Waarom hebben ze de elektriciteit nog niet aan de praat gekregen?" vraagt zakenman Al-Mahdi zich af. ,,Tijdens de oorlog van 1991 hebben ze de totale infrastructuur vernietigd, maar binnen twee maanden hadden we weer volledige stroom."

,,In de tijd van Saddam hadden we georganiseerde voedselrantsoenen. Gelukkig heeft Saddam een voorraad van zes maanden uitgedeeld, anders wist ik niet hoe ik mijn familie nu moest voeden", zegt ex-luitenant-generaal Najemedin Mori Taha, terwijl hij uren in de zon wacht op een sollicitatiegesprek voor het nieuwe nationale Iraakse leger dat de Amerikanen willen oprichten.

,,Ik zie tientallen Amerikaanse legerbulldozers op opleggers op de weg voorbij komen, maar ik zie ze niet aan het werk in de straten van Bagdad. Hoe kan dat?" vraagt Abdul Karim al-Annezi, politiek kopstuk van de shi'itische Al-Dawa partij, zich af. De bevrijders worden dagelijks meer als bezetters gezien. De nieuwe Iraakse Regeringsraad, aangewezen door de TCA, is bij het grootste deel van de bevolking volledig onbekend. Mensen die er wel van hebben gehoord waarschuwen voor de achtergrond van de raad. De 25 leden zijn geselecteerd op hun afkomst en religie. Ze zijn er niet in geslaagd een eenhoofdig leiderschap te kiezen. Een bestuur gebaseerd op etniciteit en geloof is ongekend in de Iraakse geschiedenis. ,,Hiermee planten ze het zaad voor het uiteenvallen van Irak", zegt journalist Majid Fadel Abdulfatah van de nieuwe lokale krant Al-Manar. Iedere vijf minuten valt de stroom en dus de airconditioning uit in zijn kantoortje.

Decennialang onderstreepten Iraakse leiders juist het nationale karakter van het land dat pas in 1920 één staat werd. Een van de belangrijkste leden van de Raad, de sunnitische advocaat Naseer Kamel Chaderchi, noemt de raad juist harmonieus. Toch is ook hij niet zeker van de toekomst. Er gaat bijna niets goed in Irak, vindt hij. Chaderchi is bang dat de Regeringsraad de focus van alle volkswoede wordt. ,,We moeten ons onafhankelijk presenteren, anders zijn we alles kwijt", voorspelt hij.

Op het parkeerterrein bij het vliegveld komt een andere Amerikaanse bewaker de afgenomen telefoon terugbrengen. De luchthaven, waar voor de Amerikaanse troepen een Burger King is gebouwd, is verboden toegang voor de wachtenden, zo is besloten. ,,U kunt dáár omdraaien en het terrein verlaten", wijst de bewaker aan. De officiële opening van het vliegveld stond voor gisteren gepland, maar is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Alle vluchten van en naar Irak zijn geannuleerd, meldt de bewaker.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 23-07-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 689

In Mosul heerst vooral woede

Door Thomas Erdbrink

MOSUL 23 JULI.

De dood van Saddam Husseins zonen in een vuurgevecht heeft in Mosul geen golf van opluchting teweeggebracht.

Geen blijdschap over de dood van de twee meest gehate zonen van het land, maar woede heerst er in de Noord-Iraakse stad Mosul. Honderden mannen hebben zich verzameld voor wat tot gistermiddag het huis was van Nawaf al-Zaidan, een verre neef van de clan van Saddam Hussein. Het onderdak dat deze stamleider en familielid bood aan de broers Uday en Qusay is hem duur komen te staan. Zijn woning is volledig doorzeefd met kogelgaten.

Mochten de Amerikanen denken dat de dood van beide zoons een opsteker is in de vertroebelde relaties tussen de coalitietroepen en de Irakezen, dan komen ze hier althans bedrogen uit in die verwachting. In Mosul zijn de gruwelverhalen over met name het gedrag van de oudste zoon Uday plotseling veranderd in lofzangen op zijn heldhaftige verzet tegen het machtige Amerikaanse leger.

,,Ze vochten beter dan leeuwen, ze streden als leeuwen die net wakker zijn geworden", vertelt Walah Amadi, een buurtbewoner, opgewonden. Hij heeft het hele vuurgevecht gezien, van begin tot eind. De Amerikanen kwamen met 400 soldaten en vijf helikopters, terwijl Uday en Qusay zich slechts met twee anderen urenlang verdedigden: het zijn helden.

Het waren criminelen, maar wel ónze criminelen. Een verrader, waarschijnlijk een Koerd, heeft ze aan de Amerikanen verlinkt, roept een jongen. De gezichten van de mannen zijn bezweet, kleine jongentjes pesten westerse fotografen.

Een tiener loopt rond met een poster van Saddam Hussein en kust die onophoudelijk. ,,Saddam Good, Bush Bad!", brult hij voor en na het zoenen.

Ihaab Mohammad Taha, een vriend van de zoon van Al-Zaidan vertelt dat het hem niet verbaast dat de twee juist in Mosul in het huis van de neef waren. Geruchten circuleerden al zeker drie weken. Daarnaast had de neef Al-Zaidan veel banden met de top van de Ba'ath-partij en met de familie. Het is voor mij geen verrassing, zegt hij.

Mosul, een multi-etnische stad waar Arabieren, Koerden en Turkmenen wonen, staat desondanks bekend als een conservatieve plaats waar veel mensen pro-Ba'ath zijn. De invloed van het Arabisch nationalisme is hier altijd sterk geweest mede door de nabijheid van Syrië, zelf ruim vier decennia geleden de geboorteplaats van de Ba'ath-partij.

Door zich te verzetten in plaats van zich over te geven hebben ze bewezen helden te zijn, vindt Besma Mohammad Saleh, huisvrouw. Terwijl ze in haar woning Iraakse cola over grote blokken ijs in brandschone glazen schenkt, zegt ze dat het leek het alsof de wereld verging op het moment dat de Amerikanen hun aanval inzetten. ,,Explosies en geweervuur klonken door de wijk. Ik zag Amerikanen deuren intrappen van mensen en naar de daken rennen om van daaruit te vuren op het huis. Ik heb mijn hoofddoek en mantel omgedaan en ben naar mijn schoonmoeder gegaan."

'Wij Irakezen kunnen zelf onze problemen wel oplossen'

Ze vindt dat de Amerikanen de Irakezen hun recht op wraak hebben ontnomen. ,,Saddam en zijn zoons waren niet goed, maar het is niet toelaatbaar dat niet-moslims in Irak moslims doden. Wij kunnen onze zaken zelf wel oplossen", zegt Besma Mohammad Saleh.

Als het middaggebed aan de overkant van de moskee begint, vervloekt Saeed Daod Tikriti, een tolk van beroep, de Amerikanen. Hij zegt dat Amerikaanse soldaten gisteren zijn huis zijn binnengevallen omdat ze dachten dat de voormalige Iraakse leider zich daar schuil hield. ,,Maar ze vonden natuurlijk niets en vertrokken zonder excuses te maken."

Tikriti beweert dat, als hij de twee zonen vóór de oorlog had gezien, hij ze direct zou hebben neergeschoten. ,,Maar nu zou ik ze onderdak geven in mijn huis. Niemand levert onze mensen uit aan bezetters."

Tikriti, vertaler Engels, vindt het ombrengen van Saddams beide zonen, een kleinzoon en een medewerker de zoveelste psychologische blunder die de Amerikanen begaan in Irak. ,,Ze vallen vier mensen aan met een enorme overmacht aan soldaten en wapens, die zich vervolgens uren lang verdedigen. Waarom hebben ze het tweetal niet uitgehongerd of het huis omsingeld? De Amerikanen hebben alles weer enorm overdreven."

Amerikaanse soldaten houden de wacht bij de villa in Mosul waar Saddams zonen Uday en Qusay verbleven. (Foto Reuters)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 02-05-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 670

In het Iraakse Fallujah botsen beschavingen

Door Thomas Erdbrink

FALLUJAH 2 MEI.

Cultuurverschillen lijken de oorzaak van de demonstraties met dodelijke afloop in Al Fallujah. ,,Amerikanen begluren onze vrouwen met hun nachtkijkers."

Het is op de lange, rechte weg die het woestijnstadje Al Fallujah in tweeën snijdt, waar deze week een mini-botsing der beschavingen heeft plaatsgevonden. Amerikaanse soldaten schoten vijftien Irakezen dood die demonstreerden tegen hun aanwezigheid. Als antwoord hierop gooiden onbekenden twee handgranaten over de muur van het Amerikaanse hoofdkwartier. Er vielen zeven gewonden. Bron van alle problemen: nachtkijkers.

De zon schijnt loodrecht naar beneden als honderden in het wit geklede mannen achter een doodkist aanlopen. Begraven wordt de veertiende dode in twee dagen. De sfeer is geladen. ,,We gaan alle buitenlanders doodmaken", zegt iemand. ,,We jagen de Amerikanen de stad uit", zegt een ander.

Officieel is de Amerikaanse bezetting van een schoolgebouw de reden voor alle protesten. De bewoners van Al Fallujah beweerden dat hun kinderen weer naar school wilden, maar werden gehinderd door Amerikanen die het gebouw als commandopost gebruikten. Afgelopen maandag was er een demonstratie. Wie met schieten begon is onduidelijk. Er vielen dertien doden aan de zijde van de stadsbewoners. De Amerikanen verlieten het gewraakte gebouw, maar de volgende dag werd er weer geprotesteerd en geschoten. Toen vielen er twee doden.

Er zit echter meer achter de protesten dan op het eerste gezicht lijkt. In het lokale ziekenhuis liggen de gewonden op skai-lederen matrassen pijn te lijden. Achmed Maglool komt zijn vriend bezoeken die een schotwond in zijn voet heeft. Maglool laat twee rode dobbelstenen zien: ,,Dit delen de Amerikanen aan de kinderen uit. Weten ze dan niet dat gokken in strijd is met de islam?! Ze geven ook seksboekjes aan kinderen, dat heb ik gehoord." Zijn gewonde vriend knikt en zegt: ,,De mensen in Al Fallujah zijn een stuk strikter dan elders in Irak."

Over de 'fundamentalistische en simpele' bewoners van Al Fallujah worden veel grappen gemaakt in Irak. Zo zijn de namen en karakters van de verschillende stammen die het stadje en het gebied eromheen bevolken bron van vermaak. 'Een Koerd reisde ooit naar Al Fallujah; op twintig kilometer van het plaatsje trof hij de Albu Nimr aan, de stam van de Tijgers. Vijf kilometer verderop maakte hij kennis met de Albu Fahad, de stam van de Poema's. Bij de stadsgrens werd hij opgewacht door de Albu Chjleb, de stam van de Hond. Verschrikt ging de Koerd terug naar huis: Al Fallujah is één grote dierentuin!'

Maglool moet ook snel weer naar huis want daar zit zijn vrouw binnen, van haar vrijheid beroofd door de Amerikanen, beweert hij. ,,Met hun nachtkijkers gluren ze vanaf hoge gebouwen naar onze vrouwen. Dat willen we niet. Ze hebben ook apparatuur waarmee ze hun lichaamsvormen goed kunnen zien. Mijn vrouw leeft nu in een gevangenis. Is dit de vrijheid die de Amerikanen komen brengen?", vraagt hij. ,,Ik laat haar pas weer naar buiten als ze weg zijn."

Ook Achmed Taha Al Mohammad, assistent-directeur van het ziekenhuis, walgt van de Amerikaanse soldaten. Hij zag persoonlijk hoe ze op de brug over de Eufraat met kinderen begonnen te praten. ,,En nu zwaaien ze al naar de vrouwen", zegt hij verontwaardigd. ,,De kinderen vinden het helemaal niet leuk om relaties met de Amerikanen te hebben. Overigens, iedereen weet hoe de Amerikanen in Vietnam kinderen verkochten."

In de tijd van president Saddam Hussein was het zo slecht nog niet in Irak, vindt de assistent-directeur. ,,Er waren in ieder geval geen soldaten met nachtkijkers", zegt Al Mohammad. Hij werkte tot laat en reed dan zonder problemen naar huis. ,,Nu word ik aangehouden bij controleposten en kan ik mijn vrouw en kinderen niet te lang alleen laten."

Voor het hoofdkwartier van de Amerikanen staan tientallen kinderen voor het prikkeldraad. Een paar uur later worden er twee handgranaten over de omheining gegooid. Zeven Amerikanen raken gewond. Volgens hun commandant willen de bewoners van Al Fallujah stoom afblazen na alles wat er is gebeurd. Maar ook vannacht wordt er weer gepatrouilleerd, zoals altijd mét nachtkijkers.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 30-04-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 644

Irak spit naar zijn doden

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 30 APRIL.

In Irak worden honderdduizenden mensen vermist. Overal op begraafplaatsen wordt gezocht .

Het stinkt op het terrein van de Abu Ghraib-gevangenis, aan de rand van de Iraakse hoofdstad Bagdad. De plunderaars die de sierstenen rond de sokkel van het zoveelste afbeelding van Saddam Hussein proberen los te wrikken storen zich er niet aan. In een hoek van het immense terrein liggen zes lichamen in staat van ontbinding. Het zijn de overblijfselen van de laatste slachtoffers van het Ba'ath-regime.

Hoewel Saddam Hussein vorig jaar oktober aankondigde alle gevangenen in het land de vrijheid te schenken als dank voor zijn unanieme herverkiezing als president, bleven de celdeuren voor veel politieke gevangenen dicht. De zes onbekende mannen, eenvoudig bedekt onder wat zand en sloopmateriaal, hebben de val van de Ba'ath en Saddam Hussein niet meer mee kunnen maken.

In alle delen van het land zijn zoektochten op gang naar vermisten. Tien dagen geleden werd in Noord-Irak het vermoedelijke massagraf gevonden van slachtoffers van de 'An Fal'-campagne, een strafexpeditie van het Iraakse leger tegen opstandige Koerden in 1988. Volgens de Koerden worden 182.000 mensen vermist. De shi'ieten in het zuiden van het land beweren 300.000 mensen te missen, verdwenen na hun mislukte opstand tegen het regime in 1991.

Voor sommigen liggen de antwoorden op hun vragen even buiten Bagdad onder het zand van de begraafplaats Al-Khirka, vlakbij de Abu Ghraib-gevangenis. Op een ommuurd veldje zijn ongeveer zevenhonderd graven, met slechts een nummer als aanduiding. Taha Hamoud Name uit Nassiriya zit gebogen bij een opengemaakt graf. Hij huilt, want hij heeft net de onderkaak van zijn broer gevonden. Zijn neef, die blootsvoets in het graf staat, stopt de botten die hij vindt voorzichtig in een gereedstaande kist. Een auto brengt het lichaam naar de heilige stad Najaf, waar het lijk zeven keer rond de tombe van imam Ali zal worden gedragen. De grondlegger van de shi'itische stroming binnen de islam moet de doden zielenrust verschaffen.

Twee dagen geleden kwam Name erachter dat zijn broer op 16 december 1987 was opgehangen. ,,De overheid vertelde ons dat hij nog in leven was, we hadden dus altijd nog hoop", zegt Name. Zijn broer werd opgepakt op verdenking van lidmaatschap van de verboden islamitische Al-Dawa-partij. ,,Samen met 35 anderen werd hij aangeklaagd wegens terroristische activiteiten. Hij was partijlid, maar geen terrorist."

Overal op de begraafplaats zijn families bezig hun vermisten uit de grond te halen. Geweeklaag vermengt zich met scheldpartijen op 'het zwijn Saddam'.

Zelfs verboden om te kijken

Leden van de Hawza's, de religieuze scholen, trokken de afgelopen dagen samen met Amerikaanse soldaten de gebouwen van de 'Mukhabarat' (de voormalige Iraakse geheimedienst) binnen en vonden lijsten met namen, die met de cijfers op de graven correspondeerden. Vele familieleden houden de groene overlijdensberichten in de hand die voor hen zo lang geheim zijn gehouden. ,,We zijn de Amerikanen eeuwig dankbaar dat ze ons van de onzekerheid hebben verlost", zegt Name.

Jongens met schoppen proberen wat bij te verdienen door de bezoekers te helpen met het vinden van hun dode familieleden. Een van hen werkte sinds 1995 op de begraafplaats. Iedere woensdag en donderdag kwamen de leden van het executiepeloton de verse lijken brengen. ,,Het was verboden om zelfs maar naar de begrafenissen te kijken", vertelt Abbas Mohammad.

Buiten de ommuurde begraafplaats blijkt dat er nog veel meer anonieme doden liggen op Al-Khirka. Oudere graven, buiten de muur, hebben echter houten bordjes en de nummers daarop zijn na vele zandstormen vergaan. Niemand zal ooit weten wie hier liggen. Vreemde zandheuveltjes markeren tientallen nog open graven. Schorpioenen kruipen rond, de warme wind speelt met de vergane houten bordjes op de dichte graven. In de verte klinken geweerschoten, net zoals ze een paar weken geleden nog geklonken moeten hebben op het executieterrein van de Abu Ghraib gevangenis.

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 28-04-2003, Pagina 5, , , Aantal woorden: 968

Een stille islamitische revolutie in Irak

Iraakse shi'itische geestelijken vullen met barmhartigheid het machtsvacuüm

Door Thomas Erdbrink

NAJAF, 28 APRIL.

Er heeft een geruisloze islamitische revolutie plaats in Irak. Een kleine religieuze school, geleid door een jonge geestelijke, is het zenuwcentrum.

In de Iraakse shi'itische heilige stad Najaf probeert een horde gelovigen zich door het kleine witte deurtje te dringen dat leidt naar de kamer van Muqtada al-Sadr in de Hawza, religieuze school, van zijn vermoorde vader. De bezoekers zijn jongeren die advies komen vragen, gehandicapten die een wonder verlangen en geestelijken die op orders wachten.

Ondanks zijn jonge leeftijd (29) heeft Al-Sadr geen problemen om serieus over te komen op de bezoekers van zijn Hawza. Oudere geestelijken vlijen zich respectvol naast hem neer, gelovigen kussen hem en fluisteren hun vragen in zijn oor. Al-Sadr geeft iedereen korte antwoorden.

Zijn priemende ogen onderscheiden hem van anderen in de kamer. Maar het is zijn afkomst die hem écht verschillend van de rest maakt. Al-Sadr is de jongste zoon en oogappel van wijlen ayatollah Mohammad Sadiq al-Sadr, geestelijk leider van miljoenen shi'ieten die in 1999 door de Iraakse regering werd geliquideerd.

Na het middaggebed in het heiligdom van Imam Ali, de grondlegger van de shi'itische stroming binnen de islam, wandelden de geestelijken terug naar de school. Daarna gaan de deuren van Al-Sadrs kamer dicht. Tientallen teleurgestelde gelovigen bonken wanhopig op de deur. De leiders van Al-Sadrs Islamitische Raden hebben zich verzameld in de Hawza. Besproken wordt de voortgang van de geruisloze islamitische revolutie in Irak.

De afgelopen weken zijn de circa 4.000 religieuze studenten van Al-Sadrs Hawza – alle toonaangevende ayatollahs hebben een eigen school – actief bezig het machtsvacuüm in Irak op te vullen. Ze zijn beschuldigd van de geruchtmakende moord op een door Amerika gesteunde geestelijke in Najaf, wat zij overigens verontwaardigd ontkennen. Ze beschermen ziekenhuizen, sluiten het water aan en manen mensen geroofde spullen in te leveren bij de moskeeën. In iedere grotere stad zijn Islamitische Raden opgericht waar vertegenwoordigers van Sadrs Hawza locale zaken regelen en zelfs salarissen uitbetalen aan overheidspersoneel.

Zie Bagdad. Rond het Kindi-ziekenhuis is een enorm vuurgevecht gaande. Plunderaars die ruzie hebben over hun buit, vermoedt een van de bewakers van het ziekenhuis. Anders dan andere ziekenhuizen in de Iraakse hoofdstad is deze instelling bijna niet geplunderd. Mannen van de lokale moskee houden er de boel in de gaten. In de kamer waar onder Saddam Husseins regime de controleur van de Ba'ath-partij kantoor hield, zit nu sjeik Abbas Hussein Zubeidi, vertegenwoordiger van Muqtada al-Sadr. Hij zet handtekeningen voor akkoord en deelt geld van de Hawza uit om medicijnen te kopen. Onder de glazen plaat van zijn bureau liggen foto's van ayatollah Al-Sadr. ,,De Amerikanen beschermen ons niet, dus doen we het zelf", zegt hij over de bewapende mannen. Patiënten klampen hem aan terwijl hij zijn ronde loopt en danken Zubeidi voor zijn hulp. ,,Wij doen goed werk hier", is zijn conclusie.

De aspiraties van de geestelijken gaan verder dan barmhartigheid. Afgelopen week werd een enorme pelgrimstocht naar de heilige steden Kerbala en Najaf georganiseerd. Overal langs de route hingen spandoeken met teksten als 'Wij volgen de Hawza' en 'Nee tegen seculiere dictatuur, ja voor democratie'. De shi'itische volkswijk van Bagdad Saddam City is omgedoopt in Sadr city. Toen de leider van het vrijdaggebed in die wijk, Sjeik Mohammad al-Fartusi, vorige week werd opgepakt door Amerikanen wegens wapenbezit, werd er direct een grote demonstratie georganiseerd. Fartusi, vertegenwoordiger van Al-Sadr, werd vrijgelaten en preekte vrijdag in de nabijheid van vele bewapende gelovigen.

Volgens waarnemend ziekenhuis-manager Zubeidi is er een geruisloze islamitische revolutie gaande in Irak. ,,We bouwen hier iets vanaf de grond op. Kijk naar de Islamitische Raden, kijk naar hoe we dit ziekenhuis beheren: we hebben de ambitie een islamitische staat te creëren. De Amerikaans-Britse coalitie zal dat niet leuk vinden, maar daar luisteren we niet naar. Wij volgen de Hawza. Wij keren alleen terug naar onze theologische studie als de Hawza dat beveelt. We zijn soldaten van de islam." Volgens hem en veel van zijn collega-geestelijken zouden vrouwen sluiers moeten dragen en zou alcohol verboden moeten worden.

Vertegenwoordigers van Sadrs Hawza zijn niet uitgenodigd voor de nieuwe bijeenkomst van de Iraakse oppositie die vandaag in Bagdad plaatsheeft onder leiding van de Amerikaanse civiele bestuurder generaal b.d. Jay Garner. Doel van deze en verdere conferenties is een interim autoriteit samen te stellen. ,,De Amerikanen hebben nog nooit contact met ons gezocht", zegt een woordvoerder van Muqtada al-Sadr.

De parallelle machtsopbouw die aan het ontstaan is in Irak kan een verdere impuls krijgen als groot-ayatollah Khader al-Haeri terugkeert naar zijn land van herkomst. Deze Iraakse geestelijke, die al jaren in ballingschap in Iran woont, is een van de hoogste autoriteiten binnen het shi'itische geloof. Brieven van hem, gericht aan zijn 'vertegenwoordiger' Muqtada al-Sadr, hangen bij de ingang van de kantoren van waaruit de studenten van Sadrs Hawza Irak op orde proberen te krijgen. Al-Haeri is anti-Amerikaans en, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de eveneens zeer prominente groot-ayatollah Sistani, vóór vermenging van moskee en staat. Anders dan Muqtada al-Sadr, die slechts een theologie student is, kan de groot-ayatollah religieuze decreten uitschrijven.

De Amerikanen beschuldigen de radicalere Iraakse shi'itische groepen ervan banden te hebben met buurland Iran, waar de geestelijkheid de macht heeft. Maar in Sadrs Hawza worden contacten met de Islamitische Republiek Iran ontkend. ,,Geestelijk en politiek hebben we overeenkomsten en verschillen van mening met Iran. We hebben niet veel contact met de Iraanse regering, trouwens wij kunnen onze eigen zaken zelf regelen", legt de woordvoerder van de Hawza uit.

In het zenuwcentrum van de shi'itische storm, Sadrs religieuze school in Najaf, gaat de vergadering van de leiders van de Islamitische Raden nog lang door. ,,Onze plannen voor de toekomst zijn geheim", zegt de leider van de raad voor Bagdad. ,,Net als de plannen van de coalitie."

Shi'ieten begroeten een geestelijke bij de toegang tot de Hawza, religieuze school, van de vermoorde ayatollah Al-Sadr in de Iraakse heilige stad Najaf. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 26-04-2003, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 649

De plunderaars kwamen ook bij de gekken langs

Door Thomas Erdbrink

BAGDAD, 26 APRIL.

Een Amerikaanse tank maakte een einde aan de vrijheid van de gekken van Bagdad. Plunderaars vraten hun psychiatrische inrichting kaal, bewoners schuifelden naar buiten.

De enige vrije mensen in Irak waren de patiënten van het Al-Rashid psychiatrisch ziekenhuis in Bagdad. Niemand was er verplicht mee te zingen met de lofzangen op de Iraakse leider, leden van de Ba'ath-partij lieten zich er niet zien en iedereen kreeg op tijd zijn mdedicijnen. De 1.020 bewoners van het gekkenhuis van Bagdad wisten niet buitenwereld een stuk gekker was.

Totdat eerder deze maand, op een zonnige dag, een Amerikaanse tank dwars door de muur van de instelling reed. ,,Alles is onder controle", zei de commandant van de eenheid. ,,Stelen is verboden", voegde hij eraan toe. En weg was hij.

Het gat in de muur betekende het einde van de perfecte isolatie van de geesteszieken. Het duurde niet lang voordat de eersten in hun pyjama's naar buiten schuifelden. Het duurde ook niet lang voordat de plunderaars naar binnen stroomden.

Hagop Wazuwian (48) probeerde de dieven te stoppen. ,,Dat was mijn taak", zegt hij. Hij is patiënt maar fungeert ook als assistent-poortwachter, vertelt hij. De meute sloeg hem tegen de grond.

De Armeniër uit de noordelijke stad Mosul is waarschijnlijk de meest geleerde patiënt uit de instelling. ,,Ik ben afgestudeerd aan de universiteit in Los Angeles. Toen mijn vader overleed begon ik veel portretten te tekenen. Dat deed ik vijftien jaar lang. Op een dag hebben mijn vrienden me hierheen gebracht. Ik kwam uit vrije wil", vertelt hij in perfect Engels.

De Egyptische kok van de instelling kreeg een geweer tegen zijn hoofd. ,,Hij moest al het geld van de instelling overhandigen." Vrouwen gilden, mannen renden verdwaasd rond. De plunderaars adviseerden de patiënten te vertrekken. ,,Dat was tegen de regels", legt assistent-poortwachter Wazuwian uit.

Het Al-Rashid psychiatrisch ziekenhuis werd volledig kaalgevreten. De ijskast met de medicijnen, boilers voor het warme water, tv's en bedden, alles ging mee. ,,Mijn tas met kleren zat op slot maar ze hebben hem opengescheurd en alles meegenomen." De portretten waar Wazuwian de afgelopen jaren met zoveel moeite aan had gewerkt – ,,de gekken leidden me steeds af" – zijn stuk voor stuk verscheurd en vertrapt. ,,Daar heb ik veel verdriet van."

Sommige verzorgers zijn na de oorlog weer teruggekomen. De locale moskee heeft gelovigen opgedragen de ontsnapte patiënten op te sporen en terug te brengen. ,,Er zijn er nu zo'n 350 terug, we missen er dus nog wel een paar", vertelt Mosel Gher Ali, medewerker van de instelling. ,,We hebben alles nodig. Wat hier binnenkomt wordt direct verstopt door de patiënten die bang zijn voor de plunderaars."

Mannen zonder tanden steken hun handen door tralies, in de hoop wat geld te bemachtigen van bezoekers. Iemand maakt woeste armgebaren, een ander is zich constant aan het wassen omdat hij schoon wil zijn voor het bidden. Wazuwian maakt zich erge zorgen over zijn ontsnapte vrienden. ,,Ze hebben medicijnen nodig, anders komen ze in de problemen. Huizen hebben ze niet, waar moeten ze heen?" Iedere dag komen er families naar de instelling, vergeefs op zoek naar hun naasten.

Zelf is Wazuwian ook de boze buitenwereld ingegaan, door het gat in de muur, op zoek naar zijn familie in Bagdad. Toen hij zich eindelijk herinnerde waar het huis was, bleek dat ze waren gevlucht. ,,Twee maanden geleden kwamen ze me voor het laatst bezoeken, niemand verwachtte dat dit zou gebeuren en onze president zou verdwijnen. Ik hoop dat ik ze snel zie."

Zoals zoveel Irakezen maakt ook de patiënt van het psychiatrisch ziekenhuis plannen voor de toekomst. ,,Ik wacht op de erkenning van mijn diploma door de Iraakse overheid. Daarna ga ik als industrieel tekenaar voor de overheid werken. Wellicht word ik docent aan de universiteit. Maar voorlopig blijf ik hier, ik moet mijn mede-patiënten helpen en nieuwe portretten tekenen."

Hagop Wazuwian (links) is patiënt en assistent-poortwachter van het Al-Rashid psychiatrisch ziekenhuis in Bagdad. De plunderaars kon hij niet tegenhouden. (Foto Newsha Tavakolian)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH

NRC Handelsblad van 23-04-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 832

Met de vlag van de islam naar Kerbala

Door Thomas Erdbrink

KERBALA, 23 APRIL.

Voor het eerst sinds 1977 zijn de Iraakse shi'ieten op pelgrimstocht naar Kerbala. Ook de politieke kant van het shi'isme ontwaakt.

Het gebombardeerde geraamte van wat eens het gebouw van de Iraakse veiligheidsdienst in de Centraal-Iraakse stad Kerbala was wordt bekogeld met steentjes. Tientallen shi'itische bedevaartgangers stoppen met het slaan op hun borst en bekogelen de ruïne van waaruit ze altijd in de gaten werden gehouden door de ogen en oren van de Ba'ath-partij.

,,Wie naar Mekka gaat, gooit steentjes tegen een pilaar die de duivel symboliseert, voor ons was dit gebouw Het Kwaad", zegt een van de bedevaartgangers. Hij, en honderdduizenden andere shi'itische moslims, zijn deze dagen op weg naar Kerbala. Daar herdenken ze de veertigste dag na de dood van de heilige imam Hussein, kleinzoon van de profeet Mohammed. Hussein werd in 680 gedood in de slag bij Kerbala in het kader van de strijd om de opvolging van Mohammed, waaruit het schisma tussen shi'ieten, volgelingen van Husseins vader Ali, en sunnieten stamt.

In 1977 veranderde de jaarlijkse processie in een massademonstratie tegen het regime van Saddam Hussein, waarbij doden vielen toen veiligheidstroepen met geweld ingrepen. Sindsdien was het verboden massaal naar Kerbala te lopen. De shi'itische processies werden als een bedreiging voor de regerende Ba'ath-partij gezien.

,,Nu ben ik heel blij, voor ons en voor imam Hussein", zegt Hussein Mojah; naar eigen zeggen arbeider. De gebronsde twintiger heeft nog zo'n tien kilometer te gaan voordat hij de kolkende mensenmassa rond het mausoleum van imam Hussein bereikt, maar hij kan niet wachten. ,,Dit was verboden, Saddam vond het niet goed, het is mijn eerste processie." Om hem heen staan mannen, vrouwen en kinderen die blootsvoets over de warme asfaltweg schuifelen. Sommigen dragen de groene vlag van de islam met zich mee, anderen portretten van imam Hussein met artistieke impressies hoe de heilige er uit kan hebben gezien. Iedereen lijkt het erover eens dat hij jong en knap was.

Als eenmaal de gouden koepels van de shi'itische heiligdommen in zicht komen, raakt de menigte in extase. Honderden mensen slaan zich gelijktijdig op de borst om het leed van de 1.400 jaar geleden omgekomen heilige te voelen. Doffe dreunen klinken eentonig als er stiltes vallen tussen de liederen over de martelaarsdood van Hussein tegen een vijandelijke overmacht.

Meer dan 60 procent van de inwoners van Irak is shi'iet. De bevolkingsgroep werd echter onderdrukt door de regering, die een overwegend sunnitisch karakter had. Nu dankzij de oorlog de weg naar de macht open ligt, is ook de politieke kant van het shi'isme ontwaakt.

'Ja voor islam en onze theologen'

,,We willen een islamitische republiek net als in Iran", vertelt arbeider Hussein Mojah. ,,Maar we moeten ook de technologie van het westen hebben", vindt hij. ,,Dit is een moslimland, er zijn veel moskeeën en veel moslimleiders: het is logisch dat we een islamitische regering krijgen", concludeert hij.

In het machtsvacuüm waarin Irak zich nu bevindt mag het een wonder heten dat tot nu toe alles goed gaat tijdens de processie. Maar de honderdduizenden bedevaartgangers worden overal begeleid door mannen die afkomstig zijn uit moskeeën die langs de route liggen. Iedere 50 meter staat er wel een kraampje voor voedsel en water voor de gelovigen; het is een religieuze plicht om de pelgrims te bevoorraden. Op kruispunten wordt het verkeer geregeld en religieuze studenten uit Kerbala wandelen rond met machinepistolen om de orde te handhaven.

De organisatiegraad gaat nog een stuk verder. In de straten van de heilige stad dragen mensen voorgeprinte bordjes met teksten als 'Ja! Ja! Voor islam en onze eerbiedwaardige islamitische theologen!' Veel bedevaartgangers hebben zelf geen enkel idee over de toekomst van Irak. ,,Onze religieuze leiders weten daar meer over", zeggen veel mensen.

Vanuit de lucht houden twee Amerikaanse helikopters de menigte in de gaten. De processie kent ook zijn anti-Amerikaanse momenten. Gesprekken over de Amerikaanse militaire aanwezigheid worden meestal verstoord door mannen met ogen die uitpuilen van razernij die het liefste zouden zien dat de Amerikanen direct het land verlaten. ,,De Verenigde Staten zijn de vijand van het volk, ze moeten weg", brult een woedende man. Een ander, die net daarvoor had gezegd dat hij blij was dat de Amerikanen Saddam Hussein hadden verdreven, staart bedremmeld naar de grond. ,,Laten we ze wegsturen als de situatie stabieler is in Irak", besluit hij. Later roepen duizenden mensen leuzen tegen de VS en Israël. ,,Nee tegen de bezetting!" en ,,Wij willen geen Amerikaanse adviezen" scanderen ze. ,,Nee tegen de Ahmed Chalabi", een Iraakse oppositieleider die door de Amerikanen vanuit ballingschap naar Irak is teruggebracht, staat op een spandoek te lezen.

De mensenmassa stroomt voort richting heiligdom, huilend, zingend en zelfkastijdend. Een pelgrim houdt een ander voorgedrukt bordje de lucht in. ,,De revolutie van Imam Hussein was een schreeuw in het gezicht van de onderdrukkers", staat erop. Het is een leus die in Irak al vele eeuwen van toepassing is.

Iraakse pelgrims verzamelen zich voor het avondgebed in het heiligdom van imam Hussein in Kerbala. (Foto AP)

Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH