NRC Handelsblad van 29-10-2004, Pagina 10, , Achtergrond, Aantal woorden: 1875
Overleven in tijden van bevrijding
Irak tussen planeconomie en vrije markt Thomas ErdbrinkDe oorlog in Irak speelt een beslissende rol in de Amerikaanse verkiezingen van dinsdag. Wat is er nog over de Iraakse economie, na de sancties tegen Saddam en de 'bevrijding' door Amerika? De donorhulp komt nauwelijks door, de schuldenlast is enorm, zelfs de olieopbrengsten vallen tegen.
Deze week een jaar geleden, stond Frank Danielsson, medewerker van de Amerikaanse aannemer Kellog, Brown & Root voor een zaal met Iraakse zakenmannen in Bagdad. De 23-jarige Amerikaan gaf contracten weg die bedoeld waren voor de wederopbouw van het land. De zakenmannen waren ontevreden omdat de contracten erg klein waren. ,,We hebben ook nog iemand nodig die ons honderd pakjes 'Post-it' memoblokjes kan leveren, wie heeft er de beste aanbieding?" riep Danielsson de zaal in. Het Baghdad Business Center, onderdeel van de in juni 2004 vertrokken Amerikaanse Tijdelijke Coalitie Autoriteit, bracht de westerse bedrijven die de grote contracten hadden binnengehaald, wekelijks samen met Iraakse onderaannemers. Vanuit een kantoor in het conferentiecentrum, in het hart van de door hoge betonnen muren omringde 'Groene Zone', probeerden idealistische Amerikaanse ambtenaren de Irakezen en westerse – voornamelijk Amerikaanse – bedrijven dichter bij elkaar te brengen. Via een mooie website konden de Irakezen inschrijven op opdrachten zoals de levering van koelkasten en prullenbakken voor Amerikaanse legerkampen en Iraakse ministeries. De Irakezen klaagden dat ze in 1991, na de eerste Golfoorlog, het land binnen drie maanden weer op stoom hadden. ,,De hele infrastructuur was vernietigd, maar Saddam Hoessein gaf ons de vrije hand. Water, elektriciteit, kapotte bruggen en gebouwen – alles hebben we zelf weer gemaakt", vertelde Qusay Del Bassi, eigenaar van het bouwbedrijf dat nota bene het conferentiecentrum in de groene zone zelf had gebouwd in de tachtiger jaren, ondanks de strenge sancties, gebrek aan geld en buitenlandse expertise. ,,De Amerikanen houden de wederopbouw nu in eigen handen, maar kennen onze cultuur niet. Daar komen problemen van", voorspelde Del Bassi. Nu, één jaar later, heeft hij gelijk gekregen. De wederopbouw van Irak is volledig vastgelopen. Nog steeds staan de Irakezen in de rij voor benzine, valt de stroom dagelijks uit en is het kraanwater ondrinkbaar. Frank Danielsson is terug in de Verenigde Staten. Hij zou maar drie maanden in Irak blijven, net als zijn collega's, vertelde hij na zijn ontmoeting met de Iraakse zakenmannen. Dat vond hij jammer, aangezien hij verwachtte na drie maanden net een beetje te zijn ingewerkt. De website van het Bagdad Business Center, waar Iraakse ondernemers en westerse bedrijven elkaar kunnen ontmoeten, doet het nog. Maar er valt sinds de machtsoverdracht in Irak in juni geen activiteit meer te bespeuren. Voor de werknemers die de wederopbouw moeten uitvoeren, is Irak een levensgevaarlijk land geworden. Was Frank Danielsson – een jonge, lange man met blond haar en spijkerbroek – nog in Bagdad geweest, dan had hij niet over straat gekund zonder westers beveiligingsteam. Voor meer dan 1500 dollar per persoon per dag huren de overgebleven westerse bedrijven voormalige Nepalese Ghurka's, SAS-commandanten, Zuid-Afrikaanse huurlingen en Servische veteranen in om zich te beveiligen. Zijn collega's moeten zich nu vervoeren in een bepantserde auto à 250.000 dollar. Ze slapen in de groene zone, het Amerikaanse zwaarbeveiligde fort aan de oevers van de Tigris rivier. Meer dan 56 chauffeurs van Danielssons bedrijf, onderdeel van het Amerikaanse Halliburton, zijn ontvoerd en vermoord door het Iraakse verzet. De meeste westerse werknemers hebben ondertussen het land verlaten. Of de Iraakse zakenman Qusay Del Bassi nog in Irak is, is onduidelijk. Zijn telefoon werkte destijds niet, dus had het geen zin zijn nummer te geven. Voor veel rijke Irakezen, zoals del Bassi, is het leven in Bagdad een gevaarlijke tombola geworden. In het land is een ontvoeringindustrie op gang gekomen die zich voornamelijk richt is op Iraakse families uit de hogere middenklasse. Ontvoeringen van buitenlanders vallen daarbij in het niet. Duizenden mensen zijn de afgelopen maanden voor geld gegijzeld, of omdat ze samenwerken met de bezetters. Meer dan tweehonderd professoren zijn geliquideerd door het verzet omdat ze werden beschuldigd van het verspreiden van 'westerse' invloeden. In plaats van dat hoogopgeleide Irakezen na de val van Saddam naar hun land terugkeren, is er een ware braindrain op gang gekomen. Sinds de macht is overgedragen aan de interim-regering van Iyad Allawi in juni hebben meer dan vijfhonderdduizend mensen een paspoort aangevraagd. Meer dan tweeduizend professoren hebben het land vaarwel gezegd. Zakenmensen en investeerders zijn naar buurland Jordanië vertrokken, uit angst voor het geweld en uit teleurstelling in het investeringsklimaat. Op de grote donorconferentie in Madrid van oktober vorige jaar, zegde de internationale gemeenschap 22,2 miljard dollar toe. Uit een vorige maand verschenen rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bleek dat slechts 3 procent van dat geld daadwerkelijk is overgemaakt. Het fonds meent dat Irak 'macro-economisch' stabiel is. Voor 2004 voorspelt zij een economische groei van 52 procent. Dat moet echter wel tegenover een daling van 35 procent in het oorlogsjaar daarvoor worden gezet. Voor 2005 verwacht het IMF een groei van 17 procent. Op papier staat Irak er beter voor dan in het jaar van de invasie, toen het land nog afhankelijk was van het voedsel-voor-olie programma, maar de overgang naar de vrije markt wordt verstoord door het geweld en door donorhulp die niet doorkomt. Grote zorgen maakt het IMF zich over de 124,9 miljard dollar schuld die het land nog heeft uitstaan. Een loden last, zo meent het fonds. Onder andere Rusland, Frankrijk, Duitsland, Saudi-Arabië en Koeweit hebben geld geleend aan het regime van Saddam Hoessein. Die laatste twee landen financieren de oorlog tegen het sji'itische Iran, dat deze week bekend maakte meer dan 90 miljard compensatie te claimen voor de Iran-Irak oorlog (1980-1988). De Verenigde Staten hebben herhaaldelijk gevraagd de schulden met 90 procent te reduceren, maar de schuldeisers wijzen op de gigantische Iraakse olievoorraden die voor inkomsten moeten zorgen. Die leveren echter voorlopig veel minder op dan verwacht. Dit jaar voorspelt het IMF dat Irak 16,2 miljard aan olieverkopen zal verdienen. Volgend jaar moet dat bedrag met één miljard zijn gegroeid. Amerika's vice-minister van defensie Paul Wolfowitz dacht vóór de invasie nog dat het land binnen twee jaar 50 tot 100 miljard dollar aan olie-inkomsten kon binnenhalen. Nu is de vraag of zelfs de IMF-cijfers van ruim 16 miljard reëel zijn. De afgelopen anderhalf jaar is Irak's olie-industrie herhaaldelijk onder vuur komen te liggen. Pijpleidingen, de aders van de Iraakse economie, werden meer dan tweehonderd keer opgeblazen. Experts schatten dat er tussen de 7 en 12 miljard dollar aan mogelijke exportinkomsten verloren is gegaan. De enigen die écht verdienen aan de oorlog in Irak zijn de werkgevers van Frank Danielsson: de grote Amerikaanse bedrijven die zonder openbare aanbesteding lucratieve opdrachten kregen. Halliburton, het moederbedrijf van aannemer Kellog Root and Brown sleepte vlak na de oorlog een wederopbouwcontract van bijna twee miljard dollar binnen. Halliburton, een Texaans bedrijf dat facilitaire werkzaamheden voor de olie-industrie verricht, werd tot 2000 geleid door Dick Cheney, die nu vice-president is. De Financial Times meldde dat het bedrijf in het eerste kwartaal van 2004 een omzet van meer dan 80 procent had ten opzichte van een jaar daarvoor. Bechtel, een andere Amerikaanse multinational die actief is in Irak, maakte voor het eerst in drie jaar weer winst buiten de Verenigde Staten: het bedrijf zag zijn inkomsten stijgen met 158 procent. Wapenfabrikant Lockheed Martin is niet aanwezig bij de wederopbouw van Irak en is toch de grootste winnaar. In 2004 zijn de aandelen van het bedrijf in waarde verdrievoudigd in vergelijking met het dieptepunt van 2004. Een woordvoerder van Lockheed zei in een interview met de New York Times dat het succes te danken is aan ,,het veranderde geopolitieke landschap". Lockheed doneerde dit jaar een totaalbedrag van 1.4 miljard dollar aan de Republikeinse partij en de Democraten, waarvan 59 procent naar de Republikeinen ging. Slechts een klein deel van het voor Irak bestemde geld vindt daadwerkelijk zijn weg naar de bevolking en de lokale economie. Volgens het Center for Strategic and International Studies, een onafhankelijke denktank in Washington, komt er van de 18,4 miljard dollar die het Amerikaanse congres heeft toegezegd, 27 procent bij de Irakezen terecht. De rest gaat op aan verzekeringen en salarissen voor buitenlandse werknemers (12 procent), overheadkosten (10 procent), corruptie en mismanagement (15 procent), winsten buitenlandse bedrijven (6 procent) en veiligheid (30 procent). Althans, dat is de verwachting. Vanwege de onveiligheid is slechts 1,1 miljard van de 18,4 miljard aan hulpgeld daadwerkelijk uitgegeven in Irak. Toch merken de Irakezen dat ze meer dinars te spenderen hebben. De upmarket Arasatstraat in Bagdad weerspiegelt de opkomst van nieuwe Iraakse welvaart. Elektronicafabrikant Samsung heeft hier aan iedere lantarenpaal een reclamebord hangen. Platte tv's hangen in etalages, nieuwe Mercedessen en en BMW's cruisen langzaam door de straat. Naast het plunderen vlak na de oorlog, gingen veel Irakezen zich te buiten aan westerse goederen die goedkoop en onbelast het land binnenkwamen. Nadat de Amerikaanse ambassadeur Paul Bremer in mei 2003 het leger ontbond, was hij nog wel zo wijs om de soldaten soldij te blijven geven, net als de andere werknemers van de overheid. Iraakse gezinnen zagen hun maandinkomsten plotseling van 5 dollar naar honderd dollar toenemen. ,,De koopkracht is enorm gestegen", vertelde een tevreden handelaar in oktober 2003. ,,IJskasten, televisies, satellietontvangers, men koopt zich een slag in de rondte." Maar nu alle ministeries weer zijn gemeubileerd en de pas aangeschafte airconditioner nog jaren meegaat, begint de handel zich te stabiliseren. Met de komst van de hogere lonen zijn ook de prijzen gestegen. De plotselinge stijging in koopkracht is daardoor alweer afgenomen. Er is ook onvrede over de maandelijkse salarissen die ieder zakelijk initiatief voor veel Irakezen overbodig maken. ,,Er zijn mensen die een salaris ntvangen, maar nooit op hun werk komen", klaagde de Iraakse minister voor industrie in de Bagdadse krant Al Quds. ,,Een Iraakse werknemer is hooguit twintig minuten per dag productief." De geplande overgang van een gesubsidieerde planeconomie naar een Arabisch voorbeeld van de vrije markt is ook mislukt. Amerika wilde stoppen met subsidies op benzine in Irak, maar zag daar vanaf uit angst voor maatschappelijke onrust. Een liter benzine in Bagdad kost nu slechts 1,4 dollarcent – goedkoper dan water. Een soortgelijk plan om de ruim tweehonderd staatsbedrijven te privatiseren is nog steeds niet uitgevoerd. Iraakse politici vreesden dat de buitenlandse investeerders de fabrieken zouden opkopen en in onderdelen doorverkopen. Ondertussen worden alle staatsbedrijven vakkundig geplunderd. Satellietbeelden tonen plekken waar anderhalf jaar fabrieken stonden, die nu volledig zijn verdwenen. In het conferentiecentrum, waar vorige jaar nog contracten werden uitgedeeld, moeten bezoekers eerst door drie strenge controles alvorens binnengelaten te worden. Twee weken geleden ontplofte er een bom in een van de restaurants binnen de groene zone. Acht mensen kwamen om. De straat voor het centrum is omgedoopt tot suicide alley vanwege de zelfmoordaanslagen die er vaak plaatsvinden. Ondanks het gevaar verdringen Irakezen zich voor de ingang op zoek naar banen. ,,Ja, ik weet dat het gevaarlijk is, maar verder kan ik geen baan vinden in Irak", zei een man die in juni van dit jaar in de rij stond. Onder zijn arm droeg hij een aktetas en op zijn neus een moderne bril. Van de Irakezen is zes op de tien werkloos. ,,Hoewel, ik kan altijd nog bij het verzet", grapte hij. ,,Die hebben wel werk voor ons." Het leven gaat door: een Irakees schrobt de stoep voor een herbouwde winkel in Bagdad. (Foto's AFP) Voor de oorlog verkocht Abu Brahim tussen de acht en de tien doodskisten per maand. Nu zijn dat er 25 per week. Een vrouw uit Bagdad koopt plastic servies op de markt. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 25-08-2004, Pagina 13, , , Aantal woorden: 657Irak even één in steun achter voetbalelftal
Door onze correspondent Thomas Erdbrink ROTTERDAM 25 AUG.Het Iraakse olympische elftal verloor gisteren de halve voetbalfinale van de Spelen. Wat eventueel rest is brons. Een hele prestatie, vindt Karman Aziz.
Iedere avond als het televisiescherm van de Irakees Karman Aziz (41) weer groen kleurt, telt zijn vrouw Dina de negentig spelminuten geduldig af. Ze haat voetbal. Maar vanavond zitten zij en haar twee dochters verplicht op de bank. Het Iraakse olympisch voetbalteam speelt volledig onverwachts de halve finale tegen het Zuid-Amerikaanse Paraguay. Vanuit de Iraakse hoofdstad Bagdad meldt Aziz telefonisch dat hij goede hoop heeft op een overwinning van zijn land. Het spel is vijftien minuten gaande en de ingenieur vindt dat zijn team goede kansen heeft. Hij vertelt dat hij in de woonkamer zit, met naast hem zijn broer, zijn vrouw en twee dochters. Op de achtergrond klinkt de opgewonden stem van een Iraakse voetbalcommentator. Aziz is zijn hele leven gewend fan te zijn van andere landenteams. Italië, vrijdag in de troostfinale de tegenstander van Irak, is zijn favoriet. Mooi, consciëntieus voetbal, beschrijft hij in staccato. Spelen aantrekkelijk, zegt hij kortaf over de Italianen. Zijn aandacht is bij het scherm. Tijdens het bewind van de Baath-Partij zwaaide Saddams megalomane zoon Uday de scepter over het olympisch voetbalteam. Spelers werden gedwongen met betonnen ballen te trainen als ze hadden verloren. Successen in het veld bleven echter uit. Je kan zien dat ze nu ongedwongen spelen; er gaat veel meer vreugde van de voetballers uit dan vroeger, vindt Aziz. We kunnen weer van ze houden. Terwijl hij zijn zin beëindigt scoort de Paraguayaanse aanvaller Jose Cardozo zijn eerste doelpunt. Oh mijn God, reageert Aziz. Hun spelers zijn meer ervaren, vult hij aan als hij de tegenslag te boven komt. Desondanks heeft Aziz de hoop op de tweede Iraakse olympische medaille in de geschiedenis van het land nog niet verloren. In 1960 won Irak zijn eerste plak; brons voor gewichtheffen tijdens de Olympische Spelen in Rome. We gaan hoe dan ook voor een medaille, want ons team kan strijden om het brons, verklaart Aziz door een krakerige telefoonlijn die vaak wegvalt. Trots speelt een grote rol in zijn wedstrijdanalyse. Want zeg nou zelf, vindt hij, heeft Irak na al die narigheid niet een opsteker verdiend? Na de gewonnen wedstrijd tegen Australië, die Irak in de halve finale bracht, gingen zijn buren de straat op en leegden hun machinegeweren uit vreugde in de lucht. Nu is het rustig buiten. Maar wacht maar tot ze winnen, dan breekt de hel los, voorspelt Aziz. De trots is ook gekrenkt door een opmerking van de Amerikaanse president George Bush, die zelfgenoegzaam vaststelde dat het Iraakse team na de machtswisseling veel beter presteert. Net de foute persoon om dat te zeggen, vindt de Iraakse ingenieur. Zeker gezien de veiligheidssituatie in ons land. Bush doet alsof Irak een lappenpop is in zijn handen, vertelt een stomende Aziz. Hij is blij dat de Iraakse spelers boos werden na deze politieke inmenging in hun olympische prestaties. Een speler uit Falluja liet weten bij terugkomst weer de wapens op te nemen tegen de Amerikanen. Wij laten niet met ons sollen, stelt Aziz tevreden vast. Als de Iraakse spelers en fans uiteindelijk in de 92ste minuut hun hoofden laten hangen bij het zien van de 3-1 eindstand in het voordeel van tegenstander Paraguay, wordt in huize Aziz al zalvend gesproken over het optreden van het nationale elftal. Ik ben natuurlijk treurig én we hadden meer kansen, maar hun spelers zijn meer getraind en komen niet uit een oorlogsgebied, zegt de ingenieur. Zijn vrouw Dina heeft zelfs geschreeuwd om het team aan te moedigen. Dat doet ze anders nooit, zegt haar man blij verbaasd. Waarmee hij maar wil zeggen dat iedereen in Irak vanavond achter het team stond. Een warme gedachte voor Aziz die lid is van de christelijke minderheid in het verdeelde land. Vanavond dachten we even niet aan alle problemen. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 12-08-2004, Pagina S8, Themabijlage: Olympische Spelen 2004, , Aantal woorden: 1197Trainen voor de eer
Ala Hikmet wil de wereld laten zien dat Irak meetelt Thomas ErdbrinkOnder omstandigheden waarvan geen sportvrouw droomt loopt de Iraakse Ala Hikmet haar rondetijden. Hopelijk krijgt zij in Athene nieuwe schoenen, want alleen dan kan zij de wereld nog versteld doen staan.
'S Avonds, als er weer een stroomstoring is en de ventilator verlamd aan het plafond hangt, droomt de Iraakse hardloopster Ala Hikmet (19) van de trainingskampen waar haar concurrentes vertoeven. ,,Zo'n plek waar je maanden kan hardlopen zonder aan iets anders te hoeven denken", verzucht ze. Ala Hikmet is de enige vrouwelijke deelnemer van het Iraakse team dat naar de Olympische Spelen in Athene gaat. De 29 andere sporters voetballers, gewichtheffers en zwemmers zijn allemaal mannen. Het IOC gaf Hikmet een wildcard omdat ze 'een talent' is, maar door de oorlog in haar land en de chaotische periode daarna niet voluit heeft kunnen trainen. Ze komt uit op de 100 en 200 meter. Hikmet: ,,Een gouden medaille zal ik niet winnen, maar als ik mijn persoonlijke record kan verbeteren ben ik al heel erg blij." Jarenlang kleefde een smet aan het Iraakse olympische team. Odai Hussein, zoon van dictator Sadam Hussein, was voorzitter van het Iraakse Olympische Comité. Sporters die niet presteerden, strafte hij; voetballers moesten met betonnen ballen trainen, gewichtheffers werden gemarteld. Ala heeft niets van deze periode meegemaakt. ,,Gelukkig maar", zegt ze nu, ,,Anders was ik nooit professioneel gaan hardlopen." Het is zeven uur 's ochtends als Ala haar huis verlaat in schooluniform. Haar haar zit in een keurige vlecht, de boeken draagt ze onder haar arm. Zij woont in de wijk Shawaka, waar de riolen open zijn en het vuil op straat ligt. Haar gepensioneerde moeder huurt daar een kamer in het huis van een oom. Hikmets vader overleed vijf jaar geleden. De familie is erg arm. Liever was ze nu al in Keulen aan het hardlopen. Het gehele Iraakse olympische team is daar al in training, maar Hikmets moeder vindt het eindexamen computeronderhoud belangrijker dan sport. ,,Mijn moeder zegt dat je het diploma voor je leven hebt en zij weet wat goed voor mij is", vindt Hikmet. Zij maakt een gedisciplineerde indruk. Haar dagschema bestaat nu uit school, leren, trainen, leren en slapen. Ze maakt huiswerk bij het schijnsel van een olielampje en valt in slaap met de gedachte dat de volgende dag weer een zware wordt. Anders dan haar collega-hardloopsters uit andere landen moet Ala Hikmet met heel veel zaken rekening houden voordat ze haar trainingsrondes loopt. Elke dag, rond een uur of vijf 's middags, neemt ze vier verschillende busjes om bij het stadion te komen waar ze traint. Soms redt ze het niet omdat er een weg is afgezet door de Amerikanen. Soms is er net een bom ontploft en staat al het verkeer vast. Soms heeft ze geen geld voor de bus. In het stadion vliegen de helikopters over, klinken geweerschoten en worden alle bezoekers door gewapende mannen gefouilleerd. Toen ze na de oorlog voor het eerst weer in het stadion kwam, lag de atletiekbaan vol met ongeexplodeerde granaten en ander wapentuig. Het Iraakse leger had er zijn kamp opgeslagen. Nu traint Hikmet er, vergezeld door tien mannelijke hardlopers, haar rondetijden. Volgens haar trainer Abdel Zara Shusden is Hikmet sterk. ,,Enorm sterk zelfs", zegt hij wijzend op haar brede schouders en haar gespierde dijbenen. Shusden laat haar daarom met de jongens trainen. Vaak rent de hardloopster de mannen allemaal voorbij. Alle jongens willen met haar trouwen, maar Hikmet moet er niet aan denken. ,,Daarna stoppen ze me in huis met de smoes dat het te gevaarlijk is om naar buiten te gaan", aldus de gedecideerde atlete. Hikmet lijkt zich door niets uit het veld te laten slaan. Ook al is het boven de 45 graden Celcius, Ala Hikmet rekt, rent en sprint. ,,Zij is voor negentig procent klaar, laatst rende ze de 100 meter in 12,5 seconden tijdens een internationale finale in Jordanië", vertelt trainer Shusden trots. Het wereldrecord hardlopen bij de dames staat nog steeds op naam van Florence Griffith die in 1988 de 100 meter in 10,49 seconden liep. Vlak voor de oorlog deed ze mee aan een hardloopwedstrijd tussen verschillende scholen. Shusden ontdekte haar en zag dat ze een groot talent was. Shusden: ,,Maar in maart trokken de Amerikanen het land binnen en zat iedereen thuis. Van enige traning was pas laat in de zomer weer sprake." Het had niet veel gescheeld of Ala Hikmet had ondanks haar wildcard helemaal niet meegedaan aan de Spelen. Begin mei liep ze met haar moeder over straat toen er een auto uit de bocht vloog. Hikmet: ,,De wagen drukte ons allebei tegen de railing van de brug waar we op liepen." Meer dan zeven uur was ze bewusteloos. Haar moeder beknelde haar been en de hardloopster brak haar kaak en een tand. ,,Even zag ik mijn hele toekomst in het water vallen: Athene, het trainingskamp – maar gelukkig viel het mee." Zij blijft optimistisch, al zitten in haar oor nog hechtingen en is een van haar voortanden gedeeltelijk afgebroken. Bij de ingang van het huis waar haar familie een kamer huurt, heeft Ala samen met haar moeder en broer handafdrukken met kippenbloed op de poort gezet, om het boze oog te verdrijven. Moeder Hannah sleept nog met haar been door het ongeluk op de brug. Het is nu nog moeilijker om rond te komen. Alles staat in het teken van Ala, de enige die de familie van de armoede kan redden. ,,Al mijn aandacht gaat naar haar", zegt Ala's moeder. ,,Natuurlijk moet ze eerst school afmaken, maar ik help haar met alles en we maken samen huiswerk. Vaak ken ik de lessen net zo goed als zij." Moeder Hannah Hikmet krijgt per maand ongeveer 50 dollar lerarenpensioen. Normaal geeft ze ook bijles maar na het ongeluk gaat dat niet meer. Ala zelf krijgt van de sportbond maandelijks 35 dollar voor de busreizen naar het stadion, maar dat is niet genoeg om alle atletiekspullen mee te bekostigen. ,,We kopen alles tweedehands, ook haar sportschoenen en kleding", zegt moeder Hannah. In Ala's trainingskleding zitten gaten en vlekken. Haar Nike hardloopschoenen zijn talloze malen gestikt op de plek waar de tenen en de rest van de voet scharnieren. Hikmet vreest de reactie van de andere sporters in Athene. ,,Ik sta daar natuurlijk helemaal voor aap, maar ik hoop dat ze me daar nieuwe kleren kunnen geven." Of bijvoorbeeld goede loopschoenen want alleen dan zou Hikmet de wereld nog versteld kunnen doen staan. Speciaal voedsel, biefstukken en pasta krijgt ze niet, kippenvlees is voor de familie al bijna onbetaalbaar. Laat staan een op Hikmets conditie afgestemd dieet. ,,Het enige waar Ala voor leeft, zijn de Spelen. Als God het wil doet ze het goed", zegt haar moeder, terwijl ze trots naar haar dochter kijkt. Ala Hikmet is stil. De druk om te presteren door de aandacht van de media, de buren in de wijk en de trainingsmaatjes wordt soms te groot voor haar. Hikmet weet dat ze weinig kans maakt op een medaille. ,,Ik draag de verantwoordelijkheid om te laten zien dat Irak nog bestaat, dat we meer kunnen dan vechten. Ik hoop maar dat ik niemand teleurstel." De Iraakse atlete Ala Hikmet (19) traint samen met tien mannelijke hardlopers haar rondetijden. Ala Hikmet komt aan bij het stadion waar zij als enige vrouw traint voor de Olympische Spelen. Voordat Ala Hikmet gaat slapen na een dag van leren en lopen, kijkt zij altijd nog even naar het nieuws. Trainer Abdel Zara Shusden met zijn pupil. Ala Hikmet op weg naar het stadion in Bagdad. Zij woont in de arme wijk Shawaka. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 29-06-2004, Pagina 1, , , Aantal woorden: 909Monstertaak voor gardisten Irak
Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 29 JUNI.Irak heeft sinds gisteren een eigen interim-regering. De Nationale Garde moet zorgen voor een veilig land. Maar voorlopig blijven buitenlandse militairen de baas.
Nog maar net is de macht in Irak overgedragen of de mannen van de Iraakse Nationale Garde, bataljon 304, in Bagdad hebben hun eerste succes al binnen. Vandaag hebben ze zonder toestemming van hun Amerikaanse kapitein twee 'slechteriken' opgepakt. Ook hebben ze vier Amerikaanse controleposten overgenomen. De sfeer op hun stoffige basis is uitgelaten. ,,We patrouilleerden door een wijk toen iemand op ons schoot. Onze Amerikaanse kapitein Wohlgemuth was er niet. Omdat we vandaag de macht hebben gekregen, besloten we de mannen zelf op te pakken', vertelt luitenant 'Hamid al-Dulaimi' blij. Zijn echte naam wil hij niet geven, net als min zijn andere collega's van de Iraakse Nationale Garde. ,,Veel te gevaarlijk', vindt Dulaimi. Eergisteren moesten de Amerikanen zijn huis met tien man beschermen omdat hij doodsbedreigingen had gekregen. De mannen van de Nationale Garde, het nieuwe Iraakse leger, wacht de monstertaak Irak veilig te maken. Het is de 140.000 Amerikaanse militairen en hun 25.000 buitenlandse bondgenoten niet gelukt. Nu de macht in handen van de Irakezen is, vormen zij de laatste kans op een stabiel Irak. Het is de vraag of het de voornamelijk licht getrainde mannen van het Garde, nu ongeveer 50.000 man sterk, wel zal lukken. De laatste maanden zijn zij juist het slachtoffer geworden van een constante stroom aanslagen. Vorige week nog werd het aanmeldcentrum voor de Garde in het centrum van Bagdad getroffen door een aanslag van een zelfmoordterrorist. Veertig aspirant-soldaten vonden de dood. In februari was er een soortgelijke aanslag op dezelfde plaats met 41 doden. De militairen worden als collaborateurs gezien. In het hele land vormen ze een doelwit voor de opstandelingen. Ook na de machtsoverdracht zijn ze vogelvrij. Gisteren werden zes gardisten vermoord tijdens een aanslag door rebellen in de stad Baquba, ten noorden van Bagdad. Vandaag wordt er voor de verandering eens niet gedacht aan al het geweld. De Amerikaanse kapitein Martin Wohlgemut uit Texas, die de circa 139 soldaten van dit kampement al vier maanden traint, wil een speciale vlagceremonie houden, waarbij ook op de basis – voor de vorm – de macht wordt overgedragen. Voorlopig blijven de Amerikanen er gewoon de baas. 'Kapitein W', zoals Wohlgemut door de Irakezen wordt genoemd, heeft een van de 21 kinderen van zijn Iraakse tegenhanger Jassem Ali 10.000 dinar gegeven om in zijn Mercedes een nieuwe vlag te gaan kopen. ,,Ik heb drie vrouwen', verklaart Ali trots. Om de machtsoverdracht te vieren wil hij er een vierde bij nemen. ,,Goed hè, die moslims', gniffelt Wohlgemut. Hij en elf andere Amerikanen vergezellen de Iraakse soldaten op de basis. ,,Om hen te beschermen tijdens de machtsoverdracht', verklaart Wohlgemut. Iedereen gaat vriendschappelijk met elkaar om, al heeft kapitein W wel moeite met de Arabische manier van complimentjes geven. ,,Kapitein W is onze vriend.' ,,Hij denkt eerst aan ons en dan pas aan zijn kinderen', vertelt luitenant Dulaimi dromerig. ,,Kijk, dat bedoel ik nou', zegt Wohlgemuthh lachend. ,,Hij is onze vriend, maar hij kan hier niet eeuwig blijven', vervolgt Dulaimi. ,,Wij hebben zijn hulp niet meer nodig. We moeten het zelf doen.' De Amerikaan knikt: ,,Zo heb ik het jullie geleerd', zegt hij. Hoe graag de Iraakse garde net als de interim-regering ook soeverein wil zijn, voorlopig zitten kapitein W en zijn mannen nog op de basis en delen de lakens uit. De Iraakse interim-regering heeft de Amerikanen 'gevraagd' niet te vertrekken, uit angst dat het land anders in chaos zou vervallen. De soldaten hebben ook nu, na de machtsoverdracht, immuniteit voor Iraakse rechtsvervolging en kunnen alleen in de Verenigde Staten worden aangeklaagd. Toch wil Wohlgemuthh een machtsoverdracht-ceremonie houden, voor het moreel. Na wat wachten blijkt er een misverstand te zijn. Kapitein Jassem Ali blijkt niet begrepen te hebben dat de vlag vandaag nodig is. ,,Ik wist niet dat er haast bij was', verklaart hij. Maar snel snort Ali een oude vlag op, die tot de draad versleten is. Wohlgemuthh zegt bewonderend dat de vlag vele oorlogen moet hebben gezien. Alle rekruten worden verzameld op het appelterrein en W begint een toespraak uit een Hollywood-film. ,,Vandaag vieren jullie je onafhankelijkheidsdag. Jullie zijn vrij!', zegt Wohlgemuthh. De rekruten juichen en zingen het volkslied uit de tijd van Saddam Hussein. Een nieuwe hymne is nog niet geschreven. Kapitein Jassem Ali zwaait met de oude Iraakse vlag en een Iraakse sergeant schiet in de lucht. Wohlgemuthh juicht blij. Plotseling komt de witte Mercedes van Ali's zoon aangestoven met een nieuwe vlag – nog steeds de groen-rood-wit-zwarte van het oude Irak; de nieuwe met blauwe strepen die eerder dit jaar werd geïntroduceerd heeft het niet gehaald. Een soldaat plaatst de vlag op de wachtpost en daarmee is de overdracht een feit. Wolhgemut hoopt dat de Irakezen hem na vandaag niet meer als bezetter zien. ,,Ik wil deze mensen helpen, niet controleren', zegt hij. Als dank geeft kapitein Ali de versleten Iraakse vlag aan zijn Amerikaanse collega. ,,Aan de Amerikanen hebben we wat tenminste hier, dat kan ik van sommige Europese landen niet zeggen', vindt Ali. En dan is er nog een laatste compliment voor W. ,,We bidden allemaal dat hij kolonel wordt en snel zijn kinderen weer kan zien.'Rectificatie
Wolgemuth De Amerikaanse kapitein in het artikel Monstertaak voor gardisten Irak (29 juni, pagina 1) wordt aangeduid als Wolgemuth en Wolgemut. Correct is Wolgemuth. De Amerikaanse kapitein Martin Wohlgemuth (rechts) viert met een Iraakse militair de Amerikaanse machtsoverdracht aan het Iraakse interim-regime. (Foto Newsha Tavakolian) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 28-06-2004, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 999Irak weet nog niet wat soevereniteit is
MACHTSOVERDRACHT IRAK: Amerikaanse adviseurs heten nu consulenten 'Vroeger zaten de Amerikanen naast ons aan tafel, nu zitten ze in een stoel achter ons' Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 28 JUNI.De macht is overgedragen, maar wat soevereniteit precies is moeten de Irakezen nog ontdekken. Dat de Amerikaanse ambassadeur in het paleis van de president resideert is een veeg teken, vinden ze.
Het bestuur van het district Kharada zetelt in een van de paleizen van een dochter van Saddam Hussein. ,,Alstublieft, geen cadeaus", staat op een bordje in de wachtruimte. Aan de muren hangen posters met het opschrift ,,Wat is democratie?", een uitleg staat eronder. Zes maanden geleden kreeg de districtsraad de soevereiniteit in handen, precies zoals vandaag is gebeurd voor de Iraakse interim-regering. ,,Vroeger zaten de Amerikaanse adviseurs naast ons aan tafel, nu zitten ze in een stoel achter ons", legt Mohammad al-Rubaie, voorzitter van de wijkraad, uit. De eerste zes maanden na de oorlog werden de raadsleden getraind door de bezetters. ,,Ze behandelden ons eerst als technocraten, maar schreven later buurtverkiezingen uit. Wij zijn dus echt gekozen", vertelt Rubaie. De interim-regering is samengesteld door de Amerikanen, de VN en Iraakse politici. De districtsraad – er zijn er negen in Bagdad – beslist over het onderhoud van de wijk. ,,Wij bekijken of een school moet worden vernieuwd, of wegen kunnen worden vrijgemaakt en of de riolen moeten worden doorgespoeld", vertelt Rubaie die een universiteitsdiploma uit Roemenië heeft. De raadsleden worden bijgestaan door twee Amerikaanse organisaties die aan 'democratiebegeleiding' doen. Als er eenmaal overeenstemming is over een plan houdt de soevereiniteit van de districtsraad op. ,,Als de Amerikanen het plan goedkeuren betalen ze het. Keuren ze het af, dan krijgen we niks en gaat het plan niet door." Net als de leden van de interim-regering worden ook de districtsraadsleden constant bedreigd. Van de ongeveer 1100 leden zijn er 95 door het verzet het afgelopen jaar omgebracht. ,,Ik betaal mijn eigen bodyguards, maar geloof in de toekomst. Ik ben pragmatisch." Er zijn meer parallellen tussen de lokale raad en de interim-regering. Het overdragen van de soevereiniteit betekent niet dat alle beslissingen ook echt door de interim-regering kunnen worden genomen. De Amerikaanse adviseurs die deze maand nog op de Iraakse ministeries rondliepen, heten nu consulenten. Los van olie-inkomsten en wat belastingopbrengsten, is de nieuwe overheid, net als de districtsraad financieel afhankelijk van het grootste donorland in Irak, de Verenigde Staten. De Iraakse minister van Staat Adnan al-Jannabi nipt van een groot glas cola in zijn koele kantoor in de Amerikaanse groene zone. Jannabi is een olie-expert die lang voor de Organisatie van Olie Exporterende Landen (OPEC) heeft gewerkt. Hij vraagt alle donorlanden nu het beloofde hulpgeld direct aan de interim-regering te betalen zodat de Irakezen op eigen benen kunnen staan. ,,Er is heel veel toegezegd, maar heel weinig betaald. Daarom hebben we allerlei ambitieuze plannen moeten laten varen." Jannabi is het diepst teleurgesteld in de VS die 18,5 miljard dollar apart hebben gezet voor Irak, maar daarvan slechts 333 miljoen dollar aan Irakezen hebben uitgegeven. De rest is naar Amerikaanse bedrijven gegaan. ,,Wij hebben niets te zeggen over de manier waarop het geld wordt uitgegeven. Daar verandert de machtsoverdracht helemaal niets aan", vertelt Jannabi. Zonder dat geld wordt het met de veiligheid ook niets in Irak, meent zijn collega-minister van Staat, Khassem Daoud. ,,We moeten juist de werkloosheid, de economie, het en dienstverleningsniveau aanpakken. De stad moet schoon zijn", legt hij uit. Volgens Daoud is dat de beste manier om de guerrillastrijders wind uit de zeilen te nemen. Hij geeft toe dat de leuzen van de interim-regering vaag zijn. ,,Het plan is dat we kijken wat er gaat gebeuren en dan handelen we naar wens." Maar de handen van de interim-regering zijn de afgelopen maanden strak gebonden. De Amerikaanse ambassadeur voor Irak, Paul Bremer, heeft stilletjes een groot aantal decreten afgekondigd die de macht van de interim-regering ver inperken. Toezichthouders en commissies met vetorecht over beslissingen van de Iraakse ministeries zijn in het leven geroepen. Sommigen zijn aangesteld voor de komende vijf jaar, terwijl de Iraakse interim-regering een maximale levensduur van 18 maanden heeft. Daarnaast heeft Bremer een aantal wetswijzigingen doorgevoerd die ervoor zorgen dat de Amerikanen invloed houden op het bestuursproces en dat de interim-regering niet de macht kan grijpen, iets wat de voorloper ervan, de Iraakse regeringsraad, wel heeft geprobeerd. De Iraakse media zijn onder het gezag van de media- en communicatiecommissie gekomen, die de macht heeft om vergunningen af te geven, in te trekken, openbare excuses te eisen en televisie-uitzendingen te reguleren. Het eerste onafhankelijke satellietstation Al-Sharqiya, Het Oosten, opereert vanuit een flatgebouw in een van de betere wijken in Bagdad. Presentatrices zitten twee uur in de make-up kamer voor een nieuwsuitzending van vijf minuten. Het motto van de zender is ,,onafhankelijk de waarheid vertellen". Volgens nieuwscoördinator Salah al-Askari leidt de instelling van de nieuwe commissie, waarin acht Irakezen en één buitenlander zitten, tot zelfcensuur bij de zender. Het uitzenden van beelden van Amerikaanse soldatenlijken zou tot problemen met de vergunning kunnen leiden, geeft hij toe. ,,Daarnaast zijn de meeste commissieleden teruggekeerde ballingen die heel anders tegen de zaken aankijken dan wij", zegt Askari. Dat soevereiniteit een breed begrip is in Irak, illustreert de nieuwe Amerikaanse ambassade in Bagdad die vandaag is geopend. Gelegen in het Paleis van de Republiek, de officiële ambtswoning van de Iraakse presidenten, moeten de nieuwe ambassadeur John Negroponte en 2.000 andere werknemers nu het vacuüm van Bremers Tijdelijke Coalitie Autoriteit vullen. ,,Het is ongelooflijk dat zij in ons paleis gaan zitten", briest de Iraakse politicus Mahmoud Othman. ,,Dat getuigt toch van geen enkel respect." En het kan nog erger. Districtraadslid Mohammad Rubaie weet waar de soevereine interim-regeringsleden straks heen moeten als er knopen moeten worden doorgehakt. ,,De adviseurs zullen niet op de stoelen achter ze gaan zitten, zoals bij ons", zegt hij. ,,Maar de regeringsleden zullen voor iedere beslissing de gang naar het Paleis van de Republiek moeten maken. Dat is de prijs van de vrijheid." Irak-bestuurder Bremer (rechts) toont het document van de soevereiniteitsoverdracht aan premier Allawi (midden) en de Iraakse opperrechter Al-Mahmoudi. (Foto AP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 26-06-2004, Pagina 4, , Reportage, Aantal woorden: 869Op excursie bij de Iraakse buren
Amerikaanse soldaten leren Iraakse dorpelingen tanden poetsen Door onze correspondent Thomas Erdbrink KAMP ANACONDA, 26 JUNI.Soms gaan militairen van de Amerikaanse legerbasis Kamp Anaconda in Irak op excursie in het buurdorp. Ze leren de dorpelingen het belang van goed tandenpoetsen en hebben een hele leuke dag.
Er is een concert op de grootste Amerikaanse basis in Irak, Kamp Anaconda. In de bioscoop, waar de nieuwste films draaien en popcorn en cola worden verkocht, treedt vanavond de soldatenband 'USA Express' op. De zaal is halfvol met militairen. Hun collega's bevinden zich in de enorme sportschool, het zwembad of in de salsa-tent. Kamp Anaconda is de logistieke as in Irak voor het Amerikaanse leger. Zware Antonov-vrachtvliegtuigen leveren tonnen aan voedsel, wapens en goederen aan die vervolgens vanaf de basis naar andere Amerikaanse kampementen in heel het land worden gereden. Anaconda ligt midden in de sunnitische driehoek, een duidelijker aanduiding mag van het Amerikaanse leger niet worden gegeven. Er wonen en werken 20.000 soldaten, van wie velen nooit in contact komen met de Iraakse bevolking. Het vervoer op de basis wordt geregeld door Filippijnse gastarbeiders die met gloednieuwe personenbusjes glimlachend tussen woonwagens, vliegveld en restaurants pendelen. Daar serveren Pakistani's vier keer per dag voedsel variërend van hamburgers tot Thaise kip. Lokale werknemers, Irakezen, leggen in de zon de laatste hand aan het tweede zwembad, dat op de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag, de vierde juli, feestelijk geopend zal worden. Overal zoemen airconditionings, iedereen zwaait naar elkaar. ,,Als het in Irak zo goed gaat als hier op de basis wordt dit een fantastisch land", voorspelt soldaat Darius Lips uit Alabama in de grote sportschool. ,,We hebben het goed hier", bevestigt Majoor R. Spiegel. Hij is hoofdredacteur van de lokale krant, de Anaconda Times en legervoorlichter. Iedere week neemt hij een anti-malaria pil tegen de muggen en twee keer per dag mailt hij naar het thuisfront. Als de band 'USA Express' de kraker 'Proud to be an American soldier' speelt, een lied over vlaggen die voor vrijheid staan, en Gods zegen voor Verenigde Staten, staat hij op uit zijn stoel uit respect, net als de andere aanwezigen bij het concert. In de vier maanden dat majoor Spiegel op Kamp Anaconda woont, is hij twee keer 'buiten' geweest. Een keer ging hij per helikopter naar het betonnen prikkeldraadpaleis van de Amerikaanse regering in Irak en een keer bezocht hij het buurdorpje van Kamp Anaconda, Bani Tamin. Vandaag staat er weer een excursie naar Bani Tamin het programma. Om het dorpje te belonen voor het niet afschieten van mortieren op de basis, zetten majoor Spiegel en zijn soldaten er vandaag een mobiele kliniek op. Meer dan 30 soldaten en artsen rijden in een colonne van 18 gepantserde terreinwagens en één tank richting het dorpje waar ongeveer 100 mensen wonen. Het is vier minuten rijden. ,,Als er iets gebeurt, trekken we ons terug in de lokale school en wachten op hulp", zegt majoor Spiegel. ,,Dit dorp is goedwillend, maar met het dorp ernaast hebben we vaak problemen. Die schieten voortdurend op onze basis." Als de colonne stilhoudt, nemen de soldaten direct veiligheidsmaatregelen. Alle terreinwagens parkeren met de neus naar voren tegen een schoolgebouw en één blokkeert de toegangspoort. De tank neemt een strategische positie in bij de weg. Scherpschutters inspecteren het dak. ,,Laat de patiënten maar komen", zegt majoor Spiegel. Hordes kinderen dansen rond de Amerikanen als uiteindelijk de 'sjiek' komt, waarmee Spiegel lokale sjeik Youssef Ibrahim bedoelt. Ibrahim heeft een schaaltje water bij zich en vraagt of majoor Spiegel ervan wil drinken. De sjeik zegt dat het slootwater is en dat iedereen in het dorp het wel moet drinken omdat de Amerikanen hun belofte om vers water te regelen na een jaar nog steeds niet zijn nagekomen. Majoor Spiegel verwijst Ibrahim snel door naar een meerdere. Terwijl de helft van de soldaten foto's maakt van dorpelingen, onderzoekt de andere helft de hele bevolking van Bani Tamin. Nadruk wordt gelegd op mondhygiëne. ,,Iedere-dag-uw-tanden-poetsen!", gebiedt soldate Elisabeth Jarry in het Engels de dames Umm Nathmen en Umm Furad. De laatste mist haar boventanden en steekt de steel van de tandenborstel in haar mond. Als ze klaar zijn, plakt Jarry een sticker met de tekst 'Tooth fitness class' op de zwarte abaya's, tot de grond reikende losse jurken, van het tweetal. Daarna krijgen ze een pakketje met hotelshampooflesjes, tandpasta en snoep mee. Tevreden schuifelen ze terug naar het dorp. ,,Tanden poetsen is zo belangrijk", zegt Jarry. Majoor Michal Myslensky is dolblij. Hij onderzoekt verscheidene zieke kinderen. In de zeven maanden dat hij in Irak is, heeft hij nooit een voet buiten Kamp Anaconda gezet. Hij schaamt zich dood voor het Abu Ghraib schandaal waarbij foto's van mishandelingen en vernedering van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen het Amerikaanse leger in verlegenheid brachten. ,,Ik wil het beeld van de vreselijke Amerikaan veranderen door hier goed te doen. Jammer genoeg kunnen we wegens de veiligheidssituatie bijna niet naar buiten." Kinderen spelen met de soldaten, Iraakse mannen slaan majoor Spiegel kameraadschappelijk op zijn rug en iedereen is blij. Aan het andere, opstandige dorp wordt niet meer gedacht. ,,Het was een hele leuke dag", zegt Majoor Spiegel op de terugweg in de terreinwagen. ,,Dit soort dingen moeten we vaker doen." Een Amerikaanse militair leert Iraakse vrouwen in het dorp Bani Tamin, naast Kamp Anaconda hoe ze hun gebit moeten onderhouden. (Foto Newsha Tavakolian) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 24-06-2004, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 862Iraakse dichters ten strijde tegen ongeloof
Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 24 JUNI.Sinds de Amerikanen het regime van Saddam Hussein ten val hebben gebracht, is de islam in Irak in opmars. Het land raakt zijn seculiere karakter kwijt.
Er is een poëziemiddag georganiseerd in het clubhuis van de Iraakse schrijversbond in Bagdad. Verscheidene mannen spreken op luide toon, gadegeslagen door zwart-wit portretten van oude, bekende dichters als Badr Shaker al-Sejab. ,,Oh Mahdi, Messias, sta op en trek uw zwaard tegen de ongelovigen", declameert biologiestudent Ali Abdul Wahed (22). Met de kin omhoog neemt hij het applaus in ontvangst. De toeschouwers, morsige jongens en enkele oude, boze mannetjes, joelen om meer. Voor de oorlog was dergelijke taal niet welkom geweest in de seculiere schrijversclub, maar nu staat het comité van intellectuelen dat leiding geeft aan de bond het toe. ,,Als dit soort mensen de macht krijgt in Irak wordt dat de grootste ramp aller tijden", voorspelt secretaris en dichter dr. Fa'ez al-Sha'rah. Maar ,,de meerderheid wil gedichten over islam horen, dus hebben we de democratische beslissing genomen om de dichters een podium te geven", legt Sha'rah uit. De intellectuelen staren in hun glaasjes thee. ,,Democratie betekent de wil van de meerderheid, of zien we dat verkeerd?" De val van het Ba'ath-regime betekende ook het einde van het primaat van de seculiere gedachte als nationaal kenmerk van Irak. De afgelopen jaren had Saddam Hussein al veel toegegeven aan de islamitische krachten die binnenslands en van over de grenzen invloed uitoefenden op Irak. Toch was het een land waar vrouwen ongestoord zonder hoofddoek over straat konden, drank en films vrij verkrijgbaar waren en de geestelijkheid in de moskee bleef. Sinds de Amerikanen het bewind van Saddam Hussein hebben verdreven, is de radicale islam overal in Irak in opmars. Slijterijen worden opgeblazen, bioscopen gesloten, schoonheidssalons in brand gestoken. De nieuwe Iraakse politici, de meesten seculiere bannelingen uit het Westen, verdringen zich plotseling op de gebedsmatjes om hun religieuze kant te laten zien. De invloedrijkste man van het land, de shi'itische geestelijke groot-ayatollah Ali Sistani, zet alles op alles om de toekomstige grondwet op het islamitisch recht te grondvesten. Daarnaast wil hij snelle verkiezingen, want de meerderheid van de Irakezen zal zeker op islamitische kandidaten stemmen. De jonge student en dichter Ali Abdul Wahed, afkomstig uit de arme shi'itische Bagdadse wijk Sadr City, kan niet wachten tot zijn visie op democratie werkelijkheid wordt in Irak. Religieuze vrijheid wil hij als toekomst voor het land. Wahed stoort zich aan de twee hoofddoekloze vrouwen die op de voorste rij zitten op deze dichtmiddag. ,,Ik hoop dat ze in de toekomst hun hoofd zullen bedekken", zegt hij. Waheds religieuze vrijheid bereikt haar grens als het over de slijterijen gaat, meestal in het bezit van christenen die wél alcohol mogen drinken. ,,Alleen in hun wijken anders heb ik er geen probleem mee dat die winkels worden opgeblazen." Volgens diverse slijterij-eigenaren zijn er nog veertig drankzaken over in de Iraakse hoofdstad. Dat waren er voor de oorlog meer dan 500. Deze week was er weer een bomaanslag. Op Waheds universiteit, Al-Mustansiriya, gaat het dezer dagen ook over religieuze vrijheid. Een decaan verbood shi'itische studenten om een 'Hussainiye' te openen, een soort islamitisch clubhuis. Voor de val van het Ba'ath-regime waren de universiteiten bolwerken van vrijheid, waar het hoofddoekje in de minderheid was. Nu is dat andersom. De decaan trok aan het kortste eind en werd weggepromoveerd. ,,Hij kon duidelijk niet met de studenten overweg", zegt Taki al-Moosawi, vice-president van de universiteit. In zijn werkkamer hangen spreuken uit de Koran, op tafel ligt een tijdschrift over groot-ayatollah Sistani. Volgens Al-Moosawi worden de nieuwe sociale regels in Irak bepaald door religie, dus is er niets mis met een Hussainiye op de campus. ,,Daarom vraag ik vrouwen ook om hun hoofd te bedekken, ze worden er immers betere mensen van", zegt de vice-president, die jaren in Schotland woonde. Dr. Sana Tariq, secretaris van de Iraakse Onafhankelijke Vrouwen Organisatie, weet hoe het is om zonder hoofddoek te lopen. In het ziekenhuis waar ze werkt kijkt iedereen op als ze het hospitaalcafetaria binnenkomt. ,,Ik voel me zo treurig als ik al die hoofddoeken zie. Zelf word ik soms uitgescholden op straat omdat ik er geen draag." Volgens haar is de situatie voor vrouwen veel erger geworden sinds de omverwerping van het oude regime. ,,Dieptepunt was wet 137, die eind vorig jaar door de Iraakse regeringsraad werd aangenomen en waarin stond dat voortaan iedereen volgens de gebruiken van zijn eigen geloof zou worden behandeld", zegt Tariq. Het betekent bijvoorbeeld dat voor alle moslims in Irak de shari'a zou gelden, inclusief het familierecht dat vrouwen benadeelt ten opzichte van mannen. ,,De wet is nu van de baan, maar het geeft een idee welke kant we opgaan", vertelt Tariq. De intellectuelen van de schrijversbond worstelen dagelijks met de vraag wat te doen met mensen die de nieuwe vrijheid gebruiken om vervolgens anderen hun vrijheid te ontzeggen. ,,Van religieuze dwang is nog geen sprake", zegt er een. ,,Als de mensen islam willen dan is dat democratie", zegt een ander. Uiteindelijk vinden ze een compromis. ,,De gematigde geestelijken moeten het voor het zeggen krijgen, dat zou de beste oplossing zijn." Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 22-06-2004, Pagina 5, , , Aantal woorden: 743'De Amerikanen laten de boeven vrij'
Volgens de politie gewone criminelen onder vrijgelaten Iraakse gevangenen Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 22 JUNI.De Amerikanen laten honderden Iraakse gevangenen vrij in een poging het imago van de Abu Ghraib gevangenis weer op te vijzelen. Maar de Iraakse politie klaagt dat onder hen veel gewone criminelen zijn.
Het vrijlaten van gevangenen uit de beruchte Abu Ghraib gevangenis bij Bagdad verloopt, zoals alles in Irak, chaotisch. Verwilderde mannen rennen door de poort van de legerbasis waar ze net zijn vrijgelaten. Buiten staan honderden familieleden in een grote, warme mensenbrij te wachten. Helikopters scheren over. Het is de zevende massavrijlating door de Amerikanen van de afgelopen maand. De Bagdadse politie is woedend. Terwijl het Amerikaanse pr-offensief op volle toeren draait om de naam van de gevangenis na de publicatie van foto's van mishandelingen en vernederingen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen te zuiveren, ziet de lokale politie misdadigers terug op straat die juist tot jaren celstraf waren veroordeeld. De veroordeelde ontvoerder Habib Obeid Jallala kwam onlangs zijn auto ophalen bij de afdeling Zware Criminaliteit van de Bagdadse politie. ,,Hij claimde dat de Amerikanen een loterij hielden in de gevangenis; wie het juiste nummer had mocht weer naar buiten", vertelt luitenant Ghassem Ali Hamid. De rechercheur die Jallala maanden had gevolgd om hem voor een reeks gijzelingen tot tien jaar veroordeeld te krijgen, was woest. In de gangen van het politiebureau lopen besnorde agenten met pistolen in de broekband. Op het werk kunnen ze worden neergeschoten door criminelen, op weg naar huis door rebellen die vinden dat ze collaborateurs zijn. ,,Of door de Amerikanen, die per ongeluk laat op de avond de man die de ontvoerder Jalalla oppakte bij een controlepost in zijn oog schoten", zegt Hamid zuur. De zaak van Jalalla staat niet op zichzelf. Luitenant Hamid schat dat zeker de helft van alle verdachten die hij heeft opgepakt door de Amerikanen weer op vrije voeten is gesteld. Binnen zijn afdeling alleen al gaat het om meer dan 100 gevallen, zeggen hij en zijn collega's. In de haast om de Abu Ghraib gevangenis te zuiveren van het slechte imago dat de instelling na de publicatie van de foto's heeft gekregen, worden er deze maand 1.400 gevangenen vrijgelaten, officieel allemaal mensen die worden beschuldigd van medewerking aan aanvallen op de buitenlandse aanwezigheid in Irak. Het is de bedoeling dat na de machtsoverdracht van 30 juni de Amerikanen nog 5.000 gevaarlijke 'anti-coalitie' gevangenen als 'illegale strijders' en dus zonder proces in het zogeheten 'Kamp verlossing' blijven vasthouden. Het Internationale Comité van het Rode Kruis wil dat alle gevangenen aan de nieuwe Iraakse regering worden overgedragen. Luitenant Hamid pakt er dikke ordners bij die zaken bevatten van arrestanten die na veroordeling of tijdens het vooronderzoek vanuit Abu Ghraib zijn vrijgelaten. ,,Voor mij alleen al gaat het om 35 gevallen dit jaar." Niet alleen criminelen komen op vrije voeten, ook rebellen die de Amerikanen juist vast willen houden. ,,Als ik zie wie er vrijkomen moet het bijna wel een loterij zijn", zegt Hamid. ,,De vrijlating van tienduizenden gevangenen door Saddam Hussein was een enorme slag voor ons", vertelt Hamid. Jaren werk ging verloren toen Saddam na de presidentsverkiezingen in oktober 2002 bijna alle gevangenen gratie gaf. ,,We hadden nooit gedacht dat we die situatie weer zouden meemaken.". Hij en zijn mannen zijn vreselijk gefrustreerd geraakt in een tijd dat criminaliteit hoogtij viert en de agenten alle ziektekosten uit eigen zak moeten betalen. ,,De Amerikanen gaan met ons mee op patrouille, beschermen ons, maar later laten hun collega's de boeven weer vrij." Luitenant-kolonel Barry Johnson, woordvoerder van de Abu Ghraib gevangenis, zegt dat er nooit loterijen in de gevangenis hebben plaatsgehad. Volgens hem zijn alle gedetineerden in Abu Ghraib 'veiligheidsgedetineerden'; mensen die zich op een of andere manier tegen de Amerikanen en hun bondgenoten hebben verzet. ,,Andere gevangenen zijn in handen van de Iraakse autoriteiten." Maar tot op 30 juni de soevereiniteit wordt overgedragen aan de Iraakse interim-regering ligt de verantwoordelijkheid in laatste instantie bij de Amerikanen. In het weekeinde was er een schietpartij voor de ingang van het zwaar gebarricadeerde politiebureau. Agenten achtervolgden daarop de criminelen, maar toen er een Amerikaanse patrouille langsreed moesten ze hun achtervolging staken, bang om zelf voor terroristen te worden aangezien. Met topsnelheid over de snelweg rijden is zeer verdacht in Bagdad, ook als het om politiewagens gaat. Hamid: ,,Ons werk is ondergeschikt aan dat van de Amerikanen, op straat en ook in Abu Ghraib." Een Irakees die is vrijgelaten uit de Abu Ghraib gevangenis bij Bagdad stort zich in de armen van familieleden en vrienden. (Foto AP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 19-06-2004, Pagina 4, , Reportage, Aantal woorden: 890Sadr City heeft maar één passie
'We krijgen geen geld voor het doden van Amerikanen, we doen het vrijwillig Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 19 JUNI.De held van Sadr City, de geestelijke Muqtada Al Sadr, heeft aangekondigd de politiek in te willen, maar zijn gewapende volgelingen willen daar niets van weten. Sadr City wil doorvechten tegen de Amerikaanse bezetters. ,,Wat kunnen we anders doen als ons land wordt bezet?"
De leuzen op de muren van de shi'itische wijk Sadr city worden steeds creatiever. Teksten als 'Welkom Amerika in jullie graf' en 'Vietnam!' sieren de muren. In de achterafstraatjes van deze arme volkswijk heeft iedereen zijn eigen interpretatie van de nieuwe vrijheid en democratie. De geitenhoeder laat zijn kudde van het straatafval grazen, de jongen in zijn nieuwe Volkswagen Golf rijdt tegen het verkeer in over een stoep en politieagent Hikmet is na werktijd soldaat in het leger van de Mahdi, de militie van Muqtada Al Sadr. ,,Zo kan ik mooi onze strijders van informatie voorzien", legt Hikmet uit. Het Glock-pistool dat alle nieuwe agenten van de Amerikanen verkrijgen, gebruikt hij ook bij aanvallen op de gulle gevers.Hikmet en nog tien andere leden van de militie hebben zich verzameld in de woning van een militielid. Hikmet heeft zijn politie-uniform nog aan. De andere verzetsstrijders zijn bakker, monteur of werkeloos. Ze delen een gezamenlijke passie: vechten tegen het Amerikaanse leger. Het is de tragiek van de 'bevrijding' van Irak dat het juist hier is misgegaan. De circa twee miljoen inwoners van de volkswijk hebben erg geleden onder het bewind van de Ba'ath-partij. Huizen – het zijn nog net geen sloppen – zijn gebouwd door arme landarbeiders die vanaf de jaren zeventig naar Bagdad trokken. Na de verhuizing naar wat toen nog 'Saddam City' heette, was het afgelopen met het beklimmen van de sociale ladder. Sadr City is een korf vol werkbijen. ,,We waren blij met de komst van de Verenigde Staten. Ze beloofden ons dat alles anders zou worden", vertelt Hikmet. Zijn medestrijders knikken. Nu, meer dan een jaar later, is het in de kleine kamer waar ze verzamelen een soort zweethok. De airconditioning doet het niet, want er is geen elektriciteit. Al een jaar niet. Kinderen bewaaieren die ouderen met stukken karton. ,,Niemand verdient geld, behalve ik", zegt Hikmet die circa honderdvijftig dollar per maand ontvangt voor zijn politiewerk. ,,We zouden werk krijgen, maar ik ben nog steeds aan het leerlooien", zegt een oudere man. 'Jabar' een bebaarde man die naast hem zit, legt uit dat het een kleine stap was om de wapens op te pakken in het na-oorlogse Irak. ,,We hadden alle legerdepots al geplunderd", zegt hij. ,,Als die Amerikaanse varkensaanbidders vervolgens op onze mensen schieten is de beslissing snel genomen." Op verzoek pakken de mannen er hun granaatwerpers en kalasjnikovs bij. Met hun kefiahs, geblokte doeken, om hun hoofden gebonden, lijken ze opeens op de verzetsstrijders van de televisiebeelden. Hikmet en zijn mannen zijn geen acteurs. Iedere keer als de Amerikanen zich in hun buurt laten zien, gaan ze erop uit. ,,Er vallen tientallen Amerikaanse doden hier in Sadr City, maar de televisie laat het niet zien", klaagt Jabar. Vorige week beschoten ze twee Amerikaanse humvee's – terreinwagens – aan de rand van de stad met RPG's, granaatwerpers, vertelt de agent. De wagens brandden helemaal uit. ,,Er zitten vier soldaten in zo'n jeep. Er kwam niemand uit. Er moeten dus acht doden zijn", legt Hikmet uit. ,,Wat hoor ik later op het politiebureau? Dat er één lichtgewonde is." Jabar zegt dat als er Amerikaanse doden zijn, die direct worden geborgen. ,,Soms halen ze de uitgebrande wagens weg met helikopters." Diezelfde televisiezenders schilderen de mannen ook steeds af als arme dieven die zich voor geld laten gebruiken, zo vinden de Mahdi-strijders. ,,Op de BBC hoor ik dat wij geld krijgen als we een Amerikaan doodschieten. Dat is helemaal niet waar, we doen het vrijwillig." Er vallen ook doden bij de vriendengroep, iets wat hun veel pijn doet. Een 29-jarige hoffotograaf van Al Sadr werd tijdens een aanval op een Amerikaanse Bradlee tank doodgeschoten. ,,Het voelt leeg als iemand uit je midden plotseling verdwijnt", zegt Jabar. Als 'Abu Shahid', vader van de martelaar, binnenkomt, staan ze allemaal eerbiedig op. Tijdens het vrijdaggebed, eerder op de dag, waren groene velden, stromende rivieren en mooie vrouwen beloofd voor de martelaren door de gebedsleider. Abu Shahid heeft zijn twee andere zoons opgedragen om ook lid te worden van het leger. ,,Wat kunnen wij moslims anders doen als ons land wordt bezet?", vraagt hij. De oprichter van de militie, de shi'itische geestelijke Muqtada Al Sadr, zit al maanden in het nauw in de heilige stad Najaf. Na vele Amerikaanse aanvallen en verliezen aan de kant van het Mahdi-leger, geeft hij nu te kennen de politiek in te willen en de militie om te vormen in een politieke organisatie. Het geheel wordt gebracht als grote overwinning voor het Mahdi-leger. De gewapende vrienden van agent Hikmet willen er echter niets van weten. ,,Onze Jihad gaat door totdat de Mahdi, de shi'itische Messias, komt", zegt Jabar. De Mahdi is voor het laatst gezien in de Iraakse stad Samarra waar hij in 874 na Christus spoorloos verdween. ,,Zolang de Amerikanen door onze wijk rijden zullen we ze aanvallen. Er is niemand die ons dat kan verbieden. Het is onze eigen keuze." (Hikmet en Jabar zijn schuilnamen.) Hikmet en zijn vrienden, strijders in het leger van Muqtada Al-Sadr. (Foto Newsha Tavakolian) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 17-06-2004, Pagina 5, , Interview; Reportage, Aantal woorden: 936Het leven in Irak is één lange western
Honderden gijzelingen in Bagdad, radeloze politie raadt aan losgeld gewoon te betalen Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 17 JUNI.Sinds de wisseling van het regime zijn in Bagdad vooral sjeiks, artsen, zakenlieden en intellectuelen en dan met name hun kleine kinderen handelswaar voor bendes geworden waarvoor vaak erg veel losgeld moet worden betaald.
Wie zich meldt aan de grote poort van de Iraakse Al-Obeidi familie, moet lang wachten tot er iemand open doet. Na herhaaldelijk roepen, kloppen en bellen komt sjeik Haj Ali Shaidan Al-Obeidi (55) zelf naar de deur, gekleed in zijn traditionele zomer-aba afgezet met gouden stiksels. Vroeger stuurde hij zijn blije kinderen naar de poort, maar sinds zijn zoontje twee maanden geleden door bandieten werd ontvoerd, is het afgelopen met de traditionele Arabische gastvrijheid. Op een lome vrijdagmorgen, begin april, vertrok Al-Obeidi naar zijn werk, een kleine drukkerij niet ver van zijn huis. Een kwartier later klopten er twee mannen op de poort van het grote huis. De vierjarige Farook deed open, zoals zijn vader hem heeft geleerd. ,,In onze cultuur zijn we gastvrij, iedereen is welkom bij ons", zegt Al-Obeidi, die leider is van een grote stam met dezelfde naam. De kleine Farook werd in een gereedstaande auto gesleurd en meegenomen. Een paar dagen later – Al-Obeidi, zijn vrouw en zeven andere kinderen waren intussen ziek van bezorgdheid over de kleine Farook – vond hij een brief met een satelliettelefoonnummer erin. De man aan de andere kant van de lijn vertelde Al-Obeidi dat, wilde hij Farook levend terugzien, een losgeld van 100.000 dollar moest worden betaald. ,,Dat geld had ik helemaal niet", vertelt hij. De ontvoerders zakten naar 30.000, maar Al-Obeidi weigerde en koos voor een ander plan. ,,Vanaf die dag zat ik iedere nacht met mijn kalasjnikov op schoot in de tuin, wachtend tot ze een nieuw losgeldbriefje zouden komen brengen", vertelt hij in zijn grote woonkamer. Niet de Amerikanen, het Iraakse verzet of de talloze bomaanslagen bezorgen families in de hogere middenklasse in Bagdad slapeloze nachten. Sinds de regimewisseling zijn artsen, zakenlieden en intellectuelen en vooral hun kinderen handelswaar geworden waarvoor soms grof geld wordt betaald. Terwijl de spectaculaire ontvoeringen van buitenlanders het internationale nieuws halen, zijn duizenden gewone Irakezen de afgelopen maanden gegijzeld voor geld. Sinds de val van het regime van Saddam Hussein is sprake van een ware misdaadexplosie in Irak. Vóór de oorlog, in 2002, waren er gemiddeld veertien moorden per maand, tegen 357 per maand in het eerste jaar van de bezetting. Over de gijzelingen zijn nog geen cijfers bekend. De meeste mensen doen geen aangifte bij de verzwakte Iraakse politie, die al moeite heeft om het verkeer te regelen in Bagdad. De afdeling Zware Criminaliteit van de Bagdadse politie heeft de afgelopen maand dertien gijzelingszaken opgelost. Een druppel op een gloeiende plaat in een stad waar maar schatting honderden mensen op dit moment worden gegijzeld. ,,De politie raadde me aan om het losgeld gewoon te betalen, ze kon niets voor me doen", vertelt Sjeik Al-Obeidi. Dus gooide hij het over een andere boeg. Gedwongen door geldgebrek en verteerd door eergevoel nam hij het recht in eigen hand. Zes dagen en nachten wachtte hij in de bosjes bij de poort. Totdat de ontvoerders eindelijk een nieuwe losgeldbrief kwamen brengen. ,,Ik sprong op en begon direct te schieten, ik raakte de auto die van de weg af reed, en uiteindelijk kreeg ik een van hen te pakken", zegt hij trots. Degene die hij ving was de leider van de bende, de 34-jarige Salah al-Hayali. In plaats van naar de politie te gaan, sloot Al-Obeidi de man op in het huis van een bevriend stamlid. Na een paar uur vertelde de man waar Farook te vinden was. ,,We hebben hem niet gemarteld, maar hij zag in dat zijn positie uitzichtloos was." In totaal tien dagen na de ontvoering vond Al-Obeidi zijn zoon verwaarloosd terug in een boerderij buiten Bagdad. Farook was vies en vroeg zijn vader waar hij al die tijd was gebleven. ,,We zagen er allebei niet uit", zegt Al-Obeidi lachend. Hij heeft geluk gehad, veel van de ontvoerden worden zelfs na het betalen van losgeld nog vermoord. Met de bevrijding van zijn zoontje en de ontvoerder ergens in een kelder opgesloten waren de rollen opeens omgedraaid. Meer dan 30 dagen hield hij de man gevangen. In de tussentijd besloot Al-Obeidi de man zelf te berechten, volgens aloude Iraakse stammenwetten. In een grote tent op een braakliggend terrein organiseerde hij een Majlis, een stammenberaad, samen met de stam van de ontvoerder. Volgens de stamwetten eiste hij vier keer zoveel als de ontvoerder voor zijn zoontje had gevraagd, 120.000 dollar. ,,Dat hadden ze niet, dus verlaagde ik het tot 10.000. Uiteindelijk heb ik de sjeiks van de Al-Hayali stam laten garanderen dat hun criminele stamlid voortaan het rechte pad zal bewandelen. Doet hij dat niet dan heb ik recht op de volledige 120.000 dollar", legt Al-Obeidi uit. Majoor Moajed Saleh Hasjem van de afdeling Zware Criminaliteit van de politie in Bagdad begrijpt waarom de Irakezen soms het recht in eigen hand nemen. Volgens hem gaat er veel mis en vaak komen criminelen door communicatiefouten snel weer op vrije voeten. ,,Het is fout wat Al-Obeidi heeft gedaan, maar echt kwalijk kan ik het het niet nemen." Ondanks Al-Obeidi's rol als engel der wrake is zijn buurt nog steeds onveilig. Twee dagen geleden is weer een kind ontvoerd uit de wijk waar voornamelijk artsen wonen. ,,Farook doet voor niemand meer open", zegt de sjeik die altijd zijn machinegeweer bij de hand heeft. ,,Het leven in Irak is één lange western-film geworden." Sjeik Al-Obeidi met zijn vierjarige zoontje Farook, die hij na een gijzeling van tien dagen terugvond. Links het geweer waarmee hij het recht in eigen hand nam. (Foto Newsha Tavakolian) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 15-06-2004, Pagina 5, , Interview, Aantal woorden: 906'Ze willen onze krant wegdrukken'
Iraaks conflict over geld, macht en persvrijheid Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 15 JUNI.De Nederlands-Iraakse journalist Ismael Zayer voelt zich doelwit van een terreurcampagne. Het heeft waarschijnlijk te maken met een conflict over de krant die hij vorig jaar oprichtte.
Ismael Zayer (57), directeur, hoofdredacteur en uitgever van de Iraakse krant Al-Sabah al-Jedid, Nieuwe Morgen, is na een eindeloze woordenstroom even stilgevallen. Zayer, een Irakees met een Nederlands paspoort, heeft net gedetailleerd verteld hoe zijn chauffeur en lijfwacht eind vorige maand werden ontvoerd voor zijn huis in Bagdad door een groep mannen onder leiding van een man in politie-uniform. Het duo werd later dood teruggevonden op een vuilnisbelt, met kogels in nek en hoofd. Deze ochtend opent zijn krant met foto's van de slachtoffers, een jonge knappe man en een dertiger met een snor. ,,Het is een drama", zegt Zayers vrouw Anneke van Ammelrooy, die ook voor de krant werkt. De twee doden vormen de voorlopige balans in een naoorlogs conflict waarin geld, macht en persvrijheid de belangrijkste ingrediënten vormen. Mei 2003, vlak na de Amerikaanse omverwerping van het regime van Saddam Hussein begon Zayer, die vele jaren in Nederland heeft geleefd, de krant Al-Sabah, Morgen, in de nog nasmeulende Iraakse hoofdstad. Die werd zo succesvol dat het Amerikaans-Britse bestuur besloot de krant financieel te steunen. ,,Het plan was dat we na een jaar op eigen benen zouden staan. Irak had een professionele, onafhankelijke krant nodig, Al-Sabah moest een voorbeeld worden." Vrij snel werd de krant een van de grootste van het land, waar op dit moment tussen de 100 en 200 kranten en weekbladen verschijnen. ,,We schreven wat we wilden, eerlijk en zonder aan de gevolgen te denken", zegt Zayer. Concurrerende kranten waren daar niet altijd even blij mee. Al-Muthamar, de krant van de seculiere shi'itische politicus Ahmad Chalabi, klaagde dat Al-Sabah op oneerlijke wijze lucratieve overheidsadvertenties kreeg toegewezen. Vanaf augustus 2003 werd de krant doelwit van een serie pogingen tot aanslagen die dankzij oplettend bewakingspersoneel keer op keer werden verijdeld. Tegelijkertijd was het officiële 'Iraakse Media Netwerk', de door de Amerikanen herbouwde resten van de Iraakse staatsradio en televisie, in handen gekomen van het Amerikaanse communicatiebedrijf Harris. Al-Sabah viel niet onder het netwerk. Tot plotseling de hoogste Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, middels een decreet bekend maakte dat de krant bij het Netwerk was gevoegd dat in een soort Iraakse BBC moest worden veranderd. Al-Sabah zou de nationale krant worden. ,,De Amerikanen hebben onze krant gekidnapt", zegt Zayer. Auto's, computers, notitieblokjes: alles werd bezit van Harris. In de redactiezaal kwam een afgevaardigde van het bedrijf te zitten die de hele administratie doorspitte en uiteindelijk zelfs journalisten tot de orde riep die kritisch over de Amerikaans-Britse coalitie hadden geschreven. ,,Mijn vrouw, ik en vele anderen hebben veel tijd en geld in de krant gestopt, maar met één pennenstreek werd alles afgepakt. We waren Al-Sabah begonnen om een goede krant te maken en nu werden we opeens gecensureerd", vertelt Zayer in zijn nieuwe kantoor. Begin vorige maand stapte hij op, met medeneming van het grootste gedeelte van de redactie en het geld. Daarmee begon hij Al-Sabah al-Jedid en kocht hij een nieuwe drukpers. De drukorders die hij had binnengehaald verhuisden ook naar de nieuwe krant en uitgeverij, tot woede van Harris. Niet veel later maakte de woordvoerder van de coalitie bekend dat er een onderzoek zou worden ingesteld naar de financiële handel en wandel van de krant, maar die mededeling werd twee dagen later weer ingetrokken. Zayer is inmiddels een rechtszaak begonnen om de oude naam te claimen en een gerechtelijke uitspraak te krijgen over eigendom en opgebouwde goodwill. Met de losmaking van Harris begon ook een nieuwe ronde dreigementen van buitenaf, meestal direct aan de redacteuren gericht. De krant zou de lucht in gaan, Zayer zou het loodje leggen en iedereen die bij Al-Sabah al-Jedid bleef werken, zou zijn lot volgen. De mannen die zijn chauffeur en lijfwacht vermoordden, kwamen eigenlijk voor hem, zegt Zayer. Hij zegt te weten wie hem dood wenst maar wil nog geen namen noemen. Volgens zijn vrouw Van Ammelrooy draait het allemaal om geld en wraak. ,,Bepaalde groepen willen ons uit de markt drukken, mensen met belangen in het oude regime, de mensen die de oude Al-Sabah hebben overgenomen." Bij het gebouw van die krant staan politieagenten voor de deur. Een medewerker van Harris wil niet met de pers spreken. De nieuwe hoofdredacteur, Mohammad Abdul Jabar, overlegt voor een gesprek eerst met de Harris-vertegenwoordiger. Vervolgens wil hij niets inhoudelijks meer over de zaak zeggen. ,,Wanneer een kleine vlieg een grote olifant prikt, dan doet de olifant niets", vertelt hij. ,,Wij negeren Zayer." De vertegenwoordiger van Harris in Bagdad neemt zijn telefoon de hele week niet op. Vorige week was het weer raak bij een medewerker van Zayer. Een groep mannen bedreigde de familie van de drukker van de krant met de dood. ,,We weten wie het zijn, maar de politie doet niets", zegt Van Ammelrooy. Lang heeft ze volgehouden dat ze niet moet wijken voor terreur, maar de laatste dagen twijfelt ze of ze nog wel langer met haar gezin van vier kinderen in Irak moet blijven. ,,Ik voel me opgejaagd wild, ik ga vermomd over straat", zegt Van Ammelrooy. De Nederlandse ambassade in Bagdad heeft het gezin onderdak aangeboden, maar Van Ammelrooy gaat liever terug naar Nederland. ,,Ismael wil de president om bescherming vragen, maar ik geloof er niet meer in." De Nederlands-Iraakse journalist ismael Zayer (rechts) met zijn vrouw Anneke van Ammelrooy en een medewerkster van zijn krant Al-Sabah al-Jedid in de redactiezaal in Bagdad. Zayer bekijkt foto's van zijn vermoorde chauffeur en lijfwacht. (Foto Newsha Tavakolian) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 12-06-2004, Pagina 4, , Reportage, Aantal woorden: 731Een file in Irak is geen goed teken
Irak Door onze correspondent Thomas Erdbrink MAHMOUDIEH, 12 JUNI.Een file in Irak is meestal geen goed teken. De autowegen zijn door Saddam Husseins bewind ruim ontworpen en sinds de bezetting worden de bermen ook gebruikt als er moet worden ingehaald. Er is dus ruimte genoeg. Een verkeersopstopping buiten Bagdad wordt bijna altijd veroorzaakt door boze Amerikaanse soldaten op wie net een aanslag is gepleegd. Net na het stadje Mahmoudieh, 30 kilometer buiten de Iraakse hoofdstad, rijden we er midden in.
Een grote brij vervoersmiddelen wacht opgefokt totdat er ergens in de verte iets gebeurt. Vrachtwagens met hoge assen kijken neer op Koreaanse Besta minibusjes, vergane pick-up trucks staan vlak naast nieuwe Mercedessen. Chauffeur Ahmed stuurt behendig door de bermen naar het begin van de file, alwaar een Amerikaanse Humvee terreinwagen dwars de weg blokkeert. Verderop staat een colonne tankwagens, die zojuist van de nabijgelegen opslagplaatsen zijn vertrokken op weg naar het zuiden. De soldaten communiceren in een versie van gebarentaal met de bestuurders. Eén houdt zijn vuist gebald in de lucht, als een soort boze Indiaan. Een ander geeft met korte, robotachtige armbewegingen aan dat er moet worden gestopt. 'Back off!', roept hij. Niemand durft voorbij een denkbeeldige streep te rijden, automatisch gevormd op ongeveer twintig meter afstand van de Amerikaanse voertuigen. Deze veiligheidsbuffer is het nationale compromis geworden sinds bommen langs de weg en granaatwerpers het op de soldaten hebben voorzien: 'comfortzone' noemen de Amerikanen het. Het comfortniveau in de file wordt kleiner en kleiner terwijl minuten verstrijken en opgaan in kwartieren. De zon brandt op de autodaken, ramen zijn volledig opengedraaid, mannen zitten in de korte schaduw van vrachtwagens en bussen. Het is zeker 45 graden. Er staat geen wind. Dan, plotseling, is er het opspringen van chauffeurs, beweging in de verte en hoop op een einde. De Humvee's rijden weg. Een dolle race naar voren begint als de auto's zich allemaal tegelijk vooruit wurmen. Na tweehonderd meter vouwt de horde zich weer in een denkbeeldige auto-trekharmonica. Een Amerikaanse soldaat duikt op en houdt de meute tegen. Als enkele gefrustreerde waaghalzen inbreuk maken op zijn 'comfortzone' twijfelt hij niet en vuurt enkele malen in de lucht. De waaghalzen keren snel hun auto's weer om, om braaf op de juiste weghelft plaats te nemen. Even later wordt duidelijk waarom de weg moest worden vrijgemaakt, de colonne tankwagens is ook omgedraaid en keert terug naar de basis. De file verandert in een soort mobiele bazaar waarvan de winkels steeds op andere plaatsen hun deuren weer opengooien. De man met de Nissan autobus bomvol met meloenen draait een aardig winstje. De verkoper van 'Brilliant' sigaretten geeft een openluchtcollege over het teergehalte van zijn product. Omdat hij ook gratis sigaretten uitdeelt, heeft zich een hele menigte rond zijn oude Volkswagenbus verzameld. Terwijl de mannen elkaar tevreden op de schouders slaan bij het ontvangen van de gratis sigaretten, kijken moeders bezorgder en bezorgder naar hun kroost. Een klein meisje in de auto naast ons is rood van de hitte en aan het huilen. Een jongetje verderop heeft zich verschanst onder de grote wielen van een vrachtwagen. Een vader loopt nerveus heen en weer met een wel hele jonge baby. Hij staat in het enige streepje schaduw dat hij kan vinden. Als we hem uitnodigen in onze auto met airconditioning stapt hij direct in. Het kind voelt gloeiend heet aan en kwijlt onophoudelijk. Tolk Shamil moppert dat de Amerikanen dagelijks meer vijanden kweken door op zo'n manier met de Irakezen om te gaan. Een uur later worden de bestuurders inderdaad opstandig. Verscheidene mensen schieten boos in de lucht, waardoor de kinderen nog harder gaan huilen. Amerikaanse ambulancehelikopters vliegen over – een teken dat er verderop waarschijnlijk een aanslag is geweest – de reden van het oponthoud. Dan klinkt een doffe dreun van een explosief, waarna Shamil zijn handen in de hemel heft en zegt dat het een explosief van de rebellen was en we nu allemaal gestraft worden door de Amerikanen en waarschijnlijk nog langer in de file moeten staan. Twintig minuten later – totaal drie uur na het begin van de file – is er weer consternatie. Iemand heeft een pamflet van de Amerikanen gekregen. ,,De weg is tijdelijk gesloten", staat er te lezen in het Arabisch en het Engels. ,,Heb geduld. Probeer een alternatieve route. De terroristen saboteren uw leven. Lang leve Vrij Irak!" Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 08-06-2004, Pagina 5, , Interview, Aantal woorden: 879'Irakezen boeten nu voor fouten Amerika'
Gesprek met Iraakse ex-leider Othman Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 8 JUNI.De partijloze Iraakse Koerd Mahmoud Othman is nu minder optimistisch over Irak dan een jaar geleden. 'De Amerikanen hebben veel problemen veroorzaakt.'
Het bureau van het voormalige Iraakse regeringsraadlid Mahmoud Othman is leeg. Papieren zijn opgeruimd, mobiele telefoons liggen stil in een hoekje. Othman, een partijloze Koerd, is niet gekozen in de nieuwe interim-regering die Irak de komende zeven maanden moet besturen. Het verbaast hem niets. Terwijl de meeste van zijn collega's hard lobbyden om een functie te krijgen in de interim-regering, trok hij hard van leer tegen Iraks internationale beschermheren. Hij sprak zich uit tegen de ,,inmenging" van Lakhdar Brahimi, de speciale afgezant van de Verenigde Naties die het selectieproces van het interim-bewind moest begeleiden. Ook maakte zich kwaad over de Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, die hij een ,,Saddam Hussein" en ,,dictator" noemde omdat hij probeerde zijn favoriete kandidaten voor het Iraakse presidentschap naar voren te schuiven. ,,Die strijd heeft de regeringsraad gewonnen. Het was het zoveelste bewijs dat de Iraakse regeringsraad geen marionettentheater was", zegt Othman in een vraaggesprek in Bagdad. Zijn publieke functies zijn nu gereduceerd tot een plaats in de Opperste Raad, een adviescommissie die namen moet voordragen voor een grote nationale conferentie die in juli zal plaatshebben en waaraan meer dan 1.000 vooraanstaande Irakezen moeten deelnemen. Die groep van sjeiks, ingenieurs en schrijvers moet beslissen over de vorming van een Nationale Raad, een soort senaat. Achter de schermen geniet Othman, een zestiger, nog steeds groot aanzien bij de andere Iraakse politici. Wat hij zegt wordt vaak door de leden van de nieuwe interim-regering gedacht. De Koerdische leider Massoud Barzani, een van de grote spelers in het nieuwe Irak, belt hem uitgebreid tijdens het interview om over de shi'itische geestelijke ayatollah Ali Sistani te spreken, die zijn goedkeuring aan de nieuwe regering heeft gegeven. ,,Ik was vorig jaar optimistischer over de toekomst", zegt Othman. ,,Vandaag de dag lijkt het me alleen al een enorm succes voor de Irakezen als er verkiezingen worden gehouden." De verkiezingen moeten worden gehouden in januari 2005. Gaat dat lukken? ,,Technisch is het mogelijk om dan verkiezingen te houden, maar of het politiek kan, valt te bezien. Toen wij in 1992 verkiezingen hielden in Koerdistan, één jaar nadat de troepen van Saddam Hussein daar waren verdreven, was dat te vroeg. Het volk was het oneens met de uitslag van de verkiezingen, de mensen wisten niet welke keuzes ze maakten. Twee jaar later leidde dat tot een burgeroorlog die vier jaar duurde. Ik vind het erg vroeg om in januari verkiezingen te houden, maar dit is nu eenmaal het tijdschema dat met de Amerikanen is vastgesteld." Waarom komt de Nationale Conferentie pas ná de selectie van de interim-regering? ,,Feitelijk waren de Amerikanen en VN-gezant Brahimi gewoon bang dat ze de controle zouden verliezen als er een soort 'loya jirga' [groot stamberaad] vóór de machtsoverdracht zou worden gehouden. Dat was het plan van de regeringsraad. Tijdens de eerste gesprekken hierover was Brahimi het daarmee eens, maar later gaf hij ons hetzelfde excuus als de Amerikanen. Er zou niet genoeg tijd zijn, de veiligheidsrisico's waren te groot, etcetera. Voor de oorlog beloofden ze ons zelfbestuur, maar daarna werd alle verantwoordelijkheid middels resolutie 1483 aan de Amerikanen gegeven. Vervolgens werd de regeringsraad, waarvan ik tot vorige week deel uitmaakte, direct door Bremer gekozen. Deze keer hadden wij Irakezen invloed willen hebben, maar die was slechts minimaal. We hadden deze interim-regering een jaar geleden moeten hebben, dan waren de problemen nu veel kleiner geweest." Hebben de Verenigde Naties en Brahimi gefaald in Irak? ,,Het optreden van Brahimi is dramatisch geweest. Hij kwam hier met veel bombarie binnen met plannen voor een regering van technocraten, voerde gesprekken met duizenden Irakezen, beloofde ze de mooiste dingen maar heeft uiteindelijk op ieder punt met de Amerikanen meegestemd. Wij hebben gewonnen door onze presidentskandidaat Ghazi al-Yawar gekozen te krijgen in plaats van de Amerikaanse en VN-favoriet Adnan Pachachi. Wij wilden iemand die 'nee' kan zeggen tegen de Amerikanen; dan moet die persoon niet door hen zijn voorgedragen." Wat gaat er na de machtsoverdracht op 30 juni gebeuren met de Amerikaanse troepen in Irak? Washington weigert de interim-regering een veto te geven over Amerikaanse legeracties in Irak en eist immuniteit voor vervolging voor zijn soldaten. ,,Volgens president Bush krijgt de interim-regering absolute soevereiniteit. Dan kunnen we dus niet 150.000 buitenlandse militairen op ons grondgebied hebben die her en der oorlogjes voeren zonder Iraakse toestemming. Dat gaat fout. Wat betreft de immuniteit voor vervolging: de martelingen in de Abu Ghraib gevangenis, het neerschieten van onschuldige burgers en tientallen dodelijke verkeersongelukken met Amerikaanse tanks, het zijn allemaal voorbeelden van de 'onvoorzichtigheid' van Amerikaanse soldaten. Als die in Irak zouden worden berecht, denk ik dat een soldaat wel drie keer nadenkt voordat die de trekker overhaalt. Als dit niet verandert dan leidt dat in de toekomst onherroepelijk tot een breuk tussen de Amerikanen en de interim-regering." Veiligheid is de grootste zorg in Irak op dit moment. Wat hebben de Amerikanen daaraan bijgedragen het afgelopen jaar? ,,Door hun gewelddadige optreden hebben ze veel problemen veroorzaakt. Dat heeft geleid tot een spiraal van geweld. Geweld leidt tot geweld. We boeten nu allemaal voor hun fouten." Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 15-05-2004, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 1028Zonder leger is iedereen soldaat
Bloei van milities kan leiden tot een burgeroorlog in Irak Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 15 MEI.Terwijl de pro-Amerikaanse coalitie-regering in Irak de verschillende milities al maanden oproept de wapens neer te leggen, verschijnen er alleen maar meer gewapende groepen. Een burgeroorlog dreigt.
Wie een dagtochtje door het Irak van na Saddam maakt, krijgt een duidelijk beeld van de machtsverhoudingen in het land. Begin in het noorden, in Sulaymaniya. De leden van het nieuwe Iraqi Civil Defence Corps, een door de Amerikanen opgerichte paramilitaire organisatie, dragen dezelfde uniformen als hun collega's elders in het land. Alleen hebben ze een Koerdisch vlaggetje op hun schouders gespeld. Op weg naar Bagdad, in sunnitisch gebied, staan leden van de shi'itische Al Badr-brigade in hetzelfde legeruniform bij een controlepost langs de weg. Posters van hun leider Abdel-Aziz Al-Hakim fleuren het geheel op, zodat voorbijgangers weten waar de loyaliteit van de soldaten ligt. Langs de weg de uitgebrande wrakken van Amerikaanse voertuigen, het visitekaartje van het sunnitische verzet. Dan, bij de nadering van de Iraakse hoofdstad, portretten van Muqtada Al Sadr, de leider van weer een andere shi'itische militie. Mannen in zwarte shirts en broeken vormen zijn 'leger van de Mahdi', een militie die op dit moment de heilige stad Najaf in het zuiden bezet. Terwijl de door de VS geïnstalleerde coalitieregering in Irak de verschillende milities al maanden oproept de wapens neer te leggen, verschijnen er alleen maar meer gewapende groepen in het land. Bijna allemaal rechtvaardigen ze hun aanwezigheid door het gebrek aan veiligheid. De groepen staan een snelle wederopbouw in de weg, zo vinden de Amerikanen. In het hoofdkwartier van de 'Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak' in Bagdad, wordt leiding gegeven aan de circa tienduizend strijders van de Al Badr-brigade. De mannen zijn getraind in Iran waar ze meer dan twintig jaar de val van de Iraakse Ba'ath-partij hebben afgewacht. De 'Opperste Raad' maakt deel uit van de selecte groep bannelingen die onder Amerikaanse bescherming veel macht kregen in het land waar ze vaak jaren niet zijn geweest. Onlangs is de brigade omgevormd van militie tot 'civiele wederopbouw beweging'. ,,We hebben onze wapens neergelegd, maar niet ingeleverd bij de Amerikanen", zegt Reza Dwjad Taki, adviseur Nationale Relaties van de Raad. Soms pakken de militieleden de wapens namelijk weer op, bijvoorbeeld als er een belangrijke religieuze bijeenkomst is in de heilige steden Najaf of Kerbala. ,,Tijdens de herdenking van de veertigste sterfdag van Imam Hussein, was het de Badr-brigade die voor de veiligheid zorgde. Wij fouilleerden iedereen en hielden de massa's in de gaten", zegt Dwjad Taki. De Amerikanen hebben de leden van de Al Badr-brigade gevraagd om soldaat te worden in het nieuwe Iraakse leger, of agent bij de nieuwe Iraakse politie. ,,Maar dat willen we niet" zegt Dwjad Taki. ,,Dan wordt onze brigade opgebroken. We melden ons alleen per legereenheid aan. Individuele soldaten behoren tot de Al Badr-militie." Net als de andere belangrijke milities in Irak, heeft de 'Opperste Raad' redenen om de wapens achter de hand te houden. De onzekere toekomst van het land is de belangrijkste. In Najaf maakt op dit moment 'het leger van de Madhi' van de rebelse geestelijke Muqtada Al Sadr de dienst uit. De militie zou beschikken over ongeveer tienduizend man. De Al Sadr familie en de geestelijk leiders van de 'Opperste Raad', de Hakim familie, staan al jaren op gespannen voet met elkaar. ,,Er zijn andere groepen met wapens, dus gaan wij onze wapens niet opgeven", legt Djwad Taki uit. Gisteren kwam het bijna tot een botsing nadat de Al Badr-brigade had aangekondigd een parade door het centrum van Najaf te houden. Gevechten tussen coalitietroepen en leden van het Mahdi-leger verhinderden dat. In Noord-Irak, waar de twee grote Koerdische partijen dertien jaar lang een vrijstaat regeerden, vormen ongeveer 80.000 peshmerga's, voormalige Koerdische guerrillastrijders, de grootste militaire macht in Irak ná de Amerikanen. ,,Natuurlijk gaan we dat leger niet opgeven. Dan hebben we geen onderhandelingspositie meer", zegt een hoge Koerdische functionaris die anoniem wil blijven. Tijdens de onderhandelingen over de voorlopige grondwet hebben de Koerden geëist dat zij het gezag over het leger in het noorden van het land niet hoeven over te dragen aan de centrale regering in Bagdad. ,,Wij gaan niets van onze vrijheid inleveren", zegt de Koerdische functionaris. In een land zonder leger is iedereen soldaat. De milities zijn overal. In de moerassen in het zuiden zit de Iraakse 'Hezbollah'. In het noorden verschanst de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging PKK zich nog steeds in de bergen, net zoals een aantal Iraanse oppositiebewegingen. De grootste daarvan, de Mudjaheddin Khalq, is al maanden geleden als terreurorganisatie bestempeld door de Verenigde Staten, maar de ongeveer 5.000 strijders bevinden zich nog steeds in het centraal-Iraakse 'Kamp Ashraf'. Ontwapend, maar niet ontbonden. Turkmenen in Arbil en Kirkuk hebben een militie onder de vlag van hun lokale partij. Het Turkse leger houdt er met tanks een brede veiligheidszone in Noord-Irak op na. Er is al jarenlang een Turkse legereenheid in de stad Arbil met lokale Turkmenen als soldaten. Rebellen in de sunnitische driehoek organiseren zich in stilte. In Sadr-city, de shi'itische sloppenwijk buiten de Iraakse hoofdstad, vindt het leger van de Mehdi zijn meeste aanhangers. Wafer (27) verkoopt normaal kleren aan Iraanse pelgrims, maar maakt zich nu klaar om naar Najaf te reizen en de wapens tegen de Amerikanen op te nemen. Hij is boos en teleurgesteld; Al Sadrs groep kanaliseert zijn frustraties. ,,Mijn breekpunt was toen de Amerikanen in mijn wijk werden beschoten en ze op hun beurt het vuur openden op vrouwen en kinderen", zegt Wafer. ,,In de tijd van Saddam konden we niets doen tegen de wreedheden. Maar nu zijn de shi'iten sterk. We zullen onze stem niet verloren laten gaan." Irak is een potentieel kruitvat à la Libanon waar de aanwezigheid van milities leidde tot een jarenlange burgeroorlog, zegt Son Gul Chapook, een van de drie vrouwelijke leden van de Iraakse regeringsraad. ,,Alle militieleiders willen macht hebben. Maar ze moeten juist macht inleveren, willen ze het volk dienen", vindt Chapook. Volgens haar wordt de kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen steeds groter door de verschillende milities. ,,We moeten serieus oppassen voor een burgeroorlog in Irak." Het 'leger van de Mahdi', een militie van de shi'itische leider Al Sadr, bereidde zich gisteren voor op een treffen met het Amerikaanse leger in de heilige Iraakse stad Najaf. (Foto AP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 13-05-2004, Pagina 5, , Reportage, Aantal woorden: 1073Irak is goudmijn voor 'beveiligers'
Particulieren beschermen autoriteiten, transporten en installaties Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 13 MEI.Westerse ex-militairen stromen naar Irak om er voor veel geld zakenlieden of autoriteiten te beschermen. Maar ook helpen ze de CIA met het ondervragen van gevangenen.
Een verkeersopstopping bij een kruispunt in de Iraakse hoofdstad. Een kluit van honderden auto's toetert tegen elkaar in de hoop vrije doorgang te krijgen. Armen gebaren woest uit ramen, een enkeling legt zijn pistool klaar op het dashboard, wachtend op het eerste ongeluk. Plotseling wijkt een van de rijen auto's uiteen voor een colonne witte terreinwagens. Bij het verstopte kruispunt aangekomen, springt een westerse man met zonnebril, junglehesje en kogelwerend vest uit de achterklep van een van de wagens. Zijn rechterhand houdt hij op de greep van zijn machinepistool, zijn linkerhand gebaart de andere bestuurders dwingend de berm in. Mokkend sturen de Bagdadi's naar de kant; met deze mensen valt niet te spotten, weten ze. De mannen in de terreinwagens zijn ex-militairen, voornamelijk commando's en mariniers afkomstig uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Nepal en Zuid-Afrika. Ze beveiligen een zakenman of hooggeplaatste Irakees, die achter een van de geblindeerde ramen moet zitten. De mannen werken voor een van de vele 'onafhankelijke militaire bedrijven' die op dit moment in Irak actief zijn. Met meer dan 15.000 werknemers zijn de bedrijven samen de tweede grootste militaire macht in Irak, groter dan de belangrijkste coalitiepartner, de Britten. Blackwater, een van de grootste militaire bedrijven in Irak, kwam eind maart in het nieuws toen vier werknemers in de westelijke stad Falluja omkwamen bij een aanslag. De lijken van twee van hen werden aan een brug opgehangen. De werknemers noemen zichzelf 'contractanten', 'beveiligers' of 'lijfwachten'; hun namen zijn net zo divers als het werk waar ze voor zijn ingehuurd. Noem ze geen huurlingen, want deze mannen werken voor bedrijven en zijn niet actief bij gevechtshandelingen betrokken, zo stellen ze zelf. ,,We zijn geen militairen, wij zorgen ervoor dat Irak kan worden herbouwd", zegt Simon Crane, directeur van Edinburgh Risk and Security Management. De Britse ex-infanterist zit al acht maanden in Bagdad en de zaken gaan goed. ,,Iedereen heeft veiligheid nodig in Irak." Hij verhuurt kleine teams met lijfwachten voor 1.500 dollar per dag. Betaald door de Verenigde Staten beschermen deze westerse beveiligers niet alleen VIP's zoals de Amerikaanse ambassadeur Paul Bremer. Ze beveiligen ook de transporten ten bate van het Amerikaanse leger, olie-installaties, de luchthaven van Bagdad, elektriciteitscentrales en militaire bases. Ze bedienen onbemande verkenningsvliegtuigen, trainen de Iraakse politie en legereenheden. In de Abu Ghraib-gevangenis nabij Bagdad, waar bekend werd dat gevangenen zijn vernederd en mishandeld door Amerikaanse soldaten, zijn zij ingehuurd om CIA-agenten te helpen met het ondervragen van gevangen. De hoge salarissen zijn dé grote lokkers voor de gewapende buitenlandse werknemers. Van de 87 miljard dollar die het Amerikaanse Congres apart heeft gezet voor operaties in Irak en Afghanistan, wordt 30 miljard dollar uitgegeven aan de onafhankelijke militaire bedrijven, zo schat het Amerikaanse leger. Het gevolg is dat ervaren beveiligers in Irak tot 1.000 dollar per dag kunnen verdienen. De pot met goud trekt allerlei avonturiers en gelukszoekers aan. Howard B. Lowry werkt in Texas als makelaar, maar sinds Bagdad in Amerikaanse handen is, woont hij in een hotel in de Iraakse hoofdstad. De televisie staat op CNN, links en rechts liggen romans over Navy Seals en Groene Baretten, Amerikaanse commando-eenheden. Lowry verkoopt accessoires voor de beveiligers. De vloer van zijn kamer ligt vol met kogelwerende vesten. Hij regelt transport, verzorgt beveiligde onderkomens en adviseert zakenmensen over hun veiligheid. Op zijn bureau staat een grote opgezette adelaar. ,,Dit land heeft meer geld nodig. Hoe meer er binnenkomt, hoe sneller Irak verandert", zegt Lowry. Zonder het particuliere beveiligingspersoneel dat niet lukken, want zonder goede bescherming komen de buitenlandse bedrijven niet, concludeert hij. Lowry vertelt over een Amerikaanse zakenman die alleen in Bagdad woonde. ,,Na twee weken stond het verzet hem op te wachten voor zijn uitrit. Hij is compleet doorzeefd. Dat was niet gebeurd als hij een beveiligingsteam had gehad." De meeste beveiligers mogen dan wel ervaren en getraind zijn, onkwetsbaar zijn ze niet. Volgens schattingen zijn er al ongeveer 50 omgekomen bij gevechtsacties. Drie weken geleden werd een Zuid-Afrikaan neergeschoten in een supermarkt nadat hij zijn kogelwerende BMW had verlaten om boodschappen te doen in een van de gevaarlijkste wijken van Bagdad. In West-Bagdad werden vier privé-soldaten aangetroffen in een ondiep graf naast de weg. Zij werkten voor de semi-militaire dochteronderneming van de Amerikaanse aannemer Halliburton. Hoeveel er precies zijn omgekomen is onbekend. Gedode particuliere beveiligers worden niet opgeteld bij de officiële dodenlijsten. Het gebrek aan regelgeving rondom de privé-legers leidt tot vreemde situaties in een land waar vrijheid, democratie en mensenrechten de officiële nieuwe normen zijn. Vrijwel iedereen kan zijn diensten aanbieden aan de bedrijven, ongeacht achtergrond of voorgeschiedenis. Veel Zuid-Afrikaanse beveiligers hebben voor de beruchte geheime dienst in de tijd van het apartheidsregime gewerkt. Medewerkers van het Amerikaanse bedrijf Dyncorp hielden er in Bosnië een seksslaven-industrie op na, waarbij een van de hoogste managers zijn verkrachtingen van minderjarige meisjes op video vastlegde. Wegens gebrek aan wetgeving gingen de daders vrijuit. De klokkenluiders werden ontslagen. Dyncorp traint nu de Iraakse politie. De beveiligers die assisteren bij de ondervragingen in de Iraakse Abu Graib-gevangenis kunnen moeilijk worden aangeklaagd omdat ze niet onder militair recht vallen. Feitelijk zijn ze buitenlandse staatsburgers die alleen in hun eigen land kunnen worden aangepakt, met alle wettelijke problemen van dien. Peter Singer, schrijver van het boek Corporate Warriors, over de nieuwe industrie, maakt zich ernstige zorgen over het gebrek aan regels voor deze bedrijven. ,,Nu verwacht men zelfregulering van de sector, iets wat niet voldoende is, getuige het Dyncorp-schandaal", schrijft Singer in zijn boek. Hij bepleit de oprichting van een speciale instelling onder de supervisie van de VN-rapporteur voor huurlingen en meer mogelijkheden om de bedrijven aan te pakken. ,,De mazen in de wet zijn onacceptabel. Oorlog is te belangrijk om aan multinationals over te laten", waarschuwt hij. Simon Crane, de Britse eigenaar van Edinburg Risk and Security Management, is het met hem eens. Samen met de andere bedrijven probeert hij met de Amerikaanse regering een keurmerk te ontwikkelen voor onafhankelijke militaire bedrijven in Irak. ,,We moeten met huisregels komen, anders moet straks de hele industrie lijden onder een paar slechte collega's", vindt hij. ,,Kijk, we kunnen ook allemaal vertrekken omdat we 'kwaaie huurlingen' zijn, maar wie moet Irak dan veilig houden? Het zou een bloedbad worden." Een particuliere beveiliger bewaakt de Amerikaanse civiele bestuurder Paul Bremer deze week tijdens een plechtigheid in Bagdad. Bremer wordt permanent door particuliere lijfwachten beschermd. (Foto AFP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 07-05-2004, Pagina 1, , , Aantal woorden: 510Amerikaanse droom nu nachtmerrie
Door onze correspondent Thomas Erdbrink DAMASCUS, 7 MEI.Hoe reageert de Arabische wereld op de foto's uit Bagdad en op de excuses van Bush? Stemmen uit Damascus.
In een parkje in de rijke wijk Meze van Damascus zitten Sharzad en Ha'nah braaf Engels te leren. In hun lesboek English Low Level staan zinnen als ,,He is a criminal". Bijna haar hele leven droomde Sharzad ervan naar de Verenigde Staten te gaan om daar te studeren. Nu, een jaar na de Amerikaanse inval in Irak, heeft ze er geen zin meer in. ,,Die seksuele dingen die ze doen met de Iraakse gevangenen, dat kan toch niet? Er is geen religie ter wereld die dit goedkeurt", zegt ze. De zon weerkaatst op haar zonnebril. Haar zusje knikt instemmend als Sharzad spreekt: ,,Irakezen verzetten zich tegen de bezetting, maar de VS noemen dat terrorisme. En dan doen ze zoiets. Naar zo'n land wil ik niet verhuizen." Haar lievelingskanalen, de Arabische nieuwszenders Al-Jazira en Al-Arabiya, doen niet anders dan de foto's herhalen. Het interview dat president George Bush eergisteren gaf op Al-Arabiya heeft Sharzad niet gezien. ,,Geen interesse." Ook M'ha Abu Hamra, docente literatuur aan de universiteit, wil niet weten welke visie de president heeft op dit zoveelste drama in Irak. Ze keek in plaats daarvan naar een programma over de martelingen in de Iraakse gevangenissen. ,,Ik stopte met eten, walgend", zegt ze in het Franse instituut in Damascus waar ze Arabische les geeft. ,,De Amerikanen hebben de kleren van Saddam Hussein aangetrokken", zegt Abu Hamra. Ze is een vrouw zoals je er velen kunt vinden in het Midden-Oosten. Geen hoofddoek, opgestoken haar, vol met ideeën over vrijheid en gelijkheid. Het is voor haar moeilijk te bevatten dat het land dat zichzelf presenteert als grootste voorvechter van de vrijheid nu te kijk staat als natie van folteraars: ,,Vrije mensen die anderen dit aandoen, zitten zelf gevangen." In de 'journalistenclub', een veredelde bar in de hogergelegen wijken van Damascus, kijkt het portret van president en leider Bashar al-Assad uit over de aanwezigen die bier drinken en nootjes eten. Vandaag wordt er niet op stille toon gepraat over de instabiliteit van het land, de onzekere toekomst of de macht van de president. Vandaag gaat het over de foto's uit Irak. ,,Zelfs mijn kinderen praten over deze foto's. Ze kunnen er niet van slapen", zegt de Syrische televisiejournalist Kousha Rafiq. Volgens hem laten de foto's zien hoe verziekt de Amerikaanse cultuur is. ,,Het is goor, vies en smerig. Wij kunnen niets doen en moeten dit aanzien. Vreselijk." Niet iedereen is boos op de Amerikanen. Meer dan 25 jaar geleden ontvluchtte Hosna Abud Irak. Ze kwam in Syrië terecht, waar ze trouwde met een andere gevluchte Irakees. ,,Al die tijd hebben we gewacht op de val van het regime. De Amerikanen hebben dat voor elkaar gekregen", zegt ze. Natuurlijk vindt ze de foto's vreselijk. ,,Maar wie weet wat die gevangenen op hun kerfstok hebben?" Abud vindt het hypocriet dat de hele Arabische wereld nu vol afschuw reageert, maar zweeg toen Saddam zijn wreedheden beging. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 05-05-2004, Pagina 26, , , Aantal woorden: 769Begraven in Bagdad
Door Thomas ErdbrinkEen Nederlands graf in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Anoniem begraven tijdens de Eerste Golfoorlog, vergeten na de Tweede. Wie was Petronella van Amerongen?
Papieren dwarrelen als sneeuw uit de gebroken ramen van het Iraakse ministerie van Industrie. ,,Het is een zooitje hier in Irak", zegt grafdelver Ali Mansour als hij naar de gehavende betonkolos staart. Zijn sandalen zuigen vast in de modderpoelen die de protestantse begraafplaats voor buitenlanders in centraal Bagdad ontsieren. Eens per twee maanden krijgt Mansour bezoek van buitenlanders. Levende, wel te verstaan. Dode niet-Irakezen worden dezer dagen per gekoeld vliegtuig naar hun thuisland vervoerd. De bezoekers komen bijna allemaal voor het graf van Gertrude Bell, de Britse onderkoningin van Irak, die ten tijde van de Britse bezetting van Mesopotamië (1919-1932), drie voormalige Ottomaanse provincies samensmeedde tot het huidige land. ,,U komt uit Holland", vraagt Ali Mansour. ,,Dan moet u weten dat we ook een Nederlandse hier hebben liggen." Langzaam sjokt hij naar een overwoekerd graf, zonder zerk of naamplaatjes. Het steekt schril af bij alle andere praalgraven. Ali Mansour moet lang nadenken wie er onder de hoop zand ligt. ,,Vlak na het uitbreken van de Eerste Golfoorlog in 1990 werd ze hier gebracht door leden van de protestantse kerk. Haar naam weet ik niet. Het waren zeer chaotische dagen", zegt de doodgraver. Wat doet het stoffelijk overschot van een Nederlandse op deze oude begraafplaats, zonder zerk of naamplaatje? Waaraan is ze overleden zo vlak na de Iraakse inval in Koeweit? En bovenal: wat had ze in Irak te zoeken in die dagen? Veel buitenlanders waren gevlucht. Mijn tolk Shamil Aziz oppert dat ze een non was. ,,Of ze was getrouwd met een Irakees." Doodgraver Mansour hoort de vragen stilletjes aan en sommeert vervolgens zijn zoon om de overlijdensaktes te brengen. Niet veel later komt Mohammed, die voor de nieuwe Iraakse politie werkt, met een stoffige ordner aangerend. Terwijl de zon langzaam over de zerken richting westen glijdt, speurt Aziz door de aktes. Op de één na laatste overlijdensakte prijkt een Nederlandse naam: Petronella van Amerongen. ,,Hier staat de naam van de dokter die de akte heeft ondertekend", zegt Aziz. Met zijn lange vinger wijst hij naar een krabbel en stempel van een adelaar, een van de symbolen van het Irak van voor de oorlog. ,,Dokter Hamid Jabbar", leest mijn tolk langzaam voor. Daarnaast een toestemming van het Iraakse ministerie van Buitenlandse Zaken dat Petronella van Amerongen in Bagdad mag worden begraven. Het document is gedateerd op 17 augustus 1990, vijftien dagen ná de Iraakse inval in Koeweit, de dag dat ze is begraven. Een overlijdensdatum, doodsoorzaak en geboortedatum staan niet op de akte. Bij de nonnenkloosters van Bagdad kent niemand Petronella van Amerongen. De ouderlingen van de protestantse kerk kunnen zich niet herinneren dat ze een Nederlandse in Bagdad hebben begraven. De Nederlandse ambassade in Bagdad is gesloten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag laat droogjes weten dat dit soort archieven na twee jaar worden vernietigd. Na dagen zoeken vindt Aziz de praktijk van dokter Jabbar. In een flat op drie hoog achter aan de lange 'Kharrada' winkelstraat in Bagdad houdt hij kantoor. Het interieur is uit de jaren zeventig, de diploma's van Amerikaanse universiteiten van een decennium daarvoor. Jabbar spreekt bijna geen Engels meer. ,,Ik ben het verleerd", excuseert hij zich. ,,We hebben hier zo lang geen buitenlanders gehad. Ik heb nooit meer kunnen oefenen." De handtekening op de akte is inderdaad van hem, maar meer informatie over Petronella van Amerongen heeft hij niet. ,,Ik heb destijds getekend, maar dat was een formaliteit. Ik heb het lijk nooit gezien. De doodsoorzaak weet ik ook niet. Maar ze had geen Iraakse man. Dat had op de akte moeten staan." Dokter Jabbar raadt aan om naar het mortuarium van Bagdad te gaan. De onveiligheid is in de Iraakse hoofdstad meetbaar in nummers. Deze zomer, in de maand juli, werden er meer dan 700 dodelijke slachtoffers binnengebracht die door geweld om het leven waren gebracht. Het jaar daarvoor waren dat er minder dan zestig. Ondanks de drukte worden de boeken keurig bijgehouden. Omdat het mortuarium niet is geplunderd in de chaotische dagen na de val van Bagdad, kan een dokter zonder moeite de map 1990 erbij pakken. ,,Petronella van Amerongen stierf aan een hartaanval op 21 juli 1990", leest hij voor, als de afwijkende naam is gevonden. ,,Ze is 72 jaar geworden." De Nederlandse ambassade heeft voor haar getekend, zo blijkt uit het jaarverslag. Ze is bijna een maand later begraven omdat geprobeerd is haar lichaam naar Jordanië te vervoeren. ,,Maar ja, toen brak de oorlog uit", verklaart de arts. Het zerkloze graf van Petronella van Amerongen in Bagdad. (Foto Thomas Erdbrink) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 30-04-2004, Pagina 5, , , Aantal woorden: 1006Een souvenir van Muqtada Sadr
Radicale shi'itische geestelijke is niet van plan toe te geven aan de Amerikanen Door onze correspondent Thomas Erdbrink KUFA/NAJAF, 30 APRIL.De radicale shi'itische geestelijke Muqtada al-Sadr zit nog steeds verschanst in de Iraakse heilige stad Najaf. Veel Najafi's zijn daarover niet tevreden, maar zij kunnen weinig doen tegen Sadr en zijn militie.
In het steegje voor het kantoor van Muqtada al-Sadr in de heilige Iraakse stad Najaf verkopen slimme winkeliers allerlei parafernalia van de opstandige shi'itische geestelijke. Het is er allemaal; video-cd's met zijn toespraken, posters van Sadr met priemende ogen en goudkleurige horloges met zijn portret. De radicale shi'itische geestelijke zelf wacht binnen een confrontatie met de Amerikanen af. Die willen hem ,,dood of levend". Een lange rij gelovigen staat te wachten op een audiëntie met de zoon van de 1999 omgebrachte Mohammed Sadiq al-Sadr, destijds de belangrijkste groot-ayatollah van Irak en 'bron van nabootsing' voor miljoenen shi'itische Irakezen. Anders dan zijn geleerde vader richt de jonge Muqtada Sadr zich niet op een traditionele carrière binnen de shi'itische geestelijkheid. Zonder enige officiële religieuze titel in zijn bezit vraagt Sadr de volgelingen van zijn vader om hem volgen. Dat terwijl het shi'itisch geestelijk leiderschap niet overgaat van vader op zoon. Dit alles is mogelijk omdat een naar Iran gevluchte Iraakse ayatollah hem een soort religieuze machtiging heeft gegeven. Sadr eist, met deze vrijbrief in de hand, dat de Amerikaanse bezetters Irak zo snel mogelijk verlaten. Toen die een maand geleden bekendmaakten hem te willen oppakken wegens verdenking van een opdracht tot moord op een andere beroemde zoon van een geestelijke een jaar geleden, verschanste Sadr zich in zijn kantoor en namen de leden van zijn privé-militie, het Leger van de Mahdi, de macht over in Najaf en het nabijgelegen Kufa, waar Sadr zijn vrijdagpreken houdt. De gelovigen voor zijn kantoor wachten gedisciplineerd langs de korte schaduw van een muur, in de gaten gehouden door in het zwart geklede mannen behangen met handgranaten en machinegeweren. De meeste van de leden van de militie zijn arme jongens uit de Bagdadse shi'itische sloppenwijk Saddam City die na de oorlog werd omgedoopt tot Sadr City. Het steegje waarin ze staan is niet breder dan anderhalve meter. Het heiligdom van de eerste shi'itische imam, Ali, ligt letterlijk op een steenworp afstand. De Israëlische liquidatiemethode, waarbij raketten korte metten maken met opstandige leiders, hoeven de Amerikanen niet te proberen bij Sadr. De kans dat het heiligdom wordt geraakt, of de één steeg verderop wonende niet-radicale groot-ayatollah Ali Sistani is veel te groot. In dat geval zouden de Amerikanen tot ver over de grenzen van Irak de woede van shi'itische moslims over zich heen krijgen. Binnen in het raamloze kantoor lopen geestelijken met witte en zwarte tulbanden nerveus heen en weer. Hun leider zit verschanst achter twee grote grijze deuren. ,,Sadr is constant in bespreking", legt zijn directe woordvoerder Qais al-Kha'zali uit, net als Sadr een geestelijke, een mullah. Een serie evenwijdig opgehangen plafondventilatoren houden het atrium waar gasten en gelovigen worden ontvangen koel. Licht valt door het dakraam naar binnen. Vanaf de balustrades op de eerste en tweede verdieping kijken mullahs en lijfwachten naar beneden. De avond daarvoor is het bruggenhoofd van Sadrs leger in de stad Kufa aan de Eufraat een zware slag toegebracht. Amerikanen probeerden de brug over te steken. Toen dat na felle tegenstand niet lukte werden de opstandelingen bestookt door straaljagers. Volgens het Amerikaanse leger vonden 64 rebellen de dood. Nu is de controlepost voor de brug in Amerikaanse handen. Volgens de woordvoerder wordt er niet meer onderhandeld tussen beide partijen. ,,De Amerikanen eisen alleen maar", zegt Kha'zali. Sadrs aanhangers is verteld dat ze Najaf moeten verlaten en hun leger ontmantelen en dat hun leider zich vrijwillig moet aangeven bij de Amerikaanse autoriteiten. ,,Daar zetten ze niets tegenover", zegt Kha'zali. ,,Er valt dus niet te praten." De tientallen aanwezigen om hem heen knikken instemmend. Volgens Kha'zali is Najaf het hele jaar niet zo veilig geweest sinds de Mahdi-militie de stad in handen heeft. Tijdens arba'een, een religieuze herdenkingsdag drie weken geleden, waren er tienduizenden mensen in de stad zonder noemenswaardige incidenten. ,,Dat is omdat wij die dag de beveiliging deden. Maar de Amerikanen willen dat niet. Zij willen juist chaos en bomaanslagen. Dat geeft ze een excuus om hier te blijven", zegt de woordvoerder. Maar voor de poorten van het heiligdom, de grote publiekstrekker in de stad, is het nu doodstil. De winkels eromheen zijn gesloten. De pelgrims en het geld dat ze meebrengen komen niet meer, uit angst voor een Amerikaanse strafexpeditie. ,,De zaken gaan slecht", vertelt een textielverkoper. ,,Meer kan ik niet zeggen. We hebben een brief ontvangen dat iedereen die slecht praat over Muqtada Sadr wordt gedood." Een lid van diens militie bijt hem toe dat handelaren alleen maar aan geld denken in plaats van de islam. De intimidaties zouden al hebben geleid tot een tegenactie van lokale inwoners, waarbij vijf van Sadrs aanhangers zouden zijn omgekomen. Voor het kantoor van de groot-ayatollah Ali Sistani, een stille tegenstander van de harde lijn van Sadr, staat diens persoonlijke bewakingsdienst klaar voor iedere aanval. Een groep die zich omschrijft als 'intellectuelen uit Najaf' heeft Sadr gevraagd zijn strijd buiten de poorten van de heilige stad voort te zetten. Hoogstwaarschijnlijk zit de traditionele geestelijkheid, de hawza, achter de brief. Sadrs opstelling, waar ze openbaar niets over kunnen zeggen uit angst om als Amerikaanse collaborateurs te worden bestempeld, staat ieder compromis in de weg. In het nabijgelegen Kufa wandelen leden van het Leger van de Mahdi rond met hun granaatwerpers. Geen partij voor de Amerikaanse vliegtuigen. ,,Maar we hebben de brug verdedigd", zegt Abu Mathen (57) trots. ,,Niemand is er doorheen gekomen." Er zijn 13 doden gevallen in hun groep, en dat ligt aan verraders, zo leggen enkele strijders uit. ,,De Amerikanen hadden duidelijk informatie over onze posities. Al hun bommen troffen doel. Iemand heeft ons verlinkt", zegt Abu Mathen. Toch zullen de mannen van de Mahdi-militie doorvechten. ,,Tot de dood", zegt Abu Mathen trots. ,,Of tot ik moe ben, dat kan ook." Een lid van Muqtada Sadrs Leger van de Mahdi voor een portret van zijn voorman dat is aangeplakt in de buurt van zijn kantoor in Najaf. (Foto Reuters) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 27-04-2004, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 1145Thee en zoetigheid bij debat in Bagdad
Door onze correspondent Thomas Erdbrink BAGDAD, 27 APRIL.Irakezen discussiëren met leden van de regeringsraad over de toekomst van hun land. ,,Wie krijgt er straks de macht?"
Voor de ingang van zaal drie van het Amerikaanse civiele hoofdkwartier in Bagdad staat een tafel met thee en zoetigheden voor belangrijke gasten. Vandaag hebben de Amerikanen een 'Town Hall' bijeenkomst georganiseerd, een laagdrempelige discussie tussen 200 Irakezen en drie leden van de Iraakse regeringsraad. Onderwerp: de nieuwe tijdelijke grondwet en de machtsoverdracht op 30 juni. Een Amerikaanse ambtenaar is speciaal naast de eetwaar geplaatst om te zorgen dat alles ordelijk wordt uitgedeeld. Het drietal raadsleden laat op zich wachten, want de regeringsraad is in spoedoverleg. Dit weekeinde is bekend geworden dat er voor de meeste van de 25 leden straks, over negen weken, geen plaats zal zijn in het interim-bewind dat op 30 juni formeel de macht overneemt in Irak. Hongerig van het wachten stort het Iraakse perscorps zich op de uitgestalde etenswaren. En dat terwijl de Amerikaan drie keer had gewaarschuwd dat de Iraakse journalisten pas mochten eten als de gasten klaar waren. ,,Jullie gedragen je als dieren!" roept hij. Niemand reageert. Afspraken, respect, orde: geen functionerende democratie kan zonder. Om aan het eerste punt te voldoen hebben de 25 leden van de Iraakse regeringsraad – negen maanden geleden geselecteerd op basis van afkomst en religie door de Amerikaanse bestuurder Paul Bremer – na eindeloze discussies een interim-grondwet ontworpen. De meest controversiële onderwerpen zijn bewust vaag gehouden. Echte discussie over de tijdelijke grondwet was er niet, want straks dragen de Amerikanen immers de macht over in Irak. Aan de leden van de regeringsraad, zo hopen veel van de 25 politici. Ze stellen voor de raad uit te breiden tot 200 leden en zijn al bezig met het opstellen van een lijst met nieuwe namen. Maar de speciale gezant van de Verenigde Naties voor Irak, de Algerijn Lakhdar Brahimi, denkt daar anders over. In zijn plannen is geen ruimte voor het gros van de regeringsraadsleden. Uit opinieonderzoeken is gebleken dat de meeste van hen impopulair zijn onder de bevolking. Brahimi keert op 1 mei naar Bagdad terug om er in consultatie met de Amerikanen én de regeringsraad een interim-premier en 29 andere 'verantwoordelijke technocraten' te kiezen. Dit team, dat volgens Amerikaanse regeringsfunctionarissen geen wetgevende beslissingen zal nemen, moet Irak na de machtsoverdracht naar de verkiezingen van januari 2005 leiden. ,,Laat de politici zich maar voorbereiden op de aanstaande verkiezingen", zei Brahimi in een interview met de Amerikaanse zender ABC. Als alle gasten voor de Town Hall Meeting hebben plaatsgenomen in zaal drie – de Iraakse journalisten negeren het verzoek van de Amerikaan om op de achterste rij te zitten – valt er een gespannen stilte na de eerste vraag uit het publiek. ,,Wie krijgt er straks de macht in Irak na 30 juni?", vraagt Jafar Hamid Ali, vertegenwoordiger van de gemeenteraad van Bagdad. ,,Eind april weten we meer", antwoordt Koerdisch regeringsraadslid Mahmud Othman. ,,Het is voor ons ook erg onduidelijk", vult hij droogjes aan. Diverse regeringsraadsleden hebben giftig gereageerd op de zoveelste 'regimewisseling' in Irak. ,,Brahimi wil Irak regeren", schreeuwde een kop in de krant Al Mutamar, spreekbuis van het Iraaks Nationaal Congres van het shi'itische raadslid Ahmed Chalabi.'Het is tijd voor wat nieuws'
Sunniet Brahimi wil de shi'itische geestelijken buiten de politiek houden. Voor Muqtada al-Sadr is geen plaats in de nieuwe regering", staat er verontwaardigd in het hoofdartikel. Chalabi is een voormalige balling die, gesteund door de Amerikaanse vice-president Dick Cheney en het Pentagon, een prominente rol voor zichzelf heeft weten te creëren in het nieuwe Irak. Wegens gebrek aan een achterban – hij was sinds 1958 in het buitenland – wisselt Chalabi vaak van politieke kleur. Vlak na de oorlog presenteerde hij zichzelf als een seculiere shi'iet, maar nu die stroming niet zo populair blijkt, richt hij zich op de geestelijke leiders in Najaf wier volgelingen meer stemmen kunnen genereren dan de Bagdadse intellectuelen. Dezer dagen komt hij op voor de radicale shi'itische geestelijke Muqtada Sadr. Intussen ontvangt hij maandelijks een inkomen van 340.000 dollar van de Amerikaanse regering. In buurland Jordanië is hij veroordeeld wegens oplichting. Veel raadsleden delen Chalabi's mening over Brahimi's plan. Voor het kantoor van sunnitische raadslid Nassir Chaderchi staan grote mannen met wapens. Sinds collega Akila Al-Hashemi bij een aanslag om het leven kwam, omringen de meeste raadsleden zich met lijfwachten en gepantserde jeeps. Chaderchi, die altijd in Irak is gebleven, keurt het plan van Brahimi ook af. In zijn werkkamer pakt hij de tijdelijke grondwet erbij. ,,Hier staat dat de VS, de VN én de regeringsraad gezamenlijk kandidaten moeten voordragen en een beslissing moeten maken. Dat is afgesproken met de Amerikaanse ambassadeur Bremer. Nu neemt Brahimi opeens de beslissingen", zegt Chaderchi. ,,Dat gaat tegen onze eigen grondwet in." De gepensioneerde econoom heeft zelf een politieke partij, een van de honderden in Irak op dit moment. Zijn Nationaal Democratische Partij wil wat iedereen wil in Irak: vrede en voorspoed. ,,Maar als nu opeens weer iemand anders gaat zeggen dat hij de baas is, komt daar niets van terecht." De raad heeft laten weten de komende drie dagen in gesprek te gaan met leiders van nu niet vertegenwoordigde politieke partijen om samen een grote regering voor ná de machtsoverdracht te vormen. ,,Wij gaan gewoon door met onze plannen, zoals voorgeschreven in de grondwet", zegt Chaderchi. Niet alle raadsleden kunnen zich vinden in dat verbond. ,,Brahimi is de beste man die we hebben", vindt Songul Chapook, een van de drie vrouwelijke leden in de raad. Chapook is de vertegenwoordiger van de Turkmeense minderheid, maar zegt om alle Irakezen te geven. ,,En de Irakezen houden niet van de raad. Ze willen verkiezingen", zegt Chapook. ,,Dus maak ik me klaar voor de verkiezingen." Ze is een van de weinige raadsleden die zelf naar haar werk rijdt, zonder lijfwachten. In plaats van een privé-militie heeft ze een vrouwenorganisatie. Aan haar vingers draagt ze gouden ringen, op haar hoofd een rode doek. Haar man zit achter de computer. ,,De regeringsraad heeft veel te weinig macht. We konden niets voor het volk doen. Dus is het tijd voor wat nieuws. Ik ben niet bang voor de toekomst." Nieuws is er niet tijdens de bijeenkomst in het gebouw van de coalitie. Er zijn vragen over vrouwenrechten, de positie van joden die willen terugkeren naar Irak en de Koerdische autonomie. Maar een van de meest prangende vragen aan de raadsleden gaat over de beloofde verandering in Irak. ,,Onder het vorige bewind deden we wat de leiders zeiden zonder te discussiëren", zegt Salam al-Nasiri, een shi'iet uit Bagdad. ,,Vandaag de dag doen we wat het Witte Huis zegt, of we nu tegenspreken of niet. Zie ik dat verkeerd?" Raadslid Mahmoud Othman zegt Nasiri niet te kunnen beantwoorden. ,,Stel deze vraag maar George Bush." Een Irakees viert de vernietiging van vier Amerikaanse legervoertuigen bij een explosie in een naburig gebouw in Bagdad waar volgens een Amerikaanse legerwoordvoerder chemische munitie werd vervaardigd voor rebellen. Daarbij werden twee Amerikaanse soldaten gedood. Ten aanzien van de chemische munitie zei de woordvoerder dat dit van alles kon zijn, inclusief traangasgranaten. (Foto AP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 22-04-2004, Pagina 1, , , Aantal woorden: 743Edammer kaas in Iraaks Koerdistan
Door onze correspondent Thomas Erdbrink SULAYMANIYA, 22 APRIL.In Koerdisch Noord-Irak heeft iedereen wel familie in Nederland. Nu Saddam is verdreven, worden de banden aangehaald.
Middenklasse auto's met een NL-sticker op de achterbumper sturen behendig door de straten van de Noord-Iraakse provinciestad Sulaymaniya. In de duurdere supermarkten van Iraaks Koerdistan, zoals het gebied ook wel wordt genoemd, wordt Goudse en Edammer kaas verkocht. Iedereen hier heeft wel een familielid in Nederland. En nu het noorden van Irak relatief rustig is, komen ze massaal op bezoek. ,,Kijk, dat is mijn dochter Kanar in Holland", zegt Kajal Tendjuni. Haar moeder wijst naar een bibberende video van een Koerdische schone op een bowlingbaan in Leiden. De hele familie Tendjuni staart vanuit de huiskamer in Sulaymaniya naar de andere wereld waarin hun dochter nu verblijft. Op het scherm sjouwen tienjarige Koerdische jongetjes in nette kleren met bowlingballen. Andere mensen nippen aan glazen cola en Kanar straalt in hun midden. Alles is er schoon en strak. In de woonkamer wordt een tl-buis aangedaan om het vertrek wat te verlichten. Koerdische kleedjes met afbeeldingen van zigeunermeisjes wenen aan de muren. Vader Tendjuni, gekleed in het traditionele Koerdische pofbroekpak, ziet het allemaal tevreden aan. Vijf jaar geleden kwam een gevluchte landgenoot terug om de hand van zijn oudste dochter te vragen. Sindsdien woont ze in Nederland. Drie maanden geleden kwam Kanar voor het eerst weer op bezoek en dat was één groot feest. ,,Ze heeft een paspoort, dus ze kan vrij op en neer reizen", zegt vader. ,,De wereld is klein geworden", concludeert moeder Tendjuni. Een groot deel van de ongeveer 50.000 Koerden in Nederland komt uit Noord-Irak. Gevlucht in de jaren tachtig, op het hoogtepunt van Saddam Husseins genocidecampagne tegen de Koerden, waarbij chemische wapens werden gebruikt. Ontsnapt in 1991, toen de Iraakse Republikeinse Garde de Koerden de bergen in joeg. Vertrokken halverwege de jaren negentig, toen de twee grootste rivaliserende Koerdische partijen een burgeroorlog begonnen. Nu Saddam Hussein is verdreven en zijn gifgasdreiging verleden tijd is, worden de banden tussen Nederland en Koerdistan door de diaspora flink aangehaald. Importbruiden, het openen van de Turkse grens en zakelijke kansen lokken de Koerden terug naar hun vaderland. Binnenkort gaat er zelfs een vliegveld nabij Sulaymaniya open. ,,Een enorme kans voor de KLM om veel geld te verdienen", weet Aref Omar. ,,Nu moeten we via Turkije reizen, dat duurt veel te lang. Als de KLM naar Koerdistan gaat vliegen gaat iedereen mee", denkt Omar. In 1997 kwam hij naar Nederland, Capelle aan den IJssel, nu staat hij op de autobazaar in Sulaymaniya. ,,De markt verkennen", noemt hij dat. Zoals veel 'terugkeerders' heeft Omar een auto voor zijn familie meegenomen. Maar hij zou het liefst een hele vloot auto's naar Noord-Irak halen, of containers vol airconditioning sets, of een Nederlands wegenbouwbedrijf, want ,,aan alles is gebrek en de Amerikanen strooien met geld".Het is slecht skaten in Koerdistan
Tot nu toe heeft de de civiele tak van het Amerikaanse en Britse leger in Irak 400 miljoen dollar in de Noord-Iraakse economie gepompt. ,,De lokale overheid gaat hier een hotel van 37 verdiepingen bouwen! Nederlandse bedrijven zijn gek als ze de kennis en contacten van de Koerdische vluchtelingen nu niet in klinkende munt omslaan", vindt Omar. Hij is druk op zoek naar zakenpartners. Maar Noord-Irak mag nu dan wel uit het nieuws zijn, dat betekent niet dat de toekomst van het gebied helder is. Onlangs verzamelde een lokale afscheidingsbeweging 1,7 miljoen handtekeningen voor een onafhankelijk Koerdistan. Mocht deze wens ooit in vervulling gaan, dan zullen de buurlanden Turkije, Iran en Syrië – waar ook veel Koerden wonen – korte metten willen maken met zo'n ministaatje. Daarnaast hebben de Koerdische troepen de multi-etnische oliestad Kirkuk volledig bezet, tot ontevredenheid van de andere bevolkingsgroepen waarvan sommigen worden gedeporteerd om de stad 'Koerdisch' te maken. Kortom, Noord-Irak is in principe net zo'n kruitvat als de rest van het land. Desondanks moet Tahzin Shaswar er niet aan denken terug te keren naar Nederland. Twee jaar woonde hij in Enschede, maar nu is hij weer in zijn geboortestad. Voor zijn twee zoontjes, gehuld in wijde skatekleding, is het slecht skaten in de Koerdische bergen. ,,Jullie zijn blij om terug te zijn, toch?" vraagt Shaswar vanonder zijn grote snor. ,,Dolblij pappa", antwoordt zijn oudste zoontje braaf in vlekkeloos Nederlands. ,,We blijven nu voor eeuwig hier", zegt Shaswar tevreden. De jongetjes kijken glazig voor zich uit. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 02-03-2004, Pagina 5, , , Aantal woorden: 798Het navolgingswaardige voorbeeld van de Heer van de Martelaren
Door onze correspondent Thomas Erdbrink TEHERAN, 2 MAART.Shi'ieten in de wereld herdenken deze dagen de zelfmoordmissie van hun Imam Hussein bij Kerbala die in het jaar 680 de belangrijkste martelaar voor hun geloofsrichting werd.
Al dagen heeft de Iraanse staatstelevisie lange reportages over de pelgrims die vanuit Iran naar de heilige stad Kerbala in Irak trekken. Honderdduizenden in het zwart geklede Iraniërs zijn naar de twee heiligdommen in de stad getrokken, het mausoleum van imam Abbas en – belangrijker – het mausoleum van de 'Heer van de Martelaren', Imam Hussein. Te voet, in bussen en op ezeltjes banen de pelgrims zich een weg naar Kerbala. De bedevaart, verplicht voor iedere shi'itische moslim, kan het best vandaag worden gemaakt op de exacte sterfdag van de Imam. Volgens de Arabische kalender is het vandaag precies 1324 jaar geleden dat Imam Hussein door een sunnitische krijgsheer werd onthoofd op de 'de vlakte van smart en rampspoed', zoals de woestijn rond Kerbala nu wordt genoemd. Ieder jaar, als de rouwmaand Moharram begint, herdenken alle shi'ieten tien dagen lang Husseins dood. De tiende dag, Ashura, is het hoogtepunt. Dankzij de bevrijding van Kerbala door de Amerikaanse 'kafirs', ongelovigen, kan dit jaar voor het eerst sinds decennia zijn dood worden herdacht op de plaats waar hij werd omgebracht. In het jaar 680 trok Imam Hussein, kleinzoon van de profeet Mohammed, naar Kerbala om daar het erfconflict dat was ontstaan na de dood van Mohammed voor eens en altijd op te lossen. Na het heengaan van de profeet was zijn goede vriend Abu Bakr tot 'kalief rasul allah', opvolger van de profeet van god, gekozen. Sommige gelovigen waren het daar niet mee eens en vonden dat de neef van de profeet, Ali, in zijn voetstappen moest treden. Zijn aanhangers kregen de naam 'de partij van Ali', shi'at Ali, waaruit de shi'ieten voortkomen. De volgelingen van Abu Bakr gingen later door het leven als sunnieten. De grote splitsing in de islam was een feit. Husseins veldtocht was niets minder dan een zelfmoordmissie gezien de sterkte van de troepen van de tegenstanders. Maar Hussein hoopte gebruik te maken van de chaos die was ontstaan na de dood van de opvolger van Abu Bakr. Met een groep van 72 familieleden en strijders ging hij de strijd aan te gaan met de troepen van Yazid, de nieuwe sunnitische kalief. Eén voor een werden zijn metgezellen afgeslacht en op het laatst, op de tiende dag van zijn reis, was alleen de kleinzoon van de profeet nog over. Een van de strijdheren van Yazid, de boosaardige Shemr, durfde het gevecht aan met de dappere Hussein die zijn vijand volgens de overlevering verwelkomde met de woorden: ,,Mijn vader had me al verteld dat een hond me zou doden." De woedende Shemr sloeg zijn zwaard tegen de hals van Hussein maar het ketste af omdat juist op die plek de profeet zijn kleinzoon zou hebben gekust. Uiteindelijk sloeg Shemr in op de nek van Hussein die met zijn dood een basis legde voor het shi'itische geloof, namelijk het martelaarschap. Door zich bloot te stellen aan een overweldigende meerderheid van 'slechte' tegenstanders en in pure goedheid te sterven voor een zaak waar hij voor stond, bracht hij de gelovigen een opvoedende les bij die ook de huidige generaties nog kunnen begrijpen. Daarom zijn vandaag niet alleen de straten van Kerbala gevuld met gelovigen maar ook in Iran en delen van Pakistan, Libanon, Bahrein en Koeweit bootsen vandaag 120 miljoen shi'ieten, ongeveer 10 procent van alle moslims, het lijden van de Heer van de Martelaren na. Niet alleen de fundamentalisten kastijden zich in Iran. Imam Hussein is geliefd door iedereen en op zijn sterfdag wordt politiek even vergeten. Volgens de legende brengt hij geluk. In Teheran slaan lange rijen jonge mannen zichzelf met lichte bossen kettingen op de rug. In sommige landen gaat dat tot bloedens toe maar in Iran is dat verboden. De vrouwen langs de kant barsten in snikken uit als de naam van de Imam wordt genoemd. ,,Ya Hussein; Oh Hussein", klinkt het tot diep in de nacht vanuit de moskeeën en Hosseiniyehs, de religieuze ontmoetingscentra die zijn naam dragen. Enkele mannen dragen grote, loodzware praalkruizen met zich mee, een traditie overgenomen van katholieken in de tijd van Sjah Abbas de Grote (1571-1629). Deze mede-stichter van de Savafidische dynastie, was degene die het in een winterslaap verkerende shi'isme in Iran tot staatsreligie maakte. Buitenlandse elementen schuwde hij daarbij niet, als het lijden van de Imam maar werd uitgebeeld. Volgens de overlevering voorspelde Imam Hussein het volgende: ,,Ik word gedood, zodat zij zullen wenen." Met de ontploffingen vandaag vlak naast zijn heiligdom zijn er weer vele martelaren bijgekomen om wie kan worden getreurd. Een mooiere dood is in het shi'isme bijna niet denkbaar. Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH NRC Handelsblad van 24-12-2003, Pagina 1, , Reportage, Aantal woorden: 1087Zelfs de kip van de generaal is niet veilig
Door Thomas Erdbrink BAGDAD, 24 DEC. De nieuwe Iraakse politie moet na een korte opleiding het hoofd bieden aan misdadigers en rebellen.De lucht boven Bagdad licht op bij de zoveelste bliksemflits. Regen stort met bakken uit de hemel en de agenten van het Kharada-politiebureau vluchten naar een schuilplek. Generaal Ahmed Abu Ghafar rent naar zijn kantoortje. Als hij aan het slot morrelt, kijkt hij om naar het tuintje voor het gebouw. ,,Mijn kippen?! Ze hebben mijn kippen gestolen!", roept hij. ,,Ik had het kunnen weten. Welkom in Irak!"
Generaal Ghafar had de drie kippen gekocht om het politiebureau, dat heel Zuidwest-Bagdad moet beveiligen, wat op te fleuren. ,,Nu zit iemand ze waarschijnlijk op te eten", moppert hij. Als Ghafar de meldkamer inloopt en vraagt waar de kippen zijn, halen de mannen aan de telefoons hun schouders op. ,,Wij hebben ze niet gestolen, want wij zijn de eerlijkste agenten van Bagdad", zegt een van hen. ,,Wij kunnen namelijk geen smeergeld vragen, we spreken de mensen alleen door de telefoon." Verdwenen kippen staan laag op de prioriteitenlijst van de Iraakse politie. Duizenden criminelen, vrijgelaten door de voormalige dictator Saddam Hussein na zijn klinkende herverkiezing in oktober 2002, maken de straten onveilig. Daarnaast zijn er heel wat bomaanslagen gepleegd op politiebureaus. Individuele agenten zijn ook doelwit van de rebellen, die hen beschouwen als collaborateurs met de Amerikanen. Volgens recente cijfers zijn daarbij al 260 doden gevallen. ,,Ik heb mijn gezin in veiligheid gebracht buiten Bagdad", vertelt luitenant Sary Sabbah (24). Al twee keer zijn familieleden van opgepakte criminelen aan zijn deur verhaal komen halen. Dieptepunt was toen hij 12 miljoen dinar (5.000 euro) moest betalen aan de nabestaanden van een inbreker die hij had neergeschoten. ,,Er zijn geen wetten in Irak. Er is geen rechtbank, dit is de enige manier om conflicten te regelen", verklaart Sabbah. De luitenant is een van de eerste agenten van het Kharada-bureau die de drieweekse cursus 'overgang en integratie' voor de Iraakse politie hebben doorlopen. De nieuwe politieacademie waar de training wordt gegeven, wordt geleid door leden van de Amerikaanse militaire politie. Na twee maanden volledige chaos na de val van het Ba'ath-regime begon de wederopbouw van de politie. Zo'n 1.250 agenten hebben nu de drieweekse cursus doorlopen, duizenden moeten nog volgen. In Jordanië zijn trainingen begonnen voor nieuwe rekruten, daar krijgen iedere drie maanden 2.000 nieuwe agenten hun training. De lonen zijn van vijf dollar per maand naar 100 dollar gegaan. ,,We planten hier zaden voor de toekomst", zegt de Amerikaanse hoofdinstructeur Jason Brandt.'Kogels moet de Iraakse politie zelf kopen'
Dé grote lokker voor de cursus is het gloednieuwe Oostenrijkse Glock-pistool dat de agenten na afronding van de opleiding mee naar huis mogen nemen. Alle agenten beginnen met schietoefeningen waarbij ze direct honderden patronen af mogen schieten. Daarna volgt het zware werk: drie weken in de schoolbanken en leren over 'mensenrechten', 'patrouille-procedures' en 'scenario's'. Tijdens de les scenario's worden situaties besproken zoals ze volgens de Amerikaanse leraar, sergeant Mataname, écht kunnen voorkomen. Van de 25 studenten is er één zonder snor. Mataname, ook snorloos, heeft echter een indrukwekkende stem: ,,Stel. Jullie krijgen een oproep voor een overval op een winkelcentrum. Mensen stromen naar buiten, misschien de criminelen ook. Wat doen jullie?" De twee mannen die al de hele tijd hun hand opsteken doen dat weer, maar Matahane kiest voor een ander. ,,Uh, we informeren naar het signalement van de dieven?", zegt de man die een jas aanheeft met de opdruk 'Famoas Clotnes'. De leraar schudt zijn hoofd. ,,Helemaal fout! Iedereen wordt gearresteerd! Je kan altijd later nog je excuses aanbieden. Allemaal handboeien om en met het gezicht tegen de grond!" Matahane raadt de agenten aan om voordat ze het winkelcentrum benaderen het centrale computersysteem te raadplegen op blauwdrukken van het gebouw. ,,Dat doe ik in San Francisco ook." Een centraal computersysteem heeft de Iraakse politie niet. De meeste gegevens zijn verloren gegaan tijdens de plunderingen na de val van het regime. Een van de studenten tekent verveeld een poppetje in zijn notitieblok, in de hand een buitensporig groot pistool. Op patrouille in Kharada heeft luitenant Sary Sabbah zijn nieuwe wapen thuisgelaten. ,,Dat wapen is een vloek voor ons. Criminelen willen niets liever dan de Glock, dus het is gevaarlijk hem op zak te hebben", vindt Sabbah. Vannacht leidt Sabbah een patrouille die rondrijdt in een nieuwe terreinwagen. Hij en de vier andere agenten hebben samen zestien kogels op zak. ,,Kogels moeten we zelf kopen, soms kunnen we er niet op uit omdat we er geen hebben", vertelt hij. Alleen de koplampen van de terreinwagen verlichten de weg: de stroom werkt nog steeds niet. Al snel komt er een oproep. Een eigenaar van een drankzaak – beladen werk in Irak – is neergeschoten. Na een wilde tocht door de stad blijken er al vijf politiewagens voor de zaak te staan. Criminelen wilden de eigenaar van de drankzaak ontvoeren, maar toen er een politieauto langskwam, schoten ze hem neer. De man, een enorme albino, is naar het ziekenhuis gebracht. Daar staat zijn broer, ook een albino, zorgelijk naast zijn bed. Sabbah begrijpt de bedoelingen van de Amerikanen niet altijd, zo zegt hij later tijdens het eten. In de tijd van Saddam Hussein duurde de opleiding tot agent drie jaar. ,,Nu is dat acht weken, wat voor agenten zullen dat worden?", vraagt hij zich af. ,,We hadden 60.000 agenten en nu wil de coalitie er nog eens 40.000 meer. Zijn dat er niet te veel? Ik denk dat er heel veel criminelen nu proberen onze politiediensten te infiltreren." De lessen in mensenrechten heeft hij belangstellend gevolgd, maar toepassen zal hij ze niet. ,,De criminelen lachen ons uit als ze vrijkomen omdat een getuigenverklaring van agenten alleen niet meer genoeg is om ze achter de tralies te krijgen." Daarnaast is het ook beter om eerst te schieten, vindt hij. Iraakse agenten die gewond raken tijdens actieve dienst moeten al hun medische kosten zelf betalen. ,,Ik neem dus geen risico's." Na het diner jaagt Sabbah zijn mannen de wagen weer in. Als blijkt dat de benzine bijna op is tellen de mannen hoeveel geld ze bij zich hebben. Niet genoeg voor een volle tank. ,,Al twee weken betalen we voor onze eigen benzine", zegt Sabbah. ,,We zijn geduldig. Een land is niet in één nacht te veranderen, maar na acht maanden wachten begint het geduld op te raken. Dat is gevaarlijk ja." Een hotel in Bagdad is doelwit van een zoekactie van Iraakse politiemannen naar wapens, drugs en prostituees. (Foto AP) Copyright: Erdbrink, Thomas Restriction: NH


