Iran 2005 | 2004 | 2003 :: Irak 2005 | 2004 | 2003 ::: Libanon ::: de regio

 

Theehuizen wijken voor veranderende tijden

De traditionele theehuizen in Koerdisch Noord-Irak lijken hun langste tijd te hebben gehad. Alles verandert, en de jeugd wil meer dan thee.

Aan de muren van Chai Khane (theehuis) Matjsko in de Noord-Iraakse stad Arbil hangen zwart-wit portretten van overleden Koerdische zangers en dichters. Op versleten houten banken zitten voornamelijk oudere mannen die kranten lezen, praten en theedrinken. Vrouwen mogen volgens de tradities niet naar binnen. “Het is vreemd maar heeft ook voordelen: we hebben geen gezeur aan ons hoofd“, zegt Arsalan Sabir Helawiy (40). Maar de toekomst van de theehuizen staat onder druk, Irak is aan het veranderen en de jeugd wil meer dan thee.

Helawiy is net bezig aan zijn derde potje triktrak en hij is alweer aan het winnen. Hij komt graag in Matjsko, want “wat is er verder te doen hier?“ Het hele land heeft vijf dagen vrij rondom de verkiezingen. “Mijn vrouw heeft liever dat ik thuis zit. Het liefst zou ik haar meenemen, maar dat is ongebruikelijk in onze cultuur.“

In Matjsko komen vooral intellectuelen, kunstenaars en creatievelingen. Er zitten mannen in pak en in traditionele pofbroek. De zaak ligt aan de rand van de citadel van Arbil die bijna 7.000 jaar oud is. Zoals alle andere theehuizen in Irak is Matjsko het kloppende hart van de buurt. “Mijn vader is hier in 1940 begonnen. Daarna heeft mijn broer het overgenomen en toen hij in 1991 stierf ben ik begonnen. Iedereen die iemand is in Arbil, komt hier“, zegt Mohsen Majid, de eigenaar.

Twee jaar geleden werd zijn theehuis - “het mooiste van heel Irak“ - opgeknapt met de hulp van een rijke Koerd. “Anders had ik de tent wel kunnen sluiten“, zegt Majid. Matjsko is ook erg populair onder studerende jongeren omdat er veel intellectuelen komen, legt de eigenaar uit. “Maar mijn zoon mag de zaak niet overnemen, ik heb liever dat hij doorleert“, zegt de eigenaar. “Alleen Allah weet wie Matjsko draaiende moet houden in de toekomst.“

In heel Irak zijn theehuizen een onderdeel van de lokale cultuur. In het noorden heeft ieder etablissement een andere klantenkring. Er zijn onder andere theehuizen voor timmerlieden, sportfans en jagers in Arbil. Christenen in de wijk Ainkawa hebben ook hun eigen optrekje.

Theehuis Muhib in Ainkawa is niet veel meer dan een ruimte met plastic stoelen en een eigenaar met een dikke buik. Toch komt Jozef Chachila (50) hier iedere dag. “Vroeger ging ik altijd kaarten met mijn vrienden, maar daar verloor ik te veel geld mee, vond mijn vrouw“, zegt Chachila. Volgens de Iraakse christen heeft het theehuis een belangrijke functie in de Iraakse cultuur. “Het is een ontmoetingsplek, we praten hier over politiek, de problemen in Irak en wie met wie gaat trouwen“, zegt Chachila.

Maar Irak is aan het veranderen. Buitenlandse goederen overspoelen het eens geïsoleerde land. Satelliettelevisie en westerse popsterren dingen tegenwoordig ook naar de gunst van jonge Irakezen. “Alles is aan het veranderen hier“, zegt Chachila. “Jongeren gaan op internet, wandelen samen in parken, rijden in nieuwe auto's. Dan is het toch niet leuk om met ons oude mannen in een theehuis te zitten?!“

Hoewel er zeker nog veel jonge jongens de theehuizen bezoeken, is nieuw vermaak in opmars. Vorige jaar opende entertainmentcentrum Sky zijn deuren in Arbil. Op drie verdiepingen kunnen de Koerden er moccachino's drinken, pizza's eten en van de spelletjeshal gebruik maken. En, het beste is: meisjes mogen er ook naar binnen.

“Het theehuis is folklore“, vindt Beston Othman. De 23-jarige kapper is deze avond met zijn vrienden naar Sky gekomen om “lol te maken“. Volgens Othman is zijn leven radicaal veranderd sinds de Amerikanen Irak zijn binnengevallen. “We hebben nieuwe auto's, er zijn meer leuke meisjes op straat en we hebben hippe kleren.“

Othman verwacht dat de theehuizen het niet lang meer zullen maken. “Hier in Sky kunnen we meisjes ontmoeten, daar niet“, zegt hij. Vaste theehuisbezoeker Jozef Chachila maalt er niet om als de lokale theecultuur verloren zou gaan. “Feit is dat we het hier in Noord-Irak nog nooit zo goed hebben gehad“, zegt Chachila. “Dit is vooruitgang.“

“In Sky kunnen we meisjes ontmoeten, in het theehuis niet'

Oudere mannen lezen kranten en drinken thee in theehuis Matjsko in de Noord-Iraakse stad Arbil.

sasa kralj, jiwafoto


Allemaal op lijst 730 stemmen

De Koerden was ingeprent dat ze gisteren in de Iraakse parlementsverkiezingen op de Koerdische eenheidslijst moesten stemmen, en dat deden ze.

De stembussen zijn net opengegaan in het Iraakse dorp Hamdanieh waar voornamelijk christenen wonen. ,,En ik heb als eerste gestemd'', zegt Hamer Ayoob (45). Hij is filmer, acteur, schrijver, artiest, kortom, van alles. ,,Vandaag ben ik kiezer'', zegt hij.

In Noord-Irak waren gisteren velen kiezer. Waar de opkomst in de parlementsverkiezingen laag was hielp de lokale overheid soms een handje mee.

Het hoofd van de verkiezingscommissie in Hamdanieh heeft besloten dat er geen foto's in de stembureaus mogen worden gemaakt. Streng zit hij achter zijn bureau en waakt over de regels die hem per telefoon zijn verteld. ,,Er is geen pers welkom: orders van bovenaf.'' Na een half uur bellen met Mosul, het verkiezingshoofdkwartier van de provincie waarin Hamdanieh ligt, mag de pers toch naar binnen.

,,Ik ben niet bang om te stemmen'', zegt een vrachtwagenchauffeur in het stemlokaal. Maar liever geeft hij zijn naam niet. ,,Straks lezen de terroristen wie ik ben.'' Zo vlak bij het onrustige Mosul is het gevaar dichtbij. De afgelopen maanden bezorgden sunnitische opstandelingen rouwkaarten aan huis in Hamdanieh en andere christelijke dorpjes. Soms hoorden familieleden zo dat hun naaste in Mosul was vermoord.

Bij de laatste controlepost van de stad, op de weg naar het Koerdische Arbil, waarschuwen de christelijke ordebewakers om vooral hard te rijden. ,,Je weet maar nooit'', zegt een man met machinegeweer in de hand en baseballpetje op.

In Arbil is het een en al vrolijkheid. De twee belangrijkste Koerdische partijen zijn weer een alliantie aangegaan. Sinds een paar weken is de Koerden ingeprent dat ze op lijst 730 moeten stemmen. Hoewel veel Koerden ontevreden zijn over de partijen, geven de meesten gehoor aan de oproep.

,,Mijn man is gestorven tijdens de Koerdische burgeroorlog tussen de twee partijen (1994-1998)'', zegt Wahhabia Sadiq. ,,Ik heb negen kinderen en nooit een cent compensatie gekregen. Maar ik stem toch op ze. We hebben een sterke Koerdische coalitie nodig tegen de Arabieren.'' De vrouwen die met haar in de rij staan in de Astar-school knikken. Allemaal gaan ze op `730' stemmen.

Het Duits sprekende hoofd van het verkiezingslokaal in de Furat-school, Ibrahim Beget, is én generaal én lid van de Koerdische Democratische Partij, onderdeel van lijst 730. ,,Wat jammer dat u zo laat bent, we hadden net een gehandicapte die kwam stemmen. Leuke plaatjes! Zal ik zorgen dat hij nog een keer komt?'', vraagt Beget.

Halverwege de middag barst voor het kantoor van de gouverneur van Arbil het feest al los. Jongens in rijtjes doen ingewikkelde Koerdische dansen met onnavolgbaar voetenwerk. ,,Deze dag is een carnaval van succes voor Koerdistan'', roept de zanger. Niemand hier heeft het over Irak. Of het moet over de Anfal-campagne (1988) gaan, waarbij circa 180.000 Koerden door het Ba'athregime werden vermoord. ,,Vergeet onze geschiedenis niet en stem op lijst 730'', roept de zanger.

Als de stembureaus sluiten neemt een westerse fotograaf foto's van het tellen van de stemmen. Daar ziet hij hoe honderden overgebleven stembiljetten door de verkiezingsfunctionarissen worden afgevinkt en meegeteld. Meer stemmen voor de Koerdische lijst. ,,De opkomst was hoger dan bij de verkiezingen in januari'', zegt de (Koerdische) minister van Buitenlandse Zaken Hosyar Zebari tijdens een persconferentie. ,,Er is geen grootschalige fraude gepleegd'', zegt hij. ,,We hebben vandaag de terroristen een slag toegebracht.''


`In Irak luistert men naar de partij met de meeste wapens'

Vandaag kiest Irak een nieuw parlement. Maar wie geen wapens heeft om zijn politieke idealen kracht bij te zetten, heeft weinig zeggenschap.

Op het eerste gezicht verraden alleen de kerk en een slijterij dat het Noord-Iraakse dorp Hamdanieh christelijk is. Maar wie door de stoffige straatjes rijdt, ziet vrouwen zonder hoofddoek en opzichtige kruisen. De circa 10.000 christenen die er wonen, zijn een kleine minderheid in het gebied, ingeklemd tussen de sunnitische stad Mosul en het Koerdische Arbil. Vandaag mogen ze stemmen in de parlementsverkiezingen, net als alle andere Irakezen. Maar wie geen wapens heeft om zijn politieke idealen kracht bij te zetten, verwacht niet veel van de toekomst.

Tot één uur in de nacht heeft Nimrood Sargoun (27) gisteravond in Mosul op stembussen gewacht. Sargoun, lid van de Assyrische Democratische Beweging, wist dat de tocht terug naar Hamdanieh donker en gevaarlijk zou worden. Maar toch bleef hij wachten in het hoofdkwartier van de verkiezingscommissie tot de stembussen in zijn auto werden geladen.

,,Bij de parlementsverkiezingen van januari zouden militieleden van de Koerdische Democratische Partij (KDP) de stembussen komen afleveren, maar ze zijn nooit gekomen. We hebben toen niet kunnen stemmen'', zegt Sargoun in het lokale partijkantoor van de Assyrische beweging. In tien andere christelijke dorpjes in het gebied gebeurde hetzelfde. Sargoun en zijn vrienden gingen de straat op, maar troffen strijders van de Koerdische militie, die hun de toegang tot de redactie van de lokale tv-zender ontzegde. Een van de christelijke parlementskandidaten werd geslagen door de KDP-strijders.

Sargoun laat een foto zien van honderden protesterende Iraakse christenen in de hoofdstraat van Hamdanieh. ,,We konden niets doen. Onze stemmen gingen verloren'', zegt Sargoun. Hij is somber over de toekomst: ,,Democratie in Irak is alleen weggelegd voor degenen met wapens, naar kleine partijen wordt niet geluisterd.''

Het is niet alleen de christelijke minderheid in Noord-Irak die de toegang tot het Iraakse democratische proces werd ontzegd. Vrijwel alle minderheden, kleinere partijen en andersdenkenden worden aan de zijlijn gezet door de grote spelers in Irak. Alleen politieke partijen die ook duizenden mannen onder de wapenen hebben, spelen een serieuze rol in het land.

Dat zijn voornamelijk leden van de voormalige oppositie tegen Saddam Hussein. In het zuiden is er het Leger van de Mahdi, de militie van de radicale shi'itische geestelijke Muqtada al-Sadr. Iets noordelijker zit de Badrbrigade, een 10.000 man sterk leger van de shi'itische politicus Abdel Aziz al-Hakim. De Dawapartij van de huidige premier Ibrahim Jaafari heeft de beschikking over een paar duizend gewapende mannen. In het noorden zijn er ongeveer 70.000 peshmerga's (letterlijk `zij die de dood onder ogen zien'), Koerdische strijders. Die zijn verbonden aan de twee belangrijkste Koerdische partijen; de KDP van Massoud Barzani en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK). De PUK wordt geleid door de vertrekkende Iraakse president, Jalal Talabani.

In het zuiden worden de milities gebruikt om de shi'itische versie van de islam op te leggen. Slijterijen worden opgeblazen, stelletjes uit de parken verjaagd en universiteiten gezuiverd van seculiere elementen. Ook politici worden geïntimideerd.

De milities staan op het punt om nog veel meer macht te krijgen in Irak. In de twee maanden geleden goedgekeurde grondwet is bepaald dat elke deelstaat in het federale Irak er zijn eigen veiligheidsdienst op na mag houden. In Noord-Irak betekent de wet dat de twee Koerdische strijdgroepen, die nog niet zo lang geleden een hele oorlog hebben uitgevochten, officiële status zullen krijgen. De twee dominante Koerdische partijen krijgen hiermee absolute macht in hun gebied.

De gevolgen hiervan zijn nu al zichtbaar. Voor het hoofdkantoor van de Koerdistan Islamitische Bond in Arbil roken een paar peshmerga's sigaretjes en spelen met hun mobiele telefoons. ,,Wij hebben geen militie, dus zijn we voor onze veiligheid afhankelijk van de militairen van de KDP van Barzani'', zegt Abu Bakr, lid van het partijbestuur van de gematigde fundamentalisten.

Maar vorige week schoot een peshmerga in de stad Dohuk een kandidaat van Bakrs partij door het hoofd. De boodschap: ook tijdens deze parlementsverkiezingen willen de twee grote Koerdische partijen een hoge opkomst voor hun eenheidsverbond. Versnippering van de stemmen is niet gewenst.

De Islamitische Bond stapte vorige maand uit de Koerdische eenheidslijst. In januari hadden ze nog meegedaan, maar geen enkele ministerspost gekregen. Ze besloten met een eigen lijst mee te doen aan de parlementsverkiezingen van vandaag. Het initiatief werd niet op prijs gesteld.

,,Vorige week dinsdag verscheen er bij het partijkantoor in Dohuk een groep jonge jongens. Ze begonnen met stenen te gooien en te roepen dat we verraders van Koerdistan waren'', vertelt Bakr. De peshmerga's van de KDP deden niets. ,,We kunnen niet ingaan tegen de wil van het volk, zeiden ze.'' Niet veel later vielen er schoten, volgens Bakr gelost door politiemensen. Vervolgens drong een lid van de Koerdische militie het partijkantoor in Dohuk binnen en schoot een van de kandidaten door het hoofd. Uiteindelijk werden de leden van de Islamitische Bond gearresteerd.

Op dezelfde dag werden zes kantoren van de bond in verschillende steden geplunderd en platgebrand. ,,Alles was georganiseerd door de KDP'', zegt Bakr. In totaal kwamen vier mensen om bij de onlusten en werden 18 gewond.

,,Toen onze partij in 1994 werd opgericht, besloten we geen militie te creëren. De andere partijen lachten ons uit'', vertelt Bakr. ,,Ze vroegen ons of soms dachten dat we in Europa waren. Hier in Irak overleeft niemand zonder wapens, zeiden ze.''

In het christelijke Hamdanieh hopen de leden van de Assyrische Democratische Beweging vandaag op hun eigen lijst te kunnen stemmen, zonder interventie door de Koerdische militie. ,,Het liefst willen we een democratie zoals in het Westen'', zegt Nimrood Sardoun. ,,Maar voorlopig is democratie hier slechts een leus. In Irak luistert men alleen naar de partijen met de meeste wapens.''


Gouden liften in Koerdistan

IRAK

Een reis naar Iraaks Koerdistan was – tot voor kort – een reis in de ware zin van het woord. Er waren geen low-budget luchtvaartmaatschappijen die erheen vliegen, touroperators organiseerden geen vakanties naar het gebied en slapen deed je er onder smerige lakens in dubieuze onderkomens. Alleen over land, per auto, was Noord-Irak te bereiken. Want de Koerden die daar wonen hadden geen officieel vliegveld, omdat ze eigenlijk geen land hadden.

Ellenlange autoreizen brachten mij tientallen malen vanuit Iran naar het noorden van Irak. Iraanse taxichauffeurs dreigden me van het leven te beroven met hun drieste inhaalmanoeuvres. In nare grenshotels verjoeg ik de kakkerlakken. Bij de grensovergang kenden alle Iraanse beambten mijn naam.

Aan de Iraakse zijde vond ik steevast weer een Koerd die me schandalig afzette. Zonder eten of drinken zat ik uren in auto's zonder airconditioning. Ezeltjes en vrouwen in traditionele glitterjurken staarden mij na als ik door de Koerdische bergen werd gereden, meestal begeleid door Koerdische discomuziek die net te hard stond. Militairen bij controleposten zagen mijn paspoort en zeiden: ,,Holland?! Gulliet!'' Vervolgens maakten dan ze gebaren met hun handen alsof ze rastahaar hadden. Ik deed dat dan ook en vervolgens mocht ik doorrijden.

Halverwege de reis hield ik het niet meer van de honger en vroeg de chauffeur te stoppen bij een kraampje langs de weg. Daar kocht ik dan koekjes met sinaasappelsmaak, flessen warm water en kauwgomballen. ,,Gekke buitenlander'', zeiden de chauffeur en de stalhouder dan. Zelf aten ze nooit wat.

Bidden, kapotte auto, schapen op de weg, ongelukken, weg kwijt, opstandelingengebied, er was altijd wat. Maar uiteindelijk, met de bus, achterin een laadbak en per regeringsterreinwagen – ik kwam er. Alleen per paard en wagen ben ik nog nooit de Noord-Iraakse hoofdstad Arbil binnengetrokken.

Overnachten deed ik in het Dimdimhotel waar tl-licht en kapotte liften mij op de vierde verdieping deden afvragen waarom ik dit beroep had gekozen. Stroom was er altijd wel dankzij de generator, maar helaas brandden twee laptops door wegens de wisselende stroomspanning.

Maar alles is anders geworden in Iraaks Koerdistan. Het is een oase van rust in de Iraakse chaos geworden. Het gebied begint steeds meer op een onafhankelijk land te lijken. De veranderingen zijn overal zichtbaar. Sinds een vorige reis in februari was er plotseling een schoon hotel geopend. De gouden liften, portieren in rode uniformen en wit marmer lokten mij uit het Dimdim weg. Wat kan ik zeggen? Er is warm water en ook al vergeten de serveerders nog wel eens een mes of vork op tafel te leggen, de lakens zijn schoon.

Maar toen ik er dit keer na de lange reis binnenliep, trof ik iets wat mijn reizen naar Noord-Irak voor eeuwig zal veranderen. 's Ochtends bij het ontbijt zag ik opeens dat er naast de receptie een kantoor was geopend. `Kurdistan Airlines: een droom is eindelijk uitgekomen', stond er op een poster in het raam. Binnen zat een keurige jongen met een zorgvuldig gestyleerd baardje. Ja, ik kon vanuit Arbil naar het emiraat Dubai vliegen. Of naar de Jordaanse hoofdstad Amman, of Istanbul of Frankfurt. ,,Eén uur 's middags vertrekken en om 16.00 uur in Dubai. Van daaruit pakt u twee uur later een vlucht naar Teheran'', vertelde hij. De Iraakse hoofdstad Bagdad, daar vlogen de Koerden niet heen met Kurdistan Airlines. ,,Maar binnenkort kunt u wél naar Athene en Stockholm vliegen'', beloofde de jongen.

Even was er twijfel. Het avontuur van de reis werd zo wel heel minimaal. Ik had afgesproken met de Iraanse douanebeambten om bij te praten. En ach, de auto was zo erg nog niet. Meer dan 36 uur reizen is ook wel romantisch. ,,Wilt u boeken of niet?'', vroeg de jongen.

Nu zit ik op het vliegveld van Dubai. Kurdistan Airlines kwam anderhalf uur later aan dan verwacht, ook al was er geen vertraging. Mijn vlucht naar Teheran heb ik gemist en mijn vrouw is boos. Alles heeft zijn charme, maar de grensovergang tussen Iran en Irak, de ezeltjes en de gekke chauffeurs zijn toch een stuk kleurrijker dan de cd-winkels van Dubai. Dus, volgende keer maar weer met de auto naar Noord-Irak?


We kunnen allemaal slachtoffer worden

Asad Omer over zijn terugkeer naar Kirkuk

`We hadden onze tweeling voorbereid op mijn vertrek. Soms gingen we in het weekend naar Schiphol. Vanaf het promenadedek wezen mijn vrouw Karin en ik naar de vliegtuigen. `Hiermee gaat papa naar Koerdistan', zeiden we dan. `Niet op vakantie, maar voor lange tijd. Misschien gaan jullie er ook wel heen.' We hebben het vertrek langzaam opgebouwd. Ze zijn nu vijf en soms is het moeilijk voor ze dat papa niet in Amsterdam woont, maar in Kirkuk, Irak. Als ik alleen met Karin wil praten, moet ik of heel vroeg of heel laat bellen. Anders klimmen de jongens hun bed uit en grijpen ze de hoorn. Ze missen hun vader.

Het liefst had ik Kirkuk samen met de Koerdische strijders en de Amerikaanse `special forces' bevrijd. Maar dat kon niet. Het was te vroeg, te onoverzichtelijk. `Ik wacht tot er directe vluchten zijn en dan kom ik via Bagdad Irak binnen', nam ik mezelf voor. Ik wilde op de eerste dag van de vastenmaand Ramadan onaangekondigd het huis van mijn moeder binnenwandelen. Als verrassing. Het duurde erg lang voordat er weer op Bagdad werd gevlogen, maar half november 2004 stapte ik op het vliegtuig naar Damascus, de hoofdstad van Syrië. Maar het zat niet mee. Alle vluchten naar Irak waren afgelast vanwege een groot offensief in de stad Falluja. De enige route was over land via Turkije. Maar ik wilde niet via Turkije. Niemand wil behandeld worden zoals Koerden die via Zuid-Turkije naar Noord-Irak reizen. Wat moest ik doen? Toch maar via Turkije. Zo belandde ik uiteindelijk aan de Iraaks-Koerdische grenspost.

Het was niet de eerste keer dat ik aan een grens stond. In 1985 had ik Kirkuk verlaten. Ik kon er niet meer wonen. Het waren niet de oliewalmen van de raffinaderij, de werkloosheid of familieproblemen die me uit mijn geboortestad deden vertrekken. In 1982 was ik vrijgelaten uit de Abu Ghraib gevangenis. Juist, de gevangenis waar nu de Amerikanen opstandelingen vasthouden. Een jaar eerder was ik opgepakt wegens `politieke activiteiten' en veroordeeld door de `speciale rechtbank voor Noordelijke zaken'. Ik had samengewerkt met de Patriottische Unie Koerdistan, de PUK. In die tijd waren zij verzetsstrijders in de bergen. Nu is de voorman van de PUK, Jalal Talabani, de nieuwe president van Irak. Het kan raar lopen.

Ik werd vrijgelaten tijdens een generale amnestie. Maar pas nadat ik een verklaring had ondertekend dat ik me nooit meer met politiek bezig zou houden. Anders zou ik direct worden geëxecuteerd. Mijn ouders sloten me op in mijn kamer, om te voorkomen dat ik weer in de problemen zou komen. Maar na 25 dagen werd ik helemaal dol. Ik vluchtte naar de bergen en kwam uiteindelijk via Iran, Syrië, Oostenrijk, Oost-Berlijn in Duitsland terecht. Drie jaar woonde ik in het stadje Kamp Lindfort, maar ik kreeg van de Duitsers geen vluchtelingenstatus. Uiteindelijk kwam ik via de achterbak van een auto in Nederland terecht. Dat was eind november 1988.

Ben ik een Nederlander of een Koerdische Irakees? Ik ben daar nooit echt mee bezig geweest. Ik heb 14 jaar in Kirkuk gewoond en 17 jaar in Amsterdam. In Amsterdam was ik een buitenlander, maar hier in Kirkuk zien ze me ook als vreemdeling. Ik ben anders, vrijer. Ik kan hier goed met jonge mensen opschieten. Mijn Koerdische nichtjes komen naar mij toe met hun levensvragen.

Toen ik in Nederland aankwam, ben ik direct de taal gaan leren. Omdat ik drie jaar in Duitsland had gewoond, was de overgang niet heel groot. De eerste Koninginnedag kan ik me nog goed herinneren. Al die mensen dansend en lachend op straat, prachtig. Ik werd aangenomen voor de filmacademie. Zo heb ik mijn vrouw Karin ook ontmoet, zij speelde in de film die ik voor mijn toelatingsexamen heb gemaakt. Later heb ik documentaires gemaakt, onder andere in Noord-Irak, nadat het gebied in 1991 werd bevrijd na de Koerdische opstand. Nooit in Kirkuk, daar was het regime nog steeds de baas. Filmen is leuk, maar in Nederland heb ik voornamelijk als tolk/vertaler gewerkt.

In 2002 kwamen de eerste duidelijke signalen dat de Amerikanen wellicht Irak zouden binnenvallen. Tijdens een discussieavond in de Rode Hoed in Amsterdam kwam een Franse journalist vertellen over Irak en de Verenigde Staten. `Amerika valt Irak alleen aan vanwege de olie, andere dictaturen laten ze met rust. Daar zitten soms wel 100.000 mensen gevangen', zei de man. Hij heeft gelijk, maar ik ook. `Er zijn 182.000 Koerden vermoord. De moerassen in Zuid-Irak zijn drooggelegd. Is dat dan niet erg?', vroeg ik. `Bent u voor de oorlog in Irak', vroeg de gespreksleider geschokt. `Ja, want er is geen andere keuze: als ik niet voor de oorlog ben, dan ben ik voor Saddam Hussein', zei ik.

De oorlog kwam en dus bevond ik me eindelijk aan de grens met mijn geboorteland. De Iraaks-Koerdische grenswachten gaven me thee, koekjes. `Welkom thuis', zeiden ze. Zo voelde het ook, maar ik had nog een eind te gaan naar Kirkuk. Pas voorbij het stadje Alton Kupri besefte ik dat ik na twintig jaar weer terug zou keren in mijn geboortestad. Tranen biggelden over mijn wangen. Ik kon me niet beheersen toen ik de vlam van de `Baba Gurgur' oliebron zag. Als ik als kind niet kon slapen keek ik vaak hoe het licht van de vlammen op mijn slaapkamermuur danste. Ik huilde zoete tranen. Mijn broers, hun vrouwen, mijn nichtjes: ze omhelsden me als een verloren familielid.

Kirkuk is nu een stoffige, vuile stad. Toen ik vertrok was het de hoofdstad van heel Noord-Irak. Door de arabiseringspolitiek van Saddam Hussein zijn veel Koerden verjaagd en Arabieren voor hen in de plaats gekomen. Er zijn spanningen tussen de bevolkingsgroepen, maar ik voorspel een goede toekomst voor deze stad. Ik vind Kirkuk een prachtige plek, dynamisch. Er is hier minder routine dan in Nederland. Iedere dag is anders. Het is ook gevaarlijk, maar dat is het bijna overal in Irak. Twee weken na mijn aankomst werd mijn broer in Bagdad ontvoerd door jihadi's. Een maand daarvoor had ik nog op de Dam gestaan om te schreeuwen over de moord op Theo van Gogh en nu raakten de islamisten mij hier in mijn thuisland. We kunnen allemaal slachtoffer worden. Voor 70.000 dollar hebben we mijn broer vrijgekocht.

In Kirkuk zijn niet zo vaak aanslagen als in Bagdad, maar ze zijn er wel. Hoe moet ik het zeggen, je went eraan. Ik nam de taxi op een bekende rotonde hier in de stad. Een paar minuten later hoor ik een geweldige explosie. Waar was het? Precies op de plek waar ik de taxi had gepakt. Ik probeer nu de gevaarlijke plaatsen te mijden.

Ik ben blij dat ik een baan heb hier. Toen ik terugkwam bood de PUK me een baan aan voor hun zender `Kurdsat'. Maar ik wilde alleen in Kirkuk werken. Nu werk ik voor `Kirkuk-TV', de lokale zender. Ik ben er de hele dag. Jonge jongens komen naar me toe om hun werk te laten zien. `Is dit een geschikte invalshoek? Hoe is het licht?' Dat soort dingen. Kleurrijke tv wil ik dat ze maken. Er is lelijkheid genoeg hier. Ik heb opdracht gekregen om een speelfilm te draaien. Niet met digitale cameraatjes, maar op 35 mm. Dat wordt een fantastisch project, het is alleen jammer dat alles hier zo langzaam gaat. Het is moeilijk om iedereen op één lijn te krijgen. Niet iedereen is altijd even gedisciplineerd.

In juli zijn mijn vrouw en kinderen voor het eerst naar Kirkuk gekomen. Het was een proef. Ze zijn zes weken hier gebleven. Iedereen keek naar ons op straat. Zo'n blonde vrouw! Maar ze keken met interesse, niet uit haat. Het is soms vervelend, maar blikken zijn niet gevaarlijk.

Het is de bedoeling dat Karin en de kinderen hierheen komen om met mij in Kirkuk te wonen. De beslissing is geheel aan haar. Het laatste wat ik van haar heb gehoord is dat het 70 procent zeker is dat ze hier komt. Dat is best een hoog cijfer, maar 30 procent is ook veel. Nogmaals, het is haar keuze. De wereld is nu omgedraaid: zij gaat emigreren, ik niet. Ik heb het al gedaan. Meer dan 20 jaar heb ik ergens anders gewoond.

Voor nu ben ik al heel dankbaar dat ze het zes weken in Kirkuk heeft volgehouden. Karin is een heel goede vrouw, een goede moeder. Als ze niet in Kirkuk wil wonen, zou ze altijd nog naar Suleimaniya kunnen gaan. Dat ligt hier een uur vandaan en is veiliger. Het alternatief is dat ze in Nederland blijft en ik iedere zes maanden op bezoek kom. Dat zal wel moeilijk worden, vrees ik. In ieder geval, ik ben haar dankbaar dat ze me steunt. Ik ben Nederland ook heel dankbaar dat ik er heb kunnen wonen en studeren. Ik heb maar een paar maanden een uitkering gehad. De rest van de tijd heb ik gewerkt.

Een ding is zeker; ik ga niet meer weg uit Kirkuk. Ook niet als er burgeroorlog in Irak komt. Ik heb soms het gevoel dat ik er tussen uit ben geknepen in moeilijke tijden. Terwijl andere mensen hebben geleden zat ik in Nederland. Nu blijf ik. Deze week heb ik nieuwe meubels besteld voor mijn huis. Ik kook spaghetti met Nederlandse kruiden en 's avonds kijk ik via de satelliet naar Nederland 1, 2 en 3. Dan drink ik bier en denk na. Wat er ook gebeurt: ik ben thuis.'.

Wilt u reageren?

Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl

of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel,

Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam

Asad Omer (45): `Terwijl andere mensen in Kirkuk hebben geleden, zat ik in Nederland' Foto: Zohreh Soleimani


In de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk vechten politie en rebellen om de macht

In de noordelijke oliestad Kirkuk is evenals in de rest van Irak de politie het belangrijkste doelwit van de rebellen. `Ik weet niet of ik de volgende twintig dagen haal.'

Het is snel donker geworden in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk. Krekels zingen, de lucht is warm en de Amerikaanse basis verderop wordt met mortieren beschoten. Politiekolonel Katab Omar Aref (50) vertrekt geen spier als sirenes afgaan en de Amerikaanse soldaten worden opgeroepen in de schuilkelders te gaan zitten. Hij staat op uit zijn tuinstoel, strijkt zijn gele overhemd recht en steekt zijn pistool in zijn broekband. ,,Tijd om naar het bureau te gaan'', bromt hij vanonder zijn snor.

Voor Arefs huis staan drie pickups in politiekleuren. Agenten in camouflagepak, met kogelwerende vesten om en met stofbrillen op springen in de laadbakken als de kolonel in de voorste wagen instapt. Aref neemt zelf plaats achter het stuur. Hij draagt geen kogelwerend vest. ,,Als ze een bom plaatsen, helpt zo'n vest niets'', redeneert hij. ,,En niemand durft op me te schieten, want dan maak ik de wijk met de grond gelijk.''

Het gaat hard tegen hard in Kirkuk. Politie en opstandelingen vechten om de macht. ,,Overdag zijn wij de baas, maar 's avonds hebben zij het in bepaalde delen van de stad voor het zeggen'', vertelt Aref terwijl hij door de donkere straten rijdt. ,,Er staat een prijs op mijn hoofd. Eén keer hebben ze een bom onder mijn auto laten ontploffen, twee agenten kwamen daarbij om.''

Niet alleen in de oliestad is het praktisch oorlog tussen politie en rebellen: in het heel Irak is de politie doelwit nummer 1 geworden van het verzet. De Amerikaanse troepen dragen geleidelijk steeds meer macht over aan lokale veiligheidsdiensten. Met een slechte, korte opleiding en minimale bewapening zijn de agenten een makkelijk doelwit voor aanslagen. Dit jaar zijn naar schatting 2.000 agenten omgekomen bij bomexplosies, zelfmoordaanslagen en massa-executies.

In Kirkuk is het verzet een sluipmoordenaar. Er zijn minder bommen dan in Bagdad, maar vrijwel dagelijks wordt er wel een agent geliquideerd of een poging daar toe gedaan. In het politiebureau in de Koerdische wijk Rahimawa, eerder die dag, komt er net weer een melding binnen van een moordaanslag.

,,Wat zeg je?! Officier Rizgar is neergeschoten? Oh, de agent die naast hem zat. Ik stuur een patrouille'', roept majoor Hussein Mohammad Faraj (36) in zijn walkietalkie. De aanslagen zijn dagelijkse routine geworden, zegt Faraj. ,,Ik zit pas twintig dagen op dit bureau, maar ik weet niet of ik de volgende twintig haal.'' Deze week zijn vijf agenten doodgeschoten in Kirkuk, terwijl ze op patrouille of op weg naar huis waren. Het zijn gerichte aanslagen. ,,Soms weten ze precies waar we wonen, of wanneer we naar onze geheime vriendinnen gaan'', zegt Faraj. In de hoek van zijn werkkamer staat een bed. ,,Vaak is het veiliger om hier te blijven slapen.''

In het bureau in de wijk Rahimawa werken vooral Koerden, maar dat betekent niet dat zij de enige agenten zijn in de multi-etnische stad. Na de val van het regime van Saddam Hussein besloot het Amerikaanse bestuur dat Kirkuk voorlopig moest worden bestuurd door alle volkeren die er wonen. Dus bestaat de 2.500 man tellende politiedienst uit Koerden, Arabieren, Turkmenen en christenen. Die samenwerking gaat niet altijd even soepel.

,,De dienst is geïnfiltreerd door de terroristen'', zegt majoor Faraj. Zoals in heel Irak is het niet van alle agenten in Kirkuk duidelijk waar hun loyaliteit ligt. ,,Als wij Koerden op de walkietalkie over code 90 praten, dan betekent dat we alleen via de mobiele telefoon met elkaar moeten praten. Anders luisteren de anderen mee'', zegt Faraj. Blijkbaar is code 90 geregeld van kracht want zijn telefoon rinkelt onophoudelijk. Hij zegt het liever niet, maar het zijn de Arabische agenten die hij vooral niet vertrouwt. ,,Ik wil best met ze samenwerken, maar niet met de Arabieren die hier door Saddam heen zijn gestuurd.''

In de strijd om Kirkuk claimen de grote bevolkingsgroepen de meerderheid in de stad (Koerden zowel als de Arabieren) of de oudste rechten (Turkmenen) te hebben. Er is de laatste decennia veel gerommeld met de bevolkingsopbouw van de stad. De Ba'ath-partij voerde een Arabiseringspolitiek. Tienduizenden Arabieren uit het zuiden werd naar Kirkuk gehaald en tienduizenden Koerden uit de stad verdreven.

,,Ik was een strijder in de bergen tegen de Ba'ath-partij'', zegt majoor Faraj trots. ,,We vochten voor Kirkuk, nu laten we het niet meer gaan.'' Omdat de Koerden samenwerken met de Amerikanen hebben ze bereikt dat alle nieuw gekomen Arabieren voor eind 2007 moeten vertrekken. Het verzet in Kirkuk wordt dan ook georganiseerd door de Arabieren. Koerden zijn hun belangrijkste doelwit.

Politiekolonel Aref wil daar niets van weten. Behendig stuurt hij zijn patrouillewagen richting het politiebureau waar hij leiding geeft aan de 500 agenten van de Emergency Special Unit. Vroeger was het bureau gevestigd in een Koerdische, veiligere wijk, maar Aref, zelf een Koerd, heeft het verplaatst naar de Al-Ba'athwijk. ,,Hier zitten de problemen, hier wonen ex-Ba'ath-leden die alles hebben verloren na de ineenstorting van het regime.''

Zonder blikken of blozen passeert hij geparkeerde tankwagens en grinthopen, bekende plekken voor bomaanslagen. In zijn dienst werken 150 Arabieren en hij vertrouwt ze allemaal. ,,Er zijn al drie van mijn Arabische agenten geliquideerd, dat betekent dat ze niet in het verzet zaten'', zegt Aref, wiens dochter in Nederland woont. ,,Ik hoor klachten van andere Koerden, maar veel mensen overdrijven. De Arabieren zijn agenten, net als wij.'

In het bureau maakt kapitein Akkan Abehymady (29) zich klaar voor een zware nacht. De volgende dag wordt Saddam Hussein berecht en het verzet heeft aanslagen aangekondigd. ,,Het zijn geen vrijheidstrijders, het zijn terroristen'', zegt de sunnitische agent over de opstandelingen. ,,Ze creëren angst en plegen moorden.''

Abehymady was al agent vóór de Amerikaanse inval en meldde zich drie maanden na de omverwerping van het regime weer aan om voor orde te zorgen. Van spanningen tussen de agenten wil hij niets weten. ,,We zijn allen zonen van Kirkuk. Iedereen, Koerden en Arabieren, wil orde in de stad.'' In zijn wijk weet iedereen dat hij voor de politie werkt en toch rijdt hij alleen naar huis. ,,Ik wil geen angst tonen'', zegt Abehymady. ,,Dit land moet worden herbouwd. Als wij het niet doen, wie doet het dan?''

Bijna dagelijks wordt in Kirkuk een agent gedood of een poging daartoe gedaan. Eergisteren nog begroeven politieagenten Arjaman Abdullah. De politieofficier werd voor het huis van zijn zoon neergeschoten. (Foto AFP)


Designvilla's voor de leiders

Iraakse Koerden klagen over vriendjespolitiek en machtsmisbruik

Vooral een kleine groep machthebbers profiteert van de economische opbloei in het Koerdische deel van Noord-Irak. De gewone burgers klagen over corruptie en vriendjespolitiek.

Twee designkeukens glimmen in de showroom van de nieuwe Noord-Iraakse villawijk Dreamcity. Een Koerdisch echtpaar, hij in een double-breasted pak, zij in een gele mantel met bijpassende hoofddoek, laten hun handen over kasten en aanrecht glijden. Over anderhalf jaar moet hun villa aan de rand van de stad Arbil zijn afgebouwd.

Een breed lachende verkoper wringt zich in bochten om alle inbouwapparatuur, hoekkasten en designkranen aan het echtpaar te demonstreren. Van de in totaal 1.200 villa's die straks ten zuiden van Arbil moeten verrijzen, is de helft al verkocht. Met prijzen tussen de 150.000 en 650.000 euro zullen de bewoners van Dreamcity voornamelijk VIPs zijn, zegt makelaar Jabbar Mazem.

Belangrijke personen in Arbil zijn hoge partijleden van de Koerdistan Democratische Partij (KDP), de machthebbers in dit gedeelte van Noord-Irak. Het zal hun in Dreamcity aan niets ontbreken. Er komen scholen, Westerse supermarkten en internetverbindingen. Het complex zal geheel worden omringd met hoge muren en beveiligd door bewakers. ,,Niemand kan zo maar binnenkomen'', verzekert Mazem. ,,Wie hier woont is veilig voor de buitenwereld.''

Niet dat het zo gevaarlijk is in deze hoofdzakelijk door Koerden bewoonde regio waarvan de twee samenstellende delen sinds 1991 door respectievelijk de KDP en de concurrerende Patriottische Unie Koerdistan (PUK) worden bestuurd. Nu het centrale bewind van Saddam Hussein is verdreven door hun Amerikaanse bondgenoten, kent het zelfvertrouwen van deze Koerdische partijen geen grenzen. Megaproject na megaproject wordt gestart. Onlangs is er een internationaal vliegveld geopend in Arbil met vluchten naar Frankfurt en Beiroet. In Sulaymaniya, waar de PUK heerst, wordt gewerkt aan enorme hotels. Er zijn niet alleen verkiezingen voor de Assemblee in Bagdad, maar ook voor het eigen Koerdische parlement. De Amerikaanse president George Bush haalt Koerdistan vaak aan als democratisch en economisch voorbeeld voor heel Irak.

Maar achter de leuzen over voorspoed en democratie groeit de onvrede onder de Koerdische bevolking. De economie groeit, maar vooral een kleine groep machthebbers profiteert daarvan. Met een gemiddeld maandsalaris van 200 euro per maand hebben de meeste Koerden weinig aan de megaprojecten, of ze moeten er een baantje als bewaker krijgen.

Terwijl bulldozers de bouwgrond voor Dreamcity vlak maken, is er in Noord-Irak nog steeds maar een paar uur elektriciteit per dag. Sinds vorige week is er geen benzine verkrijgbaar voor gewone Koerden. Zwarthandelaars die overal staan, verkopen brandstof tegen woekerprijzen. Wie de juiste mensen kent of geld heeft, kan rijden. Grondverkopen en bouwcontracten gaan vrijwel exclusief naar degenen dichtbij de macht. Iedereen hier heeft wel een verhaal over corruptie, vriendjespolitiek of machtsmisbruik door leden van de twee grote partijen.

,,Een leraar mocht een stuk grond kopen nabij het nieuwe vliegveld, maar een paar maanden later werd hij gedwongen het weer terug te verkopen aan de overheid. Tegen hetzelfde bedrag'', vertelt Najad Ahmad (26), eindredacteur van de onafhankelijke Koerdische krant Hawlati. De grond was nodig voor Dreamcity. Afgelopen week was er een vechtpartij op een middelbare school in Arbil. Een van de jongens, zoon van een KDP-lid, haalde er vier militieleden bij die de tegenstander afranselden. ,,Nepotisme is onderdeel van het dagelijks leven'', legt Ahmad uit.

Het politieke leven in Iraaks Koerdistan wordt volledig beheerst door de KDP en PUK. ,,Het probleem is dat de twee partijen en de overheid hier identiek zijn'', zegt dissident Nabas Goran (26). ,,In Koerdistan is er geen burgerschap; je bent partijlid of niet.'' Goran is mede-oprichter van de beweging Tarmaie (Schaduw). De niet-partijgebonden studenten en intellectuelen die lid zijn van Tarmaie, willen corruptie aanpakken en eisen meer inspraak voor gewone burgers.

De Koerden mogen stemmen, dus er is democratie, zo redeneren de machthebbers. Tegelijkertijd weigeren beide partijen nog steeds de twee delen van Iraaks Koerdistan te fuseren tot één bestuursregio; een stap die tot een echte verkiezingsstrijd zou kunnen leiden. Voor de gewone Koerd eindigt democratie bij de stembus. Van rechtszekerheid, scheiding der machten en soms zelfs vrijheid van meningsuiting is geen sprake.

Dat ondervonden de leden van Tarmaie een paar weken geleden. In reactie op een anti-overheidsdemonstratie in de Koerdische stad Kalar wilden 30 leden van de groep ook in Arbil de straat op gaan. Bij de demonstratie in Kalar waren acht mensen gewond door politiekogels, maar het doel van de bijeenkomst, meer uren stroom, werd wel bereikt. ,,Het is ons duidelijk geworden dat de partijen alleen naar burgerlijke ongehoorzaamheid luisteren'', vertelt Goran. Maar demonstreren zonder overheidstoestemming in Arbil is verboden, en achter ,,iedere boom'' stonden veiligheidsagenten. De bijeenkomst moest worden afgeblazen.

Tarmaie staat niet alleen. Sinds de Iraakse parlementsverkiezingen van januari heeft zich een ommezwaai voltrokken onder de Koerdische bevolking. De partijen die vóór de val van Saddam Hussein heilig waren, hebben voor veel mensen in deze vorm afgedaan als serieuze opties voor de toekomst. Veel Koerden zijn hierom niet gaan stemmen in het referendum over de Iraakse grondwet van 15 oktober (al meldde de overheid dat in de provincie Arbil ruim 84 procent was gaan stemmen).

De politieke stemming in Koerdistan is veranderd, vindt eindredacteur Najad Ahmad (26) van de krant Hawlati. ,,De Koerdische burgers hebben het gevoel dat de hele wereld nu naar Irak kijkt, dus veel mensen durven hun mening te uiten.'' De KDP is volgens hem duidelijk geschrokken. Zo is onlangs besloten tot de oprichting van een jongerenparlement. ,,Maar kritische jongeren hebben direct afstand genomen van het initiatief. Met een handtekeningenactie lieten ze weten dat het jongerenparlement de jeugd niet vertegenwoordigt.''

De voorzitter van de fractie van de KDP in het parlement, Nasih Ghafoor Ramadan, kent de klachten van het volk, maar hij wil er niet dieper op ingaan. ,,Mensen hebben het recht om te klagen, maar sommigen overdrijven'', vindt hij. ,,We hebben nu eenmaal problemen met toelevering van benzine en elektriciteit, dat zal nog wel even zo blijven'', zegt een woordvoerder van de partij.

Volgens dissident Goran is verandering onvermijdelijk. ,,Hier is zo lang niets veranderd dat mensen boos en gefrustreerd zijn geworden. Men is kritisch geworden en denkt voor zichzelf'', zegt hij. ,,Daar móet iets uit voortkomen.''

Een groot portret van wijlen Mustafa Barzani, oprichter van de Koerdische Democratische Partij (KDP), hangt in het Koerdische regionale parlement in Arbil. De KDP en de rivaliserende PUK hebben veel steun onder de bevolking verloren. (Foto AFP)


Lachen om de dictator in pak

Iedere Irakees ervaart het proces van zijn vroegere leider Saddam Hussein weer anders. Er is tevredenheid maar ook twijfel.

In twee steden in Noord-Irak werd gisteren verschillend gereageerd op de rechtszaak tegen de Iraakse ex-president Saddam Hussein. In Arbil, dat al vrij is sinds 1991, werd gelachen om de dictator in pak. In Kirkuk, dat pas sinds de Amerikaanse inval van 2003 niet meer onder de macht van de Ba'ath-partij leeft, zaten de wonden dieper.

,,Ik heb niet gekeken, zijn tijd is voorbij. Waarom zou ik nog belangstelling hebben voor zijn kletspraat?'', zegt Mahmood Hassan (27), projectdirecteur van een plaatselijke non-gouvernementele organisatie in Arbil. ,,Ik ben bezig met mijn toekomst, dus ik ga mijn werk er niet voor onderbreken'', legt hij uit.

Zaten veel Irakezen nog aan de buis gekluisterd toen de ex-president in de zomer van 2004 voor het eerst werd voorgeleid, nu was men in Noord-Irak vooral gelaten. ,,Hij was wel grappig. Saddam zat daar alsof het hem niets kon schelen'', vertelt Aso Al Harcy (19), een christen. Het was leuk om de gehele voormalige leiding van de Ba'ath-partij in simpele tulbanden en slippers te zien. ,,Het zijn net mensen.''

Op de bazar van Arbil, de hoofdstad van Noord-Irak, keken voorbijgangers in etalages van elektronicazaken naar televisies. ,,Een van de verdachten, zonder tulband, zei dat ze zijn hoofddoek hadden afgepakt. Daar moest iedereen om lachen'', vertelt Bilal Hama Saleh (26). ,,Geef hem zijn tulband terug, riep iemand voor de grap.''

Maar in Kirkuk, de etnisch verdeelde oliestad waar Arabieren, Koerden, christenen en Turkmenen wonen, is men serieuzer over de rechtszaak. In de regiekamer van de lokale televisiezender `Kirkuk-tv' staan alle negen monitoren op Arabische en Engelstalige kanalen.

,,Zijn proces is een voorbeeld voor alle dictators in het Midden-Oosten. Het beeld van Saddam achter die witte tralies zendt een belangrijke boodschap over heel de wereld. Het laat zien dat misdaden niet onbestraft blijven'', vindt Pachshan Bakr (38) die voor het kanaal het nieuws van de internationale media in de gaten houdt.

Haar collega Tareq Ahmad (30) trekt de legitimiteit van de rechtbank in twijfel. ,,Saddam heeft een punt als hij zegt dat de rechtbank niet onafhankelijk is'', vertelt Ahmad. De Koerd zegt dat er in het nieuwe Irak niets gebeurt zonder toestemming van de Amerikanen. ,,Als ze morgen onze zender zouden willen sluiten, dan doen ze dat.''

Mocht de voormalige Iraakse president levenslang krijgen, dan is dat volgens hem ook een Amerikaanse beslissing. ,,Wij, de Irakezen, willen allemaal dat hij de doodstraf krijgt.'' Zijn collega Pachshan Bakr hoopt dat alle aanklachten tegen Saddam Hussein worden behandeld. ,,Ik verwacht dat de rechtszaak binnen zes maanden is afgelopen. Dan kunnen we allemaal dit hoofdstuk afsluiten.''


`In Irak is iedereen slachtoffer'

PROCES SADDAM HUSSEIN Koerden willen proces

Saddam Hussein moet boeten voor de meer dan honderdduizend Koerden die hij heeft vermoord, vinden de Koerden. De resten van een aantal van zijn slachtoffers keerden deze week terug naar huis.

Met een strak gezicht dragen de gebroeders Taha doodskist na doodskist de startbaan op van de luchthaven van Arbil in het Koerdische deel van Irak. Ismael (23) en zijn broer Mehdad (30) hopen dat de overblijfselen van hun vader zich in één van de vijfhonderd kisten bevinden. Ismael en Mehdad behoren tot de duizenden Iraakse Koerden die naar het vliegveld zijn gekomen om `de 8.000 van Barzan' de laatste eer te bewijzen.

In 1983 nam de Iraakse republikeinse Garde 8.000 mannen mee uit het stadje Barzan, de geboorteplaats van de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd. De Iran-Irak oorlog (1980-1988) was op dat moment op een hoogtepunt. Iran steunde de Koerdische rebellen van Barzan tegen het bewind van de Iraakse Ba'ath-partij. Als straf besloot de Iraakse president het stadje te `ontmannen'. De mannen werden overgebracht naar een gevangenis bij Ramadi. Na de Amerikaanse inval in Irak (2003) werden ze teruggevonden in een massagraf. De meesten waren levend begraven in de woestijn. ,,Ik heb mijn vader nooit gekend'', zegt Ismael, die toen een paar maanden oud was.

Op het vliegveld leggen schoolmeisjes in uniform bloemen op de kisten van de martelaren van Barzan. ,,Welkom terug in de koele schaduw van de Koerdische bergen'', zegt een spreker tegen de overledenen. ,,Jullie zijn dorstig geweest in de woestijn. Laaft jullie aan de waterbronnen van Koerdistan.'' Een oude vrouw wringt zich huilend door de menigte journalisten heen. ,,God, maak me blind'', zegt ze bij het aanzien van de kisten met daarop de rood-wit-groene Koerdische vlag met in het midden een gele zon.

Afgelopen maandag keerden de eerste 500 lichamen van de Barzan-martelaren terug naar Koerdistan. Het is een historische gebeurtenis. Voor het eerst worden zoveel slachtoffers van het regime van de Ba'ath-parij officieel herbegraven. Al twee jaar is men bezig om de mannen terug te brengen naar hun bergstadje. Er is in die tijd veel veranderd. De hoofdman van de Barzani-clan, Massoud Barzani, is geen verzetsstrijder meer, maar president van Iraaks-Koerdistan. Zijn tegenstander, de Iraakse oud-president Saddam Hussein, moet vandaag terecht staan voor een van zijn eerste misdaden tegen het Iraakse volk: de moord op 143 mannen uit het dorpje Dujail, waar in 1982 een aanslag op hem werd gepleegd.

De twee wezen uit Barzan, Ismael en Mehdad, hopen dat Saddam Hussein de doodstraf krijgt. ,,Maar dan wel voor de moord op onze vader, grootvaders en ooms'', zegt Ismael. ,,Dit is de grootste misdaad van Saddam Hussein tegen het Iraakse volk'', zegt Mehdad. ,,Wij willen aandacht voor onze slachtoffers van Saddam.''

Het is dan ook geen toeval dat de eerste resten van de mannen van Barzan juist deze week per vliegtuig worden teruggebracht. De honderden schoolmeisjes in rood-witte schooluniformen, de weduwen van Barzan en de Koerdische hoogwaardigheidsbekleders zijn niet alleen gekomen om de mannen van Barzan de laatste eer te bewijzen. Er zijn zoveel aanklachten tegen de Iraakse ex-president dat shi'ieten, Koerden, sunnieten, Iraakse bannelingen, Iraniërs en individuele personen moeten vechten om hun zaak voor de rechter te krijgen. ,,We vragen de Verenigde Naties om aandacht voor deze genocide'', schalt het uit luidsprekers op het vliegveldterrein.

,,We moeten doorgaan met berechten totdat Saddam Hussein voor iedere misdaad is gestraft'', zegt Nadwah Abdullah van de Koerdische Organisatie voor Anfal en Massagraven'. Anfal is de naam van een vers in de Koran dat verwijst naar `oorlogsbuit'. In 1988 begon Saddam Hussein een uitgebreide campagne tegen de Koerden waarbij hij volgens schattingen 182.000 Koerden liet ombrengen. In een periode van drie jaar werden 4.000 dorpen verwoest en etnisch gezuiverd, soms met gebruik van chemische wapens. De gifgasaanval op het dorpje Halabja op 16 maart 1988 kostte 5.000 Koerdische burgers het leven.

,,Als de Iraakse overheid de rechtszaak afraffelt, gaan we in hoger beroep'', zegt Abdullah. Hoeveel tijd dat in beslag gaat nemen, kan haar niet schelen. ,,In Irak is iedereen slachtoffer en iedereen heeft recht op gerechtigheid.''


Een democratische verdwijntruc in Iraaks Koerdistan

Irak

Het is doodstil bij het stembureau in het Iraaks-Koerdische stadje Bnaslawa. Het referendum over de nieuwe grondwet is al in volle gang, maar kiezers zijn er niet. Soldaten zitten achter een boomstam die over de weg is gelegd als bescherming tegen bomauto's. Ze signaleren dat wie er voorbij wil, een stukje door de berm moet rijden. De kleurige linten die opgewonden kiezers in het gareel moeten houden, wapperen vrolijk in de wind.

In Iraaks Koerdistan had zaterdag een democratische verdwijntruc plaats. Aan het einde van de referendumdag waren de stembussen vol, maar kiezers hadden zich maar weinig laten zien.

Tijdens de parlementsverkiezingen van 30 januari stonden er rijen van tientallen meters voor de ingangen van de stembureaus. De opkomst bedroeg toen meer dan 90 procent. Maar dit weekeinde, bijna negen maanden later, zijn de Koerden toch maar weer thuis gebleven, zo lijkt het.

Verkiezingsfunctionaris Azad Abdulkader in Bnaslawa is ook wat verbaasd over het wegblijven van het electoraat. Maar hij herstelt zich snel: ,,Het is de vastenmaand ramadan, dus de meeste mensen zijn vroeg gekomen.'' Het is elf uur 's ochtends. ,,Ze zijn tussen zeven en negen gekomen, dus u hebt ze net gemist'', besluit hij.

In de zes lokalen van de Besser Ali-basisschool zitten opgemaakte Koerdische vrouwen en mannen in pak te wachten op kiezers. Op de tafels voor hen staan stembussen die al half vol zitten. ,,Er zijn 's ochtends héél veel mensen gekomen'', benadrukt Abdulkader die in het dagelijks leven jurist is.

Op hetzelfde moment stemde de Koerdische leider Masud Barzani in zijn bergkasteel ten noorden van Arbil. Hij weet al hoe het gaat worden. ,,We hebben ja gezegd tegen deze grondwet'', zegt hij tegen journalisten. ,,Ik ben erg blij omdat ik berichten heb ontvangen en op de televisie heb gezien dat er een heel goede opkomst is in heel Irak, en met name in Koerdistan. Al deze stemmen zijn naar we aannemen ja-stemmen'', zegt hij tien uur voor de stembureaus sluiten.

In de Koerdische hoofdstad Arbil, tien kilometer verderop, blaast een warme wind door de straten. Winkels zijn gesloten, de kiezers zitten thuis. In vrijwel alle stembureaus heerst hetzelfde beeld. Voor de ingang zitten verveelde bewakers, binnen is het een drukte van belang. Het zijn alleen geen kiezers die de gangen bevolken, maar hele legers verkiezingsofficials. En de stembussen; die zitten al lekker vol.

Overal hebben we de stemgerechtigden net gemist. ,,Er waren zojuist nog drie bussen'', zegt een van de functionarissen. ,,Tijdens de Ramadan komt iedereen aan het eind van de middag'', verklaart een ander. ,,We hadden lange rijen, maar die zijn net opgelost'', zegt een derde.

Een cameraploeg van de BBC verblijft de hele dag in hetzelfde stembureau. Ook daar gebeuren rare dingen. ,,Rond het middaguur stond de opkomst op 45 procent, maar tegen sluitingstijd meldde onze verkiezingsfunctionaris plotseling dat 90 procent van de kiezers was gekomen. Maar in de tussentijd was het echt niet drukker geworden'', zegt een van de journalisten verbaasd.

Tegen vijven, als de stemlokalen de deuren sluiten, zijn in de Halo-school de stembriefjes zelfs op. ,,Er zijn al 3.900 mensen geweest, maar jullie hebben ze net gemist'', zegt Hammad Ahmed. Hij is lid van Barzani's Koerdistan Democratische Partij (KDP), die de dienst uitmaakt in Arbil.

,,Het is dit keer veel drukker dan tijdens de parlementsverkiezingen, mensen willen wel stemmen maar kunnen dat niet doen omdat we geen biljetten meer hebben'', voegt Ahmed eraan toe. Om hem heen staan tien kiezers en twintig verkiezingsfunctionarissen. Internationale waarnemers zijn er in heel Iraaks Koerdistan niet.

Net voor de klok vijf slaat, arriveert een nieuwe lading stembiljetten. De verzamelde tien kiezers vullen ze snel in. ,,Vanuit Bagdad hebben ze express te weinig stembiljetten gestuurd om de Koerden hun stemrecht te ontzeggen'', legt Ahmed uit. Daar is iedereen in de school het mee eens.

Journalisten van de onafhankelijke Koerdische krant Hewlati is de toegang tot de stembureaus ontzegd. ,,We mochten niet naar binnen omdat we tijdens de vorige verkiezingen te kritisch waren geweest'', zegt Najad Ahmed, eindredacteur van de krant. ,,Wij schatten dat er in de ochtend een opkomst was van 15 procent en in de middag liep dat op naar maximaal 60 procent.''

De dag na het referendum zit Kamal Hussein Ghambal alweer achter zijn bureau in het hoofdkwartier van de `Hogere commissie voor de verkiezingen', de officiële instantie die toezicht moet houden op de stembusgang. Ghambal is hoofd van de afdeling Arbil en draagt een speldje met de Koerdische vlag op zijn revers.

,,Ik kan verklappen dat 98 procent vóór de grondwet heeft gestemd'', zegt hij. Maar hij kan nog niet vertellen hoe hoog de opkomst was. ,,Maar die was héél hoog, dat weet ik wel.''

Volgens het centrale bureau van de commissie in Bagdad is in dit deel van Iraaks Koerdistan ruwweg een derde van de bevolking komen stemmen. Volgens de eerste schatting ongeveer 33 procent.

Maar Ghambal gelooft dat niet. ,,Dat is ze dan vast verteld door journalisten met slechte informatie”, zegt hij. ,,Want hier in Koerdistan heeft iedereen gestemd.''


`Tegen als vrouw, maar voor als Koerd'

In Iraaks Koerdistan heerst over het algemeen tevredenheid over de nieuwe grondwet, die het gebied immers grote autonomie biedt.

Het is lunchtijd in de kantine van de universiteit van Arbil. Het mag dan wel de islamitische vastenmaand Ramadan zijn, veel studenten in deze Noord-Iraakse provinciestad eten toch hun broodjes, roken en drinken terwijl de zon nog aan de hemel staat. ,,Hier in Iraaks-Koerdistan mag iedereen zelf weten of hij vast of niet'', verklaart Hawker Salah (19). ,,Hier zijn we veel vrijer dan in de rest van het land.''

Met de rest van het land bedoelt hij het shi'itische zuiden en de sunnitische provincies. Sinds de omverwerping van het seculiere regime van Saddam Husseins Ba'athpartij zijn die regio's in rap tempo geïslamiseerd. Vrouwen worden gedwongen hoofddoeken te dragen. Drankwinkels van christenen zijn systematisch platgebrand. En overal zijn geestelijken politici geworden.

Voor de Koerd Salah is het dus vanzelfsprekend dat hij gaat stemmen in het referendum van morgen over de nieuwe grondwet. ,,Het gaat om onze vrijheid'', verklaart hij met een Pepsi in zijn hand. En hij stemt voor het compromis tussen allerlei bevolkingsgroepen dat de grondwet uiteindelijk is geworden. ,,Er is tenminste in vastgelegd wat onze Koerdische rechten en vrijheden zijn. Ik ben het niet met alle artikelen van de grondwet eens, maar daar kan ik toch niets aan veranderen'', zegt Salah.

Islam en democratie vechten om de hoofdrol in de nieuwe Iraakse grondwet, samen met de kwestie van het federalisme waar de Koerden zo aan hechten. De bijrollen gaan naar strijdpunten als de macht van milities, het bestuur van de multi-etnische oliestad Kirkuk en de positie van minderheden in Irak. Iedere groepering, partij of minderheid heeft wel een eigen artikel of punt dat absoluut anders moet.

Voor Qaspa Sabir Aziz (29) staat er veel op het spel. Zonder hoofddoek en behangen met gouden sieraden wandelt ze het kantoor van haar vrouwenorganisatie Rasan binnen. In Iraaks Koerdistan is er nog heel veel te verbeteren aan de positie van vrouwen, vindt ze. Maar de nieuwe grondwet is op dit moment urgenter. ,,Het is duidelijk dat deze basiswetten zijn ontworpen door mannen. Het Iraakse familierecht wordt straks totaal anti-vrouw.''

Aziz doelt op artikel 2 van de nieuwe grondwet: De islam is de officiële religie van de staat en is een fundamentele bron van wetgeving. Vooral is ze tegen artikel 2a: ,,Geen wet kan worden doorgevoerd die in tegenspraak is met de onbetwiste grondbeginselen van de islam.'' Het artikel heeft directe gevolgen voor erfrecht, voogdij en echtscheiding. Aziz: ,,In al deze gevallen krijgen mannen straks meer rechten.'' Nu nog kan Aziz zelf een echtscheiding aanvragen volgens de oude grondwet, straks kan dat niet meer. ,,Bij rechtszaken geldt de getuigenis van een vrouw voor de helft, terwijl die van een man wel volwaardig is. Dit zijn ideeën van honderden jaren geleden'', zegt ze verontwaardigd. Ze weet nog niet of ze voor of tegen gaat stemmen. ,,Als vrouw wil ik tegen stemmen, maar als Koerd voor; het is een duivels dilemma.''

Van Nasih Ghafoor Ramadan moet iedere Koerd voor de grondwet stemmen. Hij is dan ook voorzitter van de fractie van de Koerdistan Democratische Partij in het Koerdische regionale parlement. Ramadan kan de grondwet bijna uit zijn hoofd reciteren. ,,We hebben het onderste uit de kan gehaald. De fundamentalisten wilden dat de islam de basis voor alles werd. Nu is het alleen een `fundamentele bron'. Dat hebben de Koerden bereikt.''

Ramadan somt een eindeloze rij successen op: Koerdistan krijgt vergaande autonomie binnen Irak. De Koerden kunnen straks hun militie behouden, terwijl de andere groeperingen dat niet mogen. De status van oliestad Kirkuk, die door de Koerden wordt geclaimd, moet voor 2008 zijn bepaald. Koerdisch wordt de tweede officiële taal in Irak. ,,De grondwet zet de grote lijnen uit, de details volgen later'', zegt Ramadan.

Iedere groep heeft zijn eigen ideeën bij de invulling die aan de artikelen van de grondwet moet worden gegeven. ,,Dit artikel moet je zo interpreteren'', zegt Ramadan herhaaldelijk. Of: ,,punt 58 maakt duidelijk dat...'' Hij geeft toe dat de toepassing van de grondwet nog een hele strijd gaat worden. Maar: ,,We moeten het proberen, want deze grondwet is een goede basis voor onze zelfbeschikking in Koerdistan'', vindt Ramadan, die zich weinig zorgen maakt over de rest van Irak.

Mocht het misgaan met de Iraakse grondwet dan hebben de Koerden nog een troef achter de hand. ,,Wij zijn hier bezig met onze eigen Koerdische grondwet. Als de andere groeperingen straks iets proberen te veranderen dat ons niet zint, behouden we ons het recht voor zonder hen verder te gaan'', zegt Ramadan. ,,Dat zetten we in onze eigen grondwet. Die wordt ook heel belangrijk.''

Iraakse voedseldistributeurs krijgen exemplaren van de Iraakse grondwet. Die zijn de afgelopen dagen onder de bevolking verspreid samen met de maandelijkse voedselrantsoenen. Morgen heeft het referendum over de grondwet plaats. (Foto AP)


Justitie hoort slachtoffers gifgas Iran

In zaak tegen Frans van A.

Een team van het openbaar ministerie heeft de afgelopen tien dagen in Iran tientallen slachtoffers van gifgasaanvallen gesproken in de voorbereiding van de rechtszaak tegen de vermeende Nederlandse gifgas-handelaar Frans van A.

De gesprekken van medewerkers van het landelijk parket, onder leiding van officier van justitie Fred Teeven, moeten het fundament gaan vormen in de rechtszaak tegen Van A. De 62-jarige Van A. wordt verdacht van het leveren van grondstoffen voor gifgas aan de Iraakse ex-president Saddam Hussein. De Iraakse gifgasaanvallen in Iran vonden plaats tijdens de Iran-Irak oorlog (1980-1988). Van A. werd op zes december vorige jaar opgepakt in een woning in Amsterdam.

Teeven en zijn team werden in het Iraans-Koerdische grensdorpje Sardasht door meer dan tweeduizend mensen begroet. Sardasht werd op 28 juni 1987 bestookt met mosterdgas. Er vielen direct tientallen doden en meer dan honderd burgers stierven later aan de gevolgen van de aanval.

Van A. wordt ervan verdacht thiodiglycol te hebben geleverd, het hoofdbestanddelen voor mosterdgas. Omdat export van deze en andere chemicaliën pas in 1985 werd verboden in Nederland, concentreert het openbaar ministerie (OM) zich op gifgas-aanvallen na die datum. Er wordt met burger- en militaire slachtoffers gepraat omdat het OM in beide gevallen uitgaat van een oorlogsmisdaad.

Dr. Shahriar Khateri, voorzitter van het comité voor steun aan slachtoffers van chemische wapens in Iran, hoopt dat als Van A. wordt veroordeeld, de gifaanvallen op Iran worden toegevoegd aan de aanklacht tegen Saddam Hussein. Op dit moment wordt de voormalige Iraakse leider beschuldigd van een gifgas-aanval op het Iraaks-Koeridsche dorpje Helabja, maar niet op de aanvallen tegen Iraanse burgers en soldaten.

Ondanks het feit dat er geen rechtshulp verdrag tussen Iran en Nederland bestaat, zijn Teeven en zijn team uitgenodigd door de Iraanse overheid. Het is de eerste keer dat een Europees land een van zijn eigen landgenoten aangeklaagd wegens de verkoop van gifgas-ingredienten. De verdediging van Van A. heeft geklaagd dat ze niet over gelijke middelen beschikken om hun cliënt te verdedigen. Er komt daarom waarschijnlijk nog een reis waarbij de verdediging ook mee kan.

In Iran zijn ongeveer 6000 slachtoffers gevallen door de Iraakse gasaanvallen tijdens de oorlog. Meer dan 100.000 mensen hebben nog steeds ernstige gezondheidsproblemen, zoals afwijkingen aan het zenuwstel, huidproblemen en zware oogklachten. Vrijwel wekelijks overlijden er nog mensen na een lang en pijnlijk ziekbed.


De sunnieten van Kirkuk wrokken

Na de Amerikaanse invasie van Irak zijn in Kirkuk de rollen omgedraaid. Koerden, slachtoffer van Saddam Husseins Arabiseringspolitiek, keren terug, en de sunnieten voelen zich nu gediscrimineerd.

Werkloze jongemannen schuilen onder een afdakje voor de regen die op Al-Arusha neerdaalt, een sunnitische wijk in het zuiden van de Noord-Iraakse stad Kirkuk. Amerikaanse humvee-terreinwagens hebben net hun ronde gemaakt door de wijk. Gisternacht werd nog iemand van zijn bed gelicht.

Terwijl wereldleiders zich verheugen over de hoge opkomst bij de verkiezingen van zondag in Irak, zetten de sunnitische Arabieren van Al-Arusha zich schrap voor wat de toekomst zal brengen. Een ding is zeker: zíj hebben niet gestemd, dus in het nieuwe Iraakse parlement zullen ze niets te zeggen krijgen.

,,De verkiezingen zijn onderdeel van het Amerikaanse plan om Irak op te delen'', zegt `Jasm' (23), die zijn echte naam niet wil geven. ,,We geloven niet in de grondwet die ze gaan opstellen, die is door de Verenigde Staten bedacht'', vertelt hij. Samen met een paar andere inwoners van Al-Arusha zit hij in de woning van sjeik Ibrahim, de wijkoudste. Thee en koekjes gaan rond, de mannen zitten gehurkt op kussens op de grond. Oliekacheltjes verwarmen de ruimte.

Het leven in Kirkuk is veranderd sinds de Amerikaanse invasie in het land in 2003. Vroeger, in de tijd van Saddam Hussein, kon een Arabier rustig naar de bazaar gaan om boodschappen te doen. ,,Maar nu word je met de nek aangekeken'', zegt Jasm. Laatst stond hij in de rij voor een loket in het gemeentehuis. Toen een Koerdische bewaker Jasm opmerkte met zijn geblokte hoofddoek en lange jurk, werd hij direct naar buiten gestuurd. ,,Arabieren horen hier niet'', zei de agent. Verbolgen reed Jasm weer terug naar Al-Arusha. ,,Ik voel me geen Irakees meer in mijn eigen land, de vreemdelingen hebben de macht overgenomen'', zegt Jasm boos.

`De vreemdelingen' zijn de tienduizenden Koerden die na de val van Saddam Hussein zich weer in de stad hebben gevestigd. Sinds 1972 voerde de Saddams Ba'ath-Partij een actieve Arabiseringspolitiek, waarbij Koerdische stadbewoners werden `herplaatst' naar andere steden. Arabieren werden met geldbonussen naar Kirkuk gelokt. Dit om de olievoorraden onder de stad voor eeuwig te kunnen claimen voor de sunnitische machthebbers van Irak.

Maar na de Amerikaanse inval zijn de rollen omgedraaid. Waren het vroeger de Koerden en de shi'itische moslims die werden gediscrimineerd, nu hebben de sunnieten het gevoel dat ze onder een apartheidsregime leven.

Het begon met de terugkeer van de Koerden. ,,Twee van mijn familieleden zijn vermoord toen de Koerden hun woningen kwamen opeisen'', vertelt sjeik Ibrahim. Ze woonden in de wijk Qadissia waar direct na de oorlog in 2003 duizenden Arabieren uit hun huizen werden gejaagd door Koerden die claimden er vóór hun gedwongen uitzetting te hebben gewoond. ,,Ze zeiden: verkoop je huis of we vermoorden je'', vertelt Ibrahim van onder zijn zware snor. Met steun van de Koerdische militie veranderden hele straten binnen enkele dagen van bewoners. ,,In onze wijk durfden ze niet binnen te trekken'', zegt Jasm. ,,We hebben hier van het begin af aan verzet gepleegd tegen de Koerden. En dat blijven we doen.''

Politiegeweld, discriminatie in winkels, voor overheidsbanen en op straat. De sunnieten hebben het zwaar in het nieuwe Irak. De vertegenwoordiger van de sunnieten van Kirkuk, sjeik Abdelrahman al-Assi, praat na over de verkiezingen in een rokerige kamer in het kantoor van de enige Arabische partij die meedeed aan de verkiezingen.

,,Op het laatste moment werden er 45 extra stembureaus in het Koerdische deel opgericht'', zegt Al-Assi. Maar in zijn dorp Hawija waren juist te weinig stembussen. ,,Waar denk je dat die zijn heen gebracht?!'', vraagt hij. ,,Naar de Koerden natuurlijk!'' En dan het Koerdische (onofficiële) onafhankelijkheidsreferendum: ,,Het is illegaal, stel je voor dat iedereen dat zomaar doet, dan blijft er niets over van Irak!''

De Arabische sunnieten voelen zich buitengesloten uit de maatschappij. ,,De Koerdische politie stelt lukraak rapporten op over zogenaamde sunnitische terroristen, mensen worden opgepakt zonder enige vorm van bewijs'', vertelt Al-Assi. ,,Ga naar het ziekenhuis van Kirkuk in Arabische kleding. Je wordt behandeld als een tweederangsburger.'' Op de Amerikanen hoeven ze niet te rekenen. ,,Die luisteren alleen maar naar de Koerden, hun bondgenoten, onze broeders'', zegt Al-Assi spottend.

Teleurgesteld in de omringende sunnitische landen, kijkt Al-Assi nu naar Turkije voor hulp. ,,De Turken zijn de enigen die Kirkuk kunnen helpen'', denken Al-Assi en de andere sunnieten in de kamer. Turkije heeft de laatste dagen bij herhaling onderstreept zich zorgen te maken over het groeiende Koerdische zelfbewustzijn en hun claims op Kirkuk.

Over het voornamelijk sunnitische verzet in Irak praten de sjeiks liever niet. ,,We mogen niets zeggen over de militaire operaties'', vertelt een van hen. Vandaag werden twaalf Iraakse soldaten nabij Kirkuk vermoord, in de buurt van de dorpen waar voornamelijk sunnieten wonen.

Het schrikbeeld van de sunnieten is dat ze worden verdreven uit Kirkuk. Met Hassan Asi al-Haddidi is dat al gebeurd. Hij en zijn 40 familieleden werden na de oorlog door Koerden weggestuurd van hun boerderijen ten noorden van Kirkuk. Nu woont hij bij een neef in huis in het centrum van de stad. Op tafel liggen de eigendomspapieren van zijn landerijen, maar de Koerden hadden er geen interesse voor. ,,We hebben alles eerlijk gekocht van de Iraakse overheid. Er hebben daar nooit Koerden gewoond'', vertelt hij.

Of er over 20 jaar nog sunnieten in Kirkuk wonen, weet Al-Haddidi niet. ,,Het hangt af van de politiek. Maar we zullen niet zonder slag of stoot vertrekken.''

Sjeik Abdelrahman al-Assi (links) praat met andere sunnitische Arabieren over de Iraakse verkiezingen van zondag en de toekomst van de sunnieten. (Foto Newsha Tavakolian)


Iraks zwarte verleden ligt nu achter ons

In het noorden en zuiden van Irak waren de verkiezingen voor een parlement een feest.

Voor de shi'ieten en Koerden van Irak, samen een kleine 80 procent van de bevolking, waren de verkiezingen van gisteren een feest – ondanks de draconische veiligheidsmaatregelen. In de zuidelijke stad Basra steekt ingenieur Sabah trots zijn donkergekleurde vinger op – het onuitwisbare bewijs dat hij heeft gestemd – en hij zegt: ,,Dit is het teken van de overwinning. Het markeert het feit dat het zwarte verleden nu achter ons ligt en dat wij een nieuwe toekomst tegemoetgaan.'' Hij straalt trots en optimisme uit.

In het Koerdische deel van de noordelijke oliestad Kirkuk staan honderden uitgelaten mensen op straat. Muziek en geweerschoten strijden om de aandacht, terwijl mensen de Koerdische vlag kussen en in de lucht houden. In de sunnitisch-Arabische en Turkmeense wijken in de stad is het verdacht rustig. Daar is niemand blij met de waarschijnlijke Koerdische overwinning hier. Hun houding weerspiegelt de opstelling van veel leden van de sunnitische minderheid in Irak: in het hart van hun gebied, in Midden-Irak, was geen sprake van enig feest. In steden als Ramadi en Samarra, bolwerken van het verzet tegen de nieuwe werkelijkheid van shi'itische politieke dominantie en groeiend Koerdisch zelfbewustzijn, is zelfs helemaal niet gestemd.

In de Koerdische wijken van Kirkuk zijn de conclusies al getrokken. Hoewel de verkiezingen nog bezig zijn, en autorijden zonder toestemming streng verboden is, stappen tientallen mensen in hun auto om luid toeterend door de bemodderde straten te rijden. ,,We moeten ze stoppen voordat de Amerikanen ze neerschieten'', roept een Koerdische politieman, terwijl ook bij hem nationalistische Koerdische muziek luid uit de auto klinkt.

De verkiezingen in Noord-Irak zijn een overweldigend feest voor de Koerden. Hun `Verenigde Koerdische Lijst' stevent dan ook op een grote overwinning af in het noorden. Een verrassing is dat niet. ,,Ik ben een Koerd, dus ik stem op de Koerdische lijst'', zegt soldaat Bakhtiar Hassan Ali (20). ,,En dat doet iedereen hier'', zegt hij zelfverzekerd. Met zijn machinegeweer in de hand houdt Ali de rij wachtenden in de gaten. Het is erg druk voor `zijn' stembureau in de wijk Tijara in Arbil, de hoofdstad van Koerdistan. Een kromgebogen oude dame schuifelt voorbij, vergezeld door haar kleindochter. Vrouwen in traditionele, goudkleurige lange Koerdische jurken wachten geduldig op het moment dat ze hun handtekening mogen zetten. De rij vrouwen is even lang als die van de mannen.

[vervolg VERKIEZINGEN: pagina 5]

VERKIEZINGEN

'Geboortedag van het nieuwe Irak'

[vervolg van pagina 1]

Het lijkt wel of de hele stad is uitgelopen. Geruchten over aanslagen doen de ronde maar niemand denkt aan vertrekken. ,,Als ik vandaag sterf, sterf ik voor mijn land'', zegt de journalist Zaman Ghinesuri (39). ,,Of mijn land Irak is? Nee, ik bedoel Koerdistan. Als we nu massaal stemmen voor het Iraakse parlement, krijgen we straks veel invloed op de grondwet die door het nieuwe parlement wordt opgesteld.''

De veiligheidsmaatregelen zijn extreem. Omar Sharif Mohammad (27) is hoofd-beveiliging van het stemlokaal. Hoewel hij aan de overkant van de straat bij zijn ouders woont, slaapt de roodharige Koerd al zeven dagen in het schoolgebouw waar de wijkbewoners vandaag hun stem uitbrengen. ,,Ik heb zelfs mijn eigen vader gefouilleerd'', zegt hij streng. ,,Gisteren werd er verderop geschoten, maar ik heb mijn post niet verlaten'', zegt hij. ,,Wie weet is het een afleidingsmanouvre om hier een explosief te verstoppen.''

De stembussen voor het nationale parlement, de provinciale verkiezingen en de regionale Koerdische verkiezingen zitten al snel vol. Buiten het stemlokaal kan nog een keer gekozen worden, en wel voor de diepe wens van de Koerden. ,,Wilt u in een land wonen samen met Arabieren?'', vraagt Hemen (20) aan de mensen die het stemlokaal verlaten. De jonge man is vrijwilliger voor het `Koerdisch Nationaal Referendum' over de toekomst van het land, een particulier initatief dat onofficieel wordt gesteund door de Koerdische partijen. ,,De mensen kunnen stemmen voor Koerdistan als regio van Irak of voor een onafhankelijke eigen staat'', legt Hemen uit.

,,Natuurlijk wil ik niet in een land wonen met Arabieren!'', zegt een vrouw van middelbare leeftijd. Met een vingerafdruk stempelen de meesten op het hokje naast de Koerdische vlag: voor onafhankelijkheid. Maar Turkmeen Erkan Mohammed (30) stemt tégen afscheiding. Hij kruist het hokje naast de Iraakse driekleur aan. ,,Er zijn geen verschillen binnen Irak, we zijn allemaal één volk.''

In Basra, op één grootste stad van het land, begint verkiezingsdag met het oorverdovende gedonder van een aantal laag over het centrum van stad scheurende Amerikaanse F16-gevechtsvliegtuigen. In de stad zelf zijn zoals overal in het land de veiligheidsmaatregelen bij het opengaan van de stembureaus uiterst streng. Alle gemotoriseerde verkeer is verboden en zelfs fietsen mag niet. Alleen de politie en het leger beschikken over transportmiddelen.

Bij de meeste tot kieslokalen omgetoverde scholen is het een drukte van belang; de opkomst kan alleen als massaal omschreven worden. In dichte drommen bijeengepakt schuifelen lange rijen mannen en vrouwen naar voren. In de Al-Jumhuriya-school staan de families gewoon bijeen in één grote rij, maar in de Al-Ashar-meisjesschool staan de vrouwen in aparte rijen. De meesten zijn in het zwart gehuld, sommigen helemaal gesluierd in de lange chador, de meesten gewoon met een zwarte hoofddoek. Maar er zijn ook wat vrouwen die bloothoofds zijn gekomen.

In de Jumhuriya-school is de jonge christen Adham erg enthousiast over de verkiezingen. ,,Dit is voor ons allemaal een heel belangrijke dag, voor alle Irakezen. Ik ga voor [interim-premier] Allawi stemmen, en mijn familie ook. Wij vinden dat hij precies verwoordt wat alle Irakezen willen. Vooral de veiligheidstoestand moet verbeteren, en wij geloven hem als hij zegt dat hij staat voor een sterke leiding die zorgt voor een betere toekomst.'' Adham is in Basra geboren, net als zijn vader en diens vader. ,,Wij voelen ons goed thuis in Basra, ook al zijn wij een kleine minderheid van 10.000 zielen.''

In de Ashar-school is het al even druk. De school staat in een zijstraatje van de grote al-Istiqlal straat (de Onafhankelijkheidsstraat) en daar moet je eerst voorbij een wegversperring van de politie en langs een controlepost van het Iraakse leger. De veiligheidstroepen zijn op hun hoede. Iedere beweging wordt met een machinegeweer op een open terreinwagen gevolgd. En ook op het dak van de school zijn politieagenten met kalasjnikov-geweren te zien. Om de vijftig meter wordt iedereen die op weg is naar het stembureau opnieuw gecontroleerd of nog maar eens gefouilleerd. Bij het binnengaan van het bureau moeten voor de deur mobiele telefoontoestellen, recorders, zakmessen en dergelijke worden achtergelaten.

Voor Diya Mahdi Saleh, telg uit een shi'itische familie, is dit zeker een belangrijke dag: ,,We zullen nu eindelijk van de bezettingsmacht bevrijd worden. Wij willen in vrijheid leven en Iyad Allawi en zijn lijst zullen ervoor zorgen dat de Amerikaanse en andere multinationale troepen ons land verlaten, en dan kunnen zij voor al onze overige problemen een oplossing zoeken. Geen enkel land kan stabiel zijn onder een bezetting'', zegt hij. Hij is ervan overtuigd dat lijst 285 van Allawi het van de andere wint. ,,Mijn vrouw en familie, en ook al mijn vrienden en collega's gaan allemaal voor hem stemmen.''

Hussein Ali Maki is een van de laatsten die hier zijn stem uitbrengt. Hij is 50 jaar oud, vader van zeven kinderen en kapitein in de handelsvloot. ,,De veiligheidstoestand zal er zeker op verbeteren als deze verkiezingen geloofwaardig zijn'', meent hij. ,,We moeten de Amerikanen dankbaar zijn dat ze ons van Saddam Husseins juk hebben verlost, maar ze moeten niet langer blijven dan nodig is, dat wil zeggen tot wij zelf in staat zijn om met ons leger en de politie de toestand in heel het land onder controle te houden. Daar zijn we nu nog niet, maar ze moeten er wel snel naar toe werken. Als ze op tijd vertrekken blijven we goede vrienden, maar als ze langer blijven komen er hier echt moeilijkheden voor alle betrokkenen.''

,,Nee, ik zeg niet voor wie ik heb gestemd. Ik stem voor heel Irak.'' Hij glimlacht gul: ,,Dit is de geboortedag van het nieuwe Irak''.

Kiezers in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk werden vier keer gecontroleerd voordat ze hun stem uit konden brengen. (Foto Newsha Tavakolian)


In Kirkuk is niemand een Irakees

Morgen worden in Irak verkiezingen gehouden. In Kirkuk, dat wordt opgeëist door Koerden, Arabieren en Turkmenen, bedreigen ze de broze vrede.

In wat nu al een grijs verleden lijkt, was de sunnitische sjeik Ghassan Nuzhir al-Assi volksvertegenwoordiger in het nationale parlement van Irak. Voordat de Amerikanen in 2003 het land binnenvielen was hij een gerespecteerde hoogwaardigheidsbekleder, als vertegenwoordiger van de oliestad Kirkuk.

Nu zit hij met negen andere sjeiks in traditioneel gewaad op plastic stoelen in een dorre tuin, ergens in de stad. Een kantoor heeft hij niet meer. Dat is ,,ingepikt'', zegt hij, door de Koerden die in het kielzog van de Amerikaanse invasie in april 2003 de stad innamen.

De sjeiks bevinden zich op de binnenplaats van het kantoor van de enig overgebleven onafhankelijke sunnitische partij die morgen in Kirkuk aan de Iraakse verkiezingen meedoet. Een paar campagnemedewerkers van de `Iraakse Republikeinse Groep' zijn in de weer met posters en stickers. De Iraakse nationale vlag is hun partijembleem en de leus `Kirkuk voor alle Irakezen' is hun stemmentrekker.

Probleem is dat er in Kirkuk nog maar weinig Irakezen te vinden zijn. Sinds de oorlog is iedereen er sunniet, shi'iet, Koerd of Turkmeen. Hele wijken hullen zich in de kleur van hun nationaliteit of geloof. Shi'ieten hebben zwarte vlaggen aan hun auto's hangen, als teken dat ze nog steeds rouwen om hun in 680 gestorven Imam Hussein. De Koerden versieren hun woningen met hun rood-wit-groene vlag met zon, de semi-officiële driekleur van Koerdistan. De Turkmenen verven hun partijkantoren helemaal blauw en rijden in colonnes door de stad, zwaaiend met hun blauwe vlag met halve maan en sterren. Soms schieten ze in de lucht. De sunnieten, decennialang de machthebbers in Irak, moeten het doen met de Iraakse nationale vlag, waar niemand meer aandacht aan schijnt te schenken. Het Iraakse verzet lijkt hun grootste bondgenoot.

Na de oorlog besloot sjeik Assi dat Irak, en Kirkuk in het bijzonder, niet gebaat zou zijn bij zijn afwezigheid in de politiek. Aangezien hij voor de oorlog `onafhankelijk' volksvertegenwoordiger was, geen lid van de inmiddels verboden Ba'ath-partij van Saddam Hussein, meldde hij zich bij de Amerikanen om Kirkuk te redden.

Drie maanden lang zat Assi in het nieuwe, tijdelijke bestuur van de stad, dat was samengesteld op basis van afkomst. De Koerden hadden de meeste zetels, gevolgd door de andere groepen. Dat democratie de wil van de meerderheid is, begon Assi al snel te irriteren. ,,Steeds weer begonnen de Koerden te klagen over de Arabieren die allemaal dieven en moordenaars zouden zijn'', vertelt Assi. De gezichten achter de zonnebrillen van de andere sjeiks verstarren. ,,De Amerikanen luisterden alleen naar de Koerden en niemand luisterde naar ons. We kregen niets gedaan, dus heb ik de raad verlaten.

,,En daarnaast vormen de Koerden helemaal geen meerderheid in de provincie Kirkuk'', verzucht sjeik Assi.

[vervolg VERKIEZINGEN: pagina 5]

VERKIEZINGEN

Allemaal willen ze Kirkuk

[vervolg van pagina1]

,,In 1997 is er een volkstelling gehouden. Daaruit bleek dat ze maar 10 procent van de inwoners uitmaken. Dat tegenover 58 procent Arabieren.''

Naast de verschillende kleuren die de verschillende bevolkingsgroepen in Kirkuk met zich meedragen, bezit ook iedereen een andere kijk op feiten en cijfers in de stad. Koerden gebruiken statistieken van een Ottomaanse encyclopedie die moeten bewijzen dat zij tegen het einde van de 19de eeuw de meerderheid uitmaakten. De Arabiseringpolitiek van Saddam Husseins Ba'ath-partij heeft volgens hen de balans in Kirkuk veranderd. Koerden moesten gedwongen vertrekken, en hun huizen werden ingenomen door Arabieren. De Koerdische vice-gouverneur van de stad heeft onlangs gezegd dat er ,,300.000 Koerden zijn verjaagd en er nu dus 300.000 Arabieren moeten vertrekken.'' De Arabieren op hun beurt verwijzen naar de laatste volkstelling.

,,Maar wij hebben het échte bewijs van wie de oudste rechten in Kirkuk heeft'', zegt Yaoz Omar Adil, president van het Iraakse Turkeense Front in Kirkuk. Triomfantelijk vouwt hij een oude kaart open, met plakband bijeen gehouden. ,,Hier staat dat in de elfde eeuw de Turkmenen de meerderheid vormden. Dus wie heeft hier nou de oudste rechten!?''

De andere mannen in de kamer knikken instemmend. Buiten staan gewapende mannen voor de deur van het partijgebouw. Vorige maand nog is een van de Turkmenen doodgeschoten in de stad. ,,Vermoord'', zegt Adil. ,,Vermoord door de Koerden die ons hier niet willen. We moeten onze rechten hier bitter verdedigen.''

De dreiging van burgeroorlog in Kirkuk hangt in de lucht. Terwijl in de verte de pompen van de Noordelijke Iraakse oliemaatschappij doordraaien, vormen de verkiezingen een gevaarlijke bedreiging voor de broze vrede in de stad.

,,We zijn bang dat sommigen na de verkiezingen niet tegen hun verlies kunnen'', zegt Ahmad Askari, een van de kandidaten voor de provinciale verkiezingen – die naast de nationale worden gehouden – van de Koerdische `Broederschapspartij'. ,,We verwachten aanvallen en aanslagen om de stad instabiel te maken'', zegt hij.

Askari, een kleine man die lang in Groot-Brittanië heeft gewoond, vindt het erg belangrijk dat na de verkiezingen de Koerdische fractie in het nationale parlement er alles aan doet om de rechten van de Koerden in Kirkuk te waarborgen. ,,In de tijdelijke grondwet van Irak staat dat alle mensen die niet thuishoren in Kirkuk, moeten vertrekken. Die wet willen we uitgevoerd zien.''

De nationale verkiezingscommissie besloot twee weken geleden om 72.000 gevluchte Koerden toe te staan om te stemmen in de stad waar ze jaren geleden uit gevlucht zijn. Niet iedereen is het daar mee eens. ,,Al deze mensen komen uit Turkije en Iran. Het zijn helemaal geen vluchtelingen'', zegt Adil, de president van het Iraakse Turkmeense front. ,,De Koerden doen er alles aan om de balans in hun voordeel te doen omslaan.''

Sinds de Koerden de stad letterlijk overnamen zijn duizenden Arabieren uit huizen gezet die vroeger van Koerden waren. De Patriottische Unie Koerdistan (PUK) die het oostelijk deel van de regio controleert geeft zelfs geld aan Koerden die terug willen keren naar Kirkuk. Verscheidene van hen claimen tussen de 750 en 2.500 euro te hebben gekregen.

In een van de stemregistratiebureaus in Kirkuk heeft de 35-jarige Mohammad Jamal net zijn naam laten opschrijven zodat hij kan stemmen. ,,Hoe meer Koerden stemmen hoe meer kans dat de stad in onze handen komt'', zegt hij met glimmende groene ogen. Meer dan 15 jaar zat Jamal in de beruchte Abu Ghraibgevangenis bij Bagdad. Nu bouwt hij met het geld dat hij heeft gekregen van de PUK een huis in de wijk Shwan.

Toch maken de Turkmenen zich geen grote zorgen. Grote Broer Turkije heeft al vaak gedreigd heel Noord-Irak te bezetten als de Koerden de hele stad in handen krijgen. ,,Niemand krijgt ons hier weg'', zegt Adil met een brede glimlach.

Sjeik Assi heft zijn handen in de lucht als hem naar de toekomst van Kirkuk wordt gevraagd. ,,Iedereen wil wat anders, maar bovenal willen de Koerden ons allen overheersen'', zegt hij. ,,Ik ben zeer bang voor de toekomst. Als het hier misgaat, gaat het in heel Irak fout.''

Een Koerdische vrouw en haar zoon voor hun tijdelijke onderkomen in een stadion in de Iraakse stad Kirkuk. Tienduizenden Koerden zijn uit het noorden van Irak teruggekeerd naar Kirkuk, waaruit ze de afgelopen decennia door de Ba'ath-partij van Saddam Hussein waren verdreven. (Foto Newsha Tavakolian) De sunnitische sjeik Ghassan Nuzhir al-Assi zit samen met collega-sjeiks in een tuin in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk. ,,Ik ben zeer bang voor de toekomst.'' (Foto Newsha Tavakolian)


`Onder Saddam was het leven beter'

Christenen voelen zich bedreigd in het nieuwe, islamitischer Irak

De islam is in opmars in het vroeger seculiere Irak en de circa een miljoen christenen bevinden zich in de frontlinies. Veel christenen pakken hun koffers.

Twee jaar geleden was Suran Petrus de chef-kok van Saddam Hussein in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Jarenlang werkte de 39-jarige christen in de keuken van het presidentiële paleis aan de oevers van de Tigris. Niemand vroeg Petrus naar zijn geloof, want onder het bewind van de voormalige Iraakse dictator was iedereen Irakees en daarna pas shi'iet, sunniet, christen en Koerd. ,,Maar na de oorlog ging het helemaal mis en werd iedereen iets anders'', zegt Petrus.

Op 10 april 2003, één dag nadat de Amerikanen het centrale plein van de Iraakse hoofdstad hadden ingenomen, pakte Petrus zijn spullen. Met vrouw en dochter stapte hij in de auto naar Noord-Irak, waar traditioneel veel Iraakse christenen wonen, de meesten lid van de chaldese (met Rome verbonden) kerk. Nu heeft Petrus er een restaurant dat `Goede Tijden' heet. Het is de hipste restaurant van heel Arbil, ligt in de christelijke wijk en zit iedere avond vol met jonge mensen.

,,Het was de beste beslissing van mijn leven. De christenen die nu pas vluchten, moeten nog beginnen met het opbouwen van een nieuw bestaan'', zegt Petrus.

De restauranthouder had inderdaad een vooruitziende blik. De islam is in opmars in het vroeger seculiere Irak en de circa een miljoen Iraakse christenen bevinden zich in de frontlinies. Talrijke drankzaken van christenen in Bagdad zijn opgeblazen, christelijke vrouwen in Mosul worden bedreigd omdat ze geen hoofddoek dragen, in augustus werden er aanslagen gepleegd op vijf kerken in de Iraakse hoofdstad en in december op enkele kerken in Mosul.

Duizenden christenen hebben het land ondertussen verlaten en nog een veel groter aantal is bezig de koffers te pakken. De exodus kent vele richtingen. Veel christenen reizen af naar buurland Syrië waar veel geloofsgenoten wonen, de gelukkigen bemachtigen een visum voor Europa, maar voor degenen zonder geld is er maar een veilige haven in het eigen land: de bemodderde grond van Noord-Irak.

De 16-jarige David Gargiz ontvangt zijn gasten met uigestrekte hand bij de poort van hun gehuurde huis. Niet alleen als begroeting, maar ook om ze over de enorme plas modder voor de ingang heen te helpen. Van miljoenenstad Bagdad naar Koerdisch Arbil, dat is een hele verandering, vindt hij. Toen de familie hier net aankwam, vlak voor de aanslagen op de kerkgebouwen in Bagdad, belde hij nog iedere dag met zijn vrienden. ,,Maar nu de telefoonlijnen daar niet meer werken, spreek ik ze niet meer.''

Zijn moeder Vivian vindt de verandering ook moeilijk. Ze spreekt alleen Arabisch terwijl de mensen in het noorden voornamelijk Koerdisch spreken. In Arbil, en dan met name in de christelijke wijk Ainkawa, kan ze tenminste zonder angst naar de kerk. ,,In Bagdad worden we gezien als handlangers van de Amerikanen omdat we hetzelfde geloof hebben als zij, maar onder Saddam Hussein was ons leven veel beter'', zegt ze stellig. Aan de muur hangt een grote klok met een afbeelding van een biddende jezus.

De man van wie de familie Gargiz hun huis in Bagdad huurde, veranderde na de Amerikaanse invasie in een fanatieke moslimextremist en gaf ze afgelopen zomer twee maanden om de te vertrekken. ,,Anders zou hij ons vermoorden. Christenen horen niet thuis in het nieuwe Irak, zei hij tegen ons.'' Dus huurden ze een aanhangwagen, pakten hun spullen en stapten in de auto naar Noord-Irak. ,,We hebben niets meer in Bagdad'', zegt moeder Vivian. ,,Ons leven is nu hier.''

De nieuwe chaldese bisschop van Ainkawa, monsigneur Rabban Al-Qas, is moe van al deze nare verhalen. Het liefst zou hij zien dat iedereen in Irak in vrede met elkaar zou samenleven. ,,Ik wil geen lijfwachten, geen wapens, ik wil gaan en staan waar ik wil'', zegt hij. Dus gaat hij nog steeds alleen over straat. Toch loopt ook hij gevaar. Zijn collega in Mosul, de aartsbischop, werd vorige week twee dagen ontvoerd door onbekenden. Hij kwam uiteindelijk vrij, maar voor de Iraakse christenen is het het zoveelste incident in een lange rij.

,,Ik schat dat er de afgelopen maand twintig families zijn aangekomen in Ainkawa'', zegt de bisschop na enig aandringen. De meeste vluchtelingen komen uit Kirkuk, Mosul en Bagdad, zo weet hij. Familie van zijn voorganger die begin januari een natuurijke dood stierf, stond gisteren opeens met een vrachtwagen vol spullen voor de deur. ,,Ik heb hen geholpen een nieuw huis te vinden'', zegt Al-Qas.

In 1916 werden veel christenen in Noord-Irak afgeslacht door de Koerden in het gebied. ,,Daarna vluchtten veel mensen naar het zuiden van het land. Maar nu keren ze hier weer terug: het noorden is nu een oase van tolerantie geworden'', vindt de bisschop.

Daar is de familie Gargiz het mee eens. In regio waar afkomst nog telt, werd de christenen geen strobreed in de weg gelegd. ,,Mijn dochter Cathrine (12) kan gewoon met haar eigen spijkerbroek en in t-shirt over straat. De toestemming om hier te komen wonen kwam snel'', zegt Vivian Gargiz terwijl ze van haar koffie nipt. ,,Ik heb het aan iedereen in mijn kerk in Bagdad vertelt, en nu pakken ze allemaal hun spullen.''

De nieuwe chaldese bisschop van Ainkawa, Rabban Al-Qas. Noord-Irak is volgens hem een oase van tolerantie geworden in vergelijking tot de rest van Irak. (Foto Newsha Tavakolian)


Eén uur van Bagdad is alles anders

Koerden willen afscheiden van Irak, dat land van chaos, explosies en Arabieren

In Iraaks Koerdistan is het Irak van chaos en explosies ver weg. De Koerden willen dat graag zo houden en onafhankelijk worden. Maar de politieke realiteit verhindert dat nog.

De vier Iraakse Arabieren die van de noordelijke oliestad Kirkuk naar Arbil reizen, hebben het na de vierde controlepost helemaal gehad. Overal worden ze aangehouden. Met wilde gebaren vragen ze wat het verschil is tussen de rest van het land en het Koerdische noordelijke gedeelte. Irak is toch ook hun land? Waarom worden ze toch steeds ondervraagd door de Koerdische politie? ,,Arabieren zijn slecht'', verklaart een van de Koerdische agenten. Zijn collega's lachen. Gewone Arabieren zijn niet welkom in Noord-Irak. De mannen kijken angstig om zich heen.

Op papier is Irak nog steeds één staat. In 1920 werden de overblijfselen van drie voormalige Ottomaanse provincies door de Britten samengesmeed tot het land Irak, wat `oever van een grote rivier' betekent. Sindsdien is Bagdad de hoofdstad en doorsnijden de de Tigris en de Eufraat het land, dat van de Golf bij Basra tot over de bergen van Noord-Irak loopt. De Iraakse driekleur met drie sterren en de tekst `Allah is groot' is het nationale symbool. Maar drie koningen, zes dictators en een Amerikaanse invasie later staat het land op punt van uiteenvallen.

De belangrijkste breuklijn loopt langs het gebied van de trouwste bondgenoten van de Amerikanen, Koerdistan: land van de Koerden, de inwoners van Noord-Irak. Het beslaat ruwweg eenderde van Irak. ,,Waar Koerdistan begint?!'', vraagt een westerse diplomaat. ,,Daar waar de Iraakse vlaggen zijn vervangen door Koerdische''. Al op een uur rijden van de Iraakse hoofdstad heerst de rood-wit-groene vlag van de Koerden met een gele zon in het midden.

Daar is alles anders. Er zijn nauwelijks aanslagen, stroom en water werken een stuk beter dan elders in het land en westerlingen kunnen vrij over straat. Het Irak van chaos en explosies is hier ver weg. Nieuws over de problemen in `het zuiden', zoals de rest van het land wordt genoemd, ziet men alleen op de televisie. Telefoneren met Bagdad is alleen mogelijk per satelliettelefoon, er gelden aparte visumregels voor het gebied en jongeren leren liever Engels dan Arabisch. Vrijwel alle Koerden hebben dezelfde wens: een onafhankelijk Koerdistan.

,,Dat is toch logisch'', zegt Karwan Abdullah, medewerker van het Koerdische ministerie van Cultuur en organisator van een onofficieel referendum over de (onafhankelijke) toekomst van Koerdistan. ,,We hebben een andere taal dan de Arabieren. We zien er anders uit dan Arabieren, we hebben een andere geschiedenis dan de Arabieren. Wij zijn Koerden, geen Irakezen en al helemaal geen Arabieren. Wij willen zelf beslissen over onze status binnen of buiten Irak.''

De onafhankelijkheidsdroom wordt in de weg gestaan door wat in Koerdistan steevast `de realiteit' wordt genoemd; het verzamelwoord voor het veto van Turkije, Iran en Syrië tegen onafhankelijkheid voor de Iraakse Koerden. De circa 20 miljoen Koerden zijn verdeeld over deze vier landen en ieder succes van de Koerden in Irak versterkt de opstandigheid bij hun `broeders' in de buurlanden.

Met `de realiteit' in het achterhoofd vragen de grote Koerdische partijen daarom nu om een federaal Irak, waarbij Koerdistan zo onafhankelijk mogelijk van Bagdad blijft. Andere Iraakse groepen, zoals de shi'itische meerderheid, zien dat nog steeds als een bedreiging van de staat. Het wordt een van de belangrijkste discussiepunten als het komende zondag te kiezen Iraakse parlement de nieuwe grondwet gaat opstellen.

Niet gehinderd door dit officiële Koerdische standpunt verzamelde Abdullah begin 2004 samen met duizenden vrijwilligers binnen één week 1,7 miljoen handtekeningen voor een referendum over de status van Koerdistan. Honderden boeken met handtekeningen gingen naar de Verenigde Naties, maar deze besloten dat een referendum pas kon worden gehouden als geen samenwerking met de rest van Irak meer mogelijk is.

Abdullah en zijn medestanders vinden dat nú dat moment daar is. ,,Kijk naar de chaos, de moorden en de manier waarop islam daar wordt geinterpreteerd: met Irak valt nu niet te praten'', vindt Abdullah. Dus zullen de Koerden 30 januari kunnen stemmen voor of tegen een onafhankelijk Koerdistan. Naast de officiële stembureaus zullen de vrijwilligers van de referendumbeweging tenten opslaan waarin kiezers op een biljet een Iraakse vlag of een Koerdische vlag kunnen aankruisen. ,,Het wordt een groot succes'', voorspelt Abdullah.

Hoewel de twee grote Koerdische partijen het referendum officieel niet steunen, leggen ze de referendumbeweging geen strobreed in de weg. Bijeenkomsten hebben plaats in het hoofdkantoor van de Koerdistan Democratische Partij, van Massoud Barzani, die het westelijk deel van Koerdistan regeert. Daarnaast geeft deze partij geld aan de organisatoren van het referendum. Vrijwel iedereen in Noord-Irak heeft begin 2004 zijn handtekening gezet voor het referendum, van politicus tot straatveger, van dichter tot taxichauffeur. ,,En nu gaan die mensen allemaal weer stemmen. Het is wel duidelijk waarvoor ze gaan kiezen'', aldus Abdullah.

De Koerdische verkiezingskandidaat, schrijver en bon-vivant Ferhad Pirbal protesteerde vorige jaar halfnaakt aan de Turkse grens, toen dat land dreigde Koerdistan binnen te vallen. ,,We wilden ze met onze schaamte bestrijden, zegt Pirbal die nu met overgooier en sloffen in zijn met boeken en kinderen gevulde huis zit. ,,Geen enkele jonge Koerd voelt zich Arabier'', zegt Pirbal die leiding geeft aan een jongerencentrum in Arbil, de Koeridsche hoofdstad. Sinds het gebied in 1991 onafhankelijk werd van de rest van Irak is de jeugd zich volledig op het westen gaan richten, legt hij uit. ,,De meeste jongeren spreken niet eens meer Arabisch, ze walgen van de misdaden die in naam van islam worden gepleegd. De Irakezen willen terug in de tijd, wij Koerden willen juist vooruit. Natuurlijk gaat iedereen vóór afscheiding stemmen.''

Referendum-organisator Karwan Abudullah verwacht geen direct resultaat als er straks massaal voor `Koerdistan' is gekozen. ,,Misschien duurt het nog wel tien jaar. Maar als we nu massaal voor onafhankelijkheid stemmen geven we onze leiders in ieder geval een gigantisch mandaat om straks de onderhandelingen over de Iraakse grondwet in te gaan.''

Een beeld van een gemartelde Koerdische strijder hangt in een oude gevangenis van Saddam Hussein in Sulaymaniya die in een museum is veranderd. Het verleden is één reden voor de Koerden niet met Irak door te willen gaan. (Foto AFP)


Bijna gingen ook Koerden niet stemmen

De Koerden gaan zondag stemmen in Irak. Maar daarvoor moest Bagdad toegeven inzake de omstreden oliestad Kirkuk.

De poster is van de Koerdische Eenheidslijst, waarin alle belangrijke partijen in het – in tegenstelling tot het sunnitische midden – rustige noorden van Irak zich hebben verbonden. Hij ligt echter nog op de grond in een partijkantoor terwijl hij aan een stadsmuur zou moeten hangen. Want zondag zijn de verkiezingen al.

,,Morgen gaan we ze opplakken'', zegt de Koerdische politicus Nasir Ghafoor Ramadan trots. De lokale afdeling van de Koerdistan Democratische Partij, een van de twee machtigste groepen in Noord-Irak, ligt vol aanplakbiljetten en spandoeken. ,,Het waren de feestdagen rondom de hadj, de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, het regende zo vaak en er was toch niemand op straat. Maar morgen hangen de posters aan de muren van de stad, dat garandeer ik.''

Maar de echte reden was een conflict met de interim-regering in Bagdad. Het had niet veel gescheeld of al het verkiezingsmateriaal was ongebruikt de prullenbak ingegaan. De afgelopen weken ontspon zich in de Iraakse politieke achterkamertjes een nachtmerriescenario dat het toch al gehavende verkiezingsproces definitief leek te torpederen.

Op het laatste moment dreigden de Koerden, die ongeveer 20 procent van de Iraakse bevolking uitmaken, de verkiezingen te boycotten. Aanleiding was het in Bagdad genomen besluit dat de circa 170.000 door Saddam Hussein uit Kirkuk verdreven Koerden niet in hun voormalige woonplaats zouden mogen stemmen. Deze noordelijke stad is voor de Koerden een onmisbaar onderdeel van hun droom, waarin alle 20 miljoen Koerden die in Irak, Turkije, Syrië en Iran wonen, één eigen staat krijgen. Maar onder Kirkuk ligt een van de grootste oliebronnen ter wereld, en de centrale regering in Bagdad eist ook de inkomsten daaruit op. Probleem voor de Koerden is verder dat er in Kirkuk veel Arabieren en Turkmenen wonen die niet in Koerdistan willen leven en dat Turkije van geen Koerdistan wil weten, en al helemaal niet inclusief Kirkuk.

,,Kirkuk is een Koerdische stad'', zegt Ramadan, die er geboren is. ,,Als we er nu niet mogen stemmen, betekent dat we er in de toekomst minder invloed zullen hebben. We moesten onze poot wel stijf houden.''

Wetende dat de bodem onder de Iraakse verkiezingen al bijna wordt weggeslagen door de dreigende boycot van de Arabische sunnieten (ook zo'n 20 procent van de bevolking), reisden de grote Koerdische partijen af naar Bagdad om daar de interim-regering voor het blok te zetten.

De simpele dreiging met een Koerdische boycot was genoeg om die van haar besluit te doen terugkomen. Dus: ,,Al moeten we hen met bussen naar Kirkuk rijden, deze 170.000 Koerden mogen nu in hun stad stemmen'', zegt Ramadan tevreden. Daarom gaat hij morgen de posters uiteindelijk toch ophangen, regen of niet.

[vervolg NOORD-IRAK: pagina 5]

NOORD-IRAK

Eén partij voor alle Koerden

[vervolg van pagina 1]

,,Het gaat er nu om dat wij Koerden zoveel mogelijk macht in Bagdad veroveren. Samen staan we het sterkst'', vindt Ramadan, die zelf ook verkiesbaar staat.

`Samen', `Eenheid' en `Koerdistan' zijn de toverwoorden in Noord-Irak, waar anders dan in de rest van het land niet twee maar drie verkiezingen worden gehouden. Naast de landelijke parlements- en provinciale verkiezingen, stemmen de Koerden ook voor hun eigen regionale parlement. De Koerden zien namelijk alleen heil in een toekomstig federaal Irak, waarbij ze zo min mogelijk met de centrale regering in Bagdad te maken willen hebben. Sinds de eerste Golfoorlog van 1991 leven de Koerden semi-onafhankelijk in het noorden. Dat willen ze graag zo houden, daarom nemen ze alvast een voorschot met een herverkiezing van hun eigen parlement dat al sinds 1992 bestaat.

En om ervoor te zorgen dat op dit cruciale moment in de Koerdische geschiedenis er niets fout gaat, kan er in Noord-Irak voor de lokale en landelijke parlementsverkiezingen in principe alleen op één grote, gezamenlijke lijst worden gestemd. De paar andere kleine partijtjes die er zijn, maken geen enkele kans. Landelijk hopen de Koerden zo zeker 20 procent van de stemmen in het aanstaande Iraakse parlement te krijgen. De grootste bevolkingsgroep in Irak, de shi'ieten, krijgen naar verwachting de meeste zetels in de Nationale Assemblee die 275 zetels te verdelen heeft.

Aangezien dit parlement de nieuwe grondwet gaat opstellen, betekent iedere zetel invloed op de toekomst van Irak en Koerdistan. De shi'ieten pleiten voor een grondwet op basis van de shari'a, het islamitisch recht, en sterke centrale regering, en de Koerden eisen een seculier, federaal Irak. Dus de echte strijd zal dáár worden gevoerd.

Voor de lokale verkiezingen blijven de messen thuis, zodat er op het Koerdische thuisfront geen verdeeldheid ontstaat. ,,Ze zijn bang dat ze ruzie krijgen als er in Koerdistan wel echt kan worden gestemd. Het gaat nu om de meeste stemmen in Irak en later zien ze wel'', zegt Zirek Abdullah, journalist van de onafhankelijke Koerdische krant Hawlati. De samenwerking kan ertoe leiden dat alle verschillen tussen de partijen verdwijnen, denkt Abdullah. ,,Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de eerste democratische verkiezingen in Irak sinds 1958? De wereld moet zien dat hier een democratisch proces gaande is, maar ik zie het niet.''

Er is geen alternatief, denkt de Nederlands-Koerdische politiek analist Fuad Hussein. Sinds de Amerikaanse invasie van Irak werkt hij in Bagdad en Arbil voor de interim-regering en de verschillende Koerdische fracties. ,,Het gaat nu om prioriteiten en de prioriteit van de Koerden is nu om sterk te zijn.''

Sterk zijn de Koerden zeker en dat moet niet worden ontkend door het aanstaande Iraakse parlement, vindt kandidaat Ramadan in het lokale partijkantoor. Na 80 jaar onafhankelijksstrijd dient er nu naar de Koerden te worden geluisterd. ,,Ik verwacht bijvoorbeeld minimaal dat de post van minister-president in onze handen komt'', zegt Ramadan terwijl hij soldaten uitlegt waar de verkiezingsposters heen moeten worden gebracht. ,,En natuurlijk moeten we onze onafhankelijkheid behouden door het federale systeem dat wij willen hebben voor Irak. We doen nu aan diplomatie, maar als dat niet werkt, zullen we vechten'', waarschuwt hij. ,,Eenheid van Irak is mooi, maar het moet ons niet worden opgedrongen.''

Een verkiezingsposter met een foto van een dikke man, twee kinderen en een vrouw achter een supermarktkarretje vol chips en cola moet de kiezers in Koerdisch Noord-Irak ervan overtuigen dat welvaart en voorspoed aan de horizon lonken. ,,Uw deelname aan de verkiezingen is de toekomst voor Irak'', staat eronder.

NRC Handelsblad / FG Iraaks Koerdistan; Kiezers in spe registreren zich in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk voor de verkiezingen van zondag. (Foto Newsha Tavakolian)


Boomtown Koerdistan

Politieke rust zorgt voor economisch voorspoed in het noorden van Irak

In Irak kan niemand om de Koerden heen. Niet alleen boekten ze grote winst in de recente landelijke verkiezingen, bovendien is het er een oase van veiligheid en welvaart vergeleken met de chaos in de rest van het land. ,,Hier kijkt men naar de toekomst. In de rest van Irak wil men alleen maar terug in de tijd.''

Met ferme stappen loopt Sagvan Farhan (34) over de start- en landingsbaan van `Hewler International Airport'. De nieuwe luchthaven van de Noord-Iraakse stad Arbil, die in het Koerdisch `Hewler' wordt genoemd, glimt in het winterzonlicht. Farhan, een Koerd met een Nederlands paspoort en een Friese vrouw, is vice-president van de lokale `Eagle Group', een van de grootste bedrijven in Irak. Vandaag brengt hij een bezoekje aan de luchthaven om te inspecteren waar zijn passagiersvliegtuigen straks zullen landen.

,,Nu vliegen we nog met gecharterde privé-vliegtuigen als we op zakenreis gaan'', zegt Farhan met een brede glimlach. ,,Straks hopen we hier met onze eigen Eagle Air-lijndienst naar Europa of Dubai te vliegen.'' Nu al vliegt het bedrijf dagelijks met een Antonov vrachtvliegtuig vanuit verschillende bestemmingen naar Arbil.

Voorzichtig klopt Farhan zijn Italiaanse schoenen af tegen de rand van zijn Toyota Landcruiser terreinwagen. Klaar om naar het volgende project van het bedrijf te rijden. ,,Onze Griekse manager zal daar alles vertellen over ons nieuwe draadloze telefoonsysteem dat honderdduizend nieuwe vaste lijnen in Arbil zal creëren.''

Vorige jaar had de Eagle Group een omzet van vijftig miljoen dollar, dit jaar was die omzet al in de maand januari gehaald. ,,Noord-Irak is een goudmijn'', zegt Farhan. ,,En wij zijn echt niet de enigen die hier zoveel verdienen.''

Dat klopt. Avond aan avond zit de lobby van het Sheraton-hotel in Arbil vol met potentiële investeerders. Arabieren in lange jurken, Fransen met dure poshorloges en Duitsers met dikke buiken verdringen zich vrolijk rond het buffet voor lunch en diner. De Zuid-Afrikaanse lijfwachten van een Turkse zakenman zitten verveeld achter internetcomputers. De Britse consul uit de etnisch verdeelde oliestad Kirkuk komt hier om uit te rusten. De wachtposten die het hotel in de gaten moeten houden, laten vrienden en bekenden ongeïnspecteerd door de parkeeringang rijden. Hier gebeurt immers bijna toch nooit wat.

Privé-jets, dure polshorloges en draadloze telefoonsystemen – wat is er gebeurd met het Irak van bommen en onthoofdingen? Terwijl de rest van het land is veranderd in een hellepoel waar buitenlandse werknemers vanwege aanslagen en gijzelingen door terroristen en criminelen hun leven niet zeker zijn, is Noord-Irak – Koerdistan, zoals de lokale bewoners het noemen – een oase van rust en veiligheid. De narigheid in de rest van het land is hier alleen zichtbaar op televisie.

,,Naar Bagdad zou ik nooit gaan'', zegt een Franse zakenman in dienst van een Saoedisch bouwbedrijf. ,,De veiligheidskosten zijn daar veel te hoog, daardoor is het onmogelijk om winst te maken.'' Een Koerdische zakenman, een genaturaliseerde Brit, is het met hem eens. ,,Buiten Koerdistan is het een chaos. Hier kijkt men tenminste naar de toekomst. In de rest van Irak wil men alleen maar terug in de tijd.''

Sinds de Amerikaanse invasie van Irak, in april 2003, zit Koerdistan in de lift. Hun semi-onafhankelijkheid van Bagdad sinds de golfoorlog van 1991, heeft ervoor gezorgd dat de Koerden nu de rest van het land ver vooruit zijn. Een burgeroorlog heeft de machtsverhoudingen bepaald, in 1998 werd er vrede gesloten en sinds de Amerikaanse invasie werken de twee grote partijen die het gebied besturen innig samen om de centrale regering in Bagdad onder maximale politieke druk te kunnen zetten. Met 71 zetels winst in de landelijke verkiezingen zijn de Koerden de bevolkingsgroep geworden waar niemand in Irak meer omheen kan.

De regio in Noord-Irak is niet alleen vanwege de verkiezingswinst erg belangrijk. Er heeft een economische sprong voorwaarts plaatsgevonden. Anders dan in de rest van het land heerst er rust. Politieagenten regelen het verkeer, rechters en politici kunnen ongestoord hun werk doen, trucks en transportvliegtuigen zijn onderdeel van het dagelijks leven geworden. Tientallen bouwputten, nieuwe appartementencomplexen en supermarkten in Arbil en Suleimaniya, de twee grote steden van Koerdistan, zijn het enige zichtbare verschil sinds de oorlog. Werkelijk overal wordt gewerkt en gebouwd, vaak met arbeiders uit de rest van het land of Turkije. De politieke en maatschappijlijke infrastructuur van Koerdistan is volledig intact, anders dan in `het zuiden', zoals de rest van het land wordt genoemd

Toen de Koerdische Nederlander Farhan in 2001 berooid Leeuwarden verliet en `tijdelijk' naar Arbil verhuisde, had hij nooit gedacht dat de regio, en daarmee ook zijn eigen leven, zo'n enorme wending zouden nemen. ,,Toen ik hier aankwam was er heel weinig werk'', zegt Farhan. Zijn vriendin in Nederland verklaarde hem voor gek.

Tijdens de oorlog vond hij een baan op het Koerdische ministerie van binnenlandse zaken, als coordinator voor de tienduizenden vluchtelingen die werden verwacht als de Amerikaanse invasie zou beginnen. Voor 400 dollar per maand wachtte hij op wanhopige Irakezen uit de rest van het land – die uiteindelijk nooit kwamen, omdat het regime zo snel in elkaar stortte. ,,Daarna vond ik een baantje bij de Coalition Provisional Authority, de tijdelijke civiele administratie van Irak die onder leiding stond van de Amerikanen.'' Met die laatste groep kon hij het niet vinden. Een mislukking dreigde, tot de voorzitter van de Eagle Group hem inlijfde als vice-president. ,,Het was een geschenk uit de hemel. Zoiets was in Nederland nooit gebeurd. Hier kan alles op dit moment.''

De Eagle Group en andere bedrijven maken handig gebruik van de talloze belastingverlagingen en vrije vestigingen die de Koerdische overheid aanbiedt. Er zijn speciale aanspreekpunten die de bedrijven uit zowel binnen- en buitenland, door de bureaucratie moeten loodsen. Investeerders hoeven de eerste vijf jaar geen belasting te betalen en land kan vrij worden geleased voor een bepaalde periode. Het staat investeerders vrij de winsten elders te besteden.

De gevolgen van deze liberale wetgeving zijn overal merkbaar. Midden in de Koerdische hoofdstad Arbil is een spelletjeshal annex coffeshop/restaurant verschenen, waar Koerden in traditionele pofbroek en modderschoenen Illy espresso drinken en met virtuele brillen op muntjes in spelmachines gooien. De duurste modellen BMW's laveren langs de gaten in wegdek van de straten van Arbil. Wie nog geen satellietschotel op het dak had staan, heeft er nu minstens twee.

De ondernemers lijken niet te stoppen. ,,Ik wil het eerste dolfinarium van Koerdistan maken'', zegt Sawan Atoof met een strak gezicht. De Koerdische ondernemer uit Groot-Brittannië ziet een enorme markt in het vertonen van dolfijnen en zeeleeuwen aan de kinderen van Koerdistan en hun ouders. ,,Voor hen ga ik haaien brengen. Mensen wonen hier ver van de zee, dus een dolfinarium voorziet echt in een behoefte.'' Atoof voorziet een grote toekomst voor de regio. ,,Noord-Irak wordt een tweede Dubai, misschien nog wel succesvoller.''

In het kantoor van de Eagle Group is iedereen druk in de weer. De chauffeur van een van de bedrijfwagens komt binnen en claimt ook een contract te hebben afgesloten. Een van de managers heeft vernomen dat een concurrerend bedrijf aan het lunchen is met een potentiële grote opdrachtgever van een ministerie. ,,Maakt niet uit, er is genoeg voor iedereen'', zegt Farhan beslist.

Amir Zubair, een in de Verenigde Staten opgegroeide Koerd zit met een baseballpet aan tafel. Zubair is zoon van de eigenaar van de Eagle Group en lid van de belangerijkste clans van de belangrijkste families in Koerdistan, maar zegt dat familiebanden minder belangrijk zijn geworden in Noord-Irak. ,,Ik heb een MBA in zaken en krijg minder betaald dan andere werknemers in dezelfde positie. Als Koerdistan wil groeien moeten we sociaal bewust worden'', zegt Zubair. Hij verwacht dat de groei in Noord-Irak een middenklasse zal creëren, die meer geld verdient, dus meer geld besteedt en daardoor Koerdistan zal opstuwen in de vaart der volkeren. ,,Nu nog verdienen de meeste van onze werknemers niet meer dan 150 euro per maand'', zegt Zubair. Maar het team dat aan het draadloze telefoonsysteem werkt, krijgt al 700 euro per maand. ,,We verwachten dat het inkomensniveau in Noord-Irak snel zal stijgen. Mensen gaan meer verdienen en zullen dus ook meer uitgeven.''

Tussen de buitenlandse investeerders die zich naar Koerdistan spoeden, zitten bijna geen Nederlandse bedrijven. Voornamelijk Amerikanen, Engelsen en arabieren hebben zich op het lucratieve deel van Irak gestort. ,,Er zijn ook veel Duitsers, maar vanuit Nederland is zeer weinig animo'', zegt Farhan. Het gaat hem aan het hart dat het land dat zoveel voor hem en circa vijftigduizend andere Koerdische vluchtelingen heeft gedaan, nu niet de vruchten plukt van de kennis van elkaars cultuur. ,,Nederland heeft mij enorm veel gegeven. Ik heb de taal geleerd, mijn vriendin woont nog steeds in Leeuwarden. Ze is zwanger van ons kind. Ik zou enorm trots zijn als Nederlandse bedrijven hier zouden komen'', zegt Farhan. Onlangs heeft hij een villa gekocht in Friesland en hij is zeker van plan de banden met Nederland te behouden.

,,Ik ben in Nederland bij allerlei bedrijven langsgeweest'', zegt hij terwijl we langs de cementfabriek van de Eagle Group rijden. ,,`Kom investeren in Koerdistan', zei ik. Maar niemand durft te komen. Het lijkt wel alsof heel Nederland verkeerd geïnformeerd is over onze regio, ze denken dat heel Irak hetzelfde is. Door die misinformatie laat Nederland mooie kansen liggen.''Diverse Chinese bedrijven hebben al een permanente vertegenwoordiging in het gebied. Farhans bedrijf werkt nauw samen met Maleisië. ,,Nu is er nog voor letterlijk plaats alles in de Koerdische markt, en dus de rest van Irak. Straks wordt de concurrentie veel harder'', vreest hij.

Er zijn wel donkere wolken aan de horizon: in een referendum dat tijdens de verkiezingen werd gehouden, koos 99 procent van de bevolking voor afscheiding van Koerdistan van de rest van Irak. Een wens die door buurlanden Iran, Syrië en Turkije met argusogen in de gaten wordt gehouden. De drie landen hebben allemaal een significante Koerdische minderheid binnen hun grenzen en drukken onafhankelijkheidsgevoelens – zowel binnen- als buitenlands – het liefst de kop in.

Farhan ziet echter geen groot probleem. ,,De realiteit is dat Turkije lid wil worden van de Europese Unie en dat Syrië en Iran op het moment erg zwak zijn'', zegt Farhan. Net als veel andere Koerdische zakenmensen hoopt hij dat de regio zich rustig zal ontwikkelen. Dat is beter voor zaken. ,,Zes maanden geleden heb ik een boerderij gekocht. Die is nu het driedubbele waard. Ik zeg het nog maar eens: in Koerdistan is een boom gaande en wie er niet snel bij is mist de boot.''

Dankzij de politieke rust in Noord-Irak heeft er een economische sprong voorwaarts plaatsgevonden. (Foto AFP) Reclame voor Koerdische fastfood in de stad Suleimaniya. Overal in de stad wordt gewerkt en gebouwd. (Foto AFP) Sagvan Farhan, uit Friesland teruggekeerd naar Iraaks Koerdistan: ,,Nederlandse bedrijven laten hier mooie kansen liggen.'' (Foto Newsha Tavakolian) iraaks Koerdistan NRC Handelsblad 250205 / FG